Skip to content Skip to footer
Search

Loading Results

FAQ Fiscale maatregelen covid-19-crisis

Zie ook het overzicht van Noodpakket 2.0. Noodpakket 3.0. 2021 januari steunmaatregelen en 2021 mei verlenging steunpakket.

Q:  Ik kan als gevolg van de COVID-19-crisis mijn belasting niet betalen. Kan ik hier uitstel voor krijgen?

A: Uitstel van betaling
Bijzonder uitstel van betaling van belastingschulden (BUVB)

Als u een (nahefffings)aanslag had ontvangen, kon u tot en met 30 september 2021 bij de Belastingdienst initieel bijzonder uitstel van betaling (BUVB) aanvragen. Hieronder een toelichting op deze faciliteit.

Aanvraag (BUVB) mogelijk tot 1 oktober 2021

U had tot en met 30 september 2021 de mogelijkheid om voor de eerste keer bijzonder uitstel van betaling van belastingschulden (BUVB) aan te vragen voor een periode van drie maanden. Verlenging van eerder verleend BUVB kon eveneens worden aangevraagd tot en met 30 september 2021.

Dit betekent:

  • Ondernemers die nog niet eerder uitstel of verlenging hebben aangevraagd, konden dit tot 1 oktober 2021 alsnog doen.
  • Ondernemers die al eerder een aanvraag voor drie maanden uitstel hadden ingediend konden alsnog om verlenging van het uitstel tot 1 oktober 2021 vragen.
  • Ondernemers moesten vanaf 1 oktober 2021 weer de belasting gaan betalen die vanaf dat moment verschuldigd wordt. Bijvoorbeeld de loon- en omzetbelastingen over het laatste belastingtijdvak van vóór 1 oktober 2021 (o.a. Q3 2021 of september 2021) moet dus tijdig worden voldaan.

De start van de terugbetalingstermijn is 1 oktober 2022. De termijn waarin mag worden terugbetaald is 60 maanden. Eerdere aflossing blijft overigens mogelijk. Het kabinet kiest expliciet niet voor het generiek (geheel of gedeeltelijk) kwijtschelden van de belastingschuld.

Op haar website geeft de Belastingdienst aan dat als u bijzonder uitstel geniet dat vóór 1 oktober 2021 afloopt, ‘u vanaf 30 augustus 2021 geen verlenging van uw bijzonder uitstel [hoeft] aan te vragen. Dat loopt automatisch door tot 1 oktober 2021, voor alle belastingen waarvoor u bijzonder uitstel hebt.’ Als u uitstel voor drie maanden hebt gekregen dat vóór 30 augustus 2021 is afgelopen en u na afloop daarvan nog niet aan lopende betalingsverplichtingen kunt voldoen, was het dringende advies om zo snel mogelijk alsnog  verlenging van het uitstel tot 1 oktober 2021 aan te vragen. Deed u dit niet, dan loopt u het risico om uitgesloten te worden van de betalingsregeling waarin u de belastingschuld in 60 maanden kunt aflossen.

Een significant aantal belastingplichtigen blijkt na afloop van verleend uitstel van betaling hun betalingsverplichting niet of slechts gedeeltelijk te hervatten. De Belastingdienst heeft hierover brieven verstuurd aan ondernemers en een dringende oproep gedaan om alsnog verlengd uitstel aan te vragen: ‘Dringend advies: verleng uw bijzonder uitstel van betaling vanwege de coronacrisis’. Voor 1 oktober 2021 konden eventuele tekortkomingen veelal nog worden opgelost door alsnog verlengd uitstel aan te vragen.

Welke belastingen?

Het tijdelijk versoepelde uitstelbeleid gold voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting (btw), loonbelasting, kansspelbelasting, assurantiebelasting, verhuurderheffing, milieubelastingen (EB/ODE, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater), accijnzen, verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en vergelijkbare belastingen in Caribisch Nederland, en de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM).

Het verzoek om BUVB kon worden gedaan via een onlineformulier op de website van de Belastingdienst. Voor alle aanslagen inkomstenbelasting, Zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, loonheffingen en omzetbelasting (btw) kon u in 1 keer tegelijk uitstel van betaling aanvragen. U hoefde niet te wachten tot u voor alle 5 een aanslag hebt ontvangen, 1 aanslag was voldoende. Voor alle andere belastingen waarvoor u bijzonder uitstel kon vragen gaf u apart aan of u daarvoor uitstel wilde.

