De Europese ruimtevaartsector wordt geconfronteerd met toenemende cyberrisico’s als gevolg van complexe toeleveringsketens, geopolitieke onzekerheid en steeds strengere regelgeving. PwC-experts Sachi Chakrabarty en Ewout Stoops leggen uit hoe ze een weerbare en veilige ruimtevaartinfrastructuur kunnen opbouwen.
Zoals de cyberaanval op het KA-SAT-netwerk van Viasat in 2022 aantoonde, hangt de Europese soevereiniteit in toenemende mate af van de beveiliging van onze ruimtevaartinfrastructuur. Het incident legde de kwetsbaarheid van deze kritieke infrastructuur bloot. Duizenden klanten verloren hun verbinding en meer dan vijfduizend Duitse windturbines konden niet langer op afstand worden aangestuurd. Het maakte duidelijk hoe afhankelijk onze samenleving is geworden van ruimtevaartsystemen en hoe belangrijk het is geworden om deze beter te beschermen.
De ruimtevaartsector is afhankelijk van complexe ketens met organisaties van uiteenlopende omvang. Door lessen te trekken uit vergelijkbare incidenten en bewezen maatregelen uit vergelijkbare sectoren toe te passen, hebben wij zes principes geïdentificeerd om ‘security by design’ structureel in de gehele keten toe te passen.
Het Europese ruimtevaartecosysteem is een complex en internationaal netwerk van verschillende spelers. Het Europees Ruimteagentschap (ESA) speelt hierin een centrale rol door missievereisten vast te stellen, aanbestedingsstructuren vorm te geven en de uitvoering aan te sturen via een netwerk van hoofdaannemers, onderaannemers en gespecialiseerde leveranciers.
Daarnaast versterken nationale organisaties zoals het Franse CNES, het Duitse DLR en het Italiaanse ASI hun nationale ruimtevaartcapaciteiten en dragen zij bij aan gezamenlijke Europese missies. Een nieuwe generatie commerciële ruimtevaartbedrijven drukt ook haar stempel op de sector met innovatieve technologieën, hoge ontwikkelsnelheden en nieuwe verdienmodellen. Samen vormen deze partijen een dynamische maar sterk onderling afhankelijke keten, waarin iedere organisatie wordt geconfronteerd met eigen cybersecurityuitdagingen.
Het KA-SAT-incident laat zien hoe een kwetsbaarheid bij één dienstverlener, leverancier of operationeel onderdeel zich kan verspreiden door een sterk verbonden ecosysteem, met gevolgen die veel verder reiken dan het oorspronkelijke doelwit. Op basis van onze ervaring met complexe en veiligheidskritische toeleveringsketens zien wij vier belangrijke uitdagingen voor de Europese ruimtevaartsector.
Een verstoring bij een leverancier hoger in de keten kan gevolgen hebben voor meerdere productieprocessen verderop in de keten. Dit risico wordt versterkt doordat essentiële ruimtevaartcomponenten vaak afkomstig zijn van een beperkt aantal gespecialiseerde leveranciers. Het kwalificeren van een alternatief kan maanden of zelfs jaren duren. Een kwaliteitsprobleem, faillissement of geopolitieke verstoring bij één leverancier in de keten kan daardoor leiden tot vertragingen, kostenoverschrijdingen en aanzienlijke operationele gevolgen.
Leveranciers verderop in de keten opereren vaak buiten direct toezicht. Hierdoor ontstaan blinde vlekken op het gebied van cybersecurity en compliance. Kwetsbaarheden in software, beperkte incidentresponsmogelijkheden of zwakke authenticatiemaatregelen kunnen daardoor onopgemerkt blijven.
Exportrestricties, sancties en investeringsscreenings kunnen toeleveringsketens verstoren of de uitwisseling van technologie bemoeilijken, met directe gevolgen voor de beschikbaarheid van kritieke componenten en software. Tegelijkertijd brengen buitenlandse overnames van kleine maar strategisch belangrijke leveranciers risico's met zich mee voor intellectueel eigendom en gevoelige technologieën.
Europese ruimtevaartketens combineren verouderde operationele systemen, gespecialiseerde productietools en commerciële standaardcomponenten. Hierdoor ontstaat een omvangrijk aanvalsoppervlak met grote gradaties in beveiligingsvolwassenheid. Eén zwakke schakel, zoals een verouderd protocol of een onveilige systeemkoppeling, kan ransomware-aanvallen of diefstal van toegangsgegevens mogelijk maken, productieprocessen verstoren en kritieke leveringen vertragen.
Het verkleinen van deze verschillen vraagt om een proactieve aanpak waarin ‘security by design’ centraal staat in de gehele keten. Door onderstaande principes toe te passen kunnen organisaties binnen de Europese ruimtevaartsector de verschillen in cybersecurityvolwassenheid verkleinen en de kans op beveiligingsincidenten aanzienlijk verminderen.
Standaarden vormen een krachtig instrument om het beveiligingsniveau binnen een gefragmenteerde keten te verhogen. Andere kritieke sectoren laten zien dat dit werkt. Zo opereren nucleaire installaties binnen de strikte kaders van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) en de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC).
