Actuele pensioenzaken

Overzicht pensioenactualiteiten 2026-Q3

Pensioenactualiteiten PwC 2026 Q3
  • 02 nov 2026

Wij vinden het belangrijk om je goed op de hoogte te houden van relevante pensioenontwikkelingen. Zo kun je tijdig inspelen op veranderingen die gevolgen hebben voor jouw organisatie en je werknemers.

Nog onvoldoende voortgang in de Wtp-transitie bij verzekeraars en ppi's

Op 2 juli 2026 heeft minister Vijlbrief (SZW) de vijfde voortgangsrapportage over de monitoring van de Wtp naar de Tweede Kamer gestuurd. Per 1 juli 2026 zijn 42 pensioenfondsen ingevaren, met samen ruim 10 miljoen deelnemers (55 procent). Bij verzekeraars en ppi's gaat de transitie langzamer. Per 1 januari 2026 was 32 procent van de regelingen omgezet, en vóór 1 januari 2028 moeten nog ongeveer 44.000 contracten worden aangepast.

Omdat veel omzettingen pas in de laatste kwartalen gepland staan, kunnen adviseurs en uitvoerders te weinig capaciteit hebben. Een deel van de werkgevers is ook nog niet in actie gekomen. Daarom worden verzekeraars en ppi's voortaan vier keer per jaar gemonitord. De einddatum van 1 januari 2028 blijft staan. Het is daarom belangrijk om tijdig in actie te komen. 

Zorgen over fiscale gevolgen bij werkgevers die niet in actie komen

Op 18 juni 2026 heeft regeringscommissaris Van der Lecq haar vijfde advies over de voortgang van de pensioentransitie uitgebracht. Zij ziet geen reden om de uiterste transitiedatum van 1 januari 2028 te verschuiven. Wel maakt ze zich zorgen dat werkgevers met verzekerde regelingen te weinig in actie komen.

Ze adviseert de minister en de sector om alvast oplossingen te verkennen voor als de einddatum niet wordt gehaald. Zo worden werknemers beschermd tegen de fiscale gevolgen van een regeling die niet meer fiscaal zuiver is. Hoe dan ook, ‘voorkomen is beter dan genezen’ en het is belangrijk om tijdig in actie te komen en het wijzigingstraject binnen de gestelde termijn af te ronden.

AFM Consumentenmonitor: veel Nederlanders verdiepen zich niet in hun pensioen

Op 24 september 2026 heeft de AFM de Consumentenmonitor 2026 gepubliceerd. Daaruit blijkt dat financiële zaken voor veel Nederlanders geen prioriteit hebben. Bijna een kwart van de Nederlanders heeft zich nog nooit verdiept in de eigen pensioensituatie. Bij mensen van 18 tot en met 34 jaar is dat zelfs meer dan vier op de tien. Ook weet ruim de helft van de deelnemers die nog niet met pensioen zijn, niet welk soort pensioenregeling zij hebben.

Daarnaast heeft een op de zeven Nederlanders het afgelopen jaar een AI-tool gebruikt voor financiële zaken. De AFM concludeert dat financiële producten, informatie en keuzeomgevingen moeten aansluiten bij hoe mensen in werkelijkheid keuzes maken. Er moet niet van consumenten worden verwacht dat zij hun gedrag aanpassen.

Ook voor werkgevers liggen hier kansen om werknemers meer bewust te maken van hun ‘financial well-being'. Werkgevers hebben daarnaast ook een belang en verantwoordelijkheid om werknemers te begeleiden in de keuzes die zij hebben binnen de pensioenregeling in het kader van personeelsbehoud en vitaliteit.

Belastingplan 2027: minder fiscaal voordeel bij pensioenopbouw voor hoge inkomens

Op 15 september 2026 heeft staatssecretaris Eerenberg (Financiën) het pakket Belastingplan 2027 aangeboden aan de Tweede Kamer. Voor de pensioenpraktijk is vooral één voorstel van belang: mensen met een inkomen vanaf € 137.800 krijgen vanaf 2027 zes jaar lang minder fiscaal voordeel bij hun pensioenopbouw. Volgens het kabinet hebben de hoogste inkomens dit voordeel het minst nodig. De maatregel moet bijdragen aan gezonde overheidsfinanciën.

Daarnaast bevat het Belastingplan een koopkrachtpakket van € 1,5 miljard voor lage en middeninkomens in 2027. Daarin wordt de arbeidskorting met € 173 verhoogd en dalen de tarieven van de eerste en tweede schijf van de inkomstenbelasting met 0,06 procent. Vanaf oktober behandelt de Tweede Kamer het pakket, in december volgt de Eerste Kamer. De plannen kunnen nog veranderen en zijn pas definitief als beide Kamers akkoord zijn.

Als werkgever is het belangrijk om na te denken over de gevolgen van deze langjarige bevriezing van de aftoppingsgrens voor werknemers met hogere salarissen. Het betekent een versobering van de pensioenopbouw en de verzekering van het nabestaandenpensioen.

