Actuele pensioenzaken

Overzicht pensioenactualiteiten 2026-Q2

Overzicht pensioenactualiteiten 2026-Q2
  • Publicatie
  • 09 jul 2026

Vanuit PwC houden wij je graag op de hoogte van relevante pensioenontwikkelingen. In dit overzicht van het tweede kwartaal van 2026 lees je over de voortgang van de pensioentransitie bij pensioenfondsen en de eerste tastbare resultaten, de toenemende urgentie voor werkgevers met verzekerde regelingen, recente uitingen van de AFM over communicatie en toezicht, kabinetsmaatregelen op pensioenterrein en overige actuele pensioenontwikkelingen, zoals recente rechtspraak en relevante Netspar-onderzoeken.

Wezenpensioen: ingangsdatum bij geboorte kind na overlijden werknemer

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft in V&A 26-004 verduidelijkt wat de fiscaal toegestane ingangsdatum is van het wezenpensioen wanneer een kind wordt geboren na het overlijden van de werknemer.

Normaal gesproken gaat het wezenpensioen op grond van artikel 18c, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 uiterlijk in op de eerste dag van de maand volgend op de kalendermaand waarin de werknemer is overleden. Bij een postuum geboren kind zou die hoofdregel echter betekenen dat er helemaal geen wezenpensioen mogelijk is, wat in strijd is met doel en strekking van de regeling. Het CAP keurt daarom goed dat het wezenpensioen uiterlijk ingaat op de eerste dag van de maand volgend op de kalendermaand waarin het kind is geboren. Het recht op uitkering ontstaat immers niet eerder dan bij de geboorte.

Beoordeling transitieoverzichten na invaren door AFM

De AFM voert na de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel een eindcontrole uit op de transitieoverzichten van een risico gestuurde selectie pensioenfondsen. Daarbij worden zowel de voorlopige (vóór invaren) als de definitieve overzichten (na invaren) getoetst aan de wettelijke eisen.

Bij overzichten die in orde zijn volgt een terugkoppelingsbrief, bij overtredingen een toezicht- of waarschuwingsbrief en bij ernstige overtredingen kan de AFM formele maatregelen treffen, zoals een aanwijzing, last onder dwangsom of boete. Daarnaast blijft de AFM vooraf controleren, waarbij voor fondsen die na 1 januari 2026 invaren eveneens een risico gestuurde selectie wordt gehanteerd. Alle invarende fondsen ontvangen een halfjaar voor de invaardatum een brief met de wettelijke eisen en minimale verwachtingen.

Kamerbrief over compensatie pensioenopbouw na motie en burgerbrief

De minister van SZW informeert de Tweede Kamer over werksituaties die de compensatie voor het afschaffen van de doorsneepremie raken. De brief geeft uitvoering aan een toezegging van de ambtsvoorganger (op verzoek van het lid Van Ark, CDA) en aan een motie van het lid Patijn (GL-PvdA), en bevat een reactie op een burgerbrief.

Onder de Wtp bouwt iedereen voortaan een eigen pensioenvermogen op; dit kan vooral nadelig zijn voor actieve deelnemers van veertig tot zestig jaar. De vormgeving van compensatie is als arbeidsvoorwaardelijke afspraak overgelaten aan sociale partners en kan in één keer of gespreid over maximaal tien jaar worden toegekend.

De minister erkent zorgen over mensen die door baanwissel, ontslag, ondernemerschap of verlof op de transitiedatum niet in dienst zijn en daardoor onbedoeld geen compensatie krijgen, globaal mogelijk enkele tienduizenden dit jaar. Als oplossing wijst zij op vrijwillige voortzetting van de opbouw (mogelijk voor ongeveer 93 procent van de actieve deelnemers, vaak met terugwerkende kracht) en op het sociaal plan bij gedwongen ontslag. Goede en tijdige informatie via sociale partners, pensioenfondsen, het UPO en SZW-communicatie blijft essentieel.

In reactie op de burgerbrief (overstap van ABP naar PFZW in 2025) bevestigt de minister dat de schrijver als actieve deelnemer bij PFZW op de peildatum 31 december 2025 per 1 januari 2026 compensatie heeft ontvangen.

