Volgens Baarsma en Doerga is het logisch dat Nederland veel transport- en logistieke diensten aan België levert. Dat heeft te maken met de geografische ligging. Een minder logische reden is het verbod op nachtwerk in België, waardoor een deel van de opslag en distributie zich naar Nederland verplaatst. 'Omdat het vaak gaat om grote logistieke centra die veel ruimte innemen en waarvan in macro-economische termen de toegevoegde waarde laag is, is het beslag op schaarse productiefactoren in Nederland relatief groot,' aldus Baarsma.
Dat past volgens Baarsma niet bij een economische agenda die koerst richting activiteiten met een hoge toegevoegde waarde. De plannen van kabinet Jetten op het gebied van ruimtelijke ordening, stikstofbeleid en arbeidsmigratie maken het uitbreiden van traditionele logistiek – grote hallen en veel laagbetaalde arbeid – minder vanzelfsprekend. 'Bedrijven die afhankelijk zijn van veel vierkante meters en lage lonen worden daardoor kwetsbaarder.'
Het Nederlandse grensgebied is aantrekkelijk voor Belgische bedrijven vanwege de strategische ligging van de grensregio's, de ruimte voor XXL-warehousing en de hoogwaardige infrastructuur. Een andere factor is de soepeler arbeidstijdenwetgeving in Nederland: in België geldt een verbod op 24-uursdiensten terwijl die in Nederland wel gangbaar zijn. Baarsma: 'Zo ontstaat een situatie waarin Nederlandse arbeid, ruimte en infrastructuur steeds meer worden ingezet voor logistieke activiteiten die voortkomen uit Belgische regelgeving. Dat is niet per se onwenselijk, maar wel relevant in een tijd waarin Nederland schaarse productiefactoren wil herverdelen naar activiteiten met hogere waardecreatie.' Wat betreft het verbod op nachtwerk in België, verandert de situatie vanwege een Belgisch wetsvoorstel dat de strenge regels voor nachtwerk versoepelt. Daardoor is uitwijken naar Nederland dus minder noodzakelijk voor Belgisch transport en opslag. Baarsma: 'Dat komt niet slecht uit wanneer je streeft naar een andere invulling van de economische activiteit in de grensregio's.'
Winand Doerga denkt dat zijn sector moet veranderen, een mening die hij eerder (ook samen met Baarsma) onderbouwde in de publicatie Can the transportation and storage industry adapt for the future of the Dutch economy? 'Nederland blijft een belangrijk logistiek knooppunt, maar de sector moet innoveren en zichzelf heruitvinden. De toekomst ligt niet in vierkante meters en de inzet van arbeidsmigranten. Bedrijven zullen moeten investeren in AI, robotisering en digitalisering om hun productiviteit te verhogen en verder te vergroenen om te voldoen aan uitstofnormen, of het nu gaat om stikstof of CO2. Ik kan me goed voorstellen dat bedrijven gaan inzetten op een breder aanbod, bijvoorbeeld door regiediensten voor ingewikkelde toeleveringsketens te leveren. Bedrijven die daar nu op inzetten, zijn de winnaars van morgen.'
Hoofdeconoom, PwC Netherlands
Barbara is hoofdeconoom van PwC Nederland en geeft in deze rol leiding aan het economisch bureau van PwC. Sinds 2009 is zij hoogleraar Toegepaste Economie aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast vervult zij verschillende maatschappelijke nevenfuncties.
Director, PwC Netherlands
Winand Doerga is director en leidt de Transport- en Logisitiek-praktijk van PwC.