AFM: test online tools voor keuzebegeleiding op fouten

Op 30 juni 2026 heeft de AFM pensioenuitvoerders opgeroepen hun online tools voor keuzebegeleiding goed te testen. Uit onderzoek van de AFM blijkt dat er te vaak fouten in de berekeningen en grafieken van deze tools zitten. Zo stijgt in sommige planners de pensioenuitkering, terwijl die bij de gemaakte keuze juist zou moeten dalen. Deelnemers kunnen daardoor verkeerd worden geïnformeerd en keuzes maken die ze eigenlijk niet willen.

De AFM verwacht dat uitvoerders hun tools testen bij de introductie en na elke wijziging, ook als die klein is. Daarbij moeten verschillende experts betrokken worden, zoals een communicatiedeskundige, een jurist en een actuaris. Sommige uitvoerders zeggen de tool niet te kunnen testen omdat ze geen toegang krijgen van hun uitvoeringsorganisatie. De AFM wijst erop dat de pensioenuitvoerder altijd verantwoordelijk blijft voor de tool. Dit najaar publiceert de AFM het volledige rapport over keuzebegeleiding.

Standaardmodel Keuze variabel-vast pensioen vastgesteld

Op 11 september 2026 is in de Staatscourant het besluit van minister Vijlbrief (SZW) gepubliceerd waarmee het Standaardmodel Keuze variabel-vast pensioen is vastgesteld, voor 2026 en verder. Pensioenuitvoerders die deelnemers laten kiezen tussen een variabel en een vast pensioen, moeten dit model verplicht gebruiken. Het model legt vast welke informatie de deelnemer krijgt bij een voorlopige keuze en bij een definitieve keuze. Daarbij hoort ook wat er gebeurt als de deelnemer zelf niets kiest.

Zo moeten uitvoerders een inschatting geven van het variabele en het vaste pensioen in verschillende scenario's. Ook moeten zij uitleggen wat de keuze betekent voor het partnerpensioen en wat de kosten zijn. Een grafiek moet laten zien hoe een variabel pensioen zich kan ontwikkelen ten opzichte van een vast pensioen. Het model en de handleiding staan op www.pensioenmodellen.nl.

In de praktijk zien wij dat steeds meer werknemers kiezen voor een variabel pensioen in plaats van vast. Een variabel pensioen fluctueert weliswaar meer, maar het is wel koopkrachtbestendiger dan een vast pensioen. Bij pensioenregelingen bij pensioenfondsen is het variabel pensioen dan ook meestal de standaarduitvoering of de default. 

Prinsjesdag 2026: AOW-leeftijd niet langer een-op-een gekoppeld aan levensverwachting

Op 15 september 2026 heeft het kabinet de maatregelen op het gebied van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gepresenteerd. Voor de pensioenpraktijk springt één besluit eruit: het kabinet ziet af van het voornemen om de AOW-leeftijd een-op-een te koppelen aan de stijging van de levensverwachting. Dit besluit is in de begroting vastgelegd. Naar verwachting daalt de koopkracht van een doorsnee huishouden in 2027 met 0,1 procent. Ouderen gaan er 0,3 procent op vooruit, ondanks een verlaging van de ouderenkorting met € 100.

Voor werkgevers stijgt de premie voor de Werkhervattingskas, omdat de kosten van WGA-uitkeringen zijn gestegen. Het kabinet ziet af van de verlaging van het maximumdagloon. Een aantal bezuinigingen in de sociale zekerheid wordt een jaar uitgesteld, waaronder die op de compensatie van de transitievergoeding. De verkorting van de WW-duur schuift op naar 1 januari 2029. Minister Vijlbrief heeft vakbonden en werkgevers uitgenodigd voor een gesprek zonder voorwaarden vooraf over de toekomst van de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt.

Hiermee is de onrust over de voorgenomen ingrepen in de sociale zekerheid, waaronder de AOW, voorlopig weggenomen. 

Prognosetafel AG2026: levensverwachting stijgt minder hard door blijvende oversterfte

Op 8 september 2026 heeft het Koninklijk Actuarieel Genootschap de Prognosetafel AG2026 gepubliceerd. De levensverwachting stijgt nog steeds, maar minder hard dan in AG2024 werd verwacht. Dat komt doordat de oversterfte sinds 2020 langer aanhoudt dan eerder verondersteld.

In vergelijking met AG2024 daalt de levensverwachting in 2027 bij geboorte met ongeveer 4 maanden. De inkoop van pensioen wordt hierdoor goedkoper. Voor nieuwe gepensioneerden heeft dat een positief effect op het pensioenniveau van ongeveer 1 procent. Overlijdensrisicoproducten worden juist duurder: tot 40 jaar stijgt de kostprijs met 10 procent tot 15 procent.

Bekijk hier alle pensioenartikelen

Heb je vragen? Neem gerust contact op met:

Willem Eikelboom
Willem Eikelboom

Senior Director, PwC Netherlands

Marijn Eland
Marijn Eland

Senior Manager, PwC Netherlands

Volg ons