Uit de heatmap blijkt dat zeventien van de 27 onderzochte landen sinds 2013 vooruitgang boeken. “Nederland daalt niet alleen door eigen achteruitgang op de internationale ranglijst, maar ook doordat andere landen sneller stijgen. Juist de landen waarmee Nederland direct concurreert lopen verder uit”, vertelt Barbara Baarsma, hoofdeconoom bij PwC. De economische kopgroep bestaat uit Zwitserland, Noorwegen, Luxemburg, Finland, Denemarken en Zweden. Daarna komt Nederland, gevolgd door – nieuw dit jaar – Ierland. De afstand van ons land tot de landen in de top 6 is sinds 2022 verder toegenomen en andere Europese landen, zoals Portugal, Polen, Slovenië en Estland, zijn in opmars.
De belangrijkste verklaring voor het oplopen van de Nederlandse achterstand zien we niet terug in indicatoren over loonkosten, talent of innovatie – daar scoort Nederland bovengemiddeld. Het zit vooral in indicatoren over de kwaliteit van instituties: bestuurlijke slagkracht, voorspelbaarheid van beleid en kwaliteit van regelgeving.” Er zijn ook landen die in 2025 een nog sterkere achteruitgang hebben doorgemaakt, onder andere België, Canada, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Baarsma licht toe: “De positie van Nederland lijkt met een zevende plaats misschien sterk, maar concurrentiekracht gaat niet over waar je vandaag staat, het gaat over of je sneller vooruitgaat dan je concurrenten.”
Veronique Roos-Emonds, voorzitter van de raad van bestuur van PwC Nederland, ziet in de resultaten van de Business Climate Heatmap ook een duidelijke opdracht voor bedrijven. “Juist in een wereld van schaarste en onzekerheid worden strategische keuzes en executie belangrijker. De Business Climate Heatmap laat zien waar de uitdagingen liggen, maar ook waar kansen ontstaan. Bedrijven die investeren in productiviteit, innovatie en weerbaarheid zijn beter gepositioneerd om ook in een veranderende omgeving succesvol te blijven. Niet de omstandigheden, maar het vermogen om je aan te passen zal steeds vaker bepalen wie vooroploopt.”
Nederland beschikt nog altijd over belangrijke sterke punten, waaronder een hoogopgeleide beroepsbevolking, sterke internationale verbindingen, een hoogwaardige digitale infrastructuur en een goed ontwikkeld financieel stelsel. Baarsma: “De boodschap van de Business Climate Heatmap is daarom tweeledig: Nederland beschikt nog altijd over sterke fundamenten, maar een goede uitgangspositie is geen garantie voor de toekomst. Als Nederland de structurele knelpunten niet oplost, worden onze traditionele sterke punten steeds minder waard.”
Opvallend is dat de grootste relatieve achteruitgang zich juist voordoet op terreinen waar Nederland historisch sterk was. In de categorie Infrastructuur en Fysieke ruimte daalde Nederland van de 9e plaats in 2013 naar de 15e plaats in 2025, onder meer door knelpunten rond de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen, te hoge stikstofuitstoot en de overvolle (energie)infrastructuur. Ook in de categorie Fysieke Veiligheid zakte Nederland in dezelfde periode van de eerste naar de vijfde plaats. “Zeven opeenvolgende jaren van institutionele achteruitgang vormen een trend die niet kan worden toegeschreven aan één regering, één specifieke crisis of een tijdelijke verstoring. Het wijst op structurele verzwakking van het vermogen van de overheid om de voorspelbaarheid, kwaliteit en uitvoeringskracht te bieden waarop bedrijven jarenlang konden rekenen. De economie herstelde van corona en de energiecrisis, maar het ondernemingsklimaat herstelde niet mee”, aldus Baarsma.
De heatmap laat op verschillende indicatoren ook vooruitgang zien, namelijk dat onze kennisbasis groeit, dat de opbrengsten van R&D toenemen en dat netto-inkomens stijgen. Deze verbeteringen leiden echter niet tot een beter ondernemingsklimaat, omdat zij worden opgeslokt door stijgende kosten, uitvoeringsproblematiek bij de overheid, een gebrek aan fysieke- en milieuruimte en een tekort aan groeikapitaal. “Er ontstaat een groeiende kloof tussen economische input en economische prestaties”, concludeert Baarsma. “En de uitdaging is niet dat we niet weten wat er moet gebeuren, maar dat we het te weinig voor elkaar krijgen. Namelijk het oplossen van de bekende knelpunten. Dit vraagt niet om nieuwe plannen, maar om keuzes en meer uitvoeringskracht.”