Financieringsmogelijkheden voor uw onderneming

Het ‘steun- en herstelpakket voor economie en arbeidsmarkt’ is sinds 1 oktober 2020 van kracht. Dit is het derde noodpakket aan regelingen waarmee het kabinet ondernemers wil ondersteunen tijdens de coronacrisis. Het noodpakket loopt tot 1 juli 2021. Sinds de implementatie is het derde noodpakket vanwege de verzwaarde maatregelen twee keer uitgebreid, waardoor de kosten momenteel circa 7,7 miljard euro bedragen.

Het pakket is de opvolger van het noodpakket 1.0 (banen en economie, 17 maart 2020) en het noodpakket 2.0 (20 mei 2020). Over een aanvullend of vierde steunpakket overlegt het kabinet nog met de sociale partners.

Onderstaand vindt u een overzicht van de verschillende steunmaatregelen die gericht zijn op de financiering van uw onderneming, en overige financieringspakketten vanuit de overheid. Hierbij geven we ook uitleg over hoe u als ondernemer hierop aanspraak kunt maken.

Bent u mkb'er, zelfstandig of sociaal ondernemer en hebt u specifieke vragen? Neem dan contact op met onze Covid-19 Helpdesk. We staan klaar om u op weer op weg te helpen.

Direct naar de Covid-19 Helpdesk

Financiële tegemoetkoming voor uw bedrijf

1 – NOW (Noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud)
2 – Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers)
3 – TVL (Tegemoetkoming voor vaste lasten)
4 – ‘Starters’-TVL
5 – BIK (Tijdelijke korting op investeringen)

Financieringsregelingen om uw bedrijf van krediet te voorzien

  • Generieke kredietregelingen

6 – GO-C – Staatsgarantie op (middel)grote leningen (gericht op groot- en middenbedrijf)
7 – BMKB-C - Borgstelling mkb-kredieten (gericht op MKB)
8 – KKC - klein krediet corona (gericht op micro- en kleinbedrijf)
9 – Herverzekering van kortlopende kredietverzekeringen

  • Regelingen specifiek voor start-ups, scale-ups en (innovatieve) MKB’ers

10 – Qredits (rentekorting op microkredieten)
11 – Groeifaciliteit
12 – ROM-COL (regionale ontwikkelingsmaatschappijen: corona-overbruggingslening)
13 – Invest-NL: tijdelijke overbruggingskredietprogramma innovatieve start- en scale-ups (TOPSS)
14 – SEED Capital-regeling

Sector specifiek

15 - BL-C (Borgstelling mkb-Landbouwkredieten voor corona-overbruggingsfinanciering)
16 - Aanvullende subsidie voor meerjarig gesubsidieerde, producerende instellingen
17 - Opengestelde monumentenlening
18 - Medefinancieren van de vitale regionale infrastructuur (cultuur)
19 - De cultuur-opstartlening
20 - Inzet voor makers
21 - Extra steun cultuursector
22 - Tegemoetkoming amateursportorganisaties en verhuurders sportaccommodaties Covid-19 (TAVSO)
23 - Extra steun openbaar vervoer
24 - Garantiefonds evenementen
25 - Kickstartvoucher
26 - Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

Financiële tegemoetkoming voor uw bedrijf

1. NOW (Noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud)

Wat?

De NOW voorziet bedrijven die een significante omzetdaling ervaren met een vergoeding van de loonsom. Het doel van de regeling is om zoveel mogelijk werknemers aan het werk te houden.

De NOW-regeling betreft een subsidie waarbij u na afloop van de subsidieperiode een opgave van de omzetdaling indient. Afhangend van hoeveel vergoeding uw onderneming heeft ontvangen moet u mogelijk daarnaast een accountantsverklaring of vergelijkbare verklaring indienen.

Inmiddels bestaat de derde versie van de NOW, de NOW 3.0. De voorgangers (NOW 1.0 en NOW 2.0) zijn niet meer aan te vragen. NOW 3.0 loopt van 1 oktober 2020 tot en met 30 juni 2021. 

Voor wie?

De NOW is gericht op bedrijven met personeel die verwachten dat ze minimaal twintig procent minder omzet draaien over een periode van (minimaal) drie maanden. Hoe hoger het omzetverlies over drie maanden, hoe hoger de tegemoetkoming. Bij een omzetverlies van honderd procent is dat 85 procent van de loonsom. 

Hoe doet u een aanvraag?

De aanvraagperiode voor de periode januari tot en met maart 2021 is inmiddels gesloten. Voor de periode april, mei en juni 2021 is de aanvraagperiode 17 mei tot 13 juni 2021. U dient de vraag in bij het UWV.

 

2. Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers)

Wat?

