Personele aangelegenheden

Personeel

Personeel

Arbeidsrecht

Wettelijke zorgplicht van de werkgever: informeren en voorzorgsmaatregelen

Als werkgever hebt u een wettelijke zorgplicht om een veilige en gezonde werkomgeving te creëren voor uw werknemers en moet u ziekte zoveel mogelijk voorkomen. U moet uw werknemers informeren, bijvoorbeeld over het treffen van hygiëne- en voorzorgsmaatregelen en wat zij moeten doen als zij besmet zijn met het coronavirus. Een voorzorgsmaatregel is het promoten van thuiswerken, of het uitstellen/annuleren van een zakenreis. Wij raden wij u aan een beleid met betrekking tot het coronavirus op te stellen in samenspraak met de bedrijfsarts. 

Instructierecht van de werkgever: thuiswerken of annuleren zakenreizen

Als werkgever hebt u een instructierecht tegenover uw werknemers. Dit houdt bijvoorbeeld in dat u uw werknemers mag verplichten om bepaalde hygiënemaatregelen te volgen of dat u uw werknemers vraagt thuis te werken of hun zakenreis uit te stellen of te annuleren. Dit instructierecht is echter begrensd. Zo mag u niet uw werknemers aan een medische test onderwerpen. Wel kunt u uw werknemer aanraden om naar de bedrijfs- of huisarts te gaan. Daarnaast mag u als werkgever niet verlangen dat een werknemer zijn of haar vakantie naar een risicogebied annuleert. Wel kunt u een dergelijke reis ontmoedigen en uw werknemer na thuiskomst verplichten om veertien dagen thuis te werken.

Loondoorbetaling tijdens ziekte, quarantaine en calamiteitenverlof

Een werknemer die ziek is ontvangt zijn/haar loon conform de daarover gemaakte afspraken in de arbeidsovereenkomst of de collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Een werknemer die niet ziek is, maar niet in staat is om naar het werk te komen vanwege een verplichte quarantaine door het coronavirus, heeft recht op volledige doorbetaling van het loon. Een werknemer mag niet verplicht worden om vakantiedagen op te nemen. Een werknemer mag niet thuis blijven uit angst voor besmetting met het coronavirus. Onder omstandigheden kan dit worden gezien als werkweigering en mag u als werkgever een loonsanctie instellen. Het kan zo zijn dat de werknemer calamiteitenverlof opneemt. Calamiteitenverlof is bedoeld voor kortdurende noodsituaties, bijvoorbeeld op de eerste dag dat het kinderdagverblijf is gesloten vanwege het coronavirus. De werknemer heeft dan recht op honderd procent doorbetaling van het loon. In sommige gevallen heeft de werknemer recht op kortdurend zorgverlof, bijvoorbeeld als hij of zij voor een ziek kind moet zorgen. In dat geval heeft de werknemer recht op zeventig procent van het loon, tenzij een andere afspraak is gemaakt met de ondernemingsraad of in een cao.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Nicolien Borggreve.

Expats

Momenteel werken veel werknemers zoveel mogelijk vanuit huis. Als de gewoonlijke werkplaats van deze werknemers in een ander land ligt, zal thuiswerken waarschijnlijk invloed hebben op hun belastingpositie. Bijvoorbeeld in de situatie dat een inwoner van Duitsland gewoonlijk honderd procent van zijn tijd in Nederland werkt voor een Nederlandse werkgever. Tijdens de coronacrisis werkt hij vanuit zijn huis in Duitsland. Het arbeidsinkomen dat verband houdt met de Duitse werkdagen zal nu belastbaar worden in Duitsland in plaats van in Nederland. 

Er zijn ook situaties waarin de werknemer tijdens de coronacrisis tijdelijk niet kan werken, maar toch arbeidsinkomen van zijn werkgever en/of een tijdelijke werkloosheidsuitkering ontvangt. De fiscale gevolgen voor de werknemer en de mogelijke inhoudingsverplichting voor de werkgever moeten van geval tot geval worden bekeken, rekening houdend met het betreffende bilaterale belastingverdrag en de relevante jurisprudentie.

Voor de  socialezekerheidspositie van deze werknemers hebben de Nederlandse socialeverzekeringsautoriteiten  bevestigd dat de verzekeringsplicht vanuit Nederlands perspectief (voorlopig) niet wijzigt. Dit geldt vanuit Nederlands perspectief voor alle internationale werknemers die wonen en werken in de EU, EER en Zwitserland en die door de coronamaatregelen in een ander land moeten werken dan normaal. Hierop hoeft geen verdere actie te worden genomen. 

