Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad uitgesproken dat de belastingrente te hoog was, specifiek voor de vennootschapsbelasting, bronbelasting, solidariteitsbijdrage, minimumbelasting en het winstaandeel (een mijnbouwheffing). Daarbij heeft de Hoge Raad ook aangegeven dat de belastingrente voor ‘overige belastingen’, waaronder de inkomstenbelasting en omzetbelasting, niet te hoog is.
In aanloop naar deze uitspraak heeft de Belastingdienst in 2025 bezwaren tegen de hoogte van de belastingrente aangewezen als twee aparte massaalbezwaarprocedures: een voor de vennootschapsbelasting (en de andere in de vorige alinea genoemde belastingen) en een tweede voor de ‘overige belastingen’. Een massaalbezwaarprocedure houdt in dat de Belastingdienst op tijd ingediende bezwaren aanhoudt en uiteindelijk collectief een uitspraak op de bezwaren doet. De collectieve uitspraken op bezwaar voor beide procedures zijn gedaan op 25 februari 2026.
De Belastingdienst brengt belastingrente in rekening in gevallen waarin belasting moet worden bijbetaald op een aanslag die is opgelegd na de voorgeschreven termijn (meestal zes maanden na het einde van het boekjaar). Dit gebeurt alleen als het aan de belastingplichtige te wijten is dat het belastingbedrag in eerste instantie te laag was. Bijvoorbeeld als door een ontbrekende, te late of onjuiste aangifte een voorlopige aanslag te laag is vastgesteld en later een hogere aanslag wordt opgelegd. In zekere zin compenseert de belastingrente de Belastingdienst voor het te laat ontvangen van verschuldigde belasting.
De hoogte van de belastingrente wordt geregeld door het Besluit belasting- en invorderingsrente (Bbi). Vanaf 2024 is de grondslag voor het rentepercentage gebaseerd op de rente van de ECB-herfinancieringstransacties met een opslag van 5,5% voor de belastingrente op vennootschapsbelasting en 3% voor de overige belastingen.
De eerdere regeling baseerde het percentage op de wettelijke rente voor niet-handelstransacties, die gekoppeld was aan de ECB-basisfinancieringsrente plus een opslag.
De tabel hierna toont de oorspronkelijke belastingrentepercentages voor de vennootschapsbelasting en voor ‘overige belastingen’ vanaf 1 oktober 2020.
| Periode | Vennootschapsbelasting | Overige belastingen |
| Vanaf 1 januari 2026 | 7,5 | 5 |
| 1 januari 2025 t/m 31 december 2025 | 9 | 6,5 |
| 1 januari 2024 t/m 31 december 2024 | 10 | 7,5 |
| 1 juli 2023 t/m 31 december 2023 | 8 | 6 |
| 1 januari 2022 t/m 30 juni 2023 | 8 | 4 |
| 1 oktober 2020 t/m 31 december 2021 | 4 | 4 |
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting te hoog is, omdat het in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De Hoge Raad noemt het een “selectieve renteverhoging voor vennootschapsbelastingplichtigen” waarvoor redelijke rechtvaardigingsgronden ontbreken. In de ogen van de Hoge Raad is een lastenverzwaring doorgevoerd, waardoor extra hoge belastingrente zonder goede grond bij slechts één groep belastingplichtigen terecht komt. Dit oordeel houdt in dat bedrijven die vennootschapsbelasting betalen niet zwaarder belast mogen worden met belastingrente dan bijvoorbeeld particulieren die inkomstenbelasting betalen.
De Hoge Raad heeft daarom beslist om het belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting gelijk te stellen aan het percentage dat geldt voor andere belastingen, waaronder de inkomstenbelasting. Dit lagere percentage is gebaseerd op de herfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank (ECB) plus een opslag, die sinds 2024 voor ‘overige belastingen’ 3% bedraagt.