De Tozo voorziet ondernemers in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als hun inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum is gedaald. De Tozo kan ook als lening dienen voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen op te vangen die het gevolg zijn van de coronacrisis. Tozo’s huidige vorm, Tozo 3, loopt tot 1 april 2021, waarna Tozo 4 zal lopen tot 1 juli 2021. Ook voor Tozo 4 zal geen vermogenstoets worden gehanteerd. De looptijd van een Tozo-lening is drieënhalve maand; de terugbetalingstermijn start op 1 juli 2021.

Voor wie?
De Tozo is bestemd voor in Nederland woonachtige zelfstandige ondernemers die als gevolg van de coronacrisis een huishoudinkomen onder het sociaal minimum hebben en/of een liquiditeitsprobleem waarvoor zij een bedrijfskrediet nodig hebben.
Hoe doet u een aanvraag?

Sinds 1 oktober 2020 kunt u Tozo 3 aanvragen voor de periode van 1 oktober tot 1 april 2021. Vanaf 15 februari 2021 kunt u de aanvraag met terugwerkende kracht tot de vorige maand doen. Doet u uw aanvraag bijvoorbeeld op 15 februari 2021, dan kunt u de uitkering vanaf 1 januari 2021 aanvragen. Tozo 4 zal ook op dezelfde manier met terugwerkende kracht (vanaf 1 mei 2021) werken.

U doet de aanvraag bij uw woongemeente.

3. TVL (Tegemoetkoming voor vaste lasten)

Wat?

De TVL is een subsidie die mkb-ondernemers en zelfstandigen die door de coronamaatregelen veel omzet mislopen, helpt bij het bekostigen van een deel van hun vaste lasten, exclusief loonkosten.

De TVL is per 1 oktober 2020 verlengd. Het eerste deel liep tussen 1 juni en 30 september 2020. Sinds 1 oktober 2020 lopen drie periodes van elk drie maanden, van 1 oktober 2020 tot 30 juni 2021. Per het eerste kwartaal van 2021 gaat het maximale subsidiebedrag omhoog van 90.000 naar 550.000 euro voor het mkb en 600.000 euro voor het niet-mkb. Bij minimaal dertig procent omzetverlies wordt in het eerste kwartaal van 2021 85 procent van de vaste lasten vergoed en in het tweede kwartaal honderd procent. Vanaf het eerste kwartaal van 2021 is het minimale subsidiebedrag vijftienhonderd euro. Hiervoor was dat 750 euro. Dat bedrag komt bovenop de NOW.

Voor wie?

Voor het vierde kwartaal van 2020 is de TVL bedoeld voor mkb-bedrijven (maximaal 250 medewerkers) en zzp’ers die vanwege de coronacrisis minimaal dertig procent omzetverlies hebben en daardoor hun vaste lasten, die tenminste drieduizend euro bedragen, niet zonder ondersteuning kunnen voldoen. Voor het eerste en tweede kwartaal van 2021 is de eis van het aantal medewerkers losgelaten, waardoor ook het niet-mkb aanspraak op de TVL kan maken. 

Daarnaast kunnen verplicht gesloten horecaondernemingen een eenmalige aanvullende subsidie van 2,75 procent van de omzetderving aanvragen. Ook kunnen winkeliers die met een onverkoopbare voorraad zitten, via de TVL in het eerste en tweede kwartaal van 2021 een vergoeding van maximaal 200.000 euro krijgen. Dit komt bovenop het maximumbedrag van 333.000 euro.

Tenslotte komen starters die tussen 1 januari en 15 maart 2020 zijn begonnen, ook voor deze subsidie in aanmerking in het eerste kwartaal van 2021.

Hoe doet u een aanvraag?

U kunt de TVL voor het eerste kwartaal van 2021 aanvragen via rvo.nl/tvl met eHerkenning of DigiD. Dit kan tot 30 april 2021, 17.00 uur.  De berekening van uw subsidie vindt dan nog op basis van het oude systeem plaats, waarna een extra uitbetaling moet volgen. De verwachting is nu dat de TVL voor het tweede kwartaal in de tweede helft van mei 2021 wordt opengesteld.

4. ‘Starters’-TVL

Het kabinet heeft een speciale subsidie afgekondigd voor starters die tussen 30 september 2019 en 30 juni 2020 een bedrijf zijn begonnen of die zich in die periode hebben moeten herinschrijven in het handelsregister. Deze moet zoveel mogelijk lijken op de TVL, al wordt de precieze invulling nog vastgesteld. Deze subsidie geldt voor het eerste en het tweede kwartaal van 2021. In het eerste kwartaal komen de gegadigden ook in aanmerking voor de reguliere TVL; in het tweede kwartaal van 2021 kunnen de starters alleen van de aparte startersregeling gebruikmaken. Het loket is nog niet open. Dit wordt verwacht in mei 2021.