Bedrag ineens: Eerste Kamer stemt in, invoering per 1 januari 2029

Op 16 juni 2026 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Wet herziening bedrag ineens. De wet geeft mensen meer keuzevrijheid door het mogelijk te maken bij pensionering maximaal 10% van het pensioen(vermogen) in één keer op te nemen als bedrag ineens. Het voorstel kreeg brede steun van onder meer GroenLinks-PvdA, Volt, ChristenUnie, CDA, SGP, D66, FVD, VVD, PVV, JA21 en BBB; negen senatoren (waaronder SP, Partij voor de Dieren en 50Plus) stemden tegen. De wet treedt per 1 januari 2029 in werking.

De ingangsdatum is inmiddels acht keer uitgesteld. Volgens minister Vijlbrief (SZW) is invoering tijdens de stelseltransitie onhaalbaar, waardoor 2029 nu als 'harde' datum geldt, tot ongenoegen van de Tweede Kamer en VNO-NCW. 50Plus, dat tegenstemde, vreest 'spijtoptanten' onder mensen met een klein aanvullend pensioen vanwege de complexe gevolgen voor belastingen en toeslagen. Vijlbrief erkende die complexiteit, maar weet dit aan het belasting- en toeslagensysteem en benadrukte dat het opnemen van een bedrag ineens een vrije keuze blijft.

Daarnaast informeert minister Vijlbrief de Tweede Kamer over de uitkomst van zijn overleg met de pensioensector naar aanleiding van de motie-Ceulemans (JA21). Deze motie vroeg te onderzoeken of de invoering van het bedrag ineens, voorzien per 1 januari 2029, alsnog kon worden vervroegd. Zoals hierboven aangegeven acht de minister vervroeging tijdens de lopende stelseltransitie echter niet haalbaar.

Tegemoetkoming van 555 euro voor werkgevers bij omzetten verzekerde regeling

Om werkgevers met een verzekerde pensioenregeling te ondersteunen bij de overgang naar de nieuwe pensioenregels, bieden MKB-Nederland en VNO-NCW tijdelijk een tegemoetkoming van maximaal 555 euro. De tegemoetkoming is bedoeld als vergoeding voor een deel van de kosten van een gecertificeerde pensioenadviseur bij het omzetten van de regeling.

De tegemoetkoming kan van 10 juni 2026 tot en met 14 februari 2027 worden aangevraagd via het platform Werken aan ons Pensioen. De regeling speelt in op de verplichting dat alle pensioenregelingen eind 2027 aan de nieuwe regels moeten voldoen.

AFM: 'Sector in beeld pensioenen 2026'

In haar rapport 'Sector in beeld pensioenen 2026', gebaseerd op data van pensioenuitvoerders over 2024 en dit jaar aangevuld met klachtenrapportages, signaleert de AFM drie hoofdpunten.

  1. Deelnemers maken weinig eigen beleggingskeuzes
    Hoewel ruim twee derde van de deelnemers in premieovereenkomsten de mogelijkheid had, koos slechts een klein deel voor een afwijkend profiel of een eigen beleggingsmix. Vooral jongeren doen dit nauwelijks, terwijl zij juist een lange beleggingshorizon hebben. Extra begeleiding kan hen hierbij helpen.
  2. Registreer en handel álle klachten correct af
    Van de 23.000 gerapporteerde klachten in 2024 (99 procent bij pensioenfondsen) gingen de meeste over pensioenberekening en -betaling. De AFM benadrukt dat zowel een hoog als een laag aantal klachten kan wijzen op problemen in de dienstverlening.
  3. Gevolgen nieuw stelsel nog beperkt zichtbaar
    Eind 2024 hadden alleen verzekeraars en PPI's al regelingen in het nieuwe stelsel. De eerste ingevaren pensioenfondsen worden pas volgend jaar zichtbaar in de cijfers.

Netspar: Bedrag ineens - Begeleiding van deelnemers blijft een uitdaging

Een recent onderzoek (DES-2025-003, De Waegenaere) brengt de gevolgen van de voorgestelde bedrag-ineensregeling in kaart, waarbij deelnemers bij pensionering tot tien procent van hun pensioenkapitaal eenmalig kunnen opnemen. De fiscale impact in het eerste jaar is fors. Door hogere belasting en verlies van toeslagen blijft soms slechts twintig tot veertig procent van het brutobedrag over, vooral bij lagere inkomens. Al wordt dit over de gehele uitkeringsfase grotendeels gecompenseerd en hangt de aantrekkelijkheid vooral samen met de levensverwachting. Omdat de uitkomst sterk afhangt van persoonlijke omstandigheden (huur, inkomen, partnerinkomen) waarover uitvoerders meestal niet beschikken, is hun begeleiding per definitie onvolledig en bestaat het risico op schijnzekerheid. Het onderzoek concludeert dat zorgvuldige, realistische begeleiding essentieel is en pleit voor een scherpere afbakening van de verantwoordelijkheden van pensioenuitvoerders.