Werknemers die niet onder het Nederlandse socialezekerheidsstelsel vielen gedurende hun werkzaamheden buiten de EU, EER en Zwitserland, kunnen wel door eventuele terugkomst naar Nederland in Nederland verplicht sociaal verzekerd worden. Deze situaties moeten apart bekeken worden.

In andere landen kunnen soortgelijke of andere fiscale en socialezekerheidsmaatregelen worden genomen. Het is dan ook raadzaam om de belasting en socialezekerheidspositie van de verschillende werknemerspopulaties, zoals commuters, lokale werknemers en expats, zorgvuldig te beoordelen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Niek Schipper.

Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW)

Op 31 maart 2020 is er meer bekendgemaakt over de nieuwe regeling, de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW). De volgende informatie is op dit moment bekend over deze noodmaatregel:

  • Als u als werkgever te maken krijgt met tenminste twintig procent verwacht omzetverlies, kunt u bij het UWV voor een periode van drie maanden een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen. De omvang van de tegemoetkoming is afhankelijk van de mate van uw omzetdaling.
  • Uw moet uw eventuele omzetverlies inschatten. Hiervoor deelt u uw totale omzet in 2019 door vier. Deze omzet vergelijkt u met de verwachte omzet van drie maanden in 2020. U kunt daarbij kiezen uit drie perioden: maart-april-mei 2020, april-mei-juni 2020 of mei-juni-juli 2020. Daarmee berekent u de omzetdaling in procenten.
  • De basis van de NOW is de loonsom uit de loonaangifte van januari 2020 met een vaste forfaitaire opslag van dertig procent voor werkgeverslasten (vakantiegeld, pensioenpremies en de werkgeverspremies). Wel zit er een maximum aan het loon dat wordt gecompenseerd, namelijk 9.538 euro per maand per werknemer.
  • Voor toepassing van de regeling kijkt de UWV naar de omzetdaling van het gehele concern waarvan uw onderneming onderdeel is, vaak de groep waarvoor uw geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld. De omzet van buitenlandse dochters zonder Nederlands SV-loon mag u niet meenemen in de berekening van de omzetdaling.
  • Het UWV zal op basis van de aanvraag een voorschot van de tegemoetkoming verstrekken van tachtig procent van het bedrag, in ten hoogste drie termijnen.
  • Bij de aanvraag committeert u zich als werkgever vooraf aan de verplichting geen ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor uw werknemers gedurende de periode waarover u de tegemoetkoming ontvangt. Gebeurt dat toch, dan volgt een boete (korting op tegemoetkoming) en u moet  het loon aan betrokken werknemers volledig doorbetalen. Bij de definitieve vaststelling van de subsidie vindt een correctie plaats als er sprake is geweest van een daling van de loonsom.
  • De tegemoetkoming in de loonkosten kunt u aanvragen voor vaste werknemers, werknemers met een flexibel contract (zoals werknemers met een nul-urencontract) voor zover zij in dienst blijven gedurende de aanvraagperiode. Ook uitzendbureaus kunnen voor uitzendkrachten die bij hen in dienst zijn een aanvraag indienen.
  • Het daadwerkelijke verlies in omzet wordt achteraf vastgesteld en de definitieve tegemoetkoming wordt op basis daarvan bepaald.
  • Een accountantsverklaring is pas vereist bij de definitieve aanvraag. De voorwaarden hiervoor worden nog bekendgemaakt. Een accountantsverklaring is nog niet vereist bij de aanvraag van een voorschot.
  • Werknemers verbruiken met de regeling hun WW-rechten niet omdat de regeling losstaat van de WW. Werknemers en werkgevers kunnen zelf afspreken of werknemers werk moeten verrichten.

Het aanvraagloket van het UWV gaat hoogstwaarschijnlijk maandag 6 april 2020 open. U kunt een aanvraag doen voor de loonkosten vanaf 1 maart 2020. Het loket blijft geopend tot en met 31 mei 2020. Het UWV streeft ernaar om binnen twee  tot vier weken na aanvraag een eerste voorschot van de tegemoetkoming uit te betalen.

De regeling geldt voor de loonsom over de periode maart tot en met mei 2020. De mogelijkheid om de regeling met drie maanden te verlengen wordt echter opengehouden. Er kunnen nadere voorwaarden worden gesteld bij eventuele verlenging. 