 

5. BIK (Baangerelateerde investeringskorting)

 

Wat?

Met de BIK ontvangen bedrijven een tijdelijke korting om tijdens de pandemie te blijven investeren in bedrijfsmiddelen/machines. Kosten voor investeringen gemaakt tussen 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2022, kunnen zij met de BIK verrekenen met de af te dragen loonheffing.

Voor wie?

De BIK is toegankelijk voor alle bedrijven, ongeacht of er winst is behaald.

Hoe doet u een aanvraag?

Er gelden enkele specifieke criteria omtrent de investeringen die onder de BIK vallen. U vindt meer informatie hierover bij de Kamer van Koophandel. Vanaf september 2021 kunt u uw aanvraag indienen bij de RVO.

Financieringsregelingen om uw bedrijf van krediet te voorzien

Generieke kredietregelingen

6. GO-C – Staatsgarantie op (middel)grote leningen

Wat?

De GO-C(orona)-module is een kredietregeling waarbij banken leningen van anderhalf tot 150 miljoen euro per onderneming kunnen verstrekken aan bedrijven die liquiditeitsproblemen ondervinden vanwege de coronapandemie. De maximale looptijd is zes jaar. De overheid staat voor het grootbedrijf (met een omzet hoger dan vijftig miljoen euro) voor tachtig procent garant en voor het mkb (met een omzet tot vijftig miljoen euro) voor negentig procent.

Voor wie?

De module is bedoeld voor bedrijven die in principe gezond zijn, maar vanwege de coronacrisis moeite hebben met het krijgen van bankleningen en garanties. Om een aanvraag te kunnen doen moeten bedrijven onder meer kunnen bewijzen dat ze goede perspectieven hebben wat betreft winstgevendheid en continuïteit.

Hoe doet u een aanvraag?

De aanvraag van de GO-C-module loopt via uw bank. Die bepaalt of de aanvraag in behandeling wordt genomen. Zo ja, dan legt uw bank de aanvraag voor aan het RVO. Als het RVO groen licht geeft, zal de bank besluiten of ze het krediet verstrekt. De regeling is verlengd tot en met 30 juni 2021.

7. BMKB-C (Borgstelling mkb-kredieten)

Wat?

De BMKB-C-regeling stelt ondernemers in staat om sneller en makkelijker geld te lenen voor de uitbreiding van een bestaande financiering of voor een nieuw krediet. De regeling kan bijvoorbeeld gebruikt worden als overbruggingskrediet of ter verhoging van hun rekening-courantkrediet, oftewel het bedrag dat zij ‘rood mogen staan’. Hierbij geldt een een looptijd tot vier jaar. De premie voor BMKB-C was 3,9 procent, maar die is verlaagd naar twee procent bij een looptijd tot en met acht kwartalen, of drie procent bij een looptijd van negen tot en met zestien kwartalen. De overheid staat voor negentig procent garant voor het mkb en voor tachtig procent voor grootbedrijven.

Voor wie?

De BMKB-C-regeling is bedoeld voor het mkb, dus ondernemingen met maximaal 250 werknemers en een jaaromzet van maximaal vijftig miljoen euro of een balanstotaal tot 43 miljoen euro, die liquiditeitsproblemen ondervinden door de coronacrisis. Bepaalde bedrijfsgroepen en financiële doeleinden zijn uitgesloten. Voor hen zijn speciale regelingen getroffen (bijvoorbeeld voor de landbouw).

Hoe doet u een aanvraag?

Net zoals bij de GO-C-module doet u de aanvraag bij uw bank. Maar in tegenstelling tot de GO-C-module kan uw bank dit krediet toekennen zonder tussenkomst van de RVO. Aanvragen kan tot eind 2021.

8. KKC (Klein krediet corona)

Wat?

De KKC is een kredietregeling voor kleine ondernemers die moeite hebben bij het verkrijgen van een relatief klein krediet. De regeling omvat leningen van minimaal tienduizend euro tot maximaal vijftigduizend euro, waar de staat 95 procent voor garant staat. Deze leningen hebben een looptijd van maximaal vijf jaar en een rente van maximaal vier procent. Daarnaast moeten ondernemers aan de staat een eenmalige premie van twee procent betalen als vergoeding.

Voor wie?

De KKC is gericht op kleine ondernemers, dat wil zeggen het micro-, klein- en middenbedrijf met een omzet vanaf vijftigduizend euro, die voor de coronacrisis voldoende winstgevend waren en die voor 1 januari 2019 ingeschreven stonden in de KvK. Deze ondernemers moeten een relatief kleine financieringsbehoefte hebben, namelijk tussen tienduizend en vijftigduizend euro.