Hoge Raad: geen verplichte aansluiting bij activiteiten op verwaarloosbare schaal

In een geschil tussen Bpf MITT en groothandel Hazet V.O.F. die als nevenactiviteit werkkleding van bedrijfslogo's voorziet oordeelt de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2026:795) over de uitleg van de werkingssfeer van een verplichtstellingsbesluit. Anders dan het hof, oordeelt de Hoge Raad dat het ontbreken van een expliciet hoofdzaakcriterium niet betekent dat er geen ondergrens geldt: een onderneming kan niet als werkgever onder het besluit worden aangemerkt als zij afgezet tegen haar totale activiteiten, omzet, loonsom en/of arbeidsuren slechts op verwaarloosbare schaal onder de bedrijfstak vallende activiteiten verricht. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof 's-Hertogenbosch en verwijst de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, dat opnieuw moet beoordelen of Hazets textielgerelateerde activiteiten daadwerkelijk verwaarloosbaar zijn en, zo niet, of een beroep op het verplichtstellingsbesluit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Rechtbank Rotterdam: werkgever moet aanvullende indexatie-afspraak uit 2005 nakomen

In een geschil tussen de ondernemingsraad van ExxonMobil en ExxonMobil (ECLI:NL:RBROT:2026:5176) over de pensioenindexatie van gepensioneerden in 2021–2024 oordeelt de kantonrechter dat ExxonMobil in strijd met de afspraak uit 2005 en met goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW) heeft gehandeld. Door actieven in 2024 een loonsverhoging van zeven procent te geven terwijl gepensioneerden, ondanks het sinds 2021 niet halen van de indexatieambitie van negentig procent, niets ontvingen, paste ExxonMobil het discretionaire 'aanvullende deel' van de afspraak onvoldoende toe. De concrete vorderingen worden nog niet toegewezen; de rechter draagt de ondernemingsraad op deze te concretiseren, spoort partijen aan tot een minnelijke regeling en houdt de eindbeslissing aan.

Netspar-paper: Demografische onzekerheid en pensioen

Het onderzoek 'Demografische onzekerheid en pensioen' (DES-2025-006, Van Ewijk, Van Dalen & Muns) brengt in kaart hoe dalende geboortecijfers, migratie en stijgende levensverwachting tot 2100 doorwerken op het Nederlandse pensioenstelsel en de bredere economie. De grijze druk stijgt naar verwachting van dertig procent in 2020 naar ongeveer 45 procent in 2075, en in extreme scenario's tot 85 procent in 2100. Immigratie kan de vergrijzing tijdelijk afremmen, maar het geboortecijfer en de levensverwachting blijven op lange termijn bepalend.

De vergrijzing leidt tot hogere uitgaven (vooral langdurige zorg) en drukt economische groei en reële rente. De koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting dempt de stijging, maar compenseert de daling van het geboortecijfer niet volledig. De pensioensector doet er goed aan zich voor te bereiden op lagere groei, lagere rendementen en een vergrijzend deelnemersbestand, en scenarioanalyse in te zetten om de risico's voor de houdbaarheid van AOW en aanvullend pensioen in beeld te brengen.

TNO-loket voor zwaar werk opent op 1 april

Op 1 april 2026 opende het loket van het TNO Expertisecentrum Zwaar Werk, dat cao-partijen ondersteunt bij het onderbouwen van hun definitie van 'zwaar werk' in het kader van regelingen voor vervroegd uittreden (RVU). Cao-partijen kunnen hun afbakening indienen, waarna TNO deze toetst, onder meer op fysieke en mentale belasting, het risico op gezondheidsschade, de effectiviteit van preventieve maatregelen en de gebruikte deskundigheid en voorziet van advies. De regie en de uiteindelijke invulling van de RVU-doelgroep blijven bij de sociale partners, die uiterlijk in 2028 moeten rapporteren hoe zij het advies hebben gebruikt. Een RVU-regeling maakt het mogelijk maximaal drie jaar voor de AOW-leeftijd te stoppen; voor 2026 geldt een fiscaal vrijgesteld bedrag van 2.357 euro bruto per maand, met driehonderd euro extra ruimte voor knellende situaties. Het loket past binnen de bredere agenda voor duurzame inzetbaarheid en een kennisprogramma rond zwaar werk en RVU.

