Verder bevat het op Prinsjesdag ingediende wetsvoorstel Wet fiscale stimulering startups en scale-ups een verbrede definitie van startups en scale-ups. Deze definitie zou ook van belang zijn voor het nieuwe box 3-stelsel. Voor deze startende ondernemingen geldt in het wetsvoorstel WWR namelijk bij wijze van uitzondering de vermogenswinstbelasting in plaats van de vermogensaanwasbelasting, net als voor onroerende zaken.
"Goed fiscaal beleid gaat niet alleen over tarieven, maar minstens zozeer over voorspelbaarheid. Het box 3-dossier zorgt inmiddels voor jarenlange onzekerheid. Ondernemers en families hebben juist behoefte aan stabiele fiscale spelregels voor de lange termijn."
Philip VossenbergFamily Capital leader, PwC NederlandDe scherpe randen van het wetsvoorstel WWR blijven voorlopig staan. De verzachtingen waar beide Kamers om vroegen, zoals een achterwaartse verliesverrekening, zijn niet in wetgeving omgezet omdat de dekking daarvoor ontbreekt.
Tot de inwerkingtreding van een nieuw stelsel blijft het huidige forfaitaire box 3-stelsel gelden. Op grond van de Wet tegenbewijsregeling box 3 heb je in de tussenliggende jaren nog steeds de mogelijkheid om aan te tonen dat je werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire.
Omdat de Eerste Kamer haar stemming over het wetsvoorstel WWR naar verwachting voorlopig aanhoudt, komt ook de invoeringsdatum van 1 januari 2028 onder druk te staan. Houd er dus rekening mee dat het huidige systeem langer van kracht kan blijven dan tot nu toe werd aangenomen.
Hierna lees je meer over de achtergrond van het nieuwe box 3-stelsel, het verschil tussen het wetsvoorstel WWR en de novelle, de reden waarom die novelle uitblijft en de doorontwikkeling naar een volledige vermogenswinstbelasting.
De hervorming van box 3 vindt haar oorsprong in het Kerstarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021. Daarin oordeelde de Hoge Raad dat het forfaitaire box 3-stelsel, waarin belastingheffing plaatsvindt over een verondersteld (fictief) rendement, in strijd is met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Sindsdien volgde een reeks aan reparatie- en overbruggingsmaatregelen en heeft het kabinet gewerkt aan een structureel nieuw stelsel dat aansluit bij het werkelijk behaalde rendement. Dat structurele stelsel kreeg vorm in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (WRR).
De kern van het nieuwe box 3-stelsel is een heffing over het werkelijke rendement uit sparen en beleggen. Als hoofdregel gebeurt dat via een vermogensaanwasbelasting: jaarlijks vindt er heffing plaats over zowel de directe inkomsten (zoals rente, dividend en huur) als de waardeontwikkeling van het vermogen, inclusief nog niet gerealiseerde 'papieren' winsten. Als uitzondering op die hoofdregel geldt voor onroerende zaken en aandelen in en winstbewijzen van startups en scale-ups een vermogenswinstbelasting, waarbij de belastingplichtige pas bij realisatie (zoals verkoop) afrekent over het verschil tussen verkrijgingsprijs en verkoopopbrengst.
Tijdens de parlementaire behandeling is er veel kritiek geweest op het oorspronkelijke wetsvoorstel, met name op de vermogensaanwasbelasting en op het ontbreken van bepaalde tegemoetkomingen. Vanwege de tijdsdruk om het nieuwe stelsel per 2028 in te laten voeren, heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel toch aangenomen. Beide Kamers namen echter moties aan die vroegen om verzachtingen, zoals een achterwaartse verliesverrekening, en om een verdere doorontwikkeling richting een vermogenswinstbelasting. Dat laatste maakte zelfs deel uit van het Coalitieakkoord. Lees daarover ons Belastingnieuwsbericht ‘Coalitieakkoord 2026: de fiscale maatregelen op een rij’.