Er kunnen geen nieuwe aanvragen meer worden ingediend voor de werktijdverkorting. Al ingediende werktijdverkortingaanvragen worden beschouwd als ingediende aanvragen voor de nieuwe regeling. Hierbij zal aanvullende informatie worden opgevraagd bij de indieners. Al verleende ontheffingen worden niet meer verlengd. Deze werkgevers kunnen een aanvraag indienen onder de nieuwe regeling. 

Meer informatie over de NOW-regeling vindt u in dit PwC Belastingnieuwsbericht.

WW-premiedifferentiatie

Sinds 1 januari 2020 betalen werkgevers, als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab), een lage WW-premie voor vaste contracten en een hoge WW-premie voor flexibele contracten. In die regeling is ook opgenomen dat werkgevers met terugwerkende kracht de hoge WW-premie moeten afdragen voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan dertig procent hebben overgewerkt. Het kabinet bereidt nu aanpassingen voor het jaar 2020 voor om onbedoelde effecten weg te nemen (bijvoorbeeld huidige overwerk in de zorg).

Begin december 2019 heeft de minister van SZW aangegeven dat werkgevers tot 1 april 2020 de tijd kregen om een vaste arbeidsovereenkomst op schrift te stellen, om te voldoen aan de voorwaarden voor de lage WW-premie. Deze periode wordt nu verlengd tot 1 juli. Het coulanceregime, zoals beschreven in de brief van december en geldig voor werknemers die uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst waren, zal dus gelden tot en met 30 juni 2020.

Vergoeding van kosten bij geannuleerde reizen

Mede gebaseerd op de richtlijnen van het kabinet en het RIVM besluiten werkgevers in te grijpen op het reispatroon van werknemers. Niet alleen wordt geadviseerd thuis te werken wanneer dat kan, maar ook worden reizen naar risicogebieden ontraden of geannuleerd. Dat kan ook (gedeeltelijke) privéreizen betreffen, zoals skitrips of stedenbezoeken. Dit leidt tot kosten aan de kant bij de werknemer, waaronder annuleringskosten. Als de werkgever deze kosten vergoedt, moet worden beoordeeld of dit belastingvrij kan of dat de vergoeding wellicht ten laste van het werkkostenbudget kan worden gebracht.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Nicolien Borggreve of Daniel Sternfeld.

Meer over personeel

 

Nicolien Borggreve

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 50 68

E-mailadres

Daniël Sternfeld

Partner, Rotterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 44 68

E-mailadres

Niek Schipper

Senior Manager, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 66 70

E-mailadres

Pensioen

Pensioen

Pensioenfondsen hebben veel te lijden onder de huidige, door het coronavirus veroorzaakte onrust op de financiële markten. De gemiddelde dekkingsgraad van pensioenfondsen is in februari 2020 met zo’n zesprocentpunt gedaald tot 95 procent. Als gevolg van deze onrust en de al lange tijd aanhoudende lage rentestand, kampen pensioenfondsen met nog zwaardere marktomstandigheden.

Hoewel pensioenfondsen dit jaar niet hoeven te korten op de pensioenuitkeringen - door ingrijpen van de overheid - is er wel een kans dat korting van de uitkeringen de komende jaren onvermijdbaar is.

Daarnaast is er ook veel onrust als het gaat om bepaalde risicodekkingen. Denk hierbij aan arbeidsongeschiktheid of overlijden als gevolg van het coronavirus. Dergelijke dekkingen zijn meestal onderdeel van een pensioentoezegging van de werkgever. De vraag is of werknemers of nabestaanden wel recht hebben op een uitkering als een dergelijk risico zich voordoet. Het Verbond van Verzekeraars heeft op hun website aangegeven dat het coronavirus niet doorwerkt in de algemene voorwaarden van verzekeraars en dus niet is uitgezonderd voor eventuele uitkeringen. Bij twijfel raden wij aan contact op te nemen met uw verzekeraar.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Bastiaan Starink.

Meer over pensioen

Bastiaan Starink

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 64 06

E-mailadres

Contracten

Contracten

Contractuele verplichtingen en beroep op overmacht

Importeurs, producenten en andere bedrijven kunnen door de gevolgen van het coronavirus en COVID-19 hun contractuele verplichtingen niet meer nakomen. De vraag rijst of het coronavirus een juridisch excuus is bij leveringsproblemen en of een bepaling terzake overmacht in uw commerciële contract de gevolgen van het coronavirus en COVID-19 afdekt. 

