Regelgeving wordt van kracht voor fiscale jaren die beginnen op of na 1 januari 2028 (rapportage in 2029)
De CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) is een EU-richtlijn die de eisen voor duurzaamheidsrapportage uitbreidt. Naast EU-bedrijven vallen ook bepaalde niet-EU-ondernemingen met aanzienlijke activiteiten in de EU onder deze richtlijn. Zij moeten vanaf 2029 een niet-financieel rapport op groepsniveau opstellen. Het doel is om de transparantie over hun impact op mens en milieu te vergroten. Daarnaast moet de richtlijn zorgen voor een gelijk speelveld voor zowel EU-bedrijven als bedrijven met aanzienlijke activiteiten in de EU.
Deze drempels vervangen de eerdere drempels uit artikel 40a. Voorheen gold een EU-omzet van meer dan €150 miljoen en voor een EU-filiaal een omzet van meer dan €40 miljoen. Ook de toets waarbij een dochteronderneming een grote rechtspersoon of beursgenoteerde mkb-onderneming moest zijn, is vervallen. Daarvoor in de plaats geldt nu een omzetdrempel van €200 miljoen voor dochterondernemingen.
De niet-EU-moedermaatschappij moet een niet-financieel rapport op groepsniveau opstellen en hiervoor een beperkte assurance verklaring verkrijgen. De EU-dochteronderneming of het EU-filiaal is verantwoordelijk voor de publicatie en de toegankelijkheid van het rapport, in overeenstemming met de geldende wettelijke vereisten.
ESRS-40a heeft betrekking op de artikelen 40a–40d van de Accounting Directive, terwijl de ESRS betrekking heeft op de artikelen 19a en 29a. Er zijn praktische en inhoudelijke verschillen in de rapportagevereisten tussen deze richtlijnen voor EU- en niet-EU-bedrijven:
| Herziene ESRS (2026) voor EU-bedrijven | Concept - ESRS-40a niet-EU-bedrijven |
|---|---|
| 12 standaarden: 2 overkoepelend + 10 thematisch | 12 standaarden: 2 overkoepelend + 10 thematisch |
| Dubbele materialiteit – impact en financieel | Alleen impactmaterialiteit (conform de CSRD zijn daarmee risico's, kansen en veerkracht uitgesloten) |
| Reikwijdte van de openbaarmaking: wereldwijd: Geconsolideerde groep (ook een optie voor niet-EU-ondernemingen) | Reikwijdte van de openbaarmaking: wereldwijd of gemengde aanpak |
| Omvat de waardeketen | Omvat de waardeketen |
| Incorporatie door verwijzing | Toegestaan onder specifieke ESRS-40a-voorwaarden |
| Overgangsbepalingen, gefaseerde openbaarmakingen om rapportage te vergemakkelijken | Specifieke ESRS-40a-overgangs- en invoeringsbepalingen voorgesteld (vergelijkbaar met de ESRS) |
| Waardeketenplafond: Waardeketenplafond dat de duurzaamheidsinformatie beperkt die een onderneming mag opvragen bij beschermde ondernemingen in haar waardeketen (ondernemingen met minder dan 1.000 werknemers) (voor bepaalde toelichtingen). | Geen waardeketenplafond opgenomen |
| EU-taxonomie gerelateerde toelichtingen | Niet van toepassing, aangezien artikel 8 van de EU-taxonomie alleen van toepassing is op niet-EU-groepen als zij in de EU genoteerd zijn |
De concept-ESRS-40a standaard staat een entiteit toe om de impact van de volledige niet-EU-groep wereldwijd te rapporteren, of om een "gemengde aanpak" toe te passen. Onder deze optie moet klimaat (E1) altijd voor de volledige groep worden gerapporteerd, maar kan de entiteit de rapportage over andere onderwerpen beperken tot uitsluitend de "EU-gerelateerde impact", mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De aanpak kan op verschillende detailniveaus worden toegepast: per onderwerp, subonderwerp, of een specifieke groep impacts binnen een onderwerp of subonderwerp.
Volgens concept-ESRS-40a is sprake van EU-gerelateerde impact als deze voortkomt uit een of beide van de volgende situaties:
De gemengde aanpak is nog voorlopig en in ontwikkeling. Het is een van de kernonderwerpen waarover EFRAG expliciet feedback vraagt via zijn oproep tot input, en het definitieve ontwerp kan op basis van de consultatiereacties nog wijzigen voordat ESRS-40a wordt afgerond.
EU-dochterondernemingen of subgroepen hoeven mogelijk geen eigen CSRD-rapportage op te stellen als zij zijn opgenomen in het geconsolideerde bestuursverslag van de moedermaatschappij. Hiervoor moet het niet-EU-duurzaamheidsrapport zijn opgesteld volgens de ESRS (2026) of een ‘gelijkwaardige’ standaard, mits de vrijstelling is toegestaan op grond van de nationale omzetting door de betreffende EU-lidstaat. Deze vrijstelling kan niet worden toegepast als het niet-EU-duurzaamheidsrapport in plaats daarvan is opgesteld in overeenstemming met ESRS-40a.
Groepen die onder de reikwijdte vallen en verplichtingen hebben op zowel moederniveau (art. 40a) als EU-dochterniveau (art. 19a/29a), staan daarom voor een keuze: afzonderlijk rapporteren op elk niveau (een ESRS-40a-rapport voor de groep, plus volledige ESRS-rapporten voor elke EU-dochteronderneming die onder de reikwijdte valt), of één volledig ESRS-rapport op moederniveau opstellen, waardoor de betreffende EU-dochterondernemingen zich op de bovengenoemde vrijstelling kunnen beroepen (indien dit mogelijk is na de nationale implementatie van de CSRD).
Tot nu heeft de Europese Commissie geen gelijkwaardigheidsbesluiten genomen met betrekking tot standaarden van derde landen/niet-EU-standaarden.
Sancties voor niet-naleving door bedrijven en bestuurders zullen variëren binnen de EU, aangezien dit sterk afhankelijk is van de nationale implementatie van de CSRD. Deze kunnen leiden tot:
Ons team kan je ondersteunen met de gecombineerde expertise van ons wereldwijde netwerk op het gebied van juridische zaken, belastingen, rapportage en assurance.