Hoe doet u een aanvraag?

De aanvraag doet u bij uw bank. In elk geval de banken Rabobank, ABN AMRO, ING, de Volksbank en Triodos zijn geaccrediteerd om leningen via deze regeling aan te bieden. Andere financiers die ook de BMKB-C-regeling mogen aanbieden, mogen ook de KKC aanbieden. Deze regeling is verlengd tot en met 30 juni 2021.

9. Herverzekering van kortlopende kredietverzekeringen

Wat?

De herverzekering van kortlopende kredietverzekeringen is bedoeld om te voorkomen dat kredietverzekeraars de verzekeringslimieten voor mkb-bedrijven zoals winkels en horecazaken, die worden bevoorraad op basis van leverancierskrediet, verlagen of intrekken vanwege het verhoogde risico op wanbetalingen door de coronacrisis. Via deze herverzekering heeft het kabinet als het ware het risico van de verzekeraars voor heel 2020 overgenomen.

Kredietverzekeraars dragen voor de eerste één miljard euro schade zelf tien procent risico. Daarboven vergoedt de overheid honderd procent van de schade. Deze tien procent (dus honderd miljoen euro) eigen risico wordt verdeeld over de verzekeraars naar rato van de limieten die sinds 31 december 2019 openstaan. Schades die voor de pandemie zijn uitgekeerd (tussen 1 januari en 1 maart 2020) worden niet vergoed door de overheid.

Voor wie?

Deze regeling is gericht op de gehele Nederlandse economie. Door de risico’s van de verzekeraars te borgen maakt de Nederlandse overheid het mogelijk dat ondernemingen hun leverancierskredieten kunnen blijven gebruiken.

Hoe doet u een aanvraag?

Deze regeling is niet gericht op aanvragen vanuit individuele bedrijven, maar juist op grote verzekeringsmaatschappijen zoals Atradius en Euler Hermes. Het kabinet staat tot eind juni 2021 garant voor kredietverzekeringen.

Regelingen specifiek voor start-ups, scale-ups en (innovatieve) mkb’ers

10. Qredits (rentekorting op microkredieten)

Wat?

Qredits is een bedrijf dat microkredieten verstrekt aan beginnende ondernemingen en kleine bedrijven. Anders dan een bank biedt Qredits daarnaast ook hulp aan bij de ontwikkeling van een businessplan. De overheid ondersteunt Qredits met zes miljoen euro, waardoor bestaande klanten zes maanden uitstel van aflossing hebben op bestaande leningen. Daarnaast zakt voor deze periode ook de rente naar twee procent. 

Voor wie?

De rentekorting is bedoeld voor klanten van Qredits, maar kan ook voor nieuwe klanten worden gebruikt. Qredits richt zich op kleine ondernemers en zzp’ers.

Hoe doet u een aanvraag?

Als u nog geen krediet hebt bij Qredits, kunt u rechtstreeks bij het bedrijf een aanvraag indienen voor een lening of overbruggingskrediet. Deze kunt u indienen tot 30 juni 2021.

11. Groeifaciliteit

Wat?

Met de Groeifaciliteit-regeling staat de overheid garant voor vijftig procent van het risicodragend vermogen dat een financier aan een ondernemer verstrekt. Vanwege de coronacrisis wordt de uitfasering van de Groeifaciliteit uitgesteld tot 1 juli 2021.

Voor wie?

De Groeifaciliteit-regeling is bedoeld voor ondernemers die risicodragend vermogen nodig hebben, bijvoorbeeld voor snelle groei, een bedrijfsovername of uitbreiding naar het buitenland.

Hoe doet u een aanvraag?

U kunt als ondernemer niet zelf een aanvraag doen voor de Groeifaciliteit-regeling. Dit doet uw bank of participatiemaatschappij als die deelneemt aan de regeling. Uw financier besluit of hij voor de financiering bij de RVO een verzoek tot garantstelling indient en of hij het risicokapitaal uiteindelijk ook verstrekt. De Groeifaciliteit loopt tot en met 30 juni 2021.

12. ROM-COL (regionale ontwikkelingsmaatschappijen: corona-overbruggingslening)

Wat?

De ROM-COL is een speciaal overbruggingskrediet voor start-ups, scale-ups en innovatieve mkb’ers. Een lening bedraagt minimaal vijftigduizend en maximaal twee miljoen euro. Bij bedragen boven 250.000 euro moet 25 procent gefinancierd worden door aandeelhouders of andere investeerders. Het rentetarief bedraagt drie procent en de lening heeft een looptijd van drie jaar. Die kan worden verlengd. Er kan vervroegd boetevrij worden afgelost.

Voor wie?

