Fiscaliteit & wet- en regelgeving

Fiscale stimuleringsmaatregelen

Fiscale stimuleringsmaatregelen 

Uitbreiding van het economisch steun- en herstelpakket (januari 2021)

Op 21 januari 2021 is het bestaande steunpakket door het kabinet verlengd en op onderdelen uitgebreid. De meeste belastingmaatregelen gelden nu tot 1 juli 2021. 

Het bijzonder belastinguitstel is verlengd tot 1 juli 2021 (was 31 maart 2021). Voor het afbetalen van de belastingschuld geldt een betalingsregeling van 36 maanden. Die gaat in op 1 oktober 2021 (was 1 juli 2021).

Vorig jaar kondigde de overheid op 12 maart 2020 en op 17 maart 2020 het eerste noodpakket met diverse crisismaatregelen in verband met de corona-epidemie aan. Op 24 april 2020 verscheen vervolgens nog een zestal maatregelen. Op 20 mei 2020 heeft het kabinet het tweede steunpakket voor bedrijven bekendgemaakt. Op 28 augustus 2020 kwam het kabinet met het derde steunpakket voor bedrijven.

In de jongste uitbreiding van het steunpakket zijn enkele tijdelijke maatregelen, bijvoorbeeld voor de btw (zorgpersoneel, medische hulpgoederen, mondkapjes) en voor de inkomstenbelasting de hypotheekrenteaftrek, verlengd tot en met 30 juni 2021. De reiskostenvergoeding kan onder voorwaarden onbelast worden doorbetaald tot 1 april 2021. De overheid overlegt nog met Duitsland en België over een verlenging van het akkoord over de belastingheffing van grenswerkers tot 30 juni 2021. 

Tegemoetkoming vaste lasten (TVL)

De tegemoetkoming vaste lasten (TVL) is een belastingvrije tegemoetkoming van (maximaal) 550.000 euro voor zelfstandigen en het mkb (maximaal 250 medewerkers) en 600.000 euro voor het niet-mkb (meer dan 250 medewerkers) per kwartaal. De subsidiepercentages komen voor het eerste en tweede kwartaal van 2021 uit op 85 procent subsidie van de vaste lasten vanaf dertig procent omzetverlies. Vanaf het eerste kwartaal van 2021 is het minimale subsidiebedrag 1500 euro (was 750 euro). 

Bijzonder uitstel van betaling van belastingschulden

Aanvraag mogelijk tot 1 juli 2021 (was 1 april 2021)

De mogelijkheid om voor de eerste keer bijzonder uitstel van betaling van belastingschulden (BUVB) aan te vragen voor een periode van drie maanden is verlengd tot en met 30 juni 2021. Verlenging van eerder verleend BUVB kan eveneens worden aangevraagd tot en met 1 juli 2021. 

Voor ondernemers die na 1 april 2021 voor de eerste keer een aanvraag doen, betekent dit dat zij tot 1 juli 2021 hun nieuw opkomende betalingsverplichting niet hoeven te voldoen. 

Let op bij verlenging!

Voor ondernemers die vóór 1 april 2021 hun aanvraag voor het uitstel van betaling van drie maanden hebben ingediend, betekent dit dat zij alsnog om verlenging van het uitstel tot 1 juli 2021 kunnen vragen. Het is belangrijk dat ondernemers die ná deze drie maanden uitstel niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen, zélf om verlenging vragen. Doen zij dit niet, dan lopen zij het risico om uitgesloten te worden van de betalingsregeling waarin zij hun schuld in 36 maanden kunnen aflossen (zie hierna bij ‘Aflossen’).

Voor ondernemers die eerder dit jaar al verlenging hebben gekregen, geldt dat het uitstel nu automatisch wordt verlengd tot 1 juli 2021. Voor al deze ondernemers geldt dus dat nieuw opkomende verplichtingen pas vanaf 1 juli 2021 hoeven te worden hervat.

Welke belastingen?

Het tijdelijk versoepelde uitstelbeleid geldt voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting (btw), loonbelasting, kansspelbelasting, assurantiebelasting, verhuurderheffing, milieubelastingen (EB/ODE, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater), accijnzen, verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en vergelijkbare belastingen in Caribisch Nederland, en de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM). 

De dividendbelasting is uitgezonderd van de versoepelde uitstelregeling, omdat het uitkeren van dividenden de liquiditeitspositie van bedrijven juist verzwakt. 

Het verzoek om BUVB kan worden gedaan via een onlineformulier  op de website van de Belastingdienst. Voor alle aanslagen inkomstenbelasting, Zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, loonheffingen en omzetbelasting (btw) vraagt u in één keer tegelijk uitstel van betaling aan. U hoeft niet te wachten tot u voor alle vijf een aanslag hebt ontvangen, één aanslag is voldoende. Voor alle andere belastingen waarvoor u bijzonder uitstel kunt vragen geeft u apart aan of u daarvoor uitstel wilt.

Er is ook uitstel mogelijk in verband met de coronacrisis mogelijk voor invoerrechten en andere belastingen bij invoer als die worden geheven met toepassing van douaneregelgeving voor invoer. Die andere belastingen zijn: btw, accijnzen, verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en kolenbelasting.  Voor douaneschulden die zijn ontstaan in januari 2021, kunt u tot 15 februari 2021 uitstel aanvragen. Voor douaneschulden die zijn ontstaan in de maanden maart tot en met december 2020 kunt u geen uitstel meer aanvragen.

Uitstel van betaling vraagt de schuldenaar aan per mail bij de ontvanger van Douane Amsterdam: douane.nederland.invordering@belastingdienst.nl. Vermeld of stuur mee:

  • het nummer van de uitnodiging tot betaling
  • het bedrag waarvoor u uitstel vraagt
  • een kopie van de uitnodiging tot betaling
  • recente jaarstukken en financiële gegevens.

