Fiscaliteit & wet- en regelgeving

Fiscale stimuleringsmaatregelen

Fiscale stimuleringsmaatregelen 

 

Eerste noodpakket

Op 12 maart 2020 en op 17 maart 2020 heeft de overheid het eerste noodpakket met diverse crisismaatregelen in verband met de corona-epidemie aangekondigd. Zo kunnen werkgevers een beroep doen op de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW) in verband met het coronavirus zoals op 31 maart 2020 uitgewerkt. Op 24 april 2020 is er nog een zestal maatregelen verschenen, waaronder een versoepeling van het urencriterium voor zzp'ers.

Verlenging fiscale maatregelen (Noodpakket 2.0)

Op 20 mei 2020 heeft het kabinet het tweede steunpakket voor bedrijven bekendgemaakt. Zo worden de fiscale maatregelen uit het eerste noodpakket verlengd en uitgebreid, waarbij vaak nieuwe voorwaarden gelden.

Noodpakket 3.0

Op 28 augustus 2020 heeft het kabinet de contouren van het derde steunpakket voor bedrijven bekendgemaakt. Er zijn nu verschillende tijdelijke maatregelen om ondernemers fiscaal te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De meeste belastingmaatregelen gelden tot 1 oktober 2020. Bijvoorbeeld de mogelijkheid belastinguitstel aan te vragen. Het belastinguitstel zelf loopt uiterlijk 31 december 2020 af. Voor het terugbetalen van de belastingschuld geldt vanaf 1 januari 2021 een betalingsregeling van 24 maanden.

Een aantal tijdelijke maatregelen, bijvoorbeeld voor de btw (zorgpersoneel, medische hulpgoederen, mondkapjes) en de inkomstenbelasting (reisaftrek, hypotheekrente) is verlengd tot en met 31 december 2020.

Bijzonder uitstel van betaling van belastingschulden

De tijdelijke regeling voor bijzonder uitstel van betaling van belastingschulden (BUVB) kan tot uiterlijk 1 oktober 2020 worden aangevraagd. Op eerste verzoek wordt uitstel van betaling verleend voor drie maanden. 

Voor 1 oktober 2020 kan ook een verzoek om het verlengd uitstel van betaling worden ingediend. Al het verleende bijzondere uitstel eindigt evenwel op 1 januari 2021. Wanneer daarna uitstel van betaling nodig is, kan dat op basis van de reguliere uitstelregeling worden aangevraagd. De Belastingdienst kan daarbij meer informatie en mogelijk zekerheden vragen.

Verlenging van bijzonder uitstel na de eerste drie maanden is mogelijk als de ondernemer aannemelijk maakt dat de betalingsproblemen het gevolg zijn van de coronacrisis en verklaart geen dividend en bonussen uit te keren, of eigen aandelen in te kopen in de periode tot en met de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld. Als het uitstel wordt gevraagd voor een belastingbedrag van 20.000 euro of meer, dan moet ook een verklaring van een derde-deskundige worden meegestuurd. Deze derde-deskundige zal meestal de betrokken accountant zijn. 

Op 1 januari 2021 moet worden gestart met het aflossen van de door bijzonder uitstel opgebouwde belastingschuld in maximaal 24 gelijke maandelijkse termijnen. Geheel of gedeeltelijk aflossen vóór 1 januari 2021 is mogelijk en ook in de periode tot 31 december 2022. Tot 1 januari 2021 geldt dat belastingschulden waarvoor uitstel is verleend in beginsel niet actief worden ingevorderd. 

Als lopende verplichtingen na 1 januari 2021 niet worden hervat of aflossingen op de opgebouwde (BUVB-)schuld niet tijdig worden gedaan, zal de Belastingdienst de reguliere invorderingsmaatregelen (betalingsherinnering, aanmaning, etc.) hervatten. Dat kan al eerder het geval zijn als de initiële drie maanden uitstel verstreken zijn en geen verlengd uitstel is aangevraagd.

In de praktijk betekent dit dat ondernemers weer tijdig hun belasting gaan betalen over de tijdvakken van het vierde kwartaal 2020, van december 2020 en van de 13e vierwekenperiode 2020. De betalingsverplichting over die tijdvakken ontstaat immers in 2021.

Voorbeeld 1: Verlengd uitstel van betaling Een ondernemer heeft op 1 mei 2020 initieel uitstel gevraagd voor zijn belastingaanslagen. Zijn schuld bedraagt op dat moment 28.000 euro. Het initiële uitstel eindigt op 1 augustus 2020. De ondernemer moet vanaf die datum aan zijn nieuw opgekomen betalingsverplichtingen voldoen (tijdvakken juli en derde kwartaal 2020), maar hij voorziet dat hij niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. De ondernemer vraagt zijn administratiekantoor om een derdenverklaring en een liquiditeitsprognose. Vervolgens vraagt hij verlengd uitstel van betaling aan. De ondernemer krijgt verlengde uitstel tot 1 januari 2021. De nieuwe aanslagen die tussen augustus en december 2020 worden opgelegd, worden opgenomen in het uitstel. Voor de openstaande schuld start een betalingsregeling op 1 januari 2021. 