In reactie op al die kritiek heeft de staatssecretaris in een bijlage bij zijn brief van 19 juni 2026 aan de Eerste Kamer een aantal mogelijke aanpassingen in kaart gebracht, met de bijbehorende budgettaire gevolgen. Het kabinet kon die wijzigingen opnemen in een novelle. Een novelle is een afzonderlijk wetsvoorstel dat een reeds ingediend of aangenomen wetsvoorstel wijzigt; zo kunnen de aanpassingen en het oorspronkelijke voorstel in de Eerste Kamer gezamenlijk in stemming worden gebracht.
"Wederom een draai in het box 3 dossier. Voor belastingplichtigen is het bijna onmogelijk om te anticiperen. De vorm van de toekomstige belastingheffing in box 3 blijft een vraagteken."
Marloes Griffioenpartner Family Capital, PwC NederlandHet kabinet had de volgende mogelijke verzachtingen in kaart gebracht: introductie van achterwaartse verliesverrekening; een doorschuifregeling bij huwelijk en echtscheiding, behoud van fiscale stimulering voor groen beleggen, wijziging van het tarief en heffingvrij resultaat, invoering van een faciliteit voor vererving of schenking van NSW-landgoederen, herinvoering van de keuzeregeling partiële buitenlandse belastingplicht en introductie van een zogenoemde win-winlening.
Op grond van de begrotingsregels moet er dekking zijn voor de budgettaire derving van de maatregelen in de novelle. Over de invulling daarvan is tijdens de begrotingsonderhandelingen geen overeenstemming bereikt. Zonder gedragen dekkingsvoorstel heeft het kabinet besloten geen novelle in te dienen. Het kabinet geeft zichzelf nu de komende periode om in de Voorjaarsnota 2027 alsnog een oplossing te vinden.
Op 12 februari 2026 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aangenomen, ondanks de geuite kritiek. Sindsdien ligt het wetsvoorstel bij de Eerste Kamer. De stemming daar is aangehouden in afwachting van de novelle, zodat de Eerste Kamer in één keer over het totaalpakket – het volledige wetsvoorstel inclusief de aanpassingen – kan stemmen. Nu de novelle uitblijft, houdt de Eerste Kamer het wetsvoorstel waarschijnlijk voorlopig aan.
De route naar een volledige vermogenswinstbelasting in box 3 is op dit moment nog niet concreet. Het kabinet heeft in het Coalitieakkoord de ambitie opgenomen om het box 3-stelsel om te vormen tot een vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen. Dit sluit aan bij eerder door de Tweede Kamer aangenomen moties.
Het kabinet zet hiermee in op een stelsel waarin voor het gehele box 3-vermogen de belastingplichtige pas bij realisatie hoeft af te rekenen. Voor spaargeld, beursgenoteerde effecten en overige bezittingen zou dan niet langer jaarlijks heffing over (ongerealiseerde) waardeaangroei plaatsvinden, maar uitsluitend over de daadwerkelijk gerealiseerde vermogenswinst bij realisatie, zoals verkoop.
De staatssecretaris had toegezegd om op Prinsjesdag toe te lichten hoe het vervolgtraject van het kabinetsvoornemen eruit zou komen te zien. Het kabinet is hier echter tijdens de begrotingsonderhandelingen niet uitgekomen.
De budgettaire scenario’s waarmee de staatssecretaris rekening houdt zijn:
"Het pad naar een volledige vermogenswinstbelasting in box 3 is onzeker. Bovendien heeft het kabinet nog een flinke kluif om aanpassingen door beide Kamers te leiden."
