Btw-hervorming EU financiële sector komt dichterbij

15/08/26

De btw-vrijstelling voor financiële diensten staat opnieuw nadrukkelijk op de Europese agenda. De Europese Commissie heeft een uitgebreide studie gepubliceerd waarin verschillende hervormingsrichtingen worden verkend. Daarnaast heeft het Europees Parlement een resolutie aangenomen die aandringt op een meer samenhangend btw-stelsel voor de Europese financiële sector.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

De btw-behandeling van financiële diensten is al langer onderwerp van discussie in de EU. Hoewel de definitieve uitkomst nog niet in beeld is, leiden recente ontwikkelingen wel tot een groeiend momentum. Welke richting het btw-stelsel opgaat, is uiteindelijk een politieke keuze die de komende tijd op EU- en lidstaatniveau verder vorm zal krijgen. Het PwC FS btw-team volgt dit onderwerp op de voet en houdt je op de hoogte van de ontwikkelingen en de gevolgen voor jouw organisatie. Neem gerust contact met ons op als je hierover verder van gedachten wilt wisselen.

In het kort

De Europese Commissie heeft een uitgebreide studie gepubliceerd met drie mogelijke hervormingsrichtingen voor de btw-vrijstelling van financiële diensten, variërend van het moderniseren van bestaande regels tot het volledig afschaffen van de vrijstelling of het invoeren van een Financial Activities Tax (FAT).

Het Europees Parlement heeft op 7 juli 2026 een resolutie aangenomen die de Commissie oproept beleidsopties te overwegen voor een samenhangender btw-stelsel, met bijzondere aandacht voor technologische neutraliteit rond crypto, DeFi en fintech en voor een consistentere toepassing van de fiscale eenheid btw.

Definitieve besluitvorming is nog ver weg en vergt EU-wetgeving met unanimiteit in de Raad, maar het politieke momentum groeit; financiële instellingen doen er goed aan nu al hun voorkeursrichting te bepalen en die actief in te brengen via brancheorganisaties.

Waarom moderniseren?

De btw-vrijstelling voor financiële diensten dateert uit 1977, toen het belasten van complexe financiële diensten technisch onhaalbaar werd geacht en omdat men de kosten van consumentenkrediet laag wilde houden. Die oorspronkelijke rechtvaardiging is inmiddels deels achterhaald door vooruitgang op het gebied van digitalisering en betere informatievoorziening. Toch hebben herhaalde pogingen tot hervorming, waaronder de Commissievoorstellen uit 2007 en de aanvangseffectbeoordeling uit 2020, niet tot resultaat geleid omdat de lidstaten geen unanieme overeenstemming bereikten. 

Draghi, kapitaalmarktunie en het concurrentievermogen van de EU

De hernieuwde aandacht komt niet uit de lucht vallen. Volgens de in 2024 opgestelde opdrachtbrief van de Commissievoorzitter heeft de Commissie de taak gekregen om innovatieve oplossingen te vinden voor het belasten van de financiële sector. Die opdracht sluit aan op de bredere beleidscontext in het Draghi-rapport (2024) waarin fiscale versnippering binnen de interne markt wordt genoemd als een rem op economische groei. Volgens Draghi zelfs schadelijker dan externe handelstarieven. Deze inzichten voeden de bredere vereenvoudigingsagenda van de Commissie onder het Competitiveness Compass.

Ook de kapitaalmarktunie (CMU) en de Spaar- en Investeringsunie (SIU) vormen belangrijke ijkpunten. De CMU noemt belastingheffing uitdrukkelijk als een van de belemmeringen voor integratie van de interne markt. De SIU, die voortbouwt op het Draghi-rapport en de politieke richtsnoeren van de huidige Commissie, benadrukt dat verschillen in nationale belastingprocedures administratieve lasten en barrières voor grensoverschrijdend investeren creëren.

De drie oplossingsrichtingen 

De studie werkt de mogelijke hervormingen uit in drie "building blocks" met deelonderwerpen: 

Richting 1: definities moderniseren 

Het eerste bouwblok houdt de bestaande vrijstelling in stand, maar moderniseert en vereenvoudigt de huidige regels.  

