PwC’s onderzoek 'When one firm falls, many pay: The economic ripple effect of cyber incidents' brengt een deel van deze verborgen impact in kaart. De analyse richt zich op het verlies aan productiviteit bij de direct getroffen organisatie en de economische doorwerking daarvan in andere sectoren. Het onderzoek komt uit op een gemiddelde multiplier van minimaal anderhalf: tegenover elke euro direct productiviteitsverlies staat gemiddeld nog eens een halve euro verlies bij organisaties in afhankelijke sectoren.
Wie alleen naar de directe schade van een cyberincident kijkt, ziet dus maar een deel van het economische risico. Dat vraagt om een andere blik op cyberweerbaarheid: niet alleen naar de eigen systemen, maar ook naar de positie en afhankelijkheden van de organisatie binnen het bredere economische ecosysteem.
Een cyberincident kan productieprocessen vertragen, dienstverlening onderbreken of de toegang tot essentiële informatie blokkeren. De schade blijft daarbij niet beperkt tot de getroffen organisatie. AlsWanneer een leverancier niet kan leveren, kunnen ook afnemers productie en omzet verliezen. Omdat processen, systemen en contracten vaak nauw op elkaar zijn afgestemd, is snel overstappen naar een andere partner niet altijd mogelijk.
De aanval op Maersk in 2017 maakte dat pijnlijk duidelijk. Dit is weliswaar een oud incident, maar het is een incident dat heel goed is onderzocht en gedocumenteerd. Wereldwijd werden haventerminals en logistieke processen verstoord en Maersk rapporteerde zelf een verlies van meer dan driehonderd miljoen Amerikaanse dollar. Maar juist het meest confronterende gegeven is dat Maersk niet het oorspronkelijke doelwit van de aanval was. De aanval verspreidde zich via onderling verbonden systemen en trof vervolgens Maersk.
De les is breder dan Maersk zelf: een organisatie hoeft niet het doelwit van een cyberaanval te zijn om toch grote economische schade te lijden. De relevante vraag is daarom niet alleen óf uw eigen organisatie rechtstreeks wordt aangevallen, maar ook via welke externe route een verstoring u kan raken.
‘In gesprekken met organisaties zien we dat directe cyberrisico’s steeds beter in beeld zijn. Tegelijkertijd is vaak minder duidelijk hoe sterk kritieke processen afhankelijk zijn van leveranciers en andere partners. Juist die afhankelijkheden bepalen hoe ver een verstoring zich door de keten kan verspreiden. Daarom begint cyberweerbaarheid met inzicht in het ecosysteem waarvan je organisatie deel uitmaakt.’
Bram van Tiel,partner cyber, data & technology risk, PwC NederlandOns onderzoek richt zich op het verlies van productieve capaciteit en de doorwerking daarvan in andere sectoren. Zoals gezegd is er sprake van een gemiddelde multiplier van anderhalf. De totale macro-economische schade aan productieve capaciteit is daarmee gemiddeld vijftig procent groter dan het directe verlies bij de getroffen organisatie.
‘De multiplier laat zien hoe de effecten van een cyberaanval zich door de economie verspreiden. De schade blijft niet beperkt tot het getroffen bedrijf, maar raakt via productieketens ook leveranciers en afnemers. Economen noemen dat een negatief extern effect, omdat het bedrijf bij zijn eigen afwegingen niet alle kosten meeneemt die de cyberonveiligheid bij anderen veroorzaakt. Zo groeit elke euro directe schade uit tot minimaal anderhalve euro schade voor de economie als geheel.’
Barbara Baarsma,hoofdeconoom van PwC NederlandDaar komt een nieuwe ontwikkeling bij: kunstmatige intelligentie (AI). Ons onderzoek laat ziend dat AI een cyberdreiging kan versnellen. AI kan aanvallers niet alleen helpen om kwetsbaarheden te vinden, maar ook om structureel belangrijke schakels binnen een keten te identificeren. Daarmee ontstaat het risico dat aanvallen zich vaker richten op organisaties waar een verstoring een relatief groot economisch rimpeleffect kan veroorzaken.
Dat maakt inzicht in ketenafhankelijkheden belangrijker. Niet alleen de beveiliging van de eigen organisatie telt, maar ook de vraag waar kwetsbaarheden en afhankelijkheden zitten die een incident kunnen versterken.
