Zelfstandigenwet: gewijzigd toetsingskader

pwc-gx-team-tablet-hopes-and-fears-1600x900-aigenerated.jpg
  • 19/10/26

Op 1 oktober 2026 is het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een tweede consultatie gestart over de Zelfstandigenwet. De Zelfstandigenwet is gebaseerd op een initiatiefvoorstel vanuit de Tweede Kamer dat het kabinet verder uitwerkt, maar is nog niet definitief. Het wetsvoorstel heeft drie doelen: duidelijkheid bieden over wanneer als zelfstandige kan worden gewerkt, het voorkomen van schijnzelfstandigheid en het wettelijk erkennen van het werken als zelfstandige.

 

Het voorstel omvat een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets, ieder gekoppeld aan een aantal criteria. Alleen wanneer aan alle criteria is voldaan, biedt het kader zekerheid dat geen arbeidsovereenkomst bestaat. Is dat niet het geval, dan betekent dit niet automatisch dat er wél een arbeidsovereenkomst is. De situatie kan dan nog steeds op de huidige manier op basis van de holistische weging conform Deliveroo en Uber worden beoordeeld.

Toetsingskader van negen naar zeven criteria

Ten opzichte van de uitwerking die het kabinet op 10 september 2026 presenteerde, is het toetsingskader op meerdere punten aangepast. Het aantal criteria is teruggebracht van negen naar zeven. De afzonderlijke criteria voor arbeidsongeschiktheid en voorziening voor inkomensverlies zijn samengevoegd tot één voorzieningscriterium. Daarnaast zijn de criteria ‘deugdelijke administratie’,  ‘presenteren als zelfstandig ondernemer’ en ‘werken voor eigen rekening en risico’ opgegaan in een set basisvoorwaarden voor zelfstandig ondernemerschap. Nieuw is het criterium dat de werkende ten minste drie opdrachtgevers in een periode tot en met vorig kalenderjaar moet hebben. Verder maakt het ontbreken van hiërarchische controle geen afzonderlijk onderdeel meer uit van de werkrelatietoets.

Zelfstandigentoets

De zelfstandigentoets bestaat uit drie criteria om te bepalen of een werkende voor de Zelfstandigenwet als zelfstandige geldt. De toets kijkt naar de persoon van de werkende en hoe die zich in het economisch verkeer gedraagt; de feitelijke verhouding tussen de werkende en een specifieke opdrachtgever blijft daarbij buiten beschouwing.

Volgens het aangepaste voorstel moet de werkende aan de volgende drie criteria voldoen:

  • De werkende heeft in het lopende en vorige kalenderjaar in totaal ten minste drie opdrachtgevers of klanten gehad.
  • De werkende treft voorzieningen voor ondernemersrisico’s, waaraan ten minste een vaststaand nader te bepalen minimumbedrag wordt besteed.
  • De werkende voldoet aan bepaalde kenmerken die wijzen op het werken als zelfstandig ondernemer. Deze kenmerken worden bij algemene maatregel van bestuur bepaald. De regering denkt aan de volgende kenmerken:
    • De werkende staat als zelfstandig ondernemer ingeschreven in een handelsregister;
    • De werkende heeft een actief btw-identificatienummer;
    • De werkende heeft een zakelijke of afzonderlijke rekening voor zakelijk transacties;
    • De werkende factureert zelf (al dan niet door middel van uitbesteding) opdrachtgevers;
    • De werkende hanteert voor zijn opdrachtgevers een krediet of betalingstermijn;
    • De werkende verricht uit hoofde van het bedrijf betalingen aan derden, en kan worden aangesproken in geval van te late betaling.

Werkrelatietoets

Naast de zelfstandigentoets moet de werkende ook aan de werkrelatietoets voldoen om zekerheid te hebben over het werken als zelfstandige. De werkrelatietoets moet duidelijk maken of de arbeidsrelatie zo is ingericht dat er geen gezagsverhouding bestaat. De toets kijkt aan de hand van vier criteria naar de concrete opdracht en de manier waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd.