BUVB eindigt uiterlijk 1 juli 2021 (was 1 april 2021)

Al het verleende BUVB eindigt uiterlijk 1 juli 2021, of zoveel eerder als het (initieel) verleende BUVB afloopt en waarvoor geen verlenging is aangevraagd. Alle belastingschulden die na de termijn van uitstel ontstaan, moeten meteen voldaan worden. Dat is dus sowieso vanaf 1 juli 2021 het geval, of zoveel eerder als het (verlengde) BUVB afloopt. De betalingsplicht voor de btw of loonheffingen over juni 2021 valt bijvoorbeeld buiten het BUVB. Deze belastingen moeten op reguliere wijze worden voldaan of afgedragen.

Als lopende verplichtingen na 1 juli 2021 niet worden hervat of aflossingen op de opgebouwde (BUVB-)schuld niet tijdig worden gedaan, zal de Belastingdienst de reguliere invorderingsmaatregelen (betalingsherinnering, aanmaning, enzovoorts) hervatten. Dat kan al eerder het geval zijn als de initiële drie maanden uitstel verstreken zijn en geen verlengd uitstel is aangevraagd.

Uitstel voor drie maanden

Het verzoek om BUVB kan worden gedaan via een formulier op de website van de Belastingdienst. Een initieel verzoek om BUVB voor drie maanden wordt geacht een verzoek om uitstel van betaling te zijn van alle openstaande en nog op te leggen belastingaanslagen van bepaalde belastingen. Vraagt u voor de 1e keer bijzonder uitstel van betaling aan? Dan geldt dit automatisch tot en met 30 juni 2021.

De Belastingdienst (ontvanger) treft na ontvangst van een verzoek om uitstel van betaling door een ondernemer gedurende het uitstel geen invorderingsmaatregelen.

Let op: het indienen van een verzoek om uitstel van betaling ontslaat de belastingplichtige niet van het tijdig indienen van de aangifte.

Voorwaarden verlenging BUVB

Verlenging van bijzonder uitstel na verleend initieel uitstel voor de eerste drie maanden is mogelijk, ook via het onlineformulier op de website van de Belastingdienst. Dat kan onder de volgende voorwaarden:

  • De bestaande betalingsproblemen maken langer uitstel nodig.
  • Deze betalingsproblemen zijn hoofdzakelijk door de coronacrisis ontstaan.
  • Er is voor de belastingschuld waarvoor het uitstel wordt gevraagd, voldaan aan de aangifteplicht.
  • Het gevraagde uitstel heeft betrekking op een of meer van de eerder genoemde belastingen.
  • De ondernemer verklaart dat geen bonussen worden uitgekeerd aan de raad van bestuur en de directie van de onderneming, geen dividend wordt uitgekeerd en geen eigen aandelen worden ingekocht. Deze verklaring geldt voor de periode vanaf het insturen van het verzoek voor verlenging van BUVB tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2020 of 2021.
  • Als de totale belastingschuld bij de ontvangst van het verzoek om uitstel 20.000 euro of meer bedraagt, is een verklaring van een derde-deskundige vereist (zie hierna).

Let op dat u in geval van serieuze betalingsproblemen naast uitstel van betaling een melding van betalingsonmacht moet doen om bestuurdersaansprakelijkheid te beperken. 

Melding betalingsonmacht

Geldt voor u het volgende?

  • U hebt bijzonder uitstel van betaling aangevraagd.
  • U deed dit als, of namens, een bestuurder van een commerciële onderneming die een rechtspersoon is en onder de vennootschapsbelasting valt.
  • De betalingsonmacht is hoofdzakelijk ontstaan door de coronacrisis.
  • Uw onderneming kon de loonheffingen, omzetbelasting, kansspelbelasting, energiebelasting, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater, binnenlandse accijnzen of verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken niet betalen.

Dan ziet de Belastingdienst uw verzoek om bijzonder uitstel van betaling tot 31 maart 2021 als een melding van betalingsonmacht. Uw melding is tijdig en rechtsgeldig voor verschuldigde belasting die behoorde te zijn afgedragen of voldaan vanaf 12 maart 2020.

De melding betalingsonmacht kan gevolgen hebben voor uw financiering als u daar afspraken over hebt gemaakt met uw financier.

Verklaring derde-deskundige 

In de verklaring van een derde-deskundige, vereist bij een verzoek om BUVB voor een periode langer dan drie maanden én een initiële belastingschuld van meer dan 20.000 euro, moet staan dat:

  • aannemelijk is dat sprake is van werkelijke betalingsproblemen op het moment van het verzoek of naar verwachting op korte termijn daarna (denk bij ‘korte termijn’ aan de periode waarin de actuele beperkingen van het kabinet ten aanzien van de betreffende ondernemer gelden, zoals de sluiting van de horeca, sportaccommodaties en kinderopvang tot en met 28 april en het verbod op evenementen tot 1 juni);
  • aannemelijk is dat deze betalingsproblemen hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan; en
  • de liquiditeitsprognose plausibel is (deze prognose moet zijn opgesteld aan de hand van op het moment van indienen bekende feiten en omstandigheden).

In de toelichting bij de verklaring moet de derde-deskundige aangeven welke documenten of gegevens door de ondernemer zijn verstrekt met zo nodig een nadere toelichting.

Reguliere uitstelregeling

Als na 30 juni 2021 (na beëindiging van het verleende bijzondere uitstel, dus op 1 juli 2021) toch uitstel van betaling nodig is, kan op basis van de reguliere uitstelregeling uitstel worden aangevraagd. De Belastingdienst kan daarbij meer informatie en mogelijk zekerheden vragen.

Aflossen

Op 1 oktober 2021 moet worden gestart met het aflossen van de door bijzonder uitstel opgebouwde belastingschuld in maximaal 36 gelijke maandelijkse termijnen. Geheel of gedeeltelijk aflossen vóór 1 oktober 2021 is mogelijk en ook in de periode tot 1 oktober 2024. De ondernemer kan in bijzondere gevallen op een later moment beginnen met aflossen, met dien verstande dat de belastingschuld ook dan uiterlijk 1 oktober 2024 volledig moet zijn afgelost.