Voorbeeld 2: Betalingsregeling en tussentijdse aflossing Een ondernemer heeft op 1 juli 2020 verlengd uitstel aangevraagd en gekregen. Zijn schuld bedraagt 16.000 euro. Het uitstel loopt af op 1 januari 2021. De ondernemer moet vanaf die datum weer aan zijn nieuw opgekomen verplichtingen voldoen. In september 2020 heeft de ondernemer een hogere omzet behaald dan hij had verwacht. Hij gebruikt het bedrag van 4.000 euro om zijn schuld alvast gedeeltelijk af te lossen. Zijn schuld is eind december 2020 nog 12.000 euro. De ondernemer lost in 24 gelijke termijnen zijn schuld af: 500 euro per maand. In augustus 2021 blijkt dat de ondernemer niet meer aan zijn aflossingsverplichtingen kan voldoen. De ondernemer neemt contact op met de Belastingdienst voor een maatwerkoplossing binnen het bestaande beleid.

Het tijdelijk versoepelde uitstelbeleid geldt voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting (btw), loonbelasting, kansspelbelasting, assurantiebelasting, verhuurderheffing, milieubelastingen (EB/ODE, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater), accijnzen, verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en vergelijkbare belastingen in Caribisch Nederland, alsmede de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM). 

De dividendbelasting is uitgezonderd van de versoepelde uitstelregeling omdat het uitkeren van dividenden de liquiditeitspositie van bedrijven juist verzwakt.

Uitstel van betaling voor rechten bij invoer

De bijzondere regeling uitstel van betaling is niet van toepassing op de invoer-btw, accijnzen, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en de kolenbelasting voor zover deze belastingen worden geheven met toepassing van de douanewetgeving ter zake van de invoer.

Alleen de douaneschuldenaar kan uitstel aanvragen voor invoerrechten en andere belastingen bij invoer als die worden geheven met toepassing van douaneregelgeving voor invoer.

Voor douaneschulden die zijn ontstaan in de periode 1 augustus tot 15 september 2020 kan nog uitstel worden aangevraagd. Voor douaneschulden die zijn ontstaan in de periode 1 maart tot en met 31 juli kan geen uitstel meer worden aangevraagd. 

Bij een verzoek om uitstel gaat de ontvanger na of de schuldenaar in liquiditeitsproblemen is gekomen door de coronacrisis en toetst of die dit voldoende toelicht. Daarna onderzoekt de ontvanger aan de hand van de recente jaarcijfers of de schuldenaar zekerheid kan stellen. Dit zijn de balans, verlies- en winstrekening en toelichting. Als het stellen van zekerheid aantoonbare economische of sociale moeilijkheden binnen de onderneming veroorzaakt, kan uitstel van betaling worden verleend zónder zekerheid. Daarbij wordt rekening gehouden met nationale steunmaatregelen waarop de ondernemer een beroep kan doen.

Uitstel van betaling van bpm

Er is bijzonder uitstel van het betalen van bpm mogelijk voor vergunninghouders (ondernemers die regelmatig kentekens voor personenauto’s aanvragen en de bpm achteraf per maand of kwartaal betalen) vanaf het tijdvak mei 2020 tot en met september 2020.

Verlenging verlaging belasting- en invorderingsrente

De tijdelijke verlaging van de invorderingsrente naar 0,01 procent is per 23 maart 2020 ingegaan en gold in eerste instantie voor drie maanden. Deze verlaging is inmiddels verlengd tot en met 31 december 2021. 

Ook de belastingrente was voor alle belastingen sinds 1 juni 2020 verlaagd naar 0,01 procent (met uitzondering van de inkomstenbelasting, waarvoor de verlaging per 1 juli 2020 is ingegaan). De belastingrente zal per 1 oktober 2020 teruggaan naar het oorspronkelijke niveau van vier procent. De belastingrente voor de vennootschapsbelasting (vpb) is voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2021 vastgesteld op vier procent, in plaats van op het oorspronkelijke niveau van acht procent.

Voor Caribisch Nederland geldt de tijdelijk verlaagde invorderingsrente van 0 procent tot 31 december 2021. Daarmee wordt aangesloten bij de voor Europees Nederland geldende termijn.

Uitstel van betaling belasting en betalingsregeling: welke stappen en aandachtspunten?

Iedereen die als gevolg van de coronacrisis in liquiditeitsproblemen is gekomen, kan schriftelijk of via een onlineformulier op de website van de Belastingdienst een verzoek tot bijzonder uitstel van betaling (BUVB) doen voor een periode van drie maanden. Dit verzoek is alleen mogelijk naar aanleiding van een opgelegde (naheffings)aanslag. Binnen die drie maanden kan vervolgens om BUVB voor een langere termijn worden verzocht. Voor BUVB voor een langere periode gelden extra voorwaarden. 

Een initieel verzoek om uitstel van betaling voor drie maanden kan nog worden ingediend tot 1 oktober 2020. Ook kan tot die tijd nog een verzoek om verlengd uitstel van betaling worden ingediend. Het uitstel geldt tot uiterlijk 31 december 2020.

Ondernemers kunnen tot 1 januari 2023 de opgebouwde (BUVB-)belastingschuld in maximaal 24 gelijke maandelijkse termijnen aflossen. Deze termijn is aanzienlijk ruimer dan de gebruikelijke termijnen voor het verlenen van (reguliere) uitstel van belastingschulden (doorgaans maximaal twaalf maanden). Ook wordt geen zekerheid gevraagd voor de schuld zoals onder bestaand beleid gebruikelijk is.