De ruimtevaartsector zou een vergelijkbare aanpak moeten volgen. Kaders zoals ECSS, ESCC en de Europese NIS2-richtlijn moeten vanaf de eerste programmastadia worden ingebed en worden ondersteund door contractuele cybersecurityvereisten. Consequente toepassing zorgt voor een gemeenschappelijk basisniveau waarop alle leveranciers kunnen aansluiten. Onafhankelijke periodieke toetsing helpt vervolgens om dat niveau in stand te houden.
Cybersecurity moet onderdeel zijn van het gehele ecosysteem en niet uitsluitend worden beschouwd als een contractuele verplichting. Kleine en middelgrote ondernemingen hebben praktische kennis, hulpmiddelen en opleidingen nodig om hun beveiligingscapaciteiten verder te ontwikkelen.
De halfgeleiderindustrie biedt hiervoor een bewezen voorbeeld. Daar staat samenwerking centraal om de volwassenheid van de gehele sector te verhogen. Ook de ruimtevaartsector kan profiteren van gezamenlijke programma's die cybersecurity toegankelijk en haalbaar maken voor leveranciers van iedere omvang.
Weerbaarheid begint met de erkenning dat geen enkele beveiligingsmaatregel op zichzelf voldoende bescherming biedt tegen een vastberaden aanvaller. Beveiliging moet daarom op meerdere niveaus worden ingericht: hardware, software en operationele processen.
Voorbeelden zijn netwerksegmentatie, beveiligde hardwarecomponenten, geverifieerde software-updates en aanvullende weerbaarheidsmaatregelen die elkaar versterken. Op die manier leidt het falen van één beveiligingsmaatregel niet direct tot een kritieke verstoring.
De tijd tussen het bekend worden van een kwetsbaarheid en de exploitatie daarvan wordt steeds korter. Daardoor zijn snelle en transparante software-updates een basisvoorwaarde geworden voor grondsystemen en missiekritische toepassingen.
Dit vraagt om veilige distributie van updates, mechanismen die de integriteit van updates waarborgen en noodprocedures voor situaties waarin connectiviteit of fysieke toegang beperkt is.
Beveiligingsvalidatie wordt nog te vaak gezien als een eenmalige controle in plaats van een continu proces. Door gedurende de volledige levenscyclus te testen, van missieontwerp tot uitfasering, kunnen kwetsbaarheden vroegtijdig worden ontdekt en verholpen voordat zij kunnen worden misbruikt.
Een satelliet die vandaag wordt gelanceerd, kan nog steeds operationeel zijn in de jaren 2050. Tegen die tijd kan de publieke-sleutelcryptografie waarop veel systemen momenteel vertrouwen zijn ingehaald door quantumcomputers.
Omdat systemen in een baan om de aarde moeilijk te updaten zijn, moet rekening worden gehouden met post-quantumbeveiliging vanaf de ontwerpfase. Dit vraagt onder meer om crypto-agility, hybride cryptografische oplossingen tijdens de overgangsperiode en een robuuste inrichting van sleutelbeheer.
Ruimtevaartbeveiliging is niet langer uitsluitend een kwestie van goed risicomanagement; het is een wettelijke verplichting. De deadline voor de omzetting van de NIS2-richtlijn naar nationale wetgeving verstreek op 17 oktober 2024. Daarmee is de ruimtevaartsector expliciet aangemerkt als essentiële sector binnen de Europese Unie, met bindende cybersecurityvereisten, verplichte incidentmeldingen en substantiële sancties voor organisaties en hun leveranciers.
Toch bestaat binnen grote delen van de Europese ruimtevaartketen nog altijd een aanzienlijke kloof tussen de huidige situatie en het vereiste beveiligingsniveau. Dat geldt in het bijzonder voor snelgroeiende commerciële spelers en leveranciers verderop in de keten. Het dichten van deze kloof vraagt om langdurige inspanningen: standaarden breed invoeren, verificatiemechanismen invoeren, incidentrespons versterken en afhankelijkheden diep in de keten inzichtelijk maken.
Het KA-SAT-incident van Viasat maakte duidelijk hoe groot de impact van één zwakke schakel kan zijn. Een kwetsbaarheid bij één leverancier, dienstverlener of operationeel onderdeel kan gevolgen hebben voor een volledige toeleveringsketen. Organisaties doen er daarom goed aan hun NIS2-gereedheid te beoordelen, kritieke leveranciersafhankelijkheden in kaart te brengen, cybersecuritymaatregelen verder dan alleen directe leveranciers te valideren en de weerbaarheid van de gehele keten structureel te versterken.
Partner Cybersecurity, PwC Netherlands
Ewout is partner binnen de Advisory-tak van PwC Nederland. Hij is gespecialiseerd in cyber, data en risicobeheersing binnen technologie. Na een achtergrond bij de AIVD ondersteunt hij nu organisaties in de publieke sector bij het versterken van hun weerbaarheid in een wereld vol technologische en geopolitieke ontwikkelingen.
Director Cybersecurity, PwC Netherlands
Sachi is gespecialiseerd in cyber, data en risicobeheersing binnen technologie. Hij heeft hij grote teams aangestuurd die verantwoordelijk waren voor de bescherming van informatie in de telecom- en halfgeleidersector. Met meer dan twintig jaar ervaring ondersteunt hij organisaties bij het combineren van technologische innovatie met effectieve cyber-, data- en informatiegovernance, zodat zij compliant blijven en risico’s beter beheersen.