  • Partijen hebben de bedoeling dat de arbeid niet in dienst van een werkgever wordt verricht.
  • De werkende heeft de vrijheid het verrichten van de arbeid vorm te geven.
  • De werkende heeft vrijheid bij het bepalen van tijd en plaats van het werk.
  • De werkende werkt voor eigen rekening en risico.

Duidelijkheid

De vraag is of en in hoeverre de Zelfstandigenwet tot meer zekerheid zal leiden. Pas als aan alle drie criteria van de zelfstandigentoets én alle vier criteria van de werkrelatietoets is voldaan, biedt het voorgestelde kader duidelijkheid dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dat lijkt eenvoudig, maar is het niet. De genoemde criteria zijn open normen die heel genuanceerd moeten worden bezien. Het wetsvoorstel benoemt zelf al zo’n 35 elementen die daarbij allemaal positief moeten uitpakken. En die elementen zijn heel genuanceerd en ingewikkeld zoals de uitgebreide toelichting duidelijk maakt. De werkrelatietoets heeft veel overlap met de holistische weging.

Rechtszekerheid

Een ander belangrijk punt is dat de Zelfstandigenwet feitelijk geen rechtszekerheid biedt. Indien een overheidsinstantie het niet eens is met de onderliggende feiten, als deze gedurende de opdracht enigszins zijn gewijzigd of als zij een open norm anders invullen, kunnen opdrachtgever en zelfstandige geen rechten ontlenen aan de eerdere toetsing.

Vervolg

Het is dus zeer de vraag of de Zelfstandigenwet op deze manier aan de gestelde doelen zal voldoen. We zullen de verdere behandeling moeten afwachten.

Overigens blijft ook onder de Zelfstandigenwet de huidige holistische weging van belang. Als aan één of meer criteria niet wordt voldaan, betekent dit niet automatisch dat de werkende geen zelfstandige is. De arbeidsrelatie moet dan, net als nu, worden beoordeeld aan de hand van de criteria zoals die in het Deliveroo- en Uber-arrest zijn geformuleerd. Op een aantal punten kunnen daarbij elementen uit de Zelfstandigenwet worden meegenomen. Wij adviseren dan ook uw huidige inhuur situaties goed in beeld te brengen en te houden op basis van ontwikkelingen in regelgeving en jurisprudentie

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

Hoewel de voorgestelde Zelfstandigenwet nog kan wijzigen en volgens het aangekondigde tijdpad in 2027 door de Tweede en Eerste Kamer moet worden behandeld, is het verstandig om bestaande en nieuwe arbeidsrelaties nu al zorgvuldig te beoordelen en die beoordeling goed vast te leggen. Kijk daarbij niet alleen naar de contractuele afspraken, maar vooral naar de samenwerking in de praktijk. Het is essentieel dat de feitelijke uitvoering aansluit bij wat partijen zijn overeengekomen. Dat is nu al van belang en blijft ook onder de voorgestelde Zelfstandigenwet bepalend. Nu de Belastingdienst bovendien weer handhaaft op schijnzelfstandigheid, is het belangrijk om arbeidsrelaties regelmatig opnieuw te beoordelen. 

Verder is de beoogde invoeringsdatum 2028 en kent de Zelfstandigenwet geen overgangsrecht. Voor het criterium van minimaal drie opdrachtgevers of klanten kan de situatie van 2027 dus ook al van belang zijn.

Altijd op de hoogte

Meld u aan voor PwC Belastingnieuws

Maaike Damen
Maaike Damen

Partner, PwC Netherlands

Daniël Sternfeld
Daniël Sternfeld

Partner, PwC Netherlands

Henk van Keersop
Henk van Keersop

Senior Manager, PwC Netherlands

Volg ons