Als de aflossingsperiode van drie jaar te kort is voor een belastingplichtige kan samen met de Belastingdienst een maatwerkoplossing worden afgesproken op basis van bestaand beleid.

Aanpassen voorlopige aanslag, verrekening gedurende uitstel en versoepeling betalingsverzuimboetes

Ondernemers betalen nu belasting op basis van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Ondernemers die een lagere winst verwachten door de coronacrisis kunnen een verzoek indienen voor een verlaging van de voorlopige aanslag, zodat ze meteen minder belasting gaan betalen. Deze verzoeken zal de Belastingdienst inwilligen.

De ontvanger past geen verrekening toe gedurende de periode van uitstel en de periode van de betalingsregeling met eventuele belastingteruggaven (tenzij de ondernemer hierom verzoekt of de belangen van de Staat worden geschaad). Dit is onder meer het geval als de ontvanger vreest voor misbruik, waardoor verhaalsmogelijkheden in gevaar komen.

Vernietiging betalingsverzuimboete

U kunt een betalingsverzuimboete krijgen als u uw belasting niet, niet volledig of niet op tijd betaalt. De Belastingdienst vernietigt deze boete als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • U hebt bijzonder uitstel van betaling aangevraagd en gekregen voor een naheffingsaanslag met een betalingsverzuimboete omdat u uw aangifte niet hebt betaald.
  • Het gaat om een boete voor de periode waarin het versoepeld uitstelbeleid geldt. Concreet: een boete voor het tijdvak februari 2020 of later.

U hoeft de boete dan niet te betalen. En u hoeft er ook geen bezwaar tegen te maken.

Let op dat vanaf 1 juli 2021 de versoepeling voor betalingsverzuimboetes (voor de periode 12 maart 2020 tot aan de datum waarop het uitstel van betaling eindigt) vervalt en het niet of te laat afdragen van loonbelasting of voldoen van btw over bijvoorbeeld het belastingtijdvak juni 2021, volgens het reguliere beleid wordt beboet.

Uitstel van betaling voor rechten bij invoer

De bijzondere regeling uitstel van betaling (BUVB), inclusief de gelimiteerde verlenging, was en is niet van toepassing op de invoer-btw, accijnzen, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en de kolenbelasting voor zover deze belastingen worden geheven met toepassing van de douanewetgeving ter zake van de invoer.

Uitstel van betaling van bpm

Er is bijzonder uitstel van het betalen (BUVB) van bpm mogelijk voor vergunninghouders (ondernemers die regelmatig kentekens voor personenauto’s aanvragen en de bpm achteraf per maand of kwartaal betalen) vanaf het tijdvak mei 2020. Het BUVB voor de bpm loopt tot en met 30 juni 2021.

Invorderingsrente: verlenging verlaging belasting- en invorderingsrente

Over de uitgestelde belastingschulden is invorderingsrente verschuldigd. De tijdelijke verlaging van de invorderingsrente naar 0,01 procent is per 23 maart 2020 ingegaan en gold in eerste instantie voor drie maanden. Deze verlaging is inmiddels verlengd tot en met 31 december 2021. Vanaf 1 januari 2022 zal de invorderingsrente teruggaan naar het oorspronkelijke niveau van vier procent.

Ook de belastingrente was voor alle belastingen sinds 1 juni 2020 verlaagd naar 0,01 procent (met uitzondering van de inkomstenbelasting, waarvoor de verlaging per 1 juli 2020 is ingegaan). De belastingrente is per 1 oktober 2020 teruggegaan naar het oorspronkelijke niveau van vier procent. De belastingrente voor de vennootschapsbelasting (vpb) is voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2021 vastgesteld op vier procent, in plaats van op het oorspronkelijke niveau van acht procent.

Voor Caribisch Nederland geldt de tijdelijk verlaagde invorderingsrente van 0 procent tot 31 december 2021. Daarmee wordt aangesloten bij de voor Europees Nederland geldende termijn.

Goedkeuring betalingskorting

Als een aanslag inbaar is in meerdere termijnen (bijvoorbeeld een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting), krijgt de belastingplichtige een betalingskorting als voor verval van de eerste betalingstermijn de gehele aanslag wordt voldaan. De hoogte van de betalingskorting wordt berekend op basis van het percentage van de invorderingsrente. Omdat de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 vrijwel nul wordt, keurt de overheid goed dat alsnog het oorspronkelijke bedrag van de betalingskorting kan worden genoten.

Baangerelateerde investeringskorting (BIK)

Met de voorgestelde crisismaatregel BIK kunt u als IB-ondernemer of als Vpb-ondernemer voor investeringen tot en met vijf miljoen euro 3,9 procent van het investeringsbedrag verrekenen met uw loonheffingen en bij investeringen boven de vijf miljoen euro 1,8 procent van het investeringsbedrag. Om gebruik te maken van de BIK moet u aan verschillende voorwaarden voldoen. Een belangrijke voorwaarde is dat u personeel in dienst hebt waarvoor u loonheffing afdraagt, anders kunt u de BIK niet verzilveren. Door de investeringskorting te koppelen aan de afdracht van loonheffingen, kunnen ook ondernemingen die nu verlies leiden al profijt van deze regeling hebben. Deze crisismaatregel wordt per 1 januari 2021 ingevoerd, al geldt hij al voor investeringen vanaf 1 oktober 2020, en duurt tot en met 31 december 2022. Daarna zal het kabinet met een andere maatregel komen om de werkgeverslasten te verlagen.

Lees meer hierover in het artikel: Hoe benut u de Baangerelateerde investeringskorting (BIK)?

