Zelfstandigenwet: nieuw toetsingskader in beeld

Zelfstandigenwet: Nieuw toetsingskader in beeld
  • Publicatie
  • 11/09/26

Dit artikel is gebaseerd op de informatie die beschikbaar was op 11 september 2026.

De voorgestelde Zelfstandigenwet

Op 10 september 2026 informeerde de minister van Werk en Participatie de Tweede Kamer over de vervolgstappen voor de uitwerking van de Zelfstandigenwet. De Zelfstandigenwet is gebaseerd op een initiatiefvoorstel vanuit de Tweede kamer dat het kabinet verder uitwerkt, maar is nog niet definitief. De voorgestelde Zelfstandigenwet verduidelijkt wanneer géén arbeidsovereenkomst bestaat omdat iemand als zelfstandige werkt, iets wat de huidige wet niet expliciet regelt. Het voorstel omvat onder meer een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets. Deze bevatten samen negen cumulatieve criteria: vijf voor de zelfstandigentoets en vier voor de werkrelatietoets. Alleen wanneer aan alle criteria is voldaan, biedt het kader zekerheid dat geen arbeidsovereenkomst bestaat. Is dat niet het geval, dan betekent dit niet automatisch dat er wél een arbeidsovereenkomst is. De situatie kan dan nog steeds op de huidige manier op basis van Deliveroo en Uber worden beoordeeld.

Het kabinet wil eind september 2026 het wetsvoorstel aanbieden voor uitvoeringstoetsen. Dan starten ook een tweede internetconsultatie en een tweede toets door het Adviescollege toetsing regeldruk. Het kabinet wil het wetsvoorstel vervolgens zo snel mogelijk aan de Raad van State voorleggen. De behandeling door de Tweede en Eerste Kamer staat gepland voor 2027, met als beoogde ingangsdatum 1 januari 2028.

Zelfstandigentoets

De zelfstandigentoets bestaat uit vijf criteria om te bepalen of een werkende voor de Zelfstandigenwet als zelfstandige geldt. De toets richt zich op de gewenste sociaaleconomische kenmerken van zelfstandig ondernemerschap. Hoeveel ruimte zelfstandigen krijgen om hun sociale vangnet zelf vorm te geven, is bij de invoering van de wet uiteindelijk een politieke keuze.

Volgens het voorstel moet de werkende aan de volgende vijf criteria voldoen:

  • De werkende werkt voor eigen rekening en risico.
  • De werkende voert een deugdelijke administratie.
  • De werkende presenteert zich in het economisch verkeer als zelfstandig ondernemer.
  • De werkende heeft een adequate voorziening getroffen voor het risico van arbeidsongeschiktheid.
  • De werkende levert een proportionele bijdrage aan een voorziening voor inkomensverlies.

Werkrelatietoets

Als de werkende aan de zelfstandigentoets voldoet, moet vervolgens de werkrelatie worden getoetst. Deze werkrelatietoets moet duidelijk maken of de arbeidsrelatie zo is ingericht dat er geen gezagsverhouding bestaat. Een gezagsverhouding kan er namelijk op wijzen dat de werkende in deze opdracht geen zelfstandige is. De toets kijkt aan de hand van vier criteria naar de concrete opdracht en de manier waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd.

  • De werkende heeft vrijheid bij het indelen van de werktijd.
  • De werkende heeft vrijheid bij het organiseren en uitvoeren van het werk.
  • Hiërarchische controle ontbreekt.
  • Partijen hebben de bedoeling om anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst samen te werken.

Pas als aan alle vijf criteria van de zelfstandigentoets en alle vier criteria van de werkrelatietoets is voldaan, biedt het voorgestelde kader zekerheid dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Als aan één of meer criteria niet wordt voldaan, betekent dit niet automatisch dat de werkende geen zelfstandige is. De arbeidsrelatie moet dan, net als nu, worden beoordeeld aan de hand van de criteria zoals die in het Deliveroo- en Uber-arrest zijn geformuleerd. De feitelijke uitvoering van de werkzaamheden blijft daarbij bepalend. 

Afbakening van het wetsvoorstel

De minister geeft aan het eerdere initiatiefvoorstel op onderdelen aan te passen. De toetsingscommissie en sectorale rechtsvermoedens maken geen onderdeel meer uit van de Zelfstandigenwet. Volgens het kabinet is de markt allereerst gebaat bij duidelijke spelregels op basis van de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets.

Lost van de Zelfstandigenwet is voorzien in een afzonderlijk rechtsvermoeden voor werkenden met een uurtarief onder € 38.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

Hoewel de voorgestelde Zelfstandigenwet nog kan wijzigen en volgens het aangekondigde tijdpad in 2027 door de Tweede en Eerste Kamer moet worden behandeld, is het verstandig om bestaande en nieuwe arbeidsrelaties nu al zorgvuldig te beoordelen en die beoordeling goed vast te leggen. Kijk daarbij niet alleen naar de contractuele afspraken, maar vooral naar de samenwerking in de praktijk. Het is essentieel dat de feitelijke uitvoering aansluit bij wat partijen zijn overeengekomen. Dat is nu al van belang en blijft ook onder de voorgestelde Zelfstandigenwet bepalend. Nu de Belastingdienst bovendien weer handhaaft op schijnzelfstandigheid, is het belangrijk om arbeidsrelaties regelmatig opnieuw te beoordelen. 

Altijd op de hoogte

Meld u aan voor PwC Belastingnieuws

Daniël Sternfeld
Daniël Sternfeld

Partner, PwC Netherlands

Maaike Damen
Maaike Damen

Partner, PwC Netherlands

Henk van Keersop
Henk van Keersop

Senior Manager, PwC Netherlands

Volg ons