Met deze uitspraak bevestigt de Hoge Raad dat de belastingrente voor de volgende belastingen en perioden te hoog is vastgesteld:
Hoewel deze procedure ging over belastingrente bij de vennootschapsbelasting, heeft de Hoge Raad ‘ten overvloede’ bevestigd dat het belastingrentepercentage voor de inkomstenbelasting en overige belastingen rechtmatig is en niet wordt verlaagd. Vanwege het maatschappelijke belang en de impact heeft de Hoge Raad die onzekerheid in dit arrest weggenomen.
Voor bedrijven die vennootschapsbelasting betalen, geldt dat de belastingrente voortaan wordt berekend tegen het lagere percentage dat ook voor andere belastingen geldt.
Voor bedrijven die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de belastingrente in aanslagen vennootschapsbelasting, zal de Belastingdienst deze rente binnen zes maanden na de collectieve uitspraak op bezwaar verlagen. De collectieve uitspraak op bezwaar voor vennootschapsbelasting is op 25 februari 2026 gedaan. In die uitspraak is aangegeven dat voor alle aanslagen met belastingrente die meededen in de massaalbezwaarprocedure, een vermindering wordt gestuurd met een aangepast bedrag aan belastingrente. Bedrijven die meededen in de massaalbezwaarprocedure krijgen geen individuele uitspraken op bezwaar.
Voor aanslagen met een onjuist percentage tot en met 16 januari 2026 moest binnen zes weken na dagtekening bezwaar zijn gemaakt om van de verlaging te kunnen profiteren. Voor aanslagen met een onjuist belastingrentepercentage met een datum na 16 januari 2026, zal de Belastingdienst de rente automatisch corrigeren.
De Belastingdienst heeft ook een collectieve uitspraak op bezwaar gedaan voor de massaalbezwaarprocedure voor belastingrente bij ‘overige belastingen’. Omdat de Hoge Raad het rentepercentage voor de ‘overige belastingen’ redelijk acht, worden die bezwaren afgewezen. Het is niet mogelijk om tegen deze uitspraak op bezwaar in beroep te gaan.
Naar aanleiding van de procedure en de afronding van de massaalbezwaarprocedures kunnen bedrijven de volgende stappen overwegen:
De uitspraak van de Hoge Raad over het te hoge belastingrentepercentage op de vennootschapsbelasting heeft mogelijk ook gevolgen voor de jaarrekening. In het algemeen geldt dat belastingrente een onderdeel is van de rentelasten en daarmee de winst-en-verliesrekening beïnvloedt.
Omdat het arrest leidt tot een verlaging van het belastingrentepercentage, kan dit betekenen dat eerder in de jaarrekening opgenomen belastingrentevoorzieningen of -lasten moeten worden bijgesteld. Mocht een bedrijf eerder te veel belastingrente hebben geraamd, dan kan er sprake zijn van een correctie in het lopende of een volgend boekjaar om deze last te verlagen. Ook kan onder omstandigheden een adequate toelichting in de jaarrekening vereist zijn, om inzicht te geven in de impact van de uitspraak op de financiële positie van het bedrijf.
Daarnaast kan in sommige gevallen te betalen belastingrente worden verminderd of teruggevorderd, wat kan leiden tot een positief resultaat- of liquiditeitseffect.
De uitspraak van de Hoge Raad van 16 januari 2026 zorgt voor een gelijker speelveld door het belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting gelijk te trekken met andere belastingen. Dit is een belangrijke uitspraak voor vennootschapsbelastingplichtigen die eerder geconfronteerd werden met een te hoog belastingrentepercentage. Door tijdig bezwaar te maken en collectieve uitspraken te volgen, kunnen belastingplichtigen voorkomen dat zij onterecht hoge belastingrente betalen en hun rechten optimaal beschermen.
Voor meer gedetailleerde en actuele informatie verdient het aanbeveling de ontwikkelingen te volgen en geïnformeerd te blijven, via een adviseur of op meer directe wijze via de communicatiekanalen van de Belastingdienst.