Als een partij een overeenkomst heeft gesloten en zijn verplichtingen vervolgens niet kan nakomen, kan de andere partij nakoming van de overeenkomst en/of schadevergoeding vorderen. Er zijn situaties denkbaar dat de tekortkoming niet te wijten is aan de schuldenaar. Er kan dan sprake zijn van overmacht, ook wel force majeure genoemd. Als er daadwerkelijk sprake is van overmacht, kan de schuldeiser geen nakoming vorderen van de schuldenaar gedurende de periode dat de overmacht voortduurt en heeft de schuldeiser evenmin recht op schadevergoeding.

Of er in een specifiek geval sprake is van overmacht, hangt af van de omstandigheden van het geval. Een algemene regel op grond waarvan kan worden vastgesteld of in een specifieke situatie sprake is van overmacht is er niet. 

Partijen kunnen bij een overeenkomst contractueel de omstandigheden die overmacht opleveren beperken (bijvoorbeeld door middel van garanties) of juist uitbreiden (bijvoorbeeld door middel van exoneraties). Vaak bevat een overeenkomst een overmachtsclausule, waarin expliciet omstandigheden worden benoemd die te gelden hebben als overmacht. Als de clausule bepaalt dat ziektes, epidemieën, pandemieën of quarantaines overmacht opleveren dan kan de uitbraak van het coronavirus daar mogelijk onder vallen. Ook omstandigheden die een gevolg zijn van de uitbraak kunnen worden genoemd in een overmachtsclausule. Denk hierbij aan stakingen, plotselinge belemmeringen in de infrastructuur of tekorten in transport. Benoemt de overmachtsclausule dergelijke omstandigheden, dan is de kans groot dat een beroep op overmacht zal slagen.

Als de overeenkomst geen overmachtsclausule bevat, kunt u terugvallen op het wettelijk kader. Naar Nederlands recht geldt dat ‘een tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend, indien zij niet is te wijten aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt’.

Op grond van alle feiten en omstandigheden moet dan worden bepaald of sprake is van overmacht en wie de gevolgen van het virus zal dragen. Bij deze beoordeling kan van belang zijn of een product of dienst ook via een andere leverancier geleverd had kunnen worden, of dat partijen al bij het plaatsen van de bestelling hadden kunnen weten dat niet (tijdig) geleverd zou kunnen worden in verband met het coronavirus.

Actiepunten

  • Check of uw commerciële contract een overmachtsclausule bevat en welke omstandigheden daarin als overmacht worden benoemd.
  • Naast de reikwijdte van een overmachtsclausule zijn ook de gevolgen van het inroepen van de clausule van belang. Controleer daarom welke gevolgen het inroepen van de clausule heeft. Sommige overmachtsclausules schorten slechts (tijdelijk) de contractuele verplichtingen op, terwijl andere grond geven om de overeenkomst te beëindigen (direct of na een bepaalde periode).
  • Wilt u een beroep te doen op de overmachtsclausule, check dan welke voorwaarden daaraan verbonden zijn (bijvoorbeeld de termijnen voor het doen van een beroep op overmacht en eventuele vormvereisten voor wat betreft de wijze van inroeping).
  • Als u op basis van de tekst van de overmachtsclausule tot de conclusie komt dat deze (de gevolgen van) corona niet dekt, of als de overeenkomst in het geheel geen overmachtsclausule bevat, toets de feiten en omstandigheden dan aan het wettelijk kader.
  • Gaat u een nieuwe overeenkomst aan, houd dan rekening met omstandigheden zoals het coronavirus.

Hieronder vind u in het rode gedeelte een link naar de belangrijkste vragen en antwoorden rondom contracten en overmacht.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Mark van Wouwe.

Meer over legal

Mark van Wouwe

Director, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 20 03

E-mailadres

Immigratie

Immigratie

Verwerking van immigratie-aanvragen door IND en UWV

Als gevolg van de overheidsmaatregelen zal de doorlooptijd van hangende aanvragen toenemen. Momenteel bekijkt het UWV op welke manier de verwerking van formele aanvragen die per post worden opgestuurd, gaat plaatsvinden.

IND-loketten en expatcenters

Alle IND-loketten binnen de expatcenters zijn tot nader order gesloten. Bij sommige expatcenters is registratie bij basisregistratie personen (BRP) nog steeds mogelijk, waardoor de werknemer een BSN kan krijgen. Voor de expatcenters die nog wel een afspraak voor een BRP-registratie accepteren, is de procedure verkort door geen geboorte- of huwelijksakten te registreren. Een aparte afspraak moet in een later stadium worden gemaakt om deze documenten alsnog te registreren. Om het bewijs van wettelijk verblijfsrecht tijdens de BRP-afspraak te leveren, moet de werknemer een kopie van de kennisgeving van de IND meenemen naar de afspraak. 