Er was ook uitstel in verband met de coronacrisis mogelijk voor invoerrechten en andere belastingen bij invoer als die worden geheven met toepassing van douaneregelgeving voor invoer. Die andere belastingen waren: btw, accijnzen, verbruiksbelasting voor alcoholvrije dranken en kolenbelasting. Voor douaneschulden die zijn ontstaan in mei 2021 kon u tot 15 juni 2021 uitstel aanvragen, zie ook de Belastingdienst-website. Voor douaneschulden die waren ontstaan in de maanden maart 2020 tot en met april 2021 kon u geen uitstel meer aanvragen.

Uitstel van betaling vraagt de schuldenaar aan per mail bij de ontvanger van Douane Amsterdam: douane.nederland.invordering@belastingdienst.nl. 

Vermeld of stuur mee:

  • het nummer van de uitnodiging tot betaling
  • het bedrag waarvoor u uitstel vraagt
  • een kopie van de uitnodiging tot betaling
  • recente jaarstukken en financiële gegevens.
Uitgezonderd van uitstel

De dividendbelasting was uitgezonderd van de versoepelde uitstelregeling, omdat het uitkeren van dividenden de liquiditeitspositie van bedrijven juist verzwakt.

Er gold ook een uitzondering voor de omzetbelasting, de accijnzen, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en de kolenbelasting voor zover deze belastingen worden geheven met toepassing van de douanewetgeving ter zake van de invoer.

BUVB is uiterlijk 1 oktober 2021 geëindigd

Al het verleende BUVB is uiterlijk 1 oktober 2021 geëindigd, of zoveel eerder als het (initieel) verleende BUVB afloopt. Alle belastingschulden die na de termijn van uitstel ontstaan, moeten meteen voldaan worden. Dat was dus sowieso vanaf 1 oktober 2021 het geval, of zoveel eerder als het (verlengde) BUVB afliep. De betalingsplicht voor de btw of loonheffingen over het derde kwartaal 2021 of september 2021 viel bijvoorbeeld buiten het BUVB. Deze belastingen moesten op reguliere wijze worden voldaan of afgedragen.

Als de ondernemer na afloop van verleend uitstel van betaling één keer niet voldeed aan lopende verplichtingen (waaronder begrepen tzt de aflossingen op de opgebouwde (BUVB-)schuld), kon dat tot gevolg hebben dat de hele regeling verviel en kon de Belastingdienst de reguliere invorderingsmaatregelen (betalingsherinnering, aanmaning, enzovoorts) hervatten.

Uitstel voor drie maanden

Het verzoek om BUVB kon worden gedaan via een onlineformulier op de website van de Belastingdienst. Een initieel verzoek om BUVB voor drie maanden werd geacht een verzoek om uitstel van betaling te zijn van alle openstaande en nog op te leggen belastingaanslagen van bepaalde belastingen. 

Vroeg u na 30 juni 2021 voor de eerste keer bijzonder uitstel van betaling aan? Dan gold dit automatisch tot en met 30 september 2021.

De Belastingdienst (ontvanger) trof na ontvangst van een verzoek om uitstel van betaling door een ondernemer gedurende het uitstel drie maanden geen invorderingsmaatregelen.

Let op: het indienen van een verzoek om uitstel van betaling ontsloeg u niet van het tijdig indienen van de aangifte.

Voorwaarden verlenging BUVB

Verlenging van bijzonder uitstel na verleend initieel uitstel voor de eerste drie maanden was mogelijk, ook via het onlineformulier op de website van de Belastingdienst. Dat kon onder de volgende voorwaarden:

  • De bestaande betalingsproblemen maken langer uitstel nodig.
  • Deze betalingsproblemen zijn hoofdzakelijk door de coronacrisis ontstaan.
  • Er is voor de belastingschuld waarvoor het uitstel wordt gevraagd, voldaan aan de aangifteplicht.
  • Het gevraagde uitstel heeft betrekking op een of meer van de eerder genoemde belastingen.
  • De ondernemer verklaart dat geen bonussen worden uitgekeerd aan de raad van bestuur en de directie van de onderneming, geen dividend wordt uitgekeerd en geen eigen aandelen worden ingekocht. Deze verklaring geldt voor de periode vanaf het insturen van het verzoek voor verlenging van BUVB tot en met het intrekken of vervallen van het verleende uitstel. Op dit moment valt niet uit te sluiten dat deze beperking ook geldt voor de periode totdat het belastingbedrag waarvoor uitstel is verkregen, is afgelost.
  • Als de totale belastingschuld bij het ontvangst van het verzoek om uitstel 20.000 euro of meer bedraagt, is een verklaring van een derde-deskundige vereist (zie hierna).

