Het risico dat niemand agendeert

Risicomanagement na de pensioentransitie is geen fase 2

Risicomanagement na de pensioentransitie is geen fase 2
  • 18 jun 2026

Er is een ongemakkelijke waarheid over de pensioentransitie. Een waarheid die in geen enkel invaarplan staat en in geen enkele stuurgroepvergadering wordt besproken, maar die elke dag concreter wordt. De meeste pensioenfondsen behandelen risicomanagement als nazorg. Eerst invaren, vervolgens stabiliseren. Dan het risicomanagement aanpassen. Het klinkt logisch. Het is ook precies de aanpak die de grootste risico's creëert.

Bij de koploperfondsen die per 1 januari 2026 zijn ingevaren, zien we dat er nog beperkte stappen zijn gezet op het gebied van risicomanagement. Deze fondsen opereren nu in een omgeving waarin beleid, processen en systemen ingrijpend zijn veranderd, terwijl de risicobeheersing nog is ingericht op het oude stelsel.

Onze overtuiging: risicomanagement is geen vervolgfase van de transitie. Het is een integraal onderdeel ervan. Vanaf het moment dat beleid, processen en systemen worden aangepast aan de Wet Toekomst Pensioenen, moet het risicomanagement tegelijkertijd mee veranderen. Wie dat niet doet, opereert blind in een nieuwe wereld.

Risico's wachten niet op jouw planning

Het tegenargument kennen we: ‘We moeten eerst invaren en de operatie stabiliseren. Risicomanagement komt daarna. Je kunt niet alles tegelijk.’ Begrijpelijk. En gevaarlijk.

Op het moment dat een fonds invaart, verandert vrijwel alles tegelijkertijd. De beleggingsportefeuille krijgt lifecycle-elementen en cohorten. Rapportagevereisten verschuiven van collectief naar individueel. De solidariteitsreserve introduceert dynamieken die er voorheen niet waren. De governance wordt heringericht met nieuwe rollen en verantwoordelijkheden.

Al deze veranderingen genereren risico's die niet in de huidige risicotaxonomie staan. Het dekkingsgraadrisico verdwijnt. Daarvoor in de plaats komen risico's rondom de vulling van de solidariteitsreserve, cohortspecifieke beleggingsresultaten, individuele deelnemersinformatie en een operationele complexiteit die fundamenteel anders is dan voorheen.

Wanneer een fonds maanden wacht met het aanpassen van het risicomanagement, zijn het precies deze risico's die onzichtbaar blijven. Onzichtbare risico's worden niet beheerst. Onbeheerste risico's manifesteren zich.

De gevolgen zijn niet theoretisch: besluitvorming op onvolledige managementinformatie, beheersmaatregelen die zijn ontworpen voor een werkelijkheid die niet meer bestaat, en in het slechtste geval financiële claims of reputatieschade die voorkomen hadden kunnen worden.

Drie structurele zwaktes die de transitie blootlegt

Na een decennium aan risicomanagementtrajecten bij pensioenfondsen zien we een patroon dat ons niet optimistisch stemt over hoe de sector dit oppakt.

Het probleem is niet dat fondsen niet weten wát er moet veranderen. Bestuurders en sleutelfunctiehouders begrijpen dat de risicotaxonomie moet worden aangepast, dat risk assessments opnieuw moeten worden uitgevoerd, dat beheersmaatregelen moeten worden getest. Die kennis is er. Het probleem zit dieper — in drie structurele zwaktes die onder de WTP harder zullen aantikken dan ooit.

  1. Het gat tussen beleid en praktijk
    Risicomanagementbeleid bijwerken op papier is een relatief eenvoudige stap. De meeste fondsen zetten die stap ook. Maar de echte test komt daarna: gaat de organisatie ook daadwerkelijk anders werken met toenemende nadruk binnen het risicomanagement op nieuwe informatie, inzicht in cohorten en toenemende eisen van interne/externe stakeholders?

    In de praktijk zien we dat dit vastloopt. Beleidsvoorstellen worden opgesteld vanuit vertrouwde patronen. Risico-opinies weerspiegelen de oude werkelijkheid. Het beleid zegt A, de organisatie doet B. Niet uit onwil,maar omdat niemand de vertaling van papier naar praktijk expliciet heeft georganiseerd.
  2. Verandervermogen dat er niet is
    Pensioenfondsen zijn ingericht voor stabiele uitvoering binnen een vaststaand kader. Dat was jarenlang een kracht. Onder de WTP wordt het een kwetsbaarheid.

    De transitie vraagt het vermogen om processen, systemen, governance en cultuur tegelijkertijd aan te passen. Dat verandervermogen,de mensen, de structuren, de ervaring om complexe veranderingen te managen, is bij de meeste fondsen beperkt aanwezig. En het wordt zelden geadresseerd, omdat alle aandacht uitgaat naar de inhoud van de transitie, niet naar het vermogen om die transitie organisatorisch te absorberen. De pensioenfondsen die al zijn ingevaren ervaren bovenstaande momenteel, bijvoorbeeld bij het inregelen van sturen op de Solidaire Premieregeling (SPR) in de nieuwe situatie.
  3. Risicocultuur als bijzaak
    Risicocultuur en gedrag worden in veel bestuurskamers gezien als de softe kant van risicomanagement. Iets dat je erbij doet, naast de harde processen en systemen.