De ROM-COL is bedoeld voor start-ups, scale-ups en innovatieve mkb’ers die zichzelf voornamelijk met extern eigen vermogen financieren en vanwege de coronacrisis financieringsproblemen hebben. Ook kunnen mkb'ers die de afgelopen jaren hun groei hebben gefinancierd met intern eigen vermogen, zoals ingehouden winsten, deze lening krijgen. Hierbij is het wel van belang dat zij geen structurele bancaire financieringsrelatie hebben, hoewel een beperkte bancaire rekening-courantverhouding is toegestaan. Naast deze formele criteria wordt ook gekeken naar kwalitatieve criteria, zoals aantal fte’s in dienst, het belang van de innovatie en de aansluiting op het missiegedreven innovatiebeleid.

Hoe doet u een aanvraag?

U kunt de ROM-COL aanvragen bij één van de regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s). Dit kan via de volgende website: https://www.rom-nederland.nl/corona-overbruggingslening/. De lening wordt verstrekt tot en met 30 juni 2021.

13. Invest-NL: tijdelijke overbruggingskredietprogramma innovatieve start- en scale-ups (TOPSS)

Wat?

De TOPSS is een speciaal overbruggingskrediet voor innovatieve start-ups en scale-ups die een investeringsbehoefte hebben van meer dan twee miljoen euro. Invest-NL financiert in principe vijftig procent van de gewenste lening, waarbij de rest door professionele investeerders moet worden gefinancierd. De rente bedraagt acht procent, die bij aflossing moet worden verrekend of onderdeel wordt van de conversie. Er kan niet vervroegd worden afgelost.

Voor wie?

De TOPSS is bestemd voor dezelfde doelgroep als die van de ROM-COL, maar om aanspraak te kunnen maken op de TOPSS moet er een investeringsbehoefte zijn van meer dan twee miljoen euro.

Hoe doet u een aanvraag?

U doet uw aanvraag bij het gezamenlijk digitaal loket van Techleap.nl en de ROM’s: https://www.techleap.nl/content/bridgefinancing-portal/. Dit kan tot en met 30 juni 2021.

14. SEED Capital-regeling

Wat?

Met de Seed Capital-regeling helpt de overheid innovatieve ondernemingen bij het verkrijgen van risicokapitaal uit investeringsfondsen. Dit doet ze door vijftig procent te financieren van de investeringsfondsen die door private investeerders worden opgezet. Ondernemers kunnen uit zo’n fonds putten in de vorm van een renteloze lening. Vanwege de coronacrisis heeft de overheid haar budget voor de SEED Capital-regeling verhoogd van 22 naar 32 miljoen euro.

Voor wie?

De SEED Capital-regeling is bedoeld voor fondsen die zijn opgericht om technostarters en creatieve starters te financieren.

Hoe doet u een aanvraag?

Investeerders geïnteresseerd in het opzetten van een investeringsfonds die gebruik maakt van de SEED Capital-regeling, kunnen een nieuwe aanvraag doen op de website van de RVO: https://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/seed-capital. Dit kan tussen 1 januari en 31 maart 2021. Ondernemers op zoek naar investeerders kunnen direct bij de SEED-fondsen terecht. Meer informatie hierover kunt u  op de website van de RVO vinden.

Sector specifiek

15. BL-C (borgstelling mkb-landbouwkredieten voor corona-overbruggingsfinanciering)

Wat?

Met de BL-C ondersteunt de overheid agrarische ondernemingen door tijdelijk een gunstiger borgstelling voor werkkapitaal aan te bieden. Ondernemingen die in de kern gezond zijn, kunnen tot maximaal anderhalf miljoen euro aan borgstellingskrediet per bedrijf aanvragen. Hiervoor staat de overheid voor zeventig procent garant. Recentelijk zijn de provisiekosten met terugwerkende kracht vanaf 18 maart 2020 tot en met 1 april 2021 verlaagd van drie naar anderhalf procent voor starters en van één naar een half procent voor overnemers.

Voor wie?

De BL-C is bedoeld voor bedrijven in de land- en tuinbouwsector en in de visserij- en aquacultuursector die vanwege de coronacrisis een lagere afname van hun producten ervaren en daardoor in financiële problemen zijn gekomen.

Hoe doet u een aanvraag?

U vraagt de BL-C aan bij je bank of financier. Dit kan tot en met 31 maart 2021.

16. Aanvullende subsidie voor meerjarig gesubsidieerde, producerende instellingen (culturele sector)

Wat?