Vanaf 1 oktober 2022 wordt de aflossing van de uitgestelde schulden opgestart door de Belastingdienst. De terugbetaling vindt dan in principe plaats tijdens 60 maandelijkse termijnen tot 1 oktober 2027. Als dat niet voldoende voor u is, kunt u in gesprek met de Belastingdienst ook naar een maatwerkoplossing vragen. Geheel of gedeeltelijk aflossen vóór 1 oktober 2022 is mogelijk en ook in de periode tot 1 oktober 2027. Tot 1 oktober 2022 geldt dat belastingschulden waarvoor uitstel is verleend in beginsel niet actief worden ingevorderd.

Tijdelijk aanvullend uitstel van betaling na 1 oktober 2021

Als u ook na afloop van het generiek BUVB per 1 oktober 2021 nog te maken hebt met tijdelijke liquiditeitsproblemen die hoofdzakelijk zijn ontstaan door de coronacrisis, kunt u onder voorwaarden schriftelijk uitstel van betaling aanvragen tot en met 31 januari 2022 voor belastingen die betaald hadden moeten zijn in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 januari 2022 (Besluit noodmaatregelen coronacrisis 24 september 2021). De tegemoetkoming geldt alleen voor ondernemers die al corona-uitstel hebben gekregen vóór 1 oktober 2021. Het moet gaan om een levensvatbare onderneming. Een andere voorwaarde is dat voor belastingen waarvoor u uitstel hebt gevraagd, hebt voldaan aan de aangifteplicht. Ook is een verklaring van een derde-deskundige vereist. Als het verzochte uitstel echter minder dan 20.000 euro betreft, volstaat een eigen verklaring van uzelf.

De Belastingdienst beoordeelt deze aanvraag los van een reeds eerder verleend uitstel of een ander lopend verzoek om uitstel van betaling op andere gronden. Als de Belastingdienst het uitstel verleent, dan hoeft u een verzuimboete wegens een betalingsverzuim begaan tussen 1 oktober 2021 en 31 januari 2022 niet te betalen. Voor de aflossing van de schulden ontstaan in deze periode kunt u gebruik maken van de betalingsregeling om deze schulden vanaf 1 oktober 2022 in 60 gelijke termijnen af te lossen. Als u aannemelijk maakt dat het voor u redelijkerwijs niet mogelijk is om met de aflossing in oktober 2022 te beginnen, is een later aanvangstijdstip ook mogelijk. De belastingschuld moet ook dan uiterlijk 1 oktober 2027 volledig zijn afgelost.

Vernietiging betalingsverzuimboete

U kunt een betalingsverzuimboete krijgen als u uw belasting niet, niet volledig of niet op tijd betaalt. De Belastingdienst vernietigt deze boete als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • U hebt bijzonder uitstel van betaling aangevraagd en gekregen voor een naheffingsaanslag met een betalingsverzuimboete omdat u uw aangifte niet hebt betaald.
  • Het gaat om een boete voor de periode waarin het versoepeld uitstelbeleid geldt. Concreet: een boete voor het tijdvak februari 2020 of later.
  • De Belastingdienst heeft op uw schriftelijk verzoek uitstel van betaling verleend voor de periode na 1 oktober 2021 tot en met 31 januari 2022.

U hoeft de boete dan niet te betalen. En u hoeft er ook geen bezwaar tegen te maken.

Let op dat vanaf 1 oktober 2021 de versoepeling voor betalingsverzuimboetes (voor de periode 12 maart 2020 tot aan de datum waarop het uitstel van betaling eindigt) vervalt en het niet of te laat afdragen van loonbelasting of voldoen van btw over bijvoorbeeld het belastingtijdvak september 2021, volgens het reguliere beleid wordt beboet.

Reguliere uitstelregeling

Wanneer u na 30 september 2021 (na beëindiging van het verleende BUVB, dus op 1 oktober 2021) niet in aanmerking komt voor het tijdelijk aanvullend uitstel van betaling en toch uitstel van betaling nodig hebt, kunt u op basis van de reguliere uitstelregeling uitstel aanvragen. De Belastingdienst kan daarbij meer informatie en mogelijk zekerheden vragen.

Let op: u moet altijd alle belastingaangiften blijven doen.