Aanvallen op AI-incidenten is volgens een andere PwC-onderzoek naar cybersecurity het grootste tekort in de digitale paraatheid. Dit geeft extra urgentie aan de economische multiplier. Als de impact van een incident zich niet beperkt tot de eigen organisatie, volstaat het niet om vooral voorbereid te zijn op herstel nadat iets misgaat. Dit geeft extra urgentie aan de economische multiplier. Als de impact van een incident zich niet beperkt tot de eigen organisatie, volstaat het niet om vooral voorbereid te zijn op herstel nadat iets misgaat.
Dit leidt tot vier concrete prioriteiten:
Omdat de schade van cyberincidenten deels terechtkomt bij andere organisaties, kunnen individuele bedrijven minder in cyberweerbaarheid investeren dan maatschappelijk wenselijk is. Overheden kunnen daarom in de eerste plaats toezicht, weerbaarheidsprogramma’s en publiek-private samenwerking richten op organisaties en sectoren waarvan uitval de grootste gevolgen heeft voor de rest van de economie. Daarnaast is een consistente nationale gegevensbasis nodig, waarin naast incidenten en directe financiële schade ook de duur van de uitval, het verlies aan productieve capaciteit en de gevolgen voor leveranciers en afnemers worden vastgelegd. Zo kunnen we sectorspecifieke multipliers nauwkeuriger bepalen en beleid gerichter inzetten.
Ons onderzoek sluit direct aan op het concept minimum viable company (MVC): welke processen, mensen, systemen én externe partners zijn minimaal nodig om tijdens een ernstige verstoring de meest essentiële activiteiten te kunnen blijven uitvoeren?
Het gaat dus niet alleen om de vraag welke systemen moeten blijven draaien?, maar ook om van welke externe partijen zijn die processen afhankelijk? De multiplier maakt het economische risico van die onderlinge afhankelijkheid zichtbaar. MVC helpt organisaties vervolgens te bepalen welke afhankelijkheden cruciaal zijn voor het voortbestaan tijdens een ernstige verstoring.
‘Weerbaarheid stopt niet bij de eigen systemen en processen. Leveranciers en externe partners spelen vaak een cruciale rol in het kunnen voortzetten van kritieke activiteiten. Door vooraf te bepalen welke activiteiten minimaal moeten doorgaan en welke derde partijen daarvoor essentieel zijn, krijgt “third-party risk management” een duidelijke plek binnen de weerbaarheidsstrategie.’
Mimoent Haddouti,partner cyber, data & technology risk, PwC NederlandDoor kritieke afhankelijkheden inzichtelijk te maken en herstelprocessen gezamenlijk te testen, kun je als organisatie gerichter investeren in weerbaarheid. Daarmee bescherm je niet alleen je eigen continuïteit, maar verklein je ook het risico dat een verstoring zich via je keten verspreidt.
De multiplier van anderhalf moet je bewust als een minimale inschatting van de economische doorwerking lezen. In ons onderzoek hebben we de doorwerking van verlies aan productiviteit gemeten. Door beperkingen in de beschikbare data kunnen we niet de volledige economische impact van alle Nederlandse cyberincidenten bepalen.
De werkelijke schade kan dus groter zijn dan de multiplier alleen zichtbaar maakt. Daarmee is de beperking van het model juist onderdeel van de boodschap: zelfs als alleen de meetbare doorwerking van productiviteitsverlies wordt bekeken, ontstaat al een substantiële economische impact.
Partner cyber, data, technology & risk, PwC Netherlands
Mimoent heeft ruime ervaring op het gebied van cybersecurity, data, technologie en risicomanagement binnen complexe en sterk gereguleerde omgevingen. Zij adviseert organisaties op strategisch niveau over digitale weerbaarheid, technologische afhankelijkheden, compliance en digitale soevereiniteit.
+31 (0)6 20 54 72 49
Partner cyber, data, technology & risk, PwC Netherlands
Hoofdeconoom, PwC Netherlands
Barbara is hoofdeconoom van PwC Nederland en geeft in deze rol leiding aan het economisch bureau van PwC. Sinds 2009 is zij hoogleraar Toegepaste Economie aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast vervult zij verschillende maatschappelijke nevenfuncties.
+31 (0)62 420 47 07