In het oorspronkelijke wetsvoorstel Werkelijk rendement box 3 gold als hoofdregel een vermogensaanwasbelasting, met de uitzondering van vermogenswinstbelasting alleen voor vastgoed en aandelen in startups en scale-ups. Vanaf 2028 geldt voor financiële instrumenten ook de vermogenswinstbelasting en reken je dus ook over aandelen, obligaties en opties pas af over de winst bij verkoop. Daarmee valt naar verwachting 90 procent van het vermogen met een waardeontwikkeling onder de vermogenswinstbelasting. Vanaf 2030 geldt de vermogenswinstbelasting voor alle bezittingen in box 3, zoals in het Coalitieakkoord was afgesproken.
Van de eerder genoemde verzachtingen komt alleen de faciliteit voor NSW-landgoederen in de novelle terug: vererving of schenking daarvan blijft onbelast. Over de andere verzachtingen zoals een achterwaartse verliesverrekening en een doorschuifregeling bij huwelijk en echtscheiding, zegt de brief niets.
Door de korte implementatieperiode kunnen banken in ieder geval voor het jaar 2028 geen gegevens van financiële instrumenten aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte voor de vermogenswinstbelasting. In het eerste jaar van de introductie van de brede vermogenswinstbelasting zal dus een groot beroep worden gedaan op het doenvermogen van belastingplichtigen en de uitvoeringscapaciteit van de Belastingdienst.
Volgens de begrotingsregels moet de budgettaire derving van de vermogenswinstbelasting gedekt zijn. Dat was eerder het struikelblok in de begrotingsonderhandelingen.
De dekking vindt het kabinet nu in de volgende maatregelen in box 2 en box 3:
Verhoging van het forfaitaire rendement voor overige bezittingen in box 3 met 1,5 procentpunt per 2027. Het forfait zal daarmee uitkomen op 7,87 procent in 2027.
Verlaging van het heffingsvrij vermogen in box 3 van 59.357 euro (2026) naar 30.846 euro per 2027. Dit was het niveau van het heffingsvrije vermogen uit 2020.
Verlaging van het heffingsvrij resultaat in 2028 van 1.800 euro in het originele wetsvoorstel naar 1.000 euro. Hierdoor zullen meer belastingplichtigen in box 3 vallen.
Verlaging van het hoge box 2 tarief van 31 procent naar 29,2 procent in de periode 2027-2030. Het kabinet hoopt door de tijdelijkheid van deze maatregel extra dividenduitdelingen in deze periode te stimuleren, wat (tijdelijk) tot hogere belastingopbrengsten zou moeten leiden. Ditzelfde effect trad op bij tijdelijke verlagingen van het box 2 tarief in 2007 en 2014.
Verlaging van het maximumbedrag voor excessief lenen (500.000 euro in 2026) vanaf 2027 in jaarlijkse stappen van 80.000 euro naar 100.000 euro (in 2031). Leningen voor de eigen woning blijven hierin vrijgesteld.
Een dag na de presentatie van de maatregelen kwam het plan al onder vuur tijdens de algemene financiële beschouwingen. De kritiek van de Tweede Kamer richt zich vooral tegen de verlaging van het heffingsvrij resultaat. Dit zou de rekening te veel bij de kleine spaarders neerleggen.
Uit een langjarig overzicht over de budgettaire effecten bleek bovendien dat de financiering voor de kabinetsperiode rond is, maar dat vanaf 2032 een groot dekkingsgat ontstaat. Dat dekkingsgat wordt vervolgens maar langzaam ingelopen. Het kabinet schuift een rekening van vele miljarden dus door naar volgende kabinetten.
Vanwege de zware kritiek kondigde het kabinet op dag twee van de algemene financiële beschouwingen aan het voorstel alweer aan te zullen passen. Minister Heinen deed de toezegging om met een nieuw voorstel te komen dat kleine spaarders ontziet. Hoe hij het gat in de begroting wil dichten, is nog niet duidelijk. Juist deze maatregel was de belangrijkste bron van dekking.
Met de huidige plannen van de novelle reken je vanaf 2028 ook voor aandelen, obligaties en opties niet af over de jaarlijkse waardestijging maar pas over de winst bij verkoop. Voor crypto’s en rekening in buitenlandse valuta geldt die regeling pas per 2030.
Hier staat wel tegenover: het huidige forfaitaire stelsel is in 2027 duurder voor veel belastingplichtigen, doordat het heffingsvrij vermogen bijna halveert en het forfait voor overige bezittingen stijgt.
Dga's kunnen daarnaast van 2027 tot en met 2030 gebruik maken van een tijdelijk verlaagd box 2-tarief, maar mogen ook veel minder lenen van hun eigen bv.
Het kabinet verzoekt de Tweede Kamer om de novelle te laten meelopen met de behandeling van het Belastingplan 2027. De novelle moet namelijk voor 31 december 2026 worden aangenomen, mede gelet op de aanpassingen in de systemen die de Belastingdienst en de ketenpartners moeten doen.
De novelle gaat vrijdag zonder alternatieve dekking naar de Raad van State voor spoedadvies. Minister Heinen zal uiterlijk op 12 oktober met nieuwe voorstellen komen om de kleine spaarders te ontzien. Of het pakket daarna op een Kamermeerderheid kan rekenen en ongeschonden door beide Kamers komt, is nog maar de vraag.
Tax partner en Family Business Leader, PwC Netherlands
Single Family Office Leader, PwC Netherlands
+31 (0)62 003 49 88
Tax partner Family Capital, PwC Netherlands
+31 (0)62 500 90 70