Kamerbrief: uitwerking maatregelen vrijwillige voortzetting nabestaandenpensioen

In een Kamerbrief van 8 juni 2026 informeert de minister van SZW de Tweede Kamer over de implementatie van zes maatregelen om de groep 'onbedoeld onverzekerden' voor het nabestaandenpensioen te verkleinen. Omdat het partnerpensioen voor pensioendatum onder de Wtp nog uitsluitend op risicobasis is toegestaan en bij einde deelnemerschap vervalt, zijn een verplichte voortzettingsperiode en vrijwillige voortzetting geïntroduceerd. De maatregelen betreffen onder meer wettelijk verplichte informatie in de stop- en startbrief, een optionele herhalingsbrief, een notificatie op mijnpensioenoverzicht.nl (sinds eind maart 2026 operationeel), gegevensuitwisseling via SPR en het UWV, en een sectorbrede werkwijze van de Pensioenfederatie waarbij bij overlijden tijdens de keuzetermijn alsnog partnerpensioen wordt uitgekeerd. De eerste twee maatregelen worden via wetgeving opgepakt; de vormgeving wordt meegenomen in de monitoring en evaluatie van de Wtp.

Uitingen AFM in transitiebulletins Pensioenen (april – juni)  

  1. Nieuw RPO vaak beter door ervaring en doorontwikkelde techniek
    Voor koplopers die in 2022 hun eerste risicopreferentieonderzoek (RPO) deden, komt de vijfjaarlijkse actualisatie eraan. De AFM benadrukt dat dit zinvol is: de deelnemerspopulatie kan veranderd zijn en de techniek is doorontwikkeld.
  2. AFM steunt IORP II-herziening
    De AFM steunt de herziening van de IORP II-richtlijn, met name de algemene zorgplicht, meer kostentransparantie en een verplichte compliancefunctionaris. Wel is zij kritisch op een Europees UPO, dat te weinig rekening houdt met nationale stelsels.
  3. Vijf vragen over koopkracht versus stabiliteit
    De AFM vraagt aandacht voor heldere communicatie over de keuze tussen een stabiele uitkering en koopkrachtbehoud (met grotere kans op dalingen). Doel is voorzienbare teleurstellingen voorkomen: communicatie mag geruststellend zijn, maar moet realistisch blijven en het beleid in scenario's doorrekenen.
  1. Partnerpensioen zelden maximaal bij verzekerde regelingen
    Het partnerpensioen is in het nieuwe stelsel standaard op risicobasis (max. 50%), maar de dekking verschilt sterk: bijna zes op de tien deelnemers zit onder 30%. Positief is dat het aandeel zónder dekking daalde van 19% (2022) naar 9% (2024). De AFM roept op deelnemers zonder risicodekking actief te informeren en publiceert naar verwachting in het najaar een rapport.
  2. FPR: begeleid deelnemers goed bij keuze voor vast of variabel
    Gepensioneerden van fondsen die invaren in de Flexibele Premieregeling (FPR) moeten binnen een jaar kiezen tussen een vaste of variabele uitkering, een complexe keuze. De AFM benadrukt dat uitvoerders tijdig en helder moeten begeleiden, en vraagt bijzondere aandacht voor deelnemers met deeltijdpensioen.
  1. Vrijwillige voortzetting en compensatie: zorg voor adequate keuzebegeleiding
    De AFM ontvangt regelmatig meldingen van deelnemers die compensatie voor het afschaffen van de doorsneesystematiek mislopen, omdat zij de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting niet kenden, soms tienduizenden euro's. Deze informatie ontbreekt vaak in de stopbrief. De AFM roept uitvoerders op duidelijk te communiceren over de compensatieregeling en de voorwaarden voor vrijwillige voortzetting.
  2. Test je online tool voor keuzebegeleiding op fouten
    Uit lopend AFM-onderzoek blijkt dat online keuzebegeleidingstools te vaak fouten bevatten, bijvoorbeeld in getallen en grafieken (zoals een uitkering die stijgt waar deze zou moeten dalen). De AFM roept op tools grondig te testen bij introductie én elke wijziging, met inzet van verschillende expertises, en benadrukt dat de uitvoerder altijd verantwoordelijk blijft, ook richting de PUO. In het najaar volgt een rapport over keuzebegeleiding.

Bekijk hier alle pensioenartikelen

Contact us

Willem Eikelboom

Willem Eikelboom

Senior Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)64 238 01 53

Jan Meijer

Jan Meijer

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 115 75 16

Volg ons