Nederland legt zichzelf een investeringsopgave op die simpelweg niet in één keer kan worden uitgevoerd. Volgens de verantwoordelijk minister moeten we prioriteren om te investeren. PwC's antwoord daarop is een prioriteringsaanpak in zes stappen, uiteengezet in het rapport 'Bouwen aan morgen begint met kiezen vandaag'. Het mooie van deze aanpak is dat zij niet de politieke keuze vervangt, maar deze transparant maakt, aldus Barbara Baarsma en Fons Kop.
Op Verantwoordingsdag 2026 stelde Rekenkamerpresident Pieter Duisenberg het duidelijk: de overheid heeft nauwelijks zicht op de risico's van het eigen handelen of niet-handelen. Stilstand op wonen, energie en infrastructuur kost Nederland miljarden, onzichtbaar in de rijksbegroting, maar voelbaar in de samenleving. Zijn oproep: leer van het bedrijfsleven, maak risico's expliciet, en reken ook de kosten van niets doen mee. Wij onderschrijven die diagnose volledig. De risico’s die Duisenberg benoemt zijn niet onvermijdelijk. Met een gestructureerde aanpak voor prioritering zijn risico’s concreet kleiner te maken. Niet door meer te beloven, maar door slimmer te kiezen.
Stel je voor: een verouderde brug die door het dagelijkse gebruik van tienduizenden automobilisten onveilig dreigt te worden. Tegelijkertijd wacht een woningbouwproject op aansluiting op het elektriciteitsnet en zijn diezelfde kabelleggers ook nodig voor de vervanging van een stormvloedkering. Ergens op een ministerie ligt een plan voor een snelwegverbreding dat stikstofruimte opslokt. Maar die wegverbreding is ook nodig voor de bouw van nieuwe woningen. Welk project gaat voor? Wie beslist dat? En op basis waarvan?
Nederland heeft zichzelf een investeringsopgave opgelegd die simpelweg niet in één keer kan worden uitgevoerd. De tekorten op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds zijn opgelopen tot meer dan tachtig miljard euro. De bouwsector verwacht richting 2030 een tekort van honderdduizend tot honderdvijftigduizend vakmensen. Stikstofruimte is vrijwel uitgeput.
Toch worden projecten vandaag de dag nog grotendeels los van elkaar beoordeeld, door verschillende ministeries, via gescheiden geldstromen, zonder dat iemand het totaalplaatje overziet. Het gevolg: projecten concurreren met elkaar om dezelfde schaarse aannemers, vergunningen en budgetten. De kosten lopen op en uiteindelijk wordt er minder gebouwd dan gepland. De minister van Infrastructuur en Waterstaat zei het in maart 2026 helder: we moeten prioriteren om te kunnen presteren. Maar hoe doe je dat als je honderden projecten hebt verspreid over wegen, water, energie, spoor en woningbouw?
Het rapport 'Bouwen aan morgen begint met kiezen vandaag' presenteert hiervoor een aanpak in zes stappen. De zes stappen- aanpak doorbreekt precies die patstelling.
Het begint met een simpele maar cruciale vraag die nu niemand stelt: wat hebben we hier voor project en hoe verhoudt het zich tot het grotere geheel? Die inventarisatie voorkomt dat een snelwegverbreding en een stormvloedkering op dezelfde stapel belanden alsof ze vergelijkbaar zijn.
Vervolgens wordt het getoetst aan harde grenzen: is er een veiligheidsprobleem, een wettelijke verplichting? Projecten die daaraan voldoen krijgen voorrang of vallen juist af.
Deze stap raakt het hart van het coördinatieprobleem: het in kaart brengen van het beslag op schaarse middelen. Hoeveel van dezelfde kabelleggers, vergunningen en aannemers claimen deze projecten tegelijkertijd? Pas als dat zichtbaar is, voorkom je dat opdrachtgevers elkaar onbedoeld de markt uit prijzen.
Daarna wordt de maatschappelijke en economische waarde gewogen, van veiligheid tot economisch verdienvermogen en duurzaamheid.
Dit moet gevolgd worden door een transparante toets op uitvoerbaarheid. Kan dit project met de mensen en middelen die er zijn daadwerkelijk van de grond komen?
De zesde stap brengt alles samen in één portfoliobesluit: direct uitvoeren, faseren, bundelen of uitstellen. Daarmee krijgt de overheid voor het eerst een instrument dat niet elk project op zichzelf beoordeelt, maar alle projecten naast elkaar legt en dwingt tot een bewuste volgorde. De brug, het elektriciteitsnet en de stormvloedkering concurreren dan niet langer in stilte om dezelfde schaarse middelen, maar worden in samenhang geprogrammeerd op basis van waar de grootste publieke waarde het snelst kan worden gerealiseerd.
Het mooie van deze aanpak is dat zij de politieke keuze niet vervangt, maar transparant maakt. Verschillende politieke voorkeuren leiden tot verschillende wegingen, maar het raamwerk dwingt af dat die keuzes zichtbaar en onderbouwd zijn. Geen project verdwijnt meer geruisloos naar de onderkant van de stapel zonder dat iemand kan zien en kan uitleggen waarom.
Nederland kan niet alles tegelijk bouwen. Maar het kan wel slimmer kiezen wat het eerst doet. Dat begint vandaag.
Hoofdeconoom, PwC Netherlands
Barbara is hoofdeconoom van PwC Nederland en geeft in deze rol leiding aan het economisch bureau van PwC. Sinds 2009 is zij hoogleraar Toegepaste Economie aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast vervult zij verschillende maatschappelijke nevenfuncties.
Partner, PwC Netherlands
Fons Kops is partner in de publieke-sectorpraktijk van PwC en daarbinnen verantwoordelijk voor infrastructuur.