Heffing energiebelasting (EB) en opslag duurzame energie (ODE)

Het tijdstip van verschuldigdheid van energiebelasting (EB) en de opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE) mag vanaf 1 april 2020 tijdelijk worden uitgesteld.

G-rekening

Om te zorgen dat het tijdelijke uitstelbeleid ook voor ondernemers met een G-rekening soelaas biedt, is voor hen een aanvullende maatregel genomen. Naast de bestaande mogelijkheid voor het deblokkeren van overschotten is het ook mogelijk om de G-rekening vrij te geven ter hoogte van het bedrag waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verleend. Hierdoor krijgen deze ondernemers dezelfde mogelijkheden als ondernemers zonder G-rekening, namelijk de vrije beschikking over aan hen betaalde belasting. Een instructie voor het aanvragen van de (aanvullende) deblokkering wordt op de website van de Belastingdienst geplaatst.

In lijn met de afbouw van de versoepelde uitstelregeling, wordt ook de verruimde deblokkeringsmogelijkheid van de G-rekening afgebouwd. Zolang en voor zover de ondernemer uitstel van betaling geniet en zich aan de lopende betalingsverplichtingen en aflossingsverplichtingen houdt, blijft deblokkering van het saldo (overschot) van de G-rekening mogelijk. Het gaat om het saldo dat overeenkomt met de verschuldigde loonheffing en omzetbelasting, waarvoor vanwege de versoepeling geen invorderingsmaatregelen worden genomen of uitstel van betaling wordt genoten. Afwijzing van een verzoek tot deblokkering is dus mogelijk indien en voor zover nieuw opgekomen verplichtingen niet worden nagekomen of aflossingstermijnen niet worden voldaan.

Het versoepelde beleid ten aanzien van de G-rekening loopt definitief af op 1 januari 2023, als ook het versoepelde uitstel- en afbetalingsbeleid definitief afloopt.

Uitwinning van het G-rekeningsaldo door de Belastingdienst blijft zolang vanwege de versoepelingsmaatsregelen geen invorderingsmaatregelen worden genomen of uitstel van betaling wordt genoten, tenzij de belangen van de Staat zich daartegen verzetten.

Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap

De inwerkingtreding van het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’ wordt een jaar uitgesteld, tot 1 januari 2023. Directeur Grootaandeelhouders (dga’s) willen in aanloop naar de inwerkingtreding van de wet schulden aan de eigen vennootschap mogelijk aflossen, in elk geval tot de grens van 500.000 euro (exclusief eigenwoningschulden). Door de coronacrisis kan dit momenteel lastiger te realiseren zijn. Dga’s krijgen door het uitstel meer tijd - feitelijk tot eind 2023 - om zich voor te bereiden op de inwerkingtreding van de maatregel.

Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen verlengd tot 1 juli 2021

Kredietverstrekkers willen klanten de mogelijkheid bieden een betaalpauze voor rente en aflossing aan te gaan voor de hypotheeklening voor de eigen woning, als zij tijdens de coronacrisis tijdelijk niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. 

Voor hypotheken waarvoor een fiscale aflossingsverplichting geldt, moet dit volgens de huidige fiscale regels bij een betaalpauze in 2020 uiterlijk 31 december 2021 zijn ingehaald. In het beleidsbesluit Eigenwoningrente; betaalpauze voor rente en aflossing eigenwoningschuld van 22 december 2020 en in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 30 september 2020 staan goedkeuringen, waardoor een tijdelijk uitstel van het betalen onder voorwaarden niet tot ongewenste fiscale gevolgen leidt. Ook is het mogelijk om een betalingspauze in te gelasten voor een lening die is aangegaan bij de eigen bv of een familielid. Daar gelden aanvullende voorwaarden voor.

Volgens de huidige regels moet deze aflossingsachterstand uiterlijk op 31 december 2021 zijn ingelopen. Als dat niet lukt, dan blijft onder voorwaarden het recht op renteaftrek behouden, als met de geldverstrekker een nieuw aflossingsschema is afgesproken en dit op 1 januari 2022 ingaat. Het kabinet heeft echter besloten om een goedkeuring te verlenen zodat de geldverstrekker samen met u al eerder dan per 1 januari 2022 een nieuw aflossingsschema overeen kan komen.

Om gebruik te kunnen maken van deze goedkeuring, gelden de volgende voorwaarden:

  • Aanmelding bij de geldverstrekker tussen 12 maart en 1 april 2021. 
  • De betaalpauze is maximaal zes maanden; dit wordt nog verlengd naar twaalf maanden. 
  • De betaalpauze is door de geldverstrekker schriftelijk bevestigd. 
  • De betaalpauze gaat uiterlijk in op 1 juli 2021.

Verlaging gebruikelijk loon bij omzetdaling

Op 24 april 2020 heeft de overheid bekendgemaakt dat het voor 2020 onder voorwaarden was toegestaan dat aanmerkelijkbelanghouders (zoals directeur grootaandeelhouders) die te maken kregen met een omzetdaling, mochten uitgaan van een lager gebruikelijk loon, evenredig met de omzetdaling. Daarbij werd het deel van het jaar in 2020 vergeleken met dezelfde periode in 2019. Dit is uitgewerkt in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 30 september 2020, dat terugwerkt tot 12 maart 2020.

Het gebruikelijk loon mag worden bepaald volgens deze formule:

Gebruikelijk loon 2020 = A x B/C

A = het gebruikelijk loon over 2019

B = de omzet over de eerste vier kalendermaanden van 2020

C = de omzet over de eerste vier kalendermaanden van 2019.


Zie voor de voorwaarden het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 30 september 2020.

Gebruikelijk loon 2021

Ook voor 2021 mogen ab-houders die te maken krijgen met een omzetdaling, van een lager gebruikelijk loon uitgaan. In de regeling voor 2021 zal de omzet over heel het jaar 2021 worden vergeleken met de omzet over heel het jaar 2019. Daarbij moet er sprake zijn van een omzetverlies ten opzichte van 2019 van minstens dertig procent. De overige voorwaarden die aan de goedkeuring worden verbonden, zullen vergelijkbaar zijn met de regeling van 2020.

