Aan het Hopes & Fears-onderzoek deden wereldwijd ongeveer bijna 50.000 werknemers mee, waarvan bijna 1.300 in Nederland.
Elieke Vastenhouw, workforce transformation-expert bij PwC, zegt dat dat de resultaten van het onderzoek duidelijk maken dat het belangrijk is dat werkgevers zich blijven inspannen om hun werknemers mee te nemen in de toepassing van AI. 'In vorige jaren zagen we vergelijkbare uitkomsten en deden we dezelfde oproep aan bedrijven: AI-adoptie gaat niet automatisch, maar is wel de sleutel tot succes. Investeer dus in de ontwikkeling van je mensen. Geef ze het vertrouwen om AI te gebruiken. Bied ze perspectief. Dit is een boodschap die nu echt moet gaan landen.'
54 procent van de ondervraagde werknemers heeft de afgelopen twaalf maanden AI gebruikt op het werk. Vorig jaar was dat nog 44 procent. Nederland blijft, ondanks die stap vooruit, achterliggen op het wereldwijde gemiddelde van 64 procent AI-gebruik in de afgelopen twaalf maanden.
Van die 54 procent in Nederland gebruikt ongeveer een vijfde (22 procent) generatieve AI-tools dagelijks. Het dagelijks gebruik van AI-agents ligt slechts op zeven procent. Vastenhouw: 'Dit laat opnieuw zien dat de mogelijkheden van AI nog niet volledig worden benut. Wat ik meestal zie is dat GenAI wordt gebruikt als manier om documenten samen te vatten, als tool om een mail op te stellen of notulen uit te werken. Agents worden vaak alleen nog ingezet voor specifieke processen, zoals recruitment. Organisaties die met AI-agents het dagelijkse werk, end-to-endprocessen en hun operationeel model fundamenteel anders en efficiënter inrichten, vormen nog een minderheid, al groeit die groep snel.'
Het onderzoek onderscheidt een kleine groep zelfverzekerde werknemers die dagelijks AI gebruiken en daar sterk van profiteren. Slechts zeven procent van de Nederlandse respondenten behoort tot deze groep van 'frontrunners', tegenover veertien procent wereldwijd. Daartegenover staat een veel grotere meerderheid van werknemers (68 procent in Nederland versus 56 procent wereldwijd) die weinig AI-voordeel ervaart en beperkte toegang heeft tot leren, ontwikkeling en innovatie.
Interessant om te zien is dat India het land is met de meeste AI-frontrunners, namelijk veertig procent. De meeste Europese landen die mee hebben gedaan met Hopes & Fears, liggen daar, net als Nederland, ver op achter. In de VS ligt het percentage van frontrunners op 21 procent.
Elieke Vastenhouw: 'Deze uitkomst laat zien dat een grote groep werknemers nog niet goed uit de voeten kan met AI. Dat is een urgent probleem, omdat veel bedrijven de ambitie hebben uitgesproken om, naast andere doelen, ook hun productiviteit met behulp van AI te verhogen. In ons recente rapport 'De demografische aardverschuiving' gaan we in op de noodzaak voor bedrijven om hun productiviteit te verhogen. Daarvoor zijn extra investeringen in bijscholing nodig. Het is belangrijk om hiervoor tijd te maken, zodat het leren van nieuwe vaardigheden niet bovenop het bestaande werk komt en de werkdruk alleen maar hoger wordt. Werknemers hebben behoefte aan perspectief en vertrouwen, terwijl managers ondersteuning verdienen om hun teams beter te kunnen begeleiden. Het succes van AI begint met de workforce.
Vastenhouw: 'Hopes & Fears laat tegelijkertijd zien dat er niet één aanpak is. Het is daarom zeer wenselijk dat werkgevers óók een beleid ontwikkelen voor de frontrunners. Om die groep te behouden kun je snellere doorgroeimogelijkheden bieden, autonomie geven en ruimte voor experimenten en innovatie. Deze groep kan ook een rol op zich nemen om collega's die wat minder snel gaan, mee te nemen in de mogelijkheden van AI.'
Er zijn meer uitkomsten in Hopes & Fears die werkgevers als signaal zouden moeten oppakken, vindt Vastenhouw. Zo laat het onderzoek zien dat 'slechts' een derde van de Nederlandse werknemers positief is over de impact van AI op het werk en over de beslissingen die hun leidinggevenden hierover nemen. Dat betekent dat tweederde of er neutraal tegenover staat, of ronduit negatief. De groep werknemers die positief staat tegenover AI is bovendien wereldwijd substantieel hoger, dan in Nederland. Vastenhouw: 'Dit soort onderzoeken laat niet altijd de reden zien waarom mensen positief of negatief zijn. Maar als leidinggevende zou ik me bij het zien van zo'n uitkomst toch gaan afvragen: "Hoe is dit in mijn organisatie?", "Nemen we onze werknemers genoeg mee in veranderingen?", "Moeten we onze mensen meer inzicht geven in waarom we bepaalde beslissingen nemen?".'
Hoewel minder groot, zijn er ook op het gebied van vaardigheden verschillen tussen de wereldwijde en Nederlandse uitkomsten. Vastenhouw: 'Minder dan de helft van de Nederlandse respondenten zegt voldoende toegang te hebben tot leer- en ontwikkelmogelijkheden. Slechts een kleine meerderheid heeft het zelfvertrouwen om nieuwe skills te leren. Ook hier moeten organisaties iets mee. Het aanleren van skills geeft werknemers de mogelijkheid en het vertrouwen om met AI om te gaan. Dit is zo belangrijk.'
Er is een grote groep mensen (ongeveer een derde) dat AI en ook verdere automatisering op termijn als bedreigend ziet voor de eigen baan. Maar de zorgen over andere potentiële ontwikkelingen die de baanzekerheid in gevaar kunnen brengen, zijn bijna even groot. Vastenhouw: 'In Nederland en in de rest van de wereld nog meer, zijn mensen banger hun baan te verliezen door economische omstandigheden dan door AI. Bij deze uitkomst gaat het niet alleen om kwesties die werkgevers direct kunnen beïnvloeden. Ik denk wel dat het belangrijk is om, waar mogelijk, werknemers mee te nemen in ontwikkelingen, transparant te zijn en waar mogelijk perspectief te bieden. Als werknemers zich alleen maar onzekerder gaan voelen in een wereld die continu verandert, zorgt dat alleen maar voor veel negativiteit bij de koffieautomaat. Daar zit volgens mij niemand op te wachten.'
Partner, PwC Netherlands
+31 (0)61 055 50 82