Enkele ‘reguliere’ IND-loketten zullen open zijn voor dringende gevallen. Wat als dringend is aangemerkt, is echter nog niet gecommuniceerd. Ook is nog niet bekend welke IND-loketten voor dit doel beschikbaar zullen zijn. 

Ophalen van inreisvisum uit het buitenland om naar Nederland te reizen.

De Nederlandse ambassades en consulaten zullen geen Schengen-inreisvisa, paspoorten of MVV’s (machtiging tot voorlopig verblijf) meer afgeven. Vooralsnog zal de IND de lopende aanvragen nog wel in behandeling nemen, maar na de inwilliging kan de werknemer de MVV niet meer ophalen bij de ambassade of het consulaat. Na inwilliging van een aanvraag door de Nederlandse immigratiedienst moet de werknemer zijn MVV binnen negentig dagen bij de Nederlandse ambassade of het consulaat afhalen. Als de werknemer de MVV niet binnen deze termijn kan ophalen, moet een nieuwe aanvraag worden ingediend. Ons advies is daarom om zorgvuldig te overwegen of er op dit moment een aanvraag voor een werk- of verblijfsvergunning moet worden ingediend.

EU-reisbeperkingen

Op maandag 16 maart publiceerde de Europese Commissie (EC) voorstellen om het reizen naar EU-landen van buiten de EU te beperken. Deze voorstellen zijn door Nederland aangenomen en zijn vanaf 19 maart in werking getreden.

Waar en voor wie geldt het?

De EU heeft ermee ingestemd dat alle niet-essentiële reizen van buiten de Europese Unie over een EU-grens met onmiddellijke ingang worden verboden. Dit geldt ook voor de grenzen van de volgende niet-EU-landen of de niet-Schengen-landen: Bulgarije, Kroatië, Cyprus, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Roemenië en Zwitserland. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland zijn de twee uitzonderingen - zij zijn gevraagd om deze maatregelen uit te voeren in hun ‘gemeenschappelijke reisgebied’, maar zij moeten nog bevestigen of zij dat zullen doen.

Het doel van de reisbeperking is ervoor te zorgen dat het reizen binnen de Schengenzone (en de EU) met zo min mogelijk controles kan worden voortgezet, om het verkeer van gezondheidswerkers, onderzoekers en van goederen te vereenvoudigen.

Wie is vrijgesteld?

De inreisbeperking geldt voor alle reizigers behalve:

  • onderdanen van België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Spanje, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland (Britse onderdanen) en hun gezinsleden;
  • houders van een geldige verblijfsvergunning in een lidstaat;
  • houders van een geldige MVV; 
  • professionals in de gezondheidszorg, bejaardenzorg en gezondheidsonderzoekers;
  • grenswerknemers;
  • vervoerspersoneel dat zich bezighoudt met het vervoer van goederen en ander vervoerspersoneel voor zover dat nodig is;
  • diplomaten, personeel van internationale organisaties, militairen en humanitaire hulpverleners in de uitoefening van hun functie;
  • passagiers op doorreis;
  • passagiers die om dwingende gezinsredenen reizen;
  • personen die internationale bescherming nodig hebben of andere humanitaire redenen.

Hoe lang blijft de beperking van kracht?

Het is nu aan de afzonderlijke lidstaten om de reisbeperkingen aan hun buitengrenzen ten uitvoer te brengen. De beperkingen zullen ten minste dertig dagen (vanaf 16 maart) gelden en de Europese Raad zal regelmatig beoordelen of er andere maatregelen nodig zijn en/of dat de reisbeperking moet worden verlengd tot na de eerste dertig dagen.

Gezien deze maatregelen doen werkgevers er goed aan ervoor te zorgen dat hun personeel op de hoogte is van de reisbeperkingen. Het is raadzaam alle reizen van buiten de EU tijdelijk op te schorten, tenzij de reiziger aan de eisen van een van de bovengenoemde uitzonderingen voldoet. In dat geval is het raadzaam om vooraf te controleren of aan de eisen wordt voldaan, om vragen bij het overschrijden van de grens te voorkomen. 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Yvette van Gemerden 

Yvette van Gemerden

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 54 42

E-mailadres

Contact

Nicolien Borggreve

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 50 68

Daniël Sternfeld

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 44 68

Niek Schipper

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 66 70

Bastiaan Starink

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 64 06

Mark van Wouwe

Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 20 03

Yvette van Gemerden

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 54 42

Volg ons