Veel organisaties investeren volop in kunstmatige intelligentie (AI), maar zien het verwachte rendement uitblijven. De oorzaak ligt vaak niet in de technologie zelf, maar in de manier waarop organisaties omgaan met hun mensen. Zolang je medewerkers vooral als kostenfactor benadert, blijft de echte waarde van AI onbenut.
Terwijl AI werkprocessen razendsnel verandert, is de belangrijkste aanjager voor langetermijnwaarde niet langer technologie, kapitaal of data. Het is talent. Dat vraagt om een fundamenteel andere benadering van mens en organisatie: van kostenbeheersing naar strategische inzet van talent.
En toch spreken veel managementteams nog steeds over hun personeelsbestand in termen van efficiëntie, bezettingsgraden en kostenreductie, terwijl ze zich tegelijkertijd zorgen maken over productiviteit, innovatie en groei. Dit creëert een fundamentele mismatch die volgens Marlene de Koning, director Workforce AI & Innovatie bij PwC, niet langer houdbaar is.
Uit PwC’s 29e CEO-survey, een onderzoek onder ruim 4.400 CEO’s wereldwijd, blijkt dat meer dan de helft van de CEO’s geen rendement ziet op hun AI-investeringen. Diezelfde organisaties managen hun medewerkers als overhead. Dat uitblijvende rendement is daardoor geen toeval. Je kunt niet verwachten dat technologie waarde creëert als je de mensen die haar moeten benutten voornamelijk als kostenpost behandelt.
Uit ditzelfde onderzoek blijkt bovendien dat de vraag die CEO’s momenteel het meest bezighoudt veelzeggend is: transformeren we ons bedrijf wel snel genoeg? Het antwoord ligt niet in meer technologie, het ligt in betere keuzes binnen je talentstrategie.
Wat de urgentie verder vergroot, is het inzicht welke beroepen en functies er het meest worden geraakt door AI. Onderzoek van Anthropic toont aan dat AI-ontwrichting zich het sterkst concentreert in kennisintensieve, complexe beroepen. Precies de rollen waarop organisaties het meest vertrouwen voor innovatie en besluitvorming. Organisaties die nu niet anticiperen op de mensen- en skillsvraagstukken die daarbij horen, lopen straks achter.
De schaal van de opgave die zich ontvouwt voor bedrijven en hun medewerkers, is concreet. Volgens het WEF Future of Jobs Report 2025 verwacht 86 procent van de werkgevers dat AI en informatietechnologie hun bedrijfsmodel tegen 2030 ingrijpend zullen transformeren.
Tegelijkertijd heeft bijna zestig procent van de wereldwijde beroepsbevolking enige vorm van training nodig om de skills-gap voor 2030 te dichten. Terwijl veertig procent van de werkgevers aangeeft medewerkers te willen reduceren wier vaardigheden minder relevant worden.
Dit zijn geen abstracte cijfers. Dit zijn mensen én dit zijn bestuurskeuzes. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag wélke vaardigheden medewerkers nodig hebben, maar ook om een fundamentelere keuze die veel bestuurders nog niet expliciet maken: welke vaardigheden willen we als organisatie bewust behouden, ook als AI ze kan overnemen.
Als AI steeds meer taken overneemt, verdwijnen ook de vaardigheden die nodig zijn om AI te begrijpen, toetsen en corrigeren. En dat is precies het punt: het feit dat technologie iets kán overnemen, betekent niet dat we als organisatie moeten accepteren dat dat ook gebeurt.
Bestuurders die zich bewust zijn van deze strategische noodzaak, stellen zichzelf de vraag welke vaardigheden essentieel zijn voor het beoordelen van AI-resultaten en behouden moeten blijven, zelfs als dat niet altijd efficiënt lijkt. Want een organisatie die niet meer weet hoe haar eigen systemen tot een beslissing komen, is niet efficiënter geworden. Ze is blind geworden.
Toch blijven die keuzes vaak uit. PwC-onderzoek toont aan dat AI-adoptie uiteindelijk geen technologische keuze is, maar een menselijke. De AI-autonomie van medewerkers kan echter wel sterk worden aangestuurd vanuit de organisatie, bijvoorbeeld door te investeren in motivatie, ontwikkeling en vertrouwen. Maar technologie alleen verandert niets. Leiders en medewerkers trekken de verandering door vaardigheden, incentives en vertrouwen op één lijn te brengen.
De oplossing begint daarom niet met betere AI-tools, maar met de vraag die te weinig in bestuurskamers is te horen: hoe ziet succes eruit in een organisatie waarin mensen en AI samenwerken? Strategische personeelsplanning moet daarom vóór de implementatie van AI-tooling komen en niet andersom.
Bestuurders die hun medewerkers zien en inzetten als strategische driver, ontwerpen hun talentstrategie proactief en wachten niet tot ‘skills gaps’ de kop opsteken binnen de organisatie. Deze leiders maken expliciete keuzes over mens- en AI-werk, investeren in de ontwikkeling van hun mensen, en behandelen talent als kapitaal in plaats van als kostenpost.
Deze blog is eerder gepubliceerd op chro.nl.
Director, PwC Netherlands
Marlene geeft bij PwC Nederland leiding aan een team gespecialiseerd in people analytics en HR-technologie. Haar expertise ligt in het in staat stellen van organisaties om culturele en prestatieveranderingen te stimuleren door middel van datagestuurde inzichten en innovatieve technologie, waaronder skills based en GenAI. Naast haar rol bij PwC schrijft ze regelmatig over techologiestrategieën in HR en is ze een veelgevraagd spreker.