De overheid heeft een aanvullende subsidie beschikbaar gesteld om BIS-instellingen te helpen het hoofd boven water te houden tijdens de periode waarvoor de regering beperkende maatregelen heeft afgekondigd. Ook kan deze subsidie gebruikt worden om nieuwe aangepaste publieksactiviteiten voor het volgende seizoen te produceren, zodat op deze instellingen op de middellange termijn opnieuw weer zelf inkomsten kunnen gaan genereren. Na een eerste steunpakket van driehonderd miljoen euro voor 2020 heeft het kabinet in november 2020 een tweede steunpakket van 482 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de eerste helft van 2021. Voor de periode van 15 december 2020 tot 9 februari 2021, waarin de creatieve en culturele sector gesloten is, heeft het kabinet nog eens vijftien miljoen euro gereserveerd.

Voor wie?

De aanvullende subsidie is bestemd voor zeventig producerende instellingen in de culturele basisinfrastructuur 2017-2020. En voor ongeveer 198 door de zes rijkscultuurfondsen (Fonds Podiumkunsten, Mondriaan Fonds, Nederlands Letterenfonds, Filmfonds, Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en Fonds voor Cultuurparticipatie) meerjarig gefinancierde instellingen en festivals. Daarnaast komt er voor filmproducenten een specifieke voorziening van vijf miljoen euro bij het Filmfonds.

Hoe doet u een aanvraag?

U kunt een aanvraag doen bij een van de zes rijkscultuurfondsen.

17. Opengestelde monumentenlening (culturele sector)

Wat?

De opengestelde monumentenlening ondersteunt eigenaren van rijksmonumenten die vanwege de coronacrisis inkomsten mislopen. De lening heeft de volgende kenmerken:

●     een looptijd van vijftien jaar tegen één procent rente;

●    maximaal drie jaar is aflossingsvrij;

●     het leenbedrag is minimaal tienduizend euro en maximaal twee miljoen euro per aanvrager;

●    er is de mogelijkheid tot achterstelling.

Voor wie?

De lening is bedoeld voor eigenaren van publiekstoegankelijke rijksmonumenten die als gevolg van de coronacrisis inkomsten mislopen en die geen gebruik hebben kunnen maken van de generieke steunmaatregelen.

Hoe doet u een aanvraag?

U kunt je aanvraag doen op de website van het Nationaal Restauratiefonds.

18. Medefinancieren van de vitale regionale infrastructuur (culturele sector)

Wat?

Musea, (pop)podia en filmtheaters die ondersteuning krijgen van een gemeente en/of provincie, kunnen met deze regeling aanvullende steun krijgen. Deze aanvullende steun is bedoeld om deze instellingen door de financieel zware eerste maanden heen te loodsen en vervolgens in staat te stellen te kunnen investeren voor het volgende seizoen.

Voor wie?

Musea, (pop)podia en filmtheaters die aanvullende ondersteuning ontvangen van een gemeente en/of provincie. Deze instellingen moeten wel een regionale functie hebben, waarbij ook een landelijk belang wordt gediend.

Hoe doet u een aanvraag?

De gemeenten bepalen zelf waar de culturele infrastructuur van hun gemeente de steun het hardst nodig heeft. 

19. De cultuur-opstartlening (culturele sector)

Wat?

De cultuur-opstartlening is door overheid in het leven geroepen om ondernemingen in de culturele en creatieve sector te helpen bij het ontwikkelen van publieksgerichte producties, programma’s, tentoonstellingen of andere projecten. De lening bedraagt minimaal tienduizend en maximaal 500.000 euro, waarbij per organisatie maximaal twee leningen kunnen worden verstrekt die samen niet meer dan één miljoen euro bedragen. De lening kan tevens naast of als basis voor een bancaire lening gebruikt worden. De rente bedraagt één procent per jaar en kan boetevrij vervroegd worden afgelost.

Voor wie?

Deze lening is bedoeld voor ondernemingen in de culturele en creatieve sector die niet of nauwelijks gebruik (hebben) kunnen maken van de eerder aangekondigde algemene en sectorspecifieke ondersteuningsmaatregelen. Vereist is wel dat de inkomsten van de activiteiten waar de lening voor wordt ingezet naar verwachting de kosten van de lening zullen kunnen dekken. Ook wordt van deze ondernemingen verwacht dat ze minstens vijftig procent eigen inkomsten genereren.

Hoe doet u een aanvraag?

U doet uw aanvraag op de website van Cultuur+Ondernemen. Dit kan tot 1 juli 2021.

20. Inzet voor makers (cultuur)

Het ministerie van OCW heeft 11,8 miljoen euro extra geïnvesteerd in de zes rijksfondsen (Fonds Podiumkunsten, Mondriaan Fonds, Nederlands Letterenfonds, Filmfonds, Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en Fonds voor Cultuurparticipatie) om hun bestaande regelingen gericht op werk voor makers in alle sectoren, te intensiveren. Deze zes fondsen hebben binnen hun bestaande begroting hiervoor ook nog ruim vijftien miljoen euro aan middelen vrijgemaakt. In januari 2021 heeft het kabinet besloten om nog eens negen miljoen euro beschikbaar te stellen.

