Bij de koploperfondsen die per 1 januari 2026 zijn ingevaren, zien we dat er nog beperkte stappen zijn gezet op het gebied van risicomanagement. Deze fondsen opereren nu in een omgeving waarin beleid, processen en systemen ingrijpend zijn veranderd, terwijl de risicobeheersing nog is ingericht op het oude stelsel.
Onze overtuiging: risicomanagement is geen vervolgfase van de transitie. Het is een integraal onderdeel ervan. Vanaf het moment dat beleid, processen en systemen worden aangepast aan de Wet Toekomst Pensioenen, moet het risicomanagement tegelijkertijd mee veranderen. Wie dat niet doet, opereert blind in een nieuwe wereld.
Het tegenargument kennen we: ‘We moeten eerst invaren en de operatie stabiliseren. Risicomanagement komt daarna. Je kunt niet alles tegelijk.’ Begrijpelijk. En gevaarlijk.
Op het moment dat een fonds invaart, verandert vrijwel alles tegelijkertijd. De beleggingsportefeuille krijgt lifecycle-elementen en cohorten. Rapportagevereisten verschuiven van collectief naar individueel. De solidariteitsreserve introduceert dynamieken die er voorheen niet waren. De governance wordt heringericht met nieuwe rollen en verantwoordelijkheden.
Al deze veranderingen genereren risico's die niet in de huidige risicotaxonomie staan. Het dekkingsgraadrisico verdwijnt. Daarvoor in de plaats komen risico's rondom de vulling van de solidariteitsreserve, cohortspecifieke beleggingsresultaten, individuele deelnemersinformatie en een operationele complexiteit die fundamenteel anders is dan voorheen.
Wanneer een fonds maanden wacht met het aanpassen van het risicomanagement, zijn het precies deze risico's die onzichtbaar blijven. Onzichtbare risico's worden niet beheerst. Onbeheerste risico's manifesteren zich.
De gevolgen zijn niet theoretisch: besluitvorming op onvolledige managementinformatie, beheersmaatregelen die zijn ontworpen voor een werkelijkheid die niet meer bestaat, en in het slechtste geval financiële claims of reputatieschade die voorkomen hadden kunnen worden.
Na een decennium aan risicomanagementtrajecten bij pensioenfondsen zien we een patroon dat ons niet optimistisch stemt over hoe de sector dit oppakt.
Het probleem is niet dat fondsen niet weten wát er moet veranderen. Bestuurders en sleutelfunctiehouders begrijpen dat de risicotaxonomie moet worden aangepast, dat risk assessments opnieuw moeten worden uitgevoerd, dat beheersmaatregelen moeten worden getest. Die kennis is er. Het probleem zit dieper — in drie structurele zwaktes die onder de WTP harder zullen aantikken dan ooit.
Deze drie zwaktes worden versterkt door een bredere realiteit: de omgeving van pensioenfondsen is niet stabiel en zal dat niet meer worden.
Geopolitieke spanningen vergroten de marktvolatiliteit. ESG-risico's worden concreter en dwingender. DORA stelt nieuwe eisen aan IT- en cyberweerbaarheid. Op elk van deze dossiers worden continu nieuwe risico's geïdentificeerd. En met de aanstaande consolidatieslag groeien fondsen in omvang en complexiteit,terwijl de beheersing niet evenredig meeschaalt.
De WTP voegt daar de meest fundamentele verschuiving aan toe: van collectief naar individueel. Risico's moeten niet langer alleen op fondsniveau worden begrepen, maar op het niveau van deelnemers en cohorten. Stresstesten moeten het effect op de solidariteitsreserve laten zien. Verschillen in verwacht rendement tussen cohorten moeten inzichtelijk zijn en de risicohouding moet verankerd zijn in de gehele keten.
Wie dit reactief blijft benaderen, loopt structureel achter de feiten aan.
Dit zijn geen theoretische scenario's. Dit zijn risico's die wij nu zien bij fondsen die hun risicomanagement niet tijdig aanpassen:
De pensioentransitie is de grootste stelselwijziging in decennia. De energie die het invaren vraagt, is enorm, en terecht. Maar de aanname dat risicomanagement kan wachten, creëert precies het type risico dat risicomanagement zou moeten voorkomen: het risico dat zich opbouwt terwijl alle aandacht ergens anders zit.
De fondsen die dit goed gaan doen, onderscheiden zich niet door het beste beleid op papier. Ze onderscheiden zich door drie dingen:
De vraag voor elk pensioenfondsbestuur is niet óf het risicomanagement moet worden aangepast. Die vraag is beantwoord. De vraag is of u het nu doet. Of dat u straks ontdekt wat u eerder had moeten zien.
En tegen die tijd is het geen risicomanagement meer. Dan is het crisismanagement.