  • Modernisering van de verouderde en inconsistent toegepaste definities van vrijgestelde diensten en introduceert nieuwe definities voor o.a. cryptodiensten.  

  • vereenvoudiging en harmonisering van de regels voor pro-rata-aftrek, met drie varianten: (i) vereenvoudiging via directe toerekening voor belaste transacties en de pro-rata-methode als standaard voor algemene kosten, (ii) een verplicht vast aftrektarief en (iii) een optioneel vast (super-)aftrektarief.  

Richting 2: verborgen btw verminderen 

Het tweede bouwblok laat de vrijstelling eveneens intact, maar wil de verstoringen door verborgen btw terugdringen.  

  • Herziening van de (grensoverschrijdende) fiscale eenheid btw en de kostendelingsregelingen.  

  • De optie tot belastingheffing verplicht beschikbaar maken voor alle lidstaten (nu nog een zogeheten kan-bepaling). 

Richting 3: vrijstelling herzien 

Het derde en meest fundamentele bouwblok herziet de vrijstelling zelf en koppelt dit aan harmonisatiemaatregelen voor de sectorspecifieke belastingen.  

  • Volledige afschaffing van de btw-vrijstelling en alle financiële diensten in de heffing betrekken.  

  • Alleen fee-based diensten belasten en zo de praktische uitdagingen rond rentegebaseerde vergoedingen vermijden. 

  • Als alternatief de invoering van een Financial Activities Tax (FAT) op de som van winst en beloning tegen een opbrengstneutraal tarief, gekoppeld aan een btw-nultarief voor alle financiële diensten en afschaffing van sectorspecifieke belastingen.  

Vervolgstappen

De studie is inmiddels gepresenteerd aan de VAT Expert Group en vormt daarmee het startsein voor het inhoudelijke debat op EU-niveau. De studie is uitdrukkelijk bedoeld om het beleidsvormingsproces te voeden en geeft zelf geen definitief antwoord. Welke richting wordt gekozen, is uiteindelijk een politieke afweging. Fundamentele hervormingen vragen immers om budgettaire keuzes en een brede politieke consensus – en het is de vraag of daarvoor voldoende draagvlak bestaat.

Een samenhangend belastingkader voor de financiële sector van de EU

Het Europees Parlement heeft de druk opgevoerd met zijn resolutie van 7 juli 2026 met daarin het verzoek aan de Commissie om na te denken over beleidsopties. 

Het Parlement legt sterke nadruk op innovatie en wijst erop dat de btw-richtlijn geen bepalingen kent voor o.a. crypto-activa, DeFi en fintech, wat innovatie en concurrentievermogen dreigt te belemmeren. Het Parlement benadrukt dat een modern btw-stelsel in dienst moet staan van innovatie en verzoekt de Commissie duidelijkheid te scheppen over de btw-behandeling van opkomende financiële diensten om technologische neutraliteit en een gelijk speelveld te waarborgen. 

Daarnaast roept het Parlement de Commissie op om de effecten van het huidige btw-stelsel te evalueren en openbaar te maken, en om beleidsopties uit te werken. Ook vraagt het de lidstaten om de fiscale eenheid btw consistent in te voeren en de mogelijkheid van een grensoverschrijdende fiscale eenheid btw te onderzoeken. 

Politiek momentum

Er heerst een duidelijk gevoel van urgentie en politiek momentum voor verandering. Tegelijk is de weg lang. Elke besproken herziening van het btw-stelsel vergt een diepgaande macro-economische analyse en een inventarisatie van sectorspecifieke belastingen. Omdat btw voortvloeit uit een EU-richtlijn, moet de hervorming ook op EU-niveau worden behandeld, met de normale wetgevingsstappen via het Europees Parlement en unanimiteit in de EU Raad.

Altijd op de hoogte

Meld u aan voor PwC Belastingnieuws

Contact us

Joost Vermeer

Joost Vermeer

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)61 219 58 86

Edwin van Kasteren

Edwin van Kasteren

Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)61 093 42 58

Kim Carton

Kim Carton

Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)61 274 95 69

Simon Cornielje

Simon Cornielje

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 387 92 81

Volg ons