Bij ontvangst van een verzoek om uitstel van betaling blijven eventuele verzuimboetes voor te late betaling achterwege of worden die achteraf automatisch door de Belastingdienst teruggedraaid. Let op: het indienen van een verzoek om uitstel van betaling ontslaat de belastingplichtige niet van het tijdig indienen van de aangifte. Met ingang van 1 januari 2021 worden in alle gevallen weer betalingsverzuimboetes verschuldigd voor het niet voldoen aan nieuw opgekomen betalingsverplichtingen die ontstaan vanaf 1 januari 2021. 

Als de belangen van de Staat zich tegen (verder) uitstel verzetten, wordt er (ongeacht de periode) geen BUVB verleend en een verleend uitstel van betaling wordt dan ingetrokken. Dit is onder meer het geval als de ontvanger vreest voor misbruik, waardoor verhaalsmogelijkheden in gevaar komen.

Tijdens de aflossingsregeling voor het corona-uitstel wordt er niet verrekend met eventuele belastingteruggaven en worden er in beginsel geen nadere voorwaarden gesteld. Een uitzondering hierop is als de belangen van de Staat in het geding zijn. Dit zal zich slechts in uitzonderingssituaties voor doen (bijvoorbeeld bij evidente misbruiksituaties waarin verhaalsmogelijkheden in gevaar komen).

 Uitstel voor drie maanden

  • Een initieel verzoek om BUVB voor drie maanden wordt geacht een verzoek om uitstel van betaling te zijn van alle openstaande en nog op te leggen belastingaanslagen van bepaalde belastingen.
  • Het gaat om de volgende belastingen: loonheffingen, omzetbelasting, inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, kansspelbelasting, assurantiebelasting, verhuurderheffing, milieubelastingen (energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE), kolenbelasting, afvalstoffen-belasting, belasting op leidingwater), accijnzen, verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en - onder nadere voorwaarden - belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM).
  • Er geldt een uitzondering voor de omzetbelasting, de accijnzen, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en de kolenbelasting voor zover deze belastingen worden geheven met toepassing van de douanewetgeving ter zake van de invoer.

Uitstel langer dan drie maanden 

Voor uitstel langer dan drie maanden gelden de volgende voorwaarden.

  • De bestaande betalingsproblemen maken langer uitstel noodzakelijk.
  • Deze betalingsproblemen zijn hoofdzakelijk door de coronacrisis ontstaan.
  • Er is voor de belastingschuld waarvoor het uitstel wordt gevraagd, voldaan aan de aangifteplicht.
  • Het gevraagde uitstel ziet op een of meer van de eerder genoemde belastingen.
  • De ondernemer verklaart dat geen bonussen worden uitgekeerd aan de raad van bestuur en de directie van de onderneming, geen dividend wordt uitgekeerd en geen eigen aandelen worden ingekocht in de periode vanaf het indienen van het uitstelverzoek tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2020.
  • Als de totale belastingschuld ten tijde van ontvangst van het verzoek om uitstel 20.000 euro of meer bedraagt is een verklaring van een derde-deskundige vereist (zie hierna).

Let op dat u in geval van serieuze betalingsproblemen naast uitstel van betaling een melding van betalingsonmacht moet doen om bestuurdersaansprakelijkheid te beperken. Een verzoek om BUVB voor aangiftes over periodes die eindigen na 1 februari 2020, gelden ook als tijdige melding van betalingsonmacht. Dan moet de betalingsonmacht wel hoofdzakelijk veroorzaakt zijn door de coronacrisis. De melding betalingsonmacht kan gevolgen hebben voor uw financiering als u daar afspraken over hebt gemaakt met uw financier.

Verklaring derde-deskundige 

In de verklaring van een derde-deskundige, vereist bij een verzoek om BUVB voor een periode langer dan drie maanden én een initiële belastingschuld van meer dan 20.000 euro, moet staan dat:

  • aannemelijk is dat sprake is van werkelijke betalingsproblemen op het moment van het verzoek of naar verwachting op korte termijn daarna (denk bij ‘korte termijn’ aan de periode waarin de actuele beperkingen van het kabinet ten aanzien van de betreffende ondernemer gelden, zoals de sluiting van de horeca, sportaccommodaties en kinderopvang tot en met 28 april en het verbod op evenementen tot 1 juni);
  • aannemelijk is dat deze betalingsproblemen hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan; en
  • de liquiditeitsprognose plausibel is (deze prognose moet zijn opgesteld aan de hand van op het moment van indienen bekende feiten en omstandigheden).

In de toelichting bij de verklaring moet de derde-deskundige aangeven welke documenten of gegevens door de ondernemer zijn verstrekt met zo nodig een nadere toelichting. 

Ondernemers betalen nu belasting op basis van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Ondernemers die een lagere winst verwachten door de coronacrisis kunnen een verzoek indienen voor een verlaging van de voorlopige aanslag, zodat ze meteen minder belasting gaan betalen. Deze verzoeken zullen door de Belastingdienst worden ingewilligd. 