Vaste (reis)kostenvergoeding

Tussen werkgever en werknemer zijn vaak afspraken gemaakt over vaste vergoedingen. Bijvoorbeeld voor de reiskosten van en naar werk of een lunchvergoeding. Door de coronacrisis werken mensen zoveel mogelijk thuis en hebben zij minder (reis)kosten. Het kabinet heeft besloten dat thuiswerken door de coronacrisis geen invloed heeft op de vaste (reis)kostenvergoeding. De werkgever hoeft de vaste vergoeding niet aan te passen. Tot en met 31 maart 2021 (was 31 januari 2021) mag hij blijven uitgaan van het (reis)patroon waarop de vergoeding was gebaseerd. Voorwaarde hierbij is wel dat het recht op de vaste vergoeding vaststond op uiterlijk 12 maart 2020.

Werknemers: reiskostenaftrek zonder vergoeding van de werkgever

Als de reiskosten van de werknemer voor woon-werkverkeer tijdens de coronacrisis doorlopen, bijvoorbeeld bij een doorlopend ov-abonnement, dan mag hij/zij voor het jaar 2020 de reisaftrek in de inkomstenbelasting toepassen alsof hij/zij wel gewoon naar zijn/haar werk is gegaan.

Uitstel publicatieplicht financiële gegevens ANBI’s

ANBI’s moeten binnen zes maanden na jaareinde bepaalde informatie digitaal openbaar maken, bijvoorbeeld op hun websites. Die informatie omvat onder andere een actueel activiteitenverslag, de balans en de staat van baten en lasten. Tot 1 januari 2021 was het mogelijk om de termijn van zes maanden onder de volgende voorwaarden met maximaal vier maanden te verlengen:

  • De instelling publiceert binnen zes maanden na afloop van het boekjaar het bestuursbesluit tot verlenging op de website.
  • Uit het bestuursbesluit blijkt waarom de financiële gegevens niet binnen de termijn van zes maanden kunnen worden gepubliceerd.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Diederik van Dommelen of met Philip Vossenberg.

Diederik van Dommelen

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)65 394 44 71

E-mailadres

Philip Vossenberg

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 41 72

E-mailadres

Internationale (fiscale) steunmaatregelen

Wereldwijd treffen overheden steunmaatregelen in verband met de coronacrisis. Deze kunnen van toepassing zijn op uw industrie of sector. Zie voor een overzicht hiervan de internationale (fiscale) steunmaatregelen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Diederik van Dommelen of met Philip Vossenberg.

Meer over belastingen

Diederik van Dommelen

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)65 394 44 71

E-mailadres

Philip Vossenberg

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 41 72

E-mailadres

Planning btw en douane

Planning btw en douane

 

Btw

Annuleringen, prijsverminderingen en btw 

Het aanpassen van de vergoeding (wegens annulering of prijsvermindering via bijvoorbeeld creditnota’s) kan leiden tot aanpassingen in de bedragen aan af te dragen en te vorderen btw. Dit geldt ook voor eventuele afkoopsommen of schadevergoedingen. Het is van belang dat u de btw-gevolgen nauwkeurig bepaalt om btw-risico’s te voorkomen.

Verbeteren van uw liquiditeitspositie btw

Ook voor de btw is er de mogelijkheid tot tijdelijke uitstel van betaling belasting (BUVB) tot uiterlijk 30 juni 2021 (was 31 maart 2021). Uiterlijk op 1 oktober 2021 (was 1 juli 2021) moet, behalve in bijzondere situaties, worden gestart met het aflossen van de door bijzonder uitstel opgebouwde belastingschuld in maximaal 36 gelijke maandelijkse termijnen.

Voor het meer structureel verbeteren van uw liquiditeitspositie voor specifiek de btw kunt u denken aan het aanpassen van het btw-aangiftetijdvak in maand of kwartaal - afhankelijk of er een te vorderen of te betalen positie is -, het optimaliseren van de timing van het versturen van facturen en het indienen van teruggaafverzoeken voor al voldane btw begrepen in oninbare debiteuren.

Voor oninbare vorderingen van energieleveranciers is een vermindering (EB en ODE) mogelijk voor zover komt vast te staan dat een door de belastingplichtige ter zake te ontvangen bedrag niet is en niet zal worden ontvangen. Voor de btw geldt eenzelfde regeling. Voor de toerekening van de door deze leveranciers wél ontvangen bedragen geldt tijdelijk een praktische goedkeuring. 

Goedkeuringen btw en zorg

De overheid heeft op 14 april 2020 twee belangrijke tijdelijke goedkeuringen op het gebied van corona en de btw gegeven. Met deze goedkeuringen worden extra administratieve of financiële lasten door de heffing van btw verlicht bij het ter beschikking stellen van personeel en medische hulpgoederen. De goedkeuringen kunnen met terugwerkende kracht worden toegepast vanaf 16 maart 2020. Voor het ter beschikking stellen van personeel geldt de goedkeuring tot en met 30 juni 2021 (was 31 maart 2021), voor medische hulpmiddelen tot en met 31 december 2020. 

Daarnaast is op 25 mei 2020 het btw-nultarief voor mondkapjes van kracht geworden (Pakket 2.0). Tot en met 30 juni 2021 (was 31 maart 2021) is over de levering van mondkapjes geen btw verschuldigd. Verkopers van mondkapjes kunnen de voorbelasting blijven aftrekken. De lidstaten hebben ingestemd met de mogelijkheid van een btw-vrijstelling met recht op aftrek van voorbelasting (vergelijkbaar met btw-nultarief) voor leveringen van COVID-19-vaccins en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek (testkits), met inbegrip van diensten die daarmee nauw samenhangen. Het btw-nultarief geldt uitsluitend onder de voorwaarde dat dergelijke leveringen de eindverbruiker ten goede komen en een doelstelling van algemeen belang nastreven. Het Nederlandse kabinet heeft aangeven het btw-nultarief op COVID-19-vaccins en -testkits - na verlenging - tot 1 juli 2021 (was 1 april 2021) in te voeren. Er geldt dus vanaf 21 december 2020 tot en met 30 juni 2021 een btw-tarief van nul procent voor:

  • het leveren van coronavaccins,
  • het inenten met deze vaccins,
  • het leveren van coronatestkits,
  • het testen met deze testkits.