Frank Deurvorstpartner Family Capital, PwC NederlandBij een aanpassing van het wetsvoorstel resteert bij een beoogde implementatie per 1 januari 2028 nauwelijks nog tijd voor de Belastingdienst en de financiële instellingen, die hun systemen tot nu toe hebben ingericht op de vermogensaanwasbelasting. Zij hebben minimaal 18 maanden nodig, vanaf het moment dat het wetsvoorstel is aangenomen en de IT-specificaties vaststaan. Dat betekent dus dat de inwerkingtreding pas per 2029 mogelijk zou zijn. Elk jaar uitstel van het nieuwe box 3-stelsel kost de Nederlandse schatkist 2,4 miljard euro. Door de aanpassingen in het box 3-stelsel sinds het Kerstarrest stromen namelijk minder belastingopbrengsten in de staatskas. De banken plaatsen nog meer kanttekeningen bij weer een aanpassing van hun systemen. Omdat zij bij een belastingheffing over werkelijk rendement in de vorm van vermogenswinstbelasting veel meer data moeten aanleveren dan bij een vermogensaanwasbelasting, voorzien zij een grotere kans op fouten, extra personeel en hoge uitvoeringskosten. Het gaat om gegevens als historische koersen, verkoopprijzen en daarbij behorende kosten en ontvangen dividenden. Die verandering gaat ook meer van de Belastingdienst vergen: vanwege de grotere kans op fouten zijn zwaardere controles en dus meer personeel nodig.
Op 8 september heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen met het verzoek aan de regering om het wetsvoorstel WWR op te knippen en de regeling van vermogenswinstbelasting voor vastgoed als een zelfstandig wetsvoorstel in te dienen. Hiermee zou voor vastgoed de vermogenswinstbelasting wel snel kunnen worden ingevoerd. Maar dan nog blijft de ontbrekende budgettaire dekking het knelpunt.
De kern van de nieuwe definitie is een onderneming die is gericht op snelle groei via een schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel dat voortkomt uit innovatie. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) toetst dit op aanvraag. Aandelen in en winstbewijzen van startups en scale-ups blijven in de Wet WWR onder de vermogenswinstbelasting vallen.
De definitie van startende ondernemingen in het oorspronkelijke wetsvoorstel sloot onvoldoende aan bij de kenmerken van startups en scale-ups. Het wetsvoorstel Wet fiscale stimulering startups en scale-ups vervangt die oude definitie door een bredere, praktijkgerichte definitie. Uiteraard wordt deze definitie alleen van belang voor box 3 als het wetsvoorstel Werkelijk rendement box 3 wordt aangenomen.
De komende maanden zijn bepalend voor de definitieve vormgeving van het nieuwe box 3-stelsel:
Inwerkingtreding: de beoogde ingangsdatum van het nieuwe stelsel van 1 januari 2028 staat onder druk. Het kabinet heeft de Eerste Kamer verzocht om het wetsvoorstel voorlopig aan te houden. Het kabinet neemt de komende periode de tijd om in de Voorjaarsnota 2027 met oplossingen te komen.
Startups en scale-ups: het kabinet heeft op Prinsjesdag het afzonderlijke wetsvoorstel Wet fiscale stimulering startups en scale-ups bij de Tweede Kamer ingediend; de daarin geregelde nieuwe definitie werkt door in het nieuwe box 3-stelsel.
Vervolgtraject vermogenswinstbelasting: het kabinet heeft de ambitie om het nieuwe box 3-stelsel door te ontwikkelen naar een volledige vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen. De route naar een volledige vermogenswinstbelasting in box 3 is op dit moment nog niet concreet. Volgens de staatssecretaris zou een volledige doorontwikkeling naar een vermogenswinstbelasting met een ambitieus wetgevingstraject per 2030 mogelijk zijn.
Dit alles laat zien dat we er met het nieuwe box 3-stelsel nog niet zijn. Hopelijk komt er snel duidelijkheid voor de box 3-belastingplichtigen.
"Hoe dichter aanpassingen blijven bij wat er nu al ligt, hoe sneller banken kunnen schakelen. Elke fundamentele wijziging zal voor nog meer uitstel zorgen."
Jasper van Schijndelpartner Financial Services, PwC Nederland
Tax partner en Family Business Leader, PwC Netherlands
Single Family Office Leader, PwC Netherlands
+31 (0)62 003 49 88
Partner, PwC Netherlands
+31 (0)62 500 90 70
Partner, PwC Netherlands