Er komt daarnaast 5,5 miljoen euro beschikbaar voor lokale media.

21. Extra steun cultuursector

Wat?

De culturele sector krijgt 482 miljoen euro extra steun, bovenop het eerdere steunpakket cultuur en de generieke kabinetsmaatregelen. Doel is de werkgelegenheid in deze sector te behouden en ervoor te zorgen dat cultuurinstellingen kunnen investeren in het komende culturele seizoen.

De extra subsidie is onder meer bedoeld voor instellingen die essentieel zijn voor de sector als geheel. De gedachte daarbij is dat als die organisaties de coronacrisis goed doorkomen, ze daarna de opdrachtenstroom ook richting zzp’ers weer op gang kunnen brengen.

Het extra geld wordt over verschillende onderdelen verspreid:

  • Tweehonderd miljoen euro gaat naar culturele instellingen die van cruciaal belang zijn voor de landelijke infrastructuur, maar ook naar individuele kunstenaars en creatieve professionals. De exacte invulling van de tweehonderd miljoen euro wordt nog uitgewerkt.

  • Veertien miljoen euro is voor een half jaar overbrugging voor instellingen met een positieve beoordeling voor de BIS en meerjarige fondssubsidies, waarvoor geen budget beschikbaar was.

  • Twintig miljoen euro is beschikbaar voor het behoud van private musea en kunstcollecties van nationaal belang.

  • Vijftien miljoen euro gaat naar het behoud van het varend erfgoed (de zogenoemde ‘bruine vloot’).

  • Honderdvijftig miljoen euro gaat naar gemeenten, zodat zij de cruciale lokale culturele infrastructuur kunnen ondersteunen.

Voor wie?

Het steunbudget voor film, in totaal 28,5 miljoen euro geldt vanaf 1 januari 2021. Op de site van het Nederlands Filmfonds is de verdeling van dat bedrag uitgewerkt.

Ondernemers in de cultuursector konden al aanspraak maken op de algemene coronaregelingen. Daarnaast is afgesproken dat de huur van door het rijk gesubsidieerde musea tijdelijk wordt opgeschort. Ook blijven subsidies doorlopen. Daarnaast is er een voucherregeling voor de cultuursector, waardoor geld voor toegangskaartjes zoveel mogelijk in de sector blijft.

Het kabinet maakt veertig miljoen euro vrij voor het niet-gesubsidieerde deel van de culturele sector, zoals de vrije theaterproducenten. Hiermee worden zij voor een deel gecompenseerd voor gemaakte kosten voor ‘weggegooide’ producties (gemaakte kosten voor scenario’s, decors, acteursrepetities), die door de sluiting van theaters niet meer kunnen worden ingehaald. En zij kunnen opnieuw investeringen doen voor nieuwe en bestaande producties.

22. Tegemoetkoming amateursportorganisaties en verhuurders sportaccommodaties COVID-19 (TAVSO) 

Wat?

Het kabinet had eerder zestig miljoen euro uitgetrokken om financiële schade van amateursportverenigingen en verhuurders van sportaccommodaties als het gevolg van coronamaatregelen te compenseren. Deze regeling is verlengd in de vorm van de TAVSO.  Amateursportorganisaties kunnen tussen de 1500 en 12.500 euro aan tegemoetkoming krijgen, afhankelijk van de opgevoerde financiële schade. Hierbij wordt gekeken naar de doorlopende lasten, de personeelskosten waarvoor niet al op grond van de NOW of de Tozo compensatie is ontvangen, de bondsafdrachten en het kantineresultaat. De hoogte van de tegemoetkoming voor verhuurders hangt af van de in Q4 kwijtgescholden huur. Kwijtgescholden gebruiksgebonden huur (huur per uur/tijdvak) kan volledig worden vergoed, terwijl kwijtgescholden niet-gebruiksgebonden huur (welke periodiek is verschuldigd, dus ongeacht gebruik) tot maximaal 45% kan worden vergoed.

Voor wie?

De TAVSO is bedoeld voor twee groepen:

  • Amateursportorganisaties die in het vierde kwartaal van 2020 een omzetverlies hebben geleden van minimaal tien procent ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019 vanwege de coronamaatregelen; en

  • Gemeenten, sportbedrijven en particuliere verhuurders die tijdens het vierde kwartaal gederfde huurinkomsten hebben geleden als gevolg van de coronamaatregelen.

Hoe doet u een aanvraag?