A: Melding betalingsonmacht

Als uw onderneming vennootschapsbelastingplichtig is en u kunt een aanslag niet betalen, dan is het belangrijk dat u meldt bij de Belastingdienst. Anders kan de bestuurder van de onderneming hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor bepaalde belastingen. Eventueel verschuldigde loonheffingen en omzetbelasting zijn daar de belangrijkste van.

Dat melden moet u normaal gesproken doen met een aparte melding betalingsonmacht, maar in dit geval merkt de Belastingdienst het verzoek om uitstel van betaling al automatisch aan als een melding betalingsonmacht. Het is daarbij van belang dat het verzoek om BUVB wordt gedaan door de bestuurder.

Dus geldt voor u het volgende?

  • U hebt bijzonder uitstel van betaling aangevraagd.
  • U deed dit als, of namens, een bestuurder van een commerciële onderneming die een rechtspersoon is en onder de vennootschapsbelasting valt.
  • Uw onderneming kon de loonheffingen, omzetbelasting, kansspelbelasting, energiebelasting, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater, binnenlandse accijnzen of verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken niet betalen.

Dan ziet de Belastingdienst uw verzoek om bijzonder uitstel van betaling tot en met 30 juni 2021 als een melding van betalingsonmacht. Uw melding is tijdig en rechtsgeldig voor verschuldigde belasting die behoorde te zijn afgedragen of voldaan vanaf 12 maart 2020.

A: Verlaging van invorderingsrente en belastingrente

Als u te weinig of niet op tijd de belastingaanslag betaalt, loopt de Belastingdienst rente mis. Daarom moet u dan rente betalen aan de Belastingdienst (invorderingsrente). Dit is ook het geval als u uitstel van betaling hebt gekregen. 

A: Verlenging verlaging belasting- en invorderingsrente

De tijdelijke verlaging van de invorderingsrente naar 0,01 procent is per 23 maart 2020 ingegaan en goldt tot en met 31 december 2021. et percentage invorderingsrente wordt vanaf 1 januari 2022 in stappen van 1 procentpunt verhoogd in plaats van direct naar 4 procent zoals eerder voorgenomen. De stappen zijn als volgt: op 1 januari 2022 naar 1 procent, op 1 juli 2022 naar 2 procent, op 1 januari 2023 naar 3 procent en tenslotte op 1 januari 2024 naar 4 procent.

Ook de belastingrente was voor alle belastingen sinds 1 juni 2020 verlaagd naar 0,01 procent (met uitzondering van de inkomstenbelasting, waarvoor de verlaging per 1 juli 2020 is ingegaan). De belastingrente is per 1 oktober 2020 teruggegaan naar het oorspronkelijke niveau van vier procent. De belastingrente voor de vennootschapsbelasting (vpb) is voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2021 vastgesteld op vier procent, in plaats van op het oorspronkelijke niveau van acht procent.

Voor Caribisch Nederland geldt de tijdelijk verlaagde invorderingsrente van 0 procent tot 31 december 2021. Daarmee wordt aangesloten bij de voor Europees Nederland geldende termijn.

Q: Welke belastingmaatregelen kan ik nog meer benutten?

A: Baangerelateerde investeringskorting (BIK)

De Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) wordt met terugwerkende kracht ingetrokken en het gereserveerde budget wordt ingezet voor een verlaging van de werkgeverspremies Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) in 2021, dit vanwege grote onzekerheid of de BIK ongeoorloofde staatssteun is. Dit voornemen is bekendgemaakt in de Kamerbrief van 28 mei 2021. Lees meer hierover in ons Belastingnieuws-artikel

A: Verminderen voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting

Als u als ondernemer een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting 2020 hebt ontvangen en nu een lagere winst verwacht, kunt u bij de Belastingdienst een verzoek indienen om de voorlopige aanslag te verlagen. Dan betaalt u direct minder belasting. Verwacht u helemaal geen winst meer te behalen, dan krijgt u de belasting die u voor dit jaar al betaald hebt daarna direct terug.

A: Omzetting betaalde voorlopige aanslag in betaling in termijnen

Als u ervoor hebt gekozen om een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2020 of vennootschapsbelasting 2020 in één keer te betalen, dan kunt u de Belastingdienst vragen om deze betaling gedeeltelijk terug te draaien en om te zetten in een betaling in termijnen. Met een beroep op de coronacrisis kunt u daarvoor bij de Belastingdienst een verzoek indienen. Als de Belastingdienst akkoord gaat, dan krijgt u een deel van de betaalde belasting terug en mag u de belastingaanslag vervolgens in termijnen betalen, verspreid over de resterende 9 maanden van dit jaar. Gevolg is dan wel dat de betalingskorting, in verband met de betaling ineens, vervalt. Of de Belastingdienst akkoord gaat met uw verzoek, zal afhangen van de onderbouwing van dat verzoek, bijvoorbeeld over hoe hard de COVID-19-crisis u treft/heeft getroffen. 