Goedkeuring betalingskorting

Als een aanslag inbaar is in meerdere termijnen (bijvoorbeeld een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting), krijgt de belastingplichtige een betalingskorting als voor verval van de eerste betalingstermijn de gehele aanslag wordt voldaan. De hoogte van de betalingskorting wordt berekend op basis van het percentage van de invorderingsrente. Omdat de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 vrijwel nul wordt, keurt de overheid goed dat alsnog het oorspronkelijke bedrag van de betalingskorting kan worden genoten.

Heffing energiebelasting (EB) en opslag duurzame energie (ODE)

Het tijdstip van verschuldigdheid van energiebelasting (EB) en de opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE) mag vanaf 1 april 2020 tijdelijk worden uitgesteld. Het uitstel geldt voor leveringen (of verbruik) in de maanden april, tot en met september 2020. Aangezien het uitstelbeleid per 1 oktober 2020 wordt afgebouwd, wordt de goedkeuring voor de EB en ODE niet verlengd. 

Bij het tijdelijke uitstel zijn vier verschillende situaties te onderscheiden. Hieronder geven we per situatie kort de goedkeuring weer. Zie voor de bijbehorende voorwaarden het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 8 mei 2020, dat voor EB en ODE terugwerkt tot 1 april 2020.

1. Voorschot en eindfactuur per kalendermaand

Bij een voorschotnota of eindfactuur op maandbasis zijn de EB en ODE verschuldigd als een voorschotnota wordt uitgereikt of ontvangen, dan wel een eindfactuur wordt uitgereikt. Voor deze situatie wordt goedgekeurd dat de EB en ODE (alsmede de btw daarover) over leveringen in de maanden april tot en met september 2020 niet op de betreffende facturen in rekening worden gebracht en verschuldigd worden, maar uiterlijk in december 2020 in rekening worden gebracht en verschuldigd worden. Als geen aanvullende factuur wordt uitgereikt voor deze leveringen, worden de EB en de ODE (en de btw hierover) op 1 januari 2021 verschuldigd.

De afnemer/ondernemer kan op basis van de aanvullende factuur eventueel aanspraak maken op aftrek van de daarop in rekening gebrachte btw. Verzoeken om teruggaaf kunnen in deze situatie worden gedaan binnen dertien weken na 31 december 2020. 

2. Geen voorschot, wel factuur

Als geen voorschotnota, maar alleen een factuur wordt uitgereikt, zijn de EB en ODE verschuldigd als de factuur wordt uitgereikt. Voor deze situatie wordt goedgekeurd dat de EB en ODE (alsmede de btw daarover) over leveringen in de maanden april tot en met september 2020 niet op de betreffende facturen in rekening worden gebracht en verschuldigd worden, maar uiterlijk in december 2020 in rekening worden gebracht en verschuldigd worden. Wanneer geen aanvullende factuur wordt uitgereikt voor deze leveringen, worden de EB en de ODE (alsmede de btw hierover) op 1 januari 2021 verschuldigd.

De afnemer/ondernemer kan op basis van de aanvullende factuur eventueel aanspraak maken op aftrek van de daarop in rekening gebrachte btw. Verzoeken om teruggaaf kunnen in deze situatie worden gedaan binnen dertien weken na 31 december 2020. 

3. Geen voorschot, geen factuur, wel levering

Als alleen levering plaatsvindt, zijn de EB en ODE normaal verschuldigd als de levering plaatsvindt. Voor deze situatie wordt goedgekeurd dat de EB en ODE (en de btw daarover) over leveringen in de maanden april tot en met september 2020 op 1 januari 2021 verschuldigd worden.

4. Geen voorschot, geen factuur, geen levering, wel verbruik

Als er alleen sprake is van verbruik, zijn de EB en ODE in specifieke situaties normaliter verschuldigd op het tijdstip van verbruik. Voor deze situatie wordt goedgekeurd dat de EB en ODE over leveringen in de maanden april tot en met september 2020 op 31 december 2020 verschuldigd worden.

Mochten bedrijven en particulieren als gevolg van de coronacrisis in betalingsproblemen komen, dan zijn de energieleveranciers volgens de overheid bereid met begrip voor de situatie in gesprek met hen te gaan om individuele afspraken te maken.

G-rekening

Om te zorgen dat het tijdelijke uitstelbeleid ook voor ondernemers met een G-rekening soelaas biedt, is voor hen een aanvullende maatregel genomen. Naast de bestaande mogelijkheid voor het deblokkeren van overschotten is het ook mogelijk om de G-rekening vrij te geven ter hoogte van het bedrag waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verleend. Hierdoor krijgen deze ondernemers dezelfde mogelijkheden als ondernemers zonder G-rekening, namelijk de vrije beschikking over aan hen betaalde belasting. Een instructie voor het aanvragen van de (aanvullende) deblokkering wordt op de website van de Belastingdienst geplaatst.

In lijn met de afbouw van de versoepelde uitstelregeling, wordt ook de verruimde deblokkeringsmogelijkheid van de G-rekening afgebouwd. Zolang en voor zover de ondernemer uitstel van betaling geniet en zich aan de lopende betalingsverplichtingen en aflossingsverplichtingen houdt, blijft deblokkering van het saldo (overschot) van de G-rekening mogelijk. Het versoepelde beleid ten aanzien van de G-rekening loopt definitief af op 1 januari 2023, als ook het versoepelde uitstel- en afbetalingsbeleid definitief afloopt.