Amateursportorganisaties kunnen tussen 19 februari en 5 april 2021 een aanvraag doen, verhuurders tussen 9 maart en 3 mei 2021. Dit doen zij bij de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I).

23. Extra steun openbaar vervoer

Wat?

Ook het openbaar vervoer is financieel geraakt door de coronacrisis. Weinig mensen maken momenteel gebruik van het ov, terwijl de kosten doorlopen en extra maatregelen nodig zijn. Belangrijk is dat het openbaar vervoer voor iedereen beschikbaar blijft, ook voor zakelijk, sociaal en woon-werkverkeer. Het kabinet heeft anderhalf miljard euro vrijgemaakt om te zorgen dat het ov kan blijven rijden en mensen veilig kunnen reizen. De beschikbaarheidsvergoeding is bedoeld voor al het openbaar vervoer in Nederland. Het ministerie van OCW en de decentrale overheden betalen de gemaakte concessieafspraken en ov-studentenkaart door. De NS, het stads- en streekvervoer en de Friese Waddenveren betalen zelf maximaal zeven procent van de kosten. De kostendekkingsgraad komt voor het ov uit op 93 procent. Ov-bedrijven die kunnen aantonen dat zij om bedrijfseconomische redenen de dienstregeling moeten afschalen worden tot maximaal 95 procent gecompenseerd.

Voorwaarden voor de beschikbaarheidsvergoeding: vervoerders keren geen dividend uit en betalen geen bonussen of ontslagvergunningen aan bestuurders.

24. Garantiefonds evenementen

Het kabinet wil een garantiefonds voor evenementen instellen, zodat er evenementen voor de zomer (circa 1 juli 2021) kunnen worden gepland. Als die niet doorgaan, vergoedt de overheid de gemaakte kosten. Het is bedoeld voor muziekfestivals, zakenbeurzen of sportwedstrijden die na 1 juli worden gehouden en minimaal drieduizend bezoekers trekken. De precieze invulling moet het kabinet nog uitwerken.

25. Kickstartvoucher

Met de Kickstartvoucher kunnen mkb’ers van wie activiteiten in het buitenland zijn geraakt door de coronacrisis, tachtig procent van de kosten van het inhuren van een externe adviseur vergoed krijgen. Deze adviseur helpt dan bijvoorbeeld bij het verbeteren van internationale productie of het opstellen van een nieuw internationaal sales- en marketingplan. Het bedrag kan tot maximaal 2500 euro (exclusief btw) oplopen. De Kickstartvoucher wordt eenmaal per mkb-bedrijf toegekend. U kunt uw aanvraag doen op de site van de RVO

Mocht u hierover vragen hebben, kunt u contact opnemen met de Covid-19-helpdesk.

26. Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

Wat?

De TONK is een uitkering voor ondernemers/zzp’ers, werknemers of werkzoekenden die financiële problemen hebben gekregen door de coronamaatregelen en daardoor hun woonkosten niet meer kunnen betalen. Het gaat hierbij om huur of hypotheek, kosten van bijvoorbeeld elektriciteit, gas en water, servicekosten of gemeentelijke belastingen. De hoogte van de uitkering hangt af van de situatie waarin de aanvrager zich bevindt. De TONK is in principe een uitkering, maar kan in sommige gevallen ook een lening zijn.

Voor wie?

De TONK is bedoeld voor ondernemers/zzp’ers, werknemers of werkzoekenden die dusdanig door de coronamaatregelen getroffen zijn dat zij hun woonkosten niet meer kunnen betalen. Andere financiële regelingen of uitkeringen, zoals een WW-uitkering, zijn daarbij ontoereikend gebleken.

Hoe doet u een aanvraag?

U vraagt de TONK aan bij uw woongemeente. De gemeente zal vervolgens controleren welk deel van de woonkosten u zelf kunt bepalen en welk deel niet, hoeveel vermogen u nog mag hebben en of er eventueel nog aanvullende voorwaarden dienen te worden gesteld. De TONK kan voor maximaal zes maanden worden aangevraagd, van 1 januari 2021 tot en met juni 2021. Er zijn inmiddels een aantal gemeenten begonnen met het behandelen van aanvragen, de komende weken zullen de andere starten. De aanvraag is met terugwerkende kracht, ongeacht de startdatum. Op de website van uw gemeente vindt u verdere instructies voor de aanvraag.

Contact

Allard Knook

Allard Knook

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)63 437 77 85

Selwyn Moons

Selwyn Moons

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 71 07

Ard Burgers

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 366 53 49

Edwin van Wijngaarden

Edwin van Wijngaarden

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 462 43 09

Diana Paans-van der Arend

Diana Paans-van der Arend

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)62 266 33 72

Danny Siemes

Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)63 024 57 11

Volg ons