Verder is er nog het verlaagd btw-tarief sportscholen voor sportschooldiensten die nu in aangepaste vorm online worden of werden aangeboden. Deze goedkeuring kan met terugwerkende kracht worden toegepast voor de periode 16 maart 2020 tot 1 juli 2020, de datum dat de eerste verplichte sluiting werd opgeheven. De sportscholen zijn vanaf 16 december 2020 weer gesloten. Daarom is het tijdelijk verlaagde btw-tarief van 9 procent op online sportlessen nu weer van toepassing. Het verlaagde btw-tarief voor online sportlessen geldt van 18 december 2020 totdat de verplichte sluiting weer wordt opgeheven.

Btw en ter beschikking stellen van zorgpersoneel

Onder voorwaarden blijft het ter beschikking stellen van zorgpersoneel buiten de heffing van btw tot en met 30 juni 2021 (was 31 maart 2021). Het gaat dan om de terbeschikkingstelling van personeel aan ziekenhuizen, poliklinieken, instellingen van verpleging, psychiatrische inrichtingen, instellingen op het gebied van bejaardenzorg, wijkverpleging, kraam- en gezinsverzorging en dagverblijven voor gehandicapten.

De maatregel geldt zowel voor de terbeschikkingstelling door ziekenhuizen en dergelijke inrichtingen en instellingen onderling, als voor de terbeschikkingstelling door ondernemers anders dan de hiervoor bedoelde inrichtingen en instellingen.

De belangrijkste voorwaarden zijn dat de ondernemer die zijn personeel ter beschikking stelt op de factuur vermeldt dat gebruik wordt gemaakt van deze corona-goedkeuring en de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van de goedkeuring in de administratie vastlegt. 

Als voor de terbeschikkingstelling een vergoeding in rekening wordt gebracht, moet de vergoeding beperkt blijven tot de brutoloonkosten van het betrokken personeelslid, eventueel vermeerderd met een administratieve kostenvergoeding van maximaal vijf procent. In geen geval mag er winst worden beoogd of gemaakt met de terbeschikkingstelling van het zorgpersoneel.

De terbeschikkingstelling van zorgpersoneel die op basis van deze goedkeuring buiten de heffing van omzetbelasting blijft, blijft buiten beschouwing voor het vaststellen van het recht op aftrek van btw van de uitlener.

Bij toepassing van de corona-goedkeuring door ondernemers, andere dan de hiervoor bedoelde van btw-vrijgestelde inrichtingen en instellingen, blijft de eventuele aftrek van btw voor deze ondernemers in stand. Van btw vrijgestelde ondernemers krijgen hierdoor geen (aanvullend) recht op aftrek van btw, noch vermindert de toepassing van de goedkeuring hun eventuele recht op aftrek van btw.

Btw gratis verstrekken van medische hulpgoederen en -apparatuur

De staatssecretaris keurt goed - tot en met 31 december 2020 - dat de gratis verstrekking van medische hulpgoederen en medische apparatuur aan ziekenhuizen en dergelijke inrichtingen en instellingen of aan huisartsen geen gevolgen heeft voor de heffing of de aftrek van btw bij de ondernemer die deze goederen verstrekt. Btw-aftrekbeperking of btw-heffing blijft achterwege.

De twee belangrijkste voorwaarden zijn: 

  • Het betreft alleen goederen die worden genoemd in de lijst van de Werelddouaneorganisatie; indelingen van medische voorzieningen in verband met uitbraak Covid-19.

  • De ondernemer moet op de factuur vermelden dat gebruik wordt gemaakt van deze corona-goedkeuring en moet de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van de goedkeuring in de administratie vastleggen.

Voor meer informatie over de btw kunt u contact opnemen met Jochem Kijftenbelt.

Douane

De logistieke keten kan hinder ondervinden door de corona-epidemie. Zowel bij de verzending als bij de aankomst is vertraging mogelijk. Spreiding van de logistiek kan een deel van deze problemen wegnemen. Voor zover bestaande douaneplanning door verspreiding van de logistiek over diverse havens moet worden aangepast, is overleg met de douaneautoriteiten of adviseurs over de douane technische gevolgen van groot belang. 

Voor de afwikkeling van douaneregelingen of douanevergunningen gelden vaak termijnen. Door een beperkte beschikbaarheid in de logistiek of door personele problemen op douanekantoren of bedrijven is het wellicht mogelijk dat deze termijnen niet worden gehaald. U kunt dan afstemming zoeken met de douaneautoriteiten om de termijnen te verlengen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Claudia Buysing-Damsté.

Meer over btw en douane

 

Jochem Kijftenbelt

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 45 01

E-mailadres

Claudia Buysing Damsté

Partner, Rotterdam, PwC Netherlands

+31 (0)65 103 04 63

E-mailadres

Winstbelasting

Winstbelasting

Naast het aanvragen van uitstel van betaling bestaat ook de mogelijkheid een teruggave te claimen als u verwacht dit jaar een verlies te maken. Voor de verrekening van uw verlies hoeft u namelijk niet te wachten tot uw aangifte is verwerkt: bij het indienen van een voorlopige aangifte kunt u direct verzoeken om een voorlopige verliesverrekening van tachtig procent van het aangegeven verlies. Daarvoor moet de aanslag over het jaar waarmee het verlies wordt verrekend wel al definitief vaststaan.