Uitwinning van het G-rekeningsaldo door de Belastingdienst en afwijzing van een verzoek tot deblokkering is mogelijk indien en voor zover nieuw opgekomen verplichtingen niet worden nagekomen of aflossingstermijnen niet worden voldaan.

Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap

De inwerkingtreding van het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’ wordt een jaar uitgesteld, tot 1 januari 2023. Directeurgrootaandeelhouders (dga’s) willen in aanloop naar de inwerkingtreding van de wet schulden aan de eigen vennootschap mogelijk aflossen, in elk geval tot de grens van 500.000 euro (exclusief eigenwoningschulden). Door de coronacrisis kan dit momenteel lastiger te realiseren zijn. Dga’s krijgen door het uitstel meer tijd - feitelijk tot eind 2023 - om zich voor te bereiden op de inwerkingtreding van de maatregel.

Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Kredietverstrekkers willen klanten de mogelijkheid bieden een betaalpauze voor rente en aflossing van maximaal zes maanden aan te gaan voor de hypotheeklening voor de eigen woning, als zij tijdens de coronacrisis tijdelijk niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. 

Voor hypotheken waarvoor een fiscale aflossingsverplichting geldt, moet dit volgens de huidige fiscale regels bij een betaalpauze in 2020 uiterlijk 31 december 2021 zijn ingehaald. In het beleidsbesluit Eigenwoningrente; betaalpauze voor rente en aflossing eigenwoningschuld van 8 mei 2020 staan goedkeuringen, waardoor een tijdelijk uitstel van het betalen onder voorwaarden niet tot ongewenste fiscale gevolgen leidt. Ook is het mogelijk om een betalingspauze in te gelasten voor een lening die is aangegaan bij de eigen bv of een familielid. Daar gelden aanvullende voorwaarden voor.

Volgens de huidige regels moet deze aflossingsachterstand uiterlijk op 31 december 2021 zijn ingelopen. Als dat niet lukt, dan blijft onder voorwaarden het recht op renteaftrek behouden, als met de geldverstrekker een nieuw aflossingsschema is afgesproken en dit op 1 januari 2022 ingaat. Het kabinet heeft echter besloten om een goedkeuring te verlenen zodat de geldverstrekker samen met u al eerder dan per 1 januari 2022 een nieuw aflossingsschema overeen kan komen.

Om gebruik te kunnen maken van deze goedkeuring, gelden de volgende voorwaarden:

  • Aanmelding bij de geldverstrekker tussen 12 maart en 30 september 2020. 
  • De betaalpauze is maximaal zes maanden; dit wordt nog verlengd naar twaalf maanden. 
  • De betaalpauze is door de geldverstrekker schriftelijk bevestigd. 
  • De betaalpauze gaat uiterlijk in op 1 oktober 2020.

Verlaging gebruikelijk loon bij omzetdaling

Op 24 april 2020 heeft de overheid bekendgemaakt dat het tijdelijk (alleen in 2020) onder voorwaarden is toegestaan dat aanmerkelijkbelanghouders (zoals directeurgrootaandeelhouders) die te maken krijgen met een omzetdaling, mogen uitgaan van een lager gebruikelijk loon, evenredig met de omzetdaling. Daarbij wordt het deel van het jaar in 2020 vergeleken met dezelfde periode in 2019. Dit is uitgewerkt in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 8 mei 2020, dat terugwerkt tot 12 maart 2020. 

Het gebruikelijk loon mag worden bepaald volgens deze formule:

Gebruikelijk loon 2020 = A x B/C

A = het gebruikelijk loon over 2019
B = de omzet over de eerste vier kalendermaanden van 2020
C = de omzet over de eerste vier kalendermaanden van 2019.

Zie voor de voorwaarden het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 8 mei 2020.

Vaste (reis)kostenvergoeding

Tussen werkgever en werknemer zijn vaak afspraken gemaakt over vaste vergoedingen. Bijvoorbeeld voor de reiskosten van en naar werk of een lunchvergoeding. Door de coronacrisis werken mensen zoveel mogelijk thuis en hebben zij minder (reis)kosten. Het kabinet heeft besloten dat thuiswerken door de coronacrisis geen invloed heeft op de vaste (reis)kostenvergoeding. De werkgever hoeft de vaste vergoeding niet aan te passen. Tot en met 31 december 2020 mag hij blijven uitgaan van het (reis)patroon waarop de vergoeding was gebaseerd. Voorwaarde hierbij is wel dat het recht op de vaste vergoeding vaststond op uiterlijk 12 maart 2020.

Werknemers: reiskostenaftrek zonder vergoeding van de werkgever

Als de reiskosten van de werknemer voor woon-werkverkeer tijdens de coronacrisis doorlopen, bijvoorbeeld bij een doorlopend ov-abonnement, dan mag hij/zij voor het jaar 2020 de reisaftrek in de inkomstenbelasting toepassen alsof hij/zij wel gewoon naar zijn/haar werk is gegaan.

Uitstel publicatieplicht financiële gegevens ANBI’s

ANBI’s moeten binnen zes maanden na jaareinde bepaalde informatie digitaal openbaar maken, bijvoorbeeld op hun websites. Die informatie omvat onder andere een actueel activiteitenverslag, de balans en de staat van baten en lasten. De termijn van zes maanden kan onder de volgende voorwaarden met vier maanden worden verlengd:

  • De instelling publiceert binnen zes maanden na afloop van het boekjaar het bestuursbesluit tot verlenging op de website.
  • Uit het bestuursbesluit blijkt waarom de financiële gegevens niet binnen de termijn van zes maanden kunnen worden gepubliceerd.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Diederik van Dommelen of met Philip Vossenberg.