A: Verliesverrekening en teruggave claimen

U kunt gebruik maken van verliesverrekening en een teruggave claimen als u verwacht dit jaar een verlies te maken. Voor de verrekening van uw verlies hoeft u namelijk niet te wachten tot uw aangifte is verwerkt: bij het indienen van een voorlopige aangifte kunt u direct verzoeken om een voorlopige verliesverrekening van tachtig procent van het aangegeven verlies. Daarvoor moet de aanslag over het jaar waarmee het verlies wordt verrekend wel al definitief vaststaan.

Voorbeeld: mocht 2020 voor uw bedrijf een verliesjaar worden terwijl 2019 een winstjaar was, dan hebt u de mogelijkheid om dit verlies te verrekenen met uw winsten van 2019, voor zover de verliezen deze winsten niet overstijgen. Dit zou dan een belastingteruggave opleveren. Voor zover het verlies de winsten van het voorgaande boekjaar wel zou overstijgen, kan het verlies nog met de winsten van de zes opvolgende boekjaren worden verrekend.

A:  Fiscale coronareserve vormen

U kunt een coronareserve vormen. De ‘achterwaartse verliesverrekening’ vindt plaats bij het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting over 2020. Omdat de aangiftes over 2020 pas in 2021 of later zullen worden ingediend en het kabinet het onwenselijk vindt dat bedrijven zo lang moeten wachten om hun verlies te verrekenen, staat het kabinet voor het jaar 2019 vorming van een ‘fiscale coronareserve’ toe. De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • voor het boekjaar 2020 wordt een ‘coronagerelateerd verlies’ verwacht;
  • het verwachte ‘coronagerelateerde verlies’ over 2020 mag niet hoger zijn dan het totale verlies over 2020;
  • het verlies van uw bedrijf, dat u in 2020 als gevolg van de coronacrisis verwacht te lijden, mag u als dotatie aan de fiscale coronareserve ten laste van uw winst over 2019 brengen. De fiscale coronareserve 2019 mag niet meer hoger zijn dan de fiscale winst over 2019. Het fiscale resultaat over 2019 kan door deze reserve dus niet negatief worden;
  • de coronareserve wordt uiterlijk in het boekjaar 2020 weer volledig in de winst opgenomen;
  • de dotatie aan de coronareserve wordt in de aangifte 2019 opgenomen in de rubriek ‘overige fiscale reserves’. De vrijval van de coronareserve in het boekjaar 2020 wordt in de aangifte 2020 als onttrekking opgenomen in dezelfde rubriek. 
A: Lager gebruikelijk loon dga bij omzetdaling

Onder voorwaarden kunnen ondernemers met een omzetdaling als gevolg van de crisis ook in 2021 een lager gebruikelijk loon vaststellen. Voor 2021 geldt wel de voorwaarde dat het omzetverlies in 2021 ten opzichte van 2019 ten minste 30% moet zijn.

A: Verhoging werkkostenbudget voor de eerste 400.000 euro van de loonsom

Het werkkostenbudget wordt net als in 2020 iets verruimd. Ook voor het jaar 2021 wordt de vrije ruimte voor de eerste 400.000 euro van de loonsom verhoogd van 1,7% naar 3%. Werkgevers die daar ruimte voor hebben, kunnen met de verhoging van het budget hun werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet komen.

A: Langere versoepeling urencriterium zelfstandig ondernemers

Om te voorkomen dat ondernemers vanwege de coronacrisis het recht op ondernemersfaciliteiten op basis van het urencriterium van 1225 uren per kalenderjaar verliezen, neemt het kabinet een versoepelende maatregel. De versoepeling houdt in dat ondernemers in de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 geacht worden ten minste 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed (en ten minste 16 uren per week voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid).

Voor ondernemers die seizoengebonden arbeid verrichten, geldt dat zij worden geacht het aantal uren te hebben besteed in deze periode zoals zij dat ook in andere jaren plegen te doen.

Ook het verlaagde urencriterium van achthonderd uur per kalenderjaar in de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt versoepeld, waardoor de betreffende ondernemers geacht worden ten minste zestien uur per week aan hun onderneming te hebben besteed.