Vennootschapsbelasting - fiscale coronareserve

Mocht 2020 voor uw bedrijf dus een verliesjaar worden terwijl 2019 een winstjaar was, dan hebt u de mogelijkheid om dit verlies te verrekenen met uw winsten van 2019, voor zover de verliezen deze winsten niet overstijgen. Dit zou dan een belastingteruggave opleveren. Voor zover het verlies de winsten van het voorgaande boekjaar wel zou overstijgen, kan het verlies nog met de winsten van latere boekjaren worden verrekend volgens de regels voor verliesverrekening.

Deze ‘achterwaartse verliesverrekening’ vindt plaats bij het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting over 2020. Omdat de aangiftes over 2020 pas in 2021 of later zullen worden ingediend en het kabinet het onwenselijk vindt dat bedrijven zo lang moeten wachten om hun verlies te verrekenen, staat het kabinet voor het jaar 2019 vorming van een ‘fiscale coronareserve’ toe. Dit is uitgewerkt in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 30 september 2020 en ook in het Belastingplan 2021. De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • Voor het boekjaar 2020 wordt een ‘corona gerelateerd verlies’ verwacht.

  • Het verwachte ‘corona gerelateerde verlies’ over 2020 mag niet hoger zijn dan het totale verlies over 2020.

  • Het verlies van uw bedrijf, dat u in 2020 als gevolg van de coronacrisis verwacht te lijden, mag u geheel of gedeeltelijk als dotatie aan de coronareserve ten laste van uw winst over 2019 brengen. De coronareserve 2019 mag niet hoger zijn dan de fiscale winst over 2019. Het fiscale resultaat over 2019 kan door deze reserve dus niet negatief worden.

  • De coronareserve wordt uiterlijk in het boekjaar 2020 weer volledig in de winst opgenomen.

  • De dotatie aan de coronareserve wordt in de aangifte 2019 opgenomen in de rubriek ‘overige fiscale reserves’. De vrijval van de coronareserve in het boekjaar 2020 wordt in de aangifte 2020 als onttrekking opgenomen in dezelfde rubriek.

Voorziening 2020 voor uitgaven in 2021

Bij het opstellen van de aangifte vennootschapsbelasting over het boekjaar 2020 kunt u een voorziening op basis van de gewone regels voor fiscale winstberekening (goed koopmansgebruik) opnemen voor uitgaven die in 2021 plaats (zullen) vinden, maar waarvan de oorsprong ligt in 2020. Onder bepaalde omstandigheden kunnen bijvoorbeeld de uitgaven worden voorzien van een afvloeiingsregeling in 2021, die verband houden met inkrimping van het personeelsbestand als gevolg van de coronacrisis en waartoe al in 2020 is besloten.

Vergoedingen TOGS en Subsidie vaste lasten vrijgesteld

Tegemoetkomingen op basis van de TOGS en Subsidie vaste lasten (inclusief de eenmalige voorraad- en aanpassingskosten voor de horeca en gesloten detailhandel) vallen niet onder de winst, zodat hierover geen winstbelasting hoeft te worden betaald. Dit was al eerder in Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 8 mei 2020 geregeld maar nu ook vastgelegd in het Belastingplan 2021 en de brief aan de Tweede Kamer van 18 december 2020.

Vpb-tarief

De vennootschapsbelasting kent twee tarieven: het lage tarief (vijftien procent in 2020) voor de eerste 200.000 euro belastbare winst (het zogenoemde opstaptarief), en het hoge tarief (25 procent) voor het meerdere. Hierdoor daalt de effectieve belastingdruk als een bedrijf een lagere belastbare winst realiseert, en stijgt deze als er een hogere winst wordt gerealiseerd. In slechtere tijden betaalt uw bedrijf dus werkelijk én relatief minder belasting.

Als u dit jaar minder belastbare winst verwacht maar deze winst net boven de grens van het opstaptarief voor de vennootschapsbelasting dreigt uit te komen, kan het een (klein) liquiditeitsvoordeel opleveren om een investering die gepland stond voor (begin) 2022, nog in 2021 te doen. Als een bedrijf minder dan 200.000 euro belastbare winst realiseert, geldt immers het opstaptarief van vijftien procent in 2021 (was 16,5 procent in 2020).

IB-tarief

Personen die in privé ondernemen (IB-ondernemingen) betalen over hun winsten de progressieve belasting van de inkomstenbelasting (37,1 tot 49,5 procent, zie ook onze fiscale datacard). Door de progressieve tarieven geldt hetzelfde als voor bedrijven/vennootschappen die zijn onderworpen aan vennootschapsbelasting, een lagere belastbare winst leidt tot een lagere effectieve belastingdruk. Minder winst in slechte tijden leidt tot werkelijk én relatief minder belasting.

Versoepeling urencriterium zelfstandig ondernemers

Om te voorkomen dat ondernemers vanwege de coronacrisis het recht op ondernemersfaciliteiten op basis van het urencriterium van 1225 uren per kalenderjaar verliezen, heeft het kabinet een versoepelende maatregel genomen. 

Voor 2020 geldt dat ondernemers in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 worden geacht ten minste 24 uur per week aan hun onderneming(en) te hebben besteed, ook als ze die gelet op de coronacrisis niet daadwerkelijk hebben besteed.

Via een aanvullende regeling geldt ook voor seizoenarbeiders een versoepeling van het urencriterium in 2020. Ondernemers die seizoensgebonden werkzaamheden verrichten en die normaliter in de periode van 1 maart tot en met 30 september een piek hebben in het aantal uren dat ze besteden aan hun onderneming, worden geacht in deze periode hetzelfde aantal uren te hebben besteed als in dezelfde periode in 2019. 

Ook het verlaagde urencriterium van achthonderd uur per kalenderjaar in de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt versoepeld, waardoor de betreffende ondernemers voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 geacht worden ten minste zestien uur per week aan hun onderneming(en) te hebben besteed.