 

Diederik van Dommelen

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 39 55

E-mailadres

Philip Vossenberg

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 41 72

E-mailadres

Internationale (fiscale) steunmaatregelen

Wereldwijd treffen overheden steunmaatregelen in verband met de coronacrisis. Deze kunnen van toepassing zijn op uw industrie of sector. Zie voor een overzicht hiervan de internationale (fiscale) steunmaatregelen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Diederik van Dommelen of met Philip Vossenberg.

Meer over belastingen

Diederik van Dommelen

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 39 55

E-mailadres

Philip Vossenberg

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 41 72

E-mailadres

Planning btw en douane

Planning btw en douane

 

Btw

Annuleringen, prijsverminderingen en btw 

Het aanpassen van de vergoeding (wegens annulering of prijsvermindering via bijvoorbeeld creditnota’s) kan leiden tot aanpassingen in de bedragen aan af te dragen en te vorderen btw. Dit geldt ook voor eventuele afkoopsommen of schadevergoedingen. Het is van belang dat u de btw-gevolgen nauwkeurig bepaalt om btw-risico’s te voorkomen.

Verbeteren van uw liquiditeitspositie btw

Ook voor de btw is er de mogelijkheid tot tijdelijke uitstel van betaling belasting tot uiterlijk 31 december 2020. Voor het verbeteren van uw liquiditeitspositie voor specifiek de btw kunt u denken aan het aanpassen van het btw-aangiftetijdvak in maand of kwartaal - afhankelijk of er een te vorderen of te betalen positie is -, het optimaliseren van de timing van het versturen van facturen en het indienen van teruggaafverzoeken voor al voldane btw begrepen in oninbare debiteuren. 

Goedkeuringen btw en zorg

De overheid heeft op 14 april 2020 twee belangrijke tijdelijke goedkeuringen op het gebied van corona en de btw gegeven. Met deze goedkeuringen worden extra administratieve of financiële lasten door de heffing van btw verlicht bij het ter beschikking stellen van personeel en medische hulpgoederen. De goedkeuringen kunnen met terugwerkende kracht worden toegepast vanaf 16 maart 2020 en gelden tot en met 31 december 2020. 

Daarnaast is op 25 mei 2020 het btw-nultarief voor mondkapjes van kracht geworden (Pakket 2.0). Tot en met 31 december 2020 is over de levering van mondkapjes geen btw verschuldigd. Verkopers van mondkapjes kunnen de voorbelasting blijven aftrekken. Steriele wattenstaafjes die worden gebruikt voor geneeskundige doeleinden, zoals het nemen van keel- en neusswabs om te testen op COVID-19, zijn belast met negen procent btw.

Verder is er nog het verlaagd btw-tarief sportscholen voor sportschooldiensten die nu in aangepaste vorm online worden of werden aangeboden. Deze goedkeuring kan met terugwerkende kracht worden toegepast voor de periode 16 maart 2020 tot 1 juli 2020, de datum dat de verplichte sluiting werd opgeheven.

Btw en ter beschikking stellen van zorgpersoneel

Onder voorwaarden blijft het ter beschikking stellen van zorgpersoneel buiten de heffing van btw tot en met 31 december 2020. Het gaat dan om de terbeschikkingstelling van personeel aan ziekenhuizen, poliklinieken, instellingen van verpleging, psychiatrische inrichtingen, instellingen op het gebied van bejaardenzorg, wijkverpleging, kraam- en gezinsverzorging en dagverblijven voor gehandicapten.

De maatregel geldt zowel voor de terbeschikkingstelling door ziekenhuizen en dergelijke inrichtingen en instellingen onderling, als voor de terbeschikkingstelling door ondernemers anders dan de hiervoor bedoelde inrichtingen en instellingen.

De belangrijkste voorwaarden zijn dat de ondernemer die zijn personeel ter beschikking stelt op de factuur vermeldt dat gebruik wordt gemaakt van deze corona-goedkeuring en de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van de goedkeuring in de administratie vastlegt. 

Als voor de terbeschikkingstelling een vergoeding in rekening wordt gebracht, moet de vergoeding beperkt blijven tot de brutoloonkosten van het betrokken personeelslid, eventueel vermeerderd met een administratieve kostenvergoeding van maximaal vijf procent. In geen geval mag er winst worden beoogd of gemaakt met de terbeschikkingstelling van het zorgpersoneel.

De terbeschikkingstelling van zorgpersoneel die op basis van deze goedkeuring buiten de heffing van omzetbelasting blijft, blijft buiten beschouwing voor het vaststellen van het recht op aftrek van btw van de uitlener.

Bij toepassing van de corona-goedkeuring door ondernemers, andere dan de hiervoor bedoelde van btw-vrijgestelde inrichtingen en instellingen, blijft de eventuele aftrek van btw voor deze ondernemers in stand. Van btw vrijgestelde ondernemers krijgen hierdoor geen (aanvullend) recht op aftrek van btw, noch vermindert de toepassing van de goedkeuring hun eventuele recht op aftrek van btw.