A: Thuiswerkvergoeding en verlenging doorbetalen vaste reiskostenvergoeding
  • Het kabinet onderzoekt een aanvullende regeling voor het onbelast vergoeden van thuiswerkkosten. Het gaat om een meer structurele maatregel, (ook) voor ná de crisis, die wordt onderzocht. Hierbij wordt ook gekeken naar de samenhang met bestaande reiskostenvergoedingen.
  • De goedkeuring voor het doorbetalen van de vaste reiskostenvergoeding wordt verlengd tot 1 januari 2022. Voorwaarde is dat het een vaste reiskostenvergoeding betreft die al vóór 13 maart 2020 door de werkgever werden toegekend.
A. Werknemers: reiskostenaftrek zonder vergoeding van de werkgever

Als de reiskosten van de werknemer voor woon-werkverkeer tijdens de coronacrisis doorlopen, bijvoorbeeld bij een doorlopend ov-abonnement, dan mag hij/zij alleen voor het jaar 2020 de reisaftrek in de inkomstenbelasting toepassen alsof hij/zij wel gewoon naar zijn/haar werk is gegaan.

A: Betaalpauze voor rente en aflossing eigenwoningschuld

Kredietverstrekkers willen klanten de mogelijkheid bieden een betaalpauze voor rente en aflossing aan te gaan voor de hypotheeklening voor de eigen woning, als zij tijdens de coronacrisis tijdelijk niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. De maatregel tot behoud van hypotheekrenteaftrek bij een betaalpauze is verlengd tot en met 31 december 2021. Dit betekent dat huizenbezitters die in het laatste kwartaal van 2021 een hypotheekbetaalpauze met hun hypotheekverstrekker zijn overeengekomen, hun recht op hypotheekrenteaftrek behouden.

Voor hypotheken waarvoor een fiscale aflossingsverplichting geldt, moet dit volgens de huidige (reguliere) fiscale regels bij een betaalpauze in 2020 uiterlijk 31 december 2021 en bij een betaalpauze in 2021 uiterlijk 31 december 2022 zijn ingehaald. Als dat niet lukt, dan blijft onder voorwaarden het recht op renteaftrek behouden, als met de geldverstrekker een nieuw aflossingsschema is afgesproken en dit op 1 januari 2022 ingaat. In het beleidsbesluit Eigenwoningrente; betaalpauze voor rente en aflossing eigenwoningschuld van 29 september en in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 29 september 2021 staan goedkeuringen, waardoor een tijdelijk uitstel van het betalen onder voorwaarden niet tot ongewenste fiscale gevolgen leidt. Ook is het mogelijk om een betalingspauze in te gelasten voor een lening die is aangegaan bij de eigen bv of een familielid. Daar gelden aanvullende voorwaarden voor.

Het kabinet heeft goedgekeurd dat de geldverstrekker samen met u afspraken maakt om de achterstand op een andere wijze in te halen dan hiervoor omschreven.

Om gebruik te kunnen maken van deze goedkeuring, gelden de volgende voorwaarden:

  • Aanmelding bij de geldverstrekker tussen 12 maart en 1 januari 2022.
  • De betaalpauze is maximaal twaalf maanden. 
  • De betaalpauze is door de geldverstrekker schriftelijk bevestigd. 
  • De betaalpauze gaat uiterlijk in op 1 januari 2022.

Het overeengekomen aflossingsschema moet vervolgens ook aan bepaalde voorwaarden voldoen. Bespreek dit goed met uw financier.

Btw

A: Het aanpassen van het btw-aangiftetijdvak van maandelijks naar per kwartaal

Als u maandelijks btw-aangifte doet en u moet steeds btw betalen, dan kun onder voorwaarden het aangiftetijdvak aanpassen van ‘per maand’ naar ‘per kwartaal’. Dat geeft u een liquiditeitsvoordeel omdat u bijvoorbeeld de btw die u in januari moet betalen dan pas eind april hoeft te betalen in plaats van eind februari.

A: Oninbare debiteuren en btw-teruggaaf

Als u oninbare facturen hebt uitstaan bij debiteuren, dan kunt u de btw op die facturen pas terugvragen als vaststaat dat deze oninbaar is. De hoofdregel is dat een jaar na de uiterste betaaldatum kan worden aangenomen dat de factuur oninbaar is. Maar als u kunt aantonen dat het redelijkerwijs aannemelijk is dat de vordering niet meer zal worden betaald, dan kunt u de btw op deze facturen eerder terugvragen.