Urencriterium 2021

Ook voor 2021 geldt er een versoepeling van het urencriterium. Deze versoepeling houdt in dat ondernemers in de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 geacht worden ten minste 24 uur per week aan hun onderneming te hebben besteed (en minstens zestien uur per week voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid).

Voor ondernemers die seizoensgebonden werkzaamheden verrichten, gaat gelden dat zij worden geacht hetzelfde aantal uren te hebben besteed in de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 als zij in 2019 in deze periode hebben besteed. De ondernemer kan met behulp van de administratie van 2019 achterhalen hoeveel uren hij aan de onderneming heeft besteed in de periode van 1 januari tot en met 30 juni en zo ook beoordelen of hij in 2021 aan het urencriterium voldoet.

Het verlaagde urencriterium van achthonderd uur per kalenderjaar in de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt ook versoepeld. De betreffende ondernemers worden voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 geacht ten minste zestien uur per week aan hun onderneming(en) te hebben besteed.

Verlenging termijn voor terugwerkende geruisloze omzetting en geruisloze terugkeer 

Geruisloze omzetting van een IB-onderneming in een nv of bv en geruisloze terugkeer zijn onder voorwaarden met terugwerkende kracht mogelijk naar het begin van het jaar. Een van de voorwaarden voor de terugwerking is dat bepaalde juridische handelingen worden verricht binnen vijftien maanden na het tijdstip waarnaar terugwerking wordt gewenst. De termijn voor terugwerking tot 1 januari 2019 is op 31 maart 2020 verstreken.

De overheid keurt vanwege de coronacrisis goed dat de inspecteur deze termijn van vijftien maanden met drie maanden verlengt als deze termijn verstrijkt in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020. Dit onderdeel van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 30 september 2020 werkt terug tot en met 12 maart 2020.

Verlenging termijn voor terugwerkende bedrijfsfusie, juridische fusie en splitsing 

Als voor de faciliteiten van de bedrijfsfusie, de juridische fusie en de splitsing gebruik wordt gemaakt van terugwerkende kracht naar het begin van het boekjaar, geldt de voorwaarde dat bepaalde juridische handelingen binnen twaalf maanden - en voor bedrijfsfusie binnen vijftien maanden - tot het moment dat de faciliteit terugwerkt, moeten zijn verricht. Het kan zijn dat deze termijn door de coronacrisis niet wordt gehaald wanneer deze termijn verstrijkt in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020.

Daarom keurt de overheid goed dat de inspecteur de termijn van twaalf maanden voor de juridische fusie en splitsing en vijftien maanden voor de bedrijfsfusie met drie maanden verlengt wanneer deze termijn verstrijkt in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020. Dit onderdeel van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 30 september 2020 werkt terug tot en met 12 maart 2020.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Diederik van Dommelen of met Philip Vossenberg.

Meer over belastingen

Diederik van Dommelen

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)65 394 44 71

E-mailadres

Philip Vossenberg

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 41 72

E-mailadres

wet- en regelgeving

Wet- en regelgeving

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) hebben op advies van de Europese financiële toezichthouders de deadlines voor het aanleveren van verschillende rapportages verlengd. Let wel, voor verschillende soorten rapportages gelden verschillende regels. Voor sommige rapportageverplichtingen wordt de uiterste datum van indienen automatisch verlengd en hoeft u geen verdere actie te ondernemen. Voor andere rapportages geldt dat uitstel alleen wordt verleend - of late indiening alleen wordt gedoogd - als u de toezichthouder vooraf proactief heeft geïnformeerd dat u in verband met de situatie rondom Covid-19 verwacht niet aan de betreffende rapportageverplichting te kunnen voldoen.

Financieringsovereenkomsten

Inzicht in uw financieringsovereenkomsten: maak een zorgvuldige analyse van uw rechten en verplichtingen onder financieringsovereenkomsten en de mogelijke gevolgen van niet-nakoming. Kijk goed naar de convenanten (undertakings), verklaringen (representations) en opeisingsgronden (events of default). Onderhoud contact met uw financiers en treedt tijdig in overleg.

Nakomen van verplichtingen: kunt u alle verplichtingen onder uw financieringsovereenkomsten nog nagekomen? Naast betalingsverplichtingen kunt u denken aan het verstrekken van financiële en andere informatie, het behalen van financiële ratio's, een verbod om bepaalde goederen te verkopen of een herstructurering door te voeren. Verplichtingen kunnen ook gelden voor groepsmaatschappijen.

Opeisingsgronden: is sprake van een opeisingsgrond? Het niet-nakomen van verplichtingen onder financierings- en andere overeenkomsten kan leiden tot opeising van de lening en de mogelijkheid van de financier om zekerheden uit te winnen. Ook het afleggen van onjuiste verklaringen, insolventie of het toegeven schulden niet meer te kunnen betalen, kunnen bijvoorbeeld opeisingsgronden zijn. Check of een pandemie als opeisingsgrond is opgenomen of als material adverse change kan worden aangemerkt. 

Ontheffing, goedkeuring of aanpassing: als u niet meer kunt nakomen, sprake is van een opeisingsgrond of de verwachting bestaat dat u niet meer kunt nakomen of er sprake zal zijn van een opeisingsgrond, vraag uw financier dan tijdig om ontheffing (een waiver), om goedkeuring waar nodig, of om aanpassing van de financieringsovereenkomst. Financiers kunnen hier voorwaarden tegenoverstellen, zoals een vergoeding of het verstrekken van aanvullende zekerheid.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Allard Knook.

Allard Knook

Partner, PwC Netherlands

+31 (0)63 437 77 85

E-mailadres

Contact

Jochem Kijftenbelt

Jochem Kijftenbelt

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 45 01

Claudia Buysing Damsté

Claudia Buysing Damsté

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 103 04 63

Diederik van Dommelen

Diederik van Dommelen

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 394 44 71

Philip Vossenberg

Philip Vossenberg

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 41 72

Volg ons