Btw gratis verstrekken van medische hulpgoederen en -apparatuur

De staatssecretaris keurt goed - tot en met 31 december 2020 - dat de gratis verstrekking van medische hulpgoederen en medische apparatuur aan ziekenhuizen en dergelijke inrichtingen en instellingen of aan huisartsen geen gevolgen heeft voor de heffing of de aftrek van btw bij de ondernemer die deze goederen verstrekt. Btw-aftrekbeperking of btw-heffing blijft achterwege.

De twee belangrijkste voorwaarden zijn: 

  • Het betreft alleen goederen die worden genoemd in de lijst van de Werelddouaneorganisatie; indelingen van medische voorzieningen in verband met uitbraak Covid-19.

  • De ondernemer moet op de factuur vermelden dat gebruik wordt gemaakt van deze corona-goedkeuring en moet de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van de goedkeuring in de administratie vastleggen.

Voor meer informatie over de btw kunt u contact opnemen met Jochem Kijftenbelt.

Douane

De logistieke keten kan hinder ondervinden door de corona-epidemie. Zowel bij de verzending als bij de aankomst is vertraging mogelijk. Spreiding van de logistiek kan een deel van deze problemen wegnemen. Voorzover bestaande douaneplanning door verspreiding van de logistiek over diverse havens moet worden aangepast, is overleg met de douaneautoriteiten of adviseurs over de douanetechnische gevolgen van groot belang.

Voor de afwikkeling van douaneregelingen of douanevergunningen gelden vaak termijnen. Door een beperkte beschikbaarheid in de logistiek of door personele problemen op douanekantoren of bedrijven is het mogelijk dat deze termijnen niet worden gehaald. U kunt dan afstemming zoeken met de douaneautoriteiten om de termijnen te verlengen.

Ook voor te betalen douanerechten wordt op verzoek uitstel verleend als bedrijven vanwege Covid-19 tijdelijk niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Voor douaneschulden die zijn ontstaan in augustus kan tot 15 september 2020 uitstel worden aangevraagd. Voor douaneschulden die zijn ontstaan in maart, april, mei, juni en juli kan geen uitstel meer worden aangevraagd. 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Claudia Buysing-Damsté.

Meer over btw en douane

 

Jochem Kijftenbelt

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 45 01

E-mailadres

Claudia Buysing Damsté

Partner, Rotterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 38 11

E-mailadres

Winstbelasting

Winstbelasting

Naast het aanvragen van uitstel van betaling bestaat ook de mogelijkheid een teruggave te claimen als u verwacht dit jaar een verlies te maken. Voor de verrekening van uw verlies hoeft u namelijk niet te wachten tot uw aangifte is verwerkt: bij het indienen van een voorlopige aangifte kunt u direct verzoeken om een voorlopige verliesverrekening van tachtig procent van het aangegeven verlies. Daarvoor moet de aanslag over het jaar waarmee het verlies wordt verrekend wel al definitief vaststaan.

Vennootschapsbelasting - fiscale coronareserve

Mocht 2020 voor uw bedrijf dus een verliesjaar worden terwijl 2019 een winstjaar was, dan hebt u de mogelijkheid om dit verlies te verrekenen met uw winsten van 2019, voor zover de verliezen deze winsten niet overstijgen. Dit zou dan een belastingteruggave opleveren. Voor zover het verlies de winsten van het voorgaande boekjaar wel zou overstijgen, kan het verlies nog met de winsten van de zes opvolgende boekjaren worden verrekend.

Deze ‘achterwaartse verliesverrekening’ vindt plaats bij het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting over 2020. Omdat de aangiftes over 2020 pas in 2021 of later zullen worden ingediend en het kabinet het onwenselijk vindt dat bedrijven zo lang moeten wachten om hun verlies te verrekenen, staat het kabinet voor het jaar 2019 vorming van een ‘fiscale coronareserve’ toe. Dit is uitgewerkt in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 8 mei 2020 en inmiddels ook in het Belastingplan 2021 De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • Voor het boekjaar 2020 wordt een ‘coronagerelateerd verlies’ verwacht.
  • Het verwachte ‘coronagerelateerde verlies’ over 2020 mag niet hoger zijn dan het totale verlies over 2020.
  • Het verlies van uw bedrijf, dat u in 2020 als gevolg van de coronacrisis verwacht te lijden, mag u als dotatie aan de coronareserve ten laste van uw winst over 2019 brengen. De coronareserve 2019 mag niet hoger zijn dan de fiscale winst over 2019. Het fiscale resultaat over 2019 kan door deze reserve dus niet negatief worden.
  • De coronareserve wordt uiterlijk in het boekjaar 2020 weer volledig in de winst opgenomen.
  • De dotatie aan de coronareserve wordt in de aangifte 2019 opgenomen in de rubriek ‘overige fiscale reserves’. De vrijval van de coronareserve in het boekjaar 2020 wordt in de aangifte 2020 als onttrekking opgenomen in dezelfde rubriek.

Vergoedingen TOGS en Subsidie vaste lasten vrijgesteld

Tegemoetkomingen op basis van de TOGS en Subsidie vaste lasten vallen niet onder de winst, zodat hierover geen winstbelasting hoeft te worden betaald. Dit was al eerder in Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 8 mei 2020 geregeld maar nu ook vastgelegd in het Belastingplan 2021.

