Voor deze whitepaper analyseerde PwC de verstoring van acht grondstoffen en halffabricaten die sterk afhankelijk zijn van de Golfstaten: helium, aluminium, kunstmeststoffen, methanol, glycol, synthetische diamanten, zwavel en grafiet.
De analyse laat zien dat de impact veel verder reikt dan de energiesector alleen. Tekorten werken door in hightechproductie, gezondheidszorg, bouw, chemie en landbouw. Daarmee wordt duidelijk hoe afhankelijk veel economische activiteiten zijn van grondstoffenstromen die voorheen als vanzelfsprekend werden beschouwd.
Helium is een goed voorbeeld van hoe een relatief nicheproduct kan uitgroeien tot een systeemrisico. Tussen een kwart en een derde van de wereldwijde heliumexport is afkomstig uit Qatar. Daardoor is de beschikbaarheid van dit essentiële industriële gas sterk afhankelijk van onbelemmerde doorgang door de Straat van Hormuz.
Barbara Baarsma, hoofdeconoom bij PwC, ziet directe gevolgen voor de Nederlandse hightechsector. ‘Producenten van halfgeleiderapparatuur en precisietechnologie zijn afhankelijk van hoogzuiver helium voor processen waarvoor op grote schaal nauwelijks alternatieven bestaan. Tekorten kunnen leiden tot productieverstoringen, vertraagde leveringen en hogere kosten.’
Ook de zorgsector is kwetsbaar. Helium is essentieel voor het koelen van MRI-scanners. Verstoringen in de aanvoer kunnen daardoor de diagnostische capaciteit beperken en wachttijden in de zorg vergroten.
Aluminium is een tweede voorbeeld dat laat zien hoe verstoringen in toeleveringsketens doorwerken in een open economie. Ongeveer een kwart van het wereldwijd verhandelde aluminium heeft een link met producenten in de Golfstaten. Wanneer het aanbod schaarser wordt, lopen prijzen snel op.
Voor Nederland heeft dat gevolgen voor onder meer de bouw, de verpakkingsindustrie en voor producenten van auto-onderdelen.
Baarsma: ‘Nederlandse bedrijven worden geconfronteerd met hogere kosten voor grondstoffen en halffabricaten, terwijl internationaal opererende producenten en handelaren merken dat hun marges onder druk komen te staan en dat hun leveringen minder betrouwbaar worden. Omdat Nederland een belangrijke schakel is in Europese waardeketens, werken deze effecten ook door in andere landen.’
Volgens Stuti Sethi, director bij Strategy&, spelen vergelijkbare mechanismen bij kunstmeststoffen en chemische grondstoffen zoals methanol en glycol.
‘Verstoringen leiden tot hogere productiekosten en kunnen ertoe leiden dat boeren minder kunstmest gebruiken. Dat heeft directe gevolgen voor een van de belangrijkste exportsectoren van Nederland. Daarnaast verwachten we dat hogere kosten uiteindelijk doorwerken in voedselprijzen en invloed hebben op het koopgedrag van consumenten.’
Voor bedrijven zijn de gevolgen concreet. Grondstoffen die voorheen als operationele inkoopcategorie werden beschouwd, vragen steeds vaker om strategische aandacht.
Dat betekent onder meer het aanleggen van buffervoorraden, het spreiden van leveranciers, investeren in recycling en het onderzoeken van alternatieve materialen. Ook vraagt het om een herbeoordeling van de positie binnen wereldwijde waardeketens.
Afhankelijkheid van één regio of transportroute is niet langer een tijdelijk risico, maar een structurele kwetsbaarheid. Organisaties die hun toeleveringsketens tijdig aanpassen en veerkracht inbouwen, zijn beter in staat hun marges te beschermen en concurrentievoordeel te behouden.