Ga na of er voor jou misschien situaties zijn waardoor de oninbaarheid van de factuur al eerder vaststaat.

Ga ook na of u nog oude facturen hebt waarvoor nog geen teruggaaf is gevraagd.

A: Personeelsverstrekkingen en de btw-correctie voor privé-uitgaven (BUA-correctie)

Als er bijvoorbeeld bepaalde personeelsetentjes of -feestjes niet meer doorgaan, dan hoeft u daar ook geen geen btw-correctie voor te maken. Misschien kunt u om deze reden ook een eerder gemaakte btw-correctie terugdraaien?

Q: Door de coronacrisis heb ik een dienst of levering van goederen, die al (deels) betaald was, moeten annuleren of de prijs daarvan moeten verlagen. Wat betekent dit voor de btw op die factuur?

A: Het aanpassen van de vergoeding (vanwege annulering of prijsvermindering met bijvoorbeeld een creditnota) leidt tot een wijziging van de btw die u moet betalen of tot een te vorderen bedrag aan btw, als u de btw al bij een eerdere aangifte hebt aangegeven en betaald. Dat geldt ook voor eventuele afkoopsommen of schadevergoedingen. Het is van belang dat u de btw-gevolgen daarbij nauwkeurig bepaalt om btw-risico’s te voorkomen. Zorg dus dat u dit goed verwerkt in uw btw-aangifte.

Q: Ik wil zorgpersoneel ter beschikking stellen. Wat betekent dit voor de btw? 

A: De staatssecretaris keurt onder voorwaarden goed dat het ter beschikking stellen van zorgpersoneel buiten de heffing van btw blijft. Het betreft de terbeschikkingstelling van personeel aan ziekenhuizen, poliklinieken, instellingen van verpleging, psychiatrische inrichtingen, instellingen op het gebied van bejaardenzorg, wijkverpleging, kraam- en gezinsverzorging, dagverblijven voor gehandicapten. 

De maatregel geldt zowel voor de terbeschikkingstelling door ziekenhuizen en dergelijke inrichtingen en instellingen onderling als voor de terbeschikkingstelling door ondernemers andere dan de hierna bedoelde inrichtingen en instellingen.

De belangrijkste voorwaarden zijn dat de ondernemer die zijn personeel ter beschikking stelt  op de factuur vermeldt dat gebruik wordt gemaakt van deze corona goedkeuring en ook de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van de goedkeuring in de administratie vastlegt. 

Als voor de terbeschikkingstelling een vergoeding in rekening wordt gebracht, moet de vergoeding voor de terbeschikkingstelling beperkt blijven tot de brutoloonkosten van het betrokken personeelslid, eventueel vermeerderd met een administratieve kostenvergoeding van maximaal 5%. In geen geval mag er winst worden beoogd of gemaakt met de terbeschikkingstelling van het zorgpersoneel.

De terbeschikkingstelling van zorgpersoneel die op basis van deze goedkeuring buiten de heffing van omzetbelasting blijft, blijft buiten beschouwing voor het vaststellen van het recht op aftrek van btw van de uitlener.

Bij toepassing van de corona goedkeuring door ondernemers, anderen dan de hiervóór bedoelde van btw-vrijgestelde inrichtingen en instellingen, blijft de eventuele aftrek van btw voor deze ondernemers in stand. Van btw vrijgestelde ondernemers krijgen hierdoor geen (aanvullend) recht op aftrek van btw, noch vermindert toepassing van de goedkeuring hun eventuele recht op aftrek van btw.

 De goedkeuring kan met terugwerkende kracht worden toegepast vanaf 16 maart 2020 en gelden tot en met 3o septemberj 2021.

Q: Ik wil gratis medische hulpgoederen en -apparatuur verstrekken. Wat betekent dit voor de btw? 

A: De staatssecretaris keurt goed dat de gratis (om niet) verstrekking van medische hulpgoederen en medische apparatuur aan ziekenhuizen en dergelijke inrichtingen en instellingen of aan huisartsen geen gevolgen heeft voor de heffing of de aftrek van btw bij de ondernemer die deze goederen verstrekt. Btw-aftrekbeperking of btw-heffing blijft achterwege.

De twee belangrijkste voorwaarden zijn: 

Het betreft alleen goederen die worden genoemd in de lijst van de Werelddouaneorganisatie; indelingen van medische voorzieningen in verband met uitbraak Covid-19 (o.a.: COVID-19 test kits/instrumenten en apparaten die worden gebruikt in diagnostische tests, beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen, thermometers, desinfecteermiddelen, sterilisatie producten). 