    Die misvatting wordt onder de WTP kostbaar. Cultuur bepaalt of risicosignalen worden opgepakt of genegeerd, of risico-opinies invloed hebben op besluitvorming, of er ruimte is om slecht nieuws te brengen. Zonder serieuze, continue aandacht voor risicocultuur is elke beleidsaanpassing een papieren exercitie. En papier vangt geen risico's, terwijl onder de WTP risico’s veel zichtbaarder worden als er herstel plaats moet vinden. Zo kan het voor komen dat er een operationeel incident plaatsvindt bij een van de uitvoerders en zal er inzichtelijk gemaakt moeten worden wie er verantwoordelijk is en hoe er met de financiële schade wordt omgegaan. Wanneer de (in geringe omvang) operationele reserve gebruikt moet worden zal de financiële impact direct zichtbaar zijn.

Een omgeving die niet meer wacht

Deze drie zwaktes worden versterkt door een bredere realiteit: de omgeving van pensioenfondsen is niet stabiel en zal dat niet meer worden.

Geopolitieke spanningen vergroten de marktvolatiliteit. ESG-risico's worden concreter en dwingender. DORA stelt nieuwe eisen aan IT- en cyberweerbaarheid. Op elk van deze dossiers worden continu nieuwe risico's geïdentificeerd. En met de aanstaande consolidatieslag groeien fondsen in omvang en complexiteit,terwijl de beheersing niet evenredig meeschaalt.

De WTP voegt daar de meest fundamentele verschuiving aan toe: van collectief naar individueel. Risico's moeten niet langer alleen op fondsniveau worden begrepen, maar op het niveau van deelnemers en cohorten. Stresstesten moeten het effect op de solidariteitsreserve laten zien. Verschillen in verwacht rendement tussen cohorten moeten inzichtelijk zijn en de risicohouding moet verankerd zijn in de gehele keten.

Wie dit reactief blijft benaderen, loopt structureel achter de feiten aan.

Vijf risico's die nu al spelen

Dit zijn geen theoretische scenario's. Dit zijn risico's die wij nu zien bij fondsen die hun risicomanagement niet tijdig aanpassen:

  1. Blinde vlekken op cohortniveau. De regeling is individueel geworden, de risicomonitoring is nog collectief. Het effect van marktbewegingen op specifieke cohorten blijft onzichtbaar, totdat bijsturen niet meer kan.
  2. Governance die op papier klopt maar in de praktijk hapert. Nieuwe rollen en gremia zijn ingericht, maar de aansluiting is niet getest op de nieuwe realiteit. Taken vallen tussen wal en schip, niet omdat ze niet zijn belegd, maar omdat de belegging niet past bij hoe het fonds nu werkt.
  3. Besluiten op de verkeerde informatie. Managementinformatie die is ontworpen voor het nFTK biedt onvoldoende zicht op WTP-specifieke risico's. Het gevolg: besluiten die logisch lijken maar een onvolledig beeld weerspiegelen.
  4. Ketenregie zonder grip. De uitvoeringsketen is complex en wordt complexer. Taken en verantwoordelijkheden moeten niet alleen in Service Level Agreements (SLA's) staan, maar ook in de praktijk functioneren. Dat tweede deel wordt zelden getoetst vóór het moment dat het misgaat.
  5. ESG en klimaat zonder kader. Toezichthouders en deelnemers vragen om inzicht in klimaatrisico's en hun impact op pensioenresultaten. Zonder actueel risicomanagementbeleid ontbreekt het kader om hierop te sturen.

De keuze die voorligt

De pensioentransitie is de grootste stelselwijziging in decennia. De energie die het invaren vraagt, is enorm, en terecht. Maar de aanname dat risicomanagement kan wachten, creëert precies het type risico dat risicomanagement zou moeten voorkomen: het risico dat zich opbouwt terwijl alle aandacht ergens anders zit.

De fondsen die dit goed gaan doen, onderscheiden zich niet door het beste beleid op papier. Ze onderscheiden zich door drie dingen:

  • Ze begrijpen dat risicomanagement geen document is, maar een discipline.
  • Ze investeren niet alleen in beleid, maar in het vermogen om dat beleid te leven.
  • Ze passen hun risicobeheersing aan terwijl de transitie plaatsvindt, niet erna.

De vraag voor elk pensioenfondsbestuur is niet óf het risicomanagement moet worden aangepast. Die vraag is beantwoord. De vraag is of u het nu doet. Of dat u straks ontdekt wat u eerder had moeten zien.

En tegen die tijd is het geen risicomanagement meer. Dan is het crisismanagement.  

Heb je vragen? Neem gerust contact op met:

Stijn Swaans
Stijn Swaans

Senior Manager, PwC Netherlands

Joost Coremans
Joost Coremans

Senior Manager, PwC Netherlands

Nieuwsbrief

Meld je aan voor de PwC Update

Volg ons