Invoering VPB-plicht voor omgekeerde hybride entiteiten

21/09/21

De invoering van deze belastingplichtmaatregel vloeit voort uit de EU Anti Tax Avoidance Directive (ATAD2). Deze richtlijn schrijft voor dat de lidstaten een subjectieve belastingplicht moeten invoeren voor bepaalde fiscaal transparante samenwerkingsverbanden. De maatregel beoogt hybride mismatches die het gevolg zijn van een verschil in kwalificatie van samenwerkingsverbanden (zoals besloten CV’s in CV-BV-structuren) verder te voorkomen. 

De nu voorgestelde maatregel geldt voor de vennootschapsbelasting, dividendbelasting, conditionele bronbelasting, inkomstenbelasting (buitenlandse belastingplicht) en de AWR. Beleggingsfondsen die in effecten beleggen zijn echter uitgezonderd van de maatregel. De datum van inwerkingtreding van de voorgestelde maatregel is 1 januari 2022. Er geldt geen overgangsrecht.

Wat betekent dit voor uw organisatie?

Komen in de structuur van uw organisatie of onderneming samenwerkingsverbanden of andere (mogelijk naar buitenlands recht opgerichte) entiteiten voor die in Nederland fiscaal transparant zijn, dan kan het wetsvoorstel tot gevolg hebben dat deze samenwerkingsverbanden of entiteiten in Nederland binnenlands belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting worden. Hiervan is sprake wanneer het samenwerkingsverband of de entiteit een participant heeft met een belang van ten minste 50 procent, terwijl de participant gevestigd (of woonachtig) is in een land dat het samenwerkingsverband of de entiteit als niet-transparant kwalificeert. Een dergelijke participant kan zowel een lichaam als een natuurlijk persoon zijn. 

Indien een samenwerkingsverband of entiteit als gevolg van de voorgestelde maatregel belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting wordt, zal het samenwerkingsverband of de entiteit voortaan zelfstandig haar winst moeten berekenen en daarvan aangifte moeten doen voor de vennootschapsbelasting. Daarnaast kan sprake zijn van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting of de conditionele bronbelasting op interest en royalty’s. Tot slot kan een participant in Nederland buitenlands belastingplichtig worden voor de vennootschaps- of inkomstenbelasting.

Achtergrond van de voorgestelde maatregel

Onder omstandigheden kunnen bepaalde Nederlandse rechtsvormen (zoals de besloten CV) of bepaalde buitenlandse rechtsvormen (zoals de Limited Liability Partnership) voor Nederlandse doeleinden worden gekwalificeerd als fiscaal transparante entiteiten. Het gevolg daarvan is, dat deze rechtsvormen niet zelfstandig belastingplichtig (voor de vennootschapsbelasting) of inhoudingsplichtig (voor de dividendbelasting of de conditionele bronbelasting op interest of royalty’s) zijn. In plaats daarvan worden het vermogen en de winst rechtstreeks toegerekend aan de achterliggende participanten. Wanneer deze participanten in Nederland gevestigd (of woonachtig) zijn, wordt de winst bij hen belast. Zijn de participanten echter in het buitenland gevestigd (of woonachtig) en beschouwt het desbetreffende land de rechtsvorm als niet-transparant, dan bestaat het risico dat de winst onbelast blijft. Vanwege de fiscale transparantie gaat Nederland ervan uit dat het andere land de winst belast bij de participant. Het land waar de participant gevestigd (of woonachtig) is, gaat er echter vanuit dat Nederland de winst bij de entiteit belast terwijl dat in feite niet gebeurt. Het effect is dat de winst van een dergelijke - omgekeerde hybride - entiteit (‘reverse hybrid’) internationaal bezien onbelast blijft. 

Om dit effect te voorkomen, introduceert het wetsvoorstel een subjectieve belastingplicht voor de vennootschapsbelasting voor Nederlandse samenwerkingsverbanden en naar buitenlands recht opgerichte (of ingestelde) entiteiten die kwalificeren als een omgekeerde hybride entiteit (‘reverse hybrid’).

Volg ons