De goedkeuring kan met terugwerkende kracht worden toegepast vanaf 16 maart 2020 en geldt tot en met 31 december 2020.

U moet als ondernemer op de factuur vermelden dat gebruik wordt gemaakt van deze corona goedkeuring en de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van de goedkeuring in de administratie vastleggen.

Q: Hoe zit het met btw voor mondkapjes en wattenstaafjes en het btw-tarief voor sportscholen?

A: Op 25 mei 2020 is het btw-nultarief voor mondkapjes van kracht geworden (Pakket 2.0). Tot en met 30 september 2021 is over de levering van mondkapjes geen btw verschuldigd. Verkopers van mondkapjes kunnen de voorbelasting blijven aftrekken. Steriele wattenstaafjes die worden gebruikt voor geneeskundige doeleinden, zoals het nemen van keel- en neusswabs om te testen op COVID-19, zijn belast met negen procent btw.

Verder is er nog het verlaagd btw-tarief sportscholen voor sportschooldiensten die  in aangepaste vorm online worden of werden aangeboden. Deze goedkeuring kan ten eerste  met terugwerkende kracht worden toegepast voor de periode 16 maart 2020 tot 1 juli 2020, de datum dat de eerste verplichte sluiting werd opgeheven. De sportscholen werden daarna vanaf 16 december 2020 weer gesloten. Daarom is het tijdelijk verlaagde btw-tarief van 9% op online sportlessen  weer van toepassing verklaard. Het verlaagde btw-tarief voor online sportlessen goldt van 18 december 2020 tot de verplichte sluiting van de sportscholen werd opgeheven, dat wil zeggen 19 mei 2021.

Q: Hoe zit het met btw op vaccins/testen?

Vanaf 21 december 2020 tot en met 30 september 2021 geldt een btw-tarief van 0% voor:

  • het leveren van vaccins die door het Europees Geneesmiddelenbureau EMA zijn goedgekeurd als coronavaccins;
  • het inenten met deze vaccins;
  • het leveren van coronatestkits die voldoen aan de LCI-richtlijn van het RIVM én aan de bijlage bij deze richtlijn;
  • het testen met deze testkits.

Vanaf 16 april 2021 tot en met 30 september 2021 geldt ook een btw-tarief van 0% voor: 

  • het leveren van coronatestkits die op de lijst van de Europese Commissie staan en een CE-nummer hebben;
  • het testen met deze testkits;
  • het leveren van coronazelftestkits waarvoor de minister voor Medische Zorg en Sport ontheffing heeft verleend zodat ze op de Nederlandse markt mogen worden gebracht.

Naast het leveren van coronatestkits is ook op de dienst bestaande uit het afnemen en/of uitvoeren van de test met deze testkits (per 16 april 2021 inclusief COVID-19-in-vitrodiagnostiek), met 0% belast tenzij ter zake van het testen een vrijstelling van toepassing is. Als de ondernemer het nultarief toepast, heeft hij recht op aftrek van de hieraan toerekenbare voorbelasting. Vanaf 16 april 2021  geldt dit ook voor de levering van Antigeen-zelftesten waarvoor de minister voor Medische Zorg en Sport ontheffing heeft verleend om deze op de Nederlandse markt te mogen brengen. Als van deze goedkeuring gebruik wordt gemaakt is de levering van deze zelftesten belast met 0% btw en heeft de ondernemer recht op aftrek van de hieraan toerekenbare voorbelasting.

Q: Hebt u een uitkering of tegemoetkoming gekregen op grond van 1 of meer van de volgende regelingen?

  • Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW).
  • Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA).
  • Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS).
  • Subsidie vaste lasten (voorheen Tegemoetkoming Vaste Lasten, TVL).
  • Subsidie vaste lasten startende MKB-ondernemingen.
  • Tegemoetkoming Verhuurders Sportaccommodaties COVID-19 (TVS).
  • Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO).
  • Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK).

A: Deze uitkeringen of tegemoetkomingen zijn niet belast voor de btw. Ze hebben ook geen gevolgen voor uw eventuele aftrek van voorbelasting.

Contact

Jochem Kijftenbelt

Jochem Kijftenbelt

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)64 801 92 27

Claudia Buysing Damsté

Claudia Buysing Damsté

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 103 04 63

Diederik van Dommelen

Diederik van Dommelen

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 394 44 71

Philip Vossenberg

Philip Vossenberg

Tax Partner en Regioleider regio NOC, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)62 295 34 75

Volg ons