Vpb-tarief

De vennootschapsbelasting kent twee tarieven: het lage tarief (16,5 procent in 2020) voor de eerste 200.000 euro belastbare winst (het zogenoemde opstaptarief), en het hoge tarief (25 procent) voor het meerdere. Hierdoor daalt de effectieve belastingdruk als een bedrijf een lagere belastbare winst realiseert, en stijgt deze als er een hogere winst wordt gerealiseerd. In slechtere tijden betaalt uw bedrijf dus werkelijk én relatief minder belasting.

Als u dit jaar minder belastbare winst verwacht maar deze winst net boven de grens van het opstaptarief voor de vennootschapsbelasting dreigt uit te komen, kan het een (klein) liquiditeitsvoordeel opleveren om een investering die gepland stond voor (begin) 2021, nog in 2020 te doen. Als een bedrijf minder dan 200.000 euro belastbare winst realiseert, geldt immers het opstaptarief van 16,5 procent (15 procent in 2021).

IB-tarief

Personen die in privé ondernemen (IB-ondernemingen) betalen over hun winsten de progressieve belasting van de inkomstenbelasting (37,35 tot 49,5 procent, zie ook onze fiscale datacard). Door de progressieve tarieven geldt hetzelfde als voor bedrijven/vennootschappen die zijn onderworpen aan vennootschapsbelasting, een lagere belastbare winst leidt tot een lagere effectieve belastingdruk. Minder winst in slechte tijden leidt tot werkelijk én relatief minder belasting.

Versoepeling urencriterium zelfstandig ondernemers

Om te voorkomen dat ondernemers vanwege de coronacrisis het recht op ondernemersfaciliteiten op basis van het urencriterium van 1225 uren per kalenderjaar verliezen, neemt het kabinet een versoepelende maatregel. Ondernemers worden in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 geacht ten minste 24 uur per week aan hun onderneming(en) te hebben besteed, ook als ze die gelet op de coronacrisis niet daadwerkelijk hebben besteed.

Via een aanvullende regeling geldt ook voor seizoensarbeiders een versoepeling van het urencriterium in 2020. Ondernemers die seizoensgebonden werkzaamheden verrichten en die normaliter in de periode van 1 maart tot en met 31 mei een piek hebben in het aantal uren dat ze besteden aan hun onderneming, worden geacht in deze periode hetzelfde aantal uren te hebben besteed als in dezelfde periode in 2019. 

Ook het verlaagde urencriterium van achthonderd uur per kalenderjaar in de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt versoepeld, waardoor de betreffende ondernemers voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 geacht worden ten minste zestien uur per week aan hun onderneming(en) te hebben besteed.

Verlenging termijn voor terugwerkende geruisloze omzetting en geruisloze terugkeer 

Geruisloze omzetting van een IB-onderneming in een nv of bv en geruisloze terugkeer zijn onder voorwaarden met terugwerkende kracht mogelijk naar het begin van het jaar. Een van de voorwaarden voor de terugwerking is dat bepaalde juridische handelingen worden verricht binnen vijftien maanden na het tijdstip waarnaar terugwerking wordt gewenst. De termijn voor terugwerking tot 1 januari 2019 is op 31 maart 2020 verstreken.

De overheid keurt vanwege de coronacrisis goed dat de inspecteur deze termijn van vijftien maanden met drie maanden verlengt als deze termijn verstrijkt in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020. Dit onderdeel van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 8 mei 2020 werkt terug tot en met 12 maart 2020.

Verlenging termijn voor terugwerkende bedrijfsfusie, juridische fusie en splitsing 

Als voor de faciliteiten van de bedrijfsfusie, de juridische fusie en de splitsing gebruik wordt gemaakt van terugwerkende kracht naar het begin van het boekjaar, geldt de voorwaarde dat bepaalde juridische handelingen binnen twaalf maanden - en voor bedrijfsfusie binnen vijftien maanden - tot het moment dat de faciliteit terugwerkt, moeten zijn verricht. Het kan zijn dat deze termijn door de coronacrisis niet wordt gehaald wanneer deze termijn verstrijkt in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020.

Daarom keurt de overheid goed dat de inspecteur de termijn van twaalf maanden voor de juridische fusie en splitsing en vijftien maanden voor de bedrijfsfusie met drie maanden verlengt wanneer deze termijn verstrijkt in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020. Dit onderdeel van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 8 mei 2020 werkt terug tot en met 12 maart 2020.

Internationale (fiscale) steunmaatregelen

Wereldwijd treffen overheden steunmaatregelen in verband met de coronacrisis. Deze kunnen van toepassing zijn op uw industrie of sector. Zie voor een overzicht hiervan de internationale (fiscale) steunmaatregelen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Diederik van Dommelen of met Philip Vossenberg.

Meer over belastingen

Diederik van Dommelen

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 39 55

E-mailadres

Philip Vossenberg

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 41 72

E-mailadres

wet- en regelgeving

Wet- en regelgeving

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) hebben op advies van de Europese financiële toezichthouders de deadlines voor het aanleveren van verschillende rapportages verlengd. Let wel, voor verschillende soorten rapportages gelden verschillende regels. Voor sommige rapportageverplichtingen wordt de uiterste datum van indienen automatisch verlengd en hoeft u geen verdere actie te ondernemen. Voor andere rapportages geldt dat uitstel alleen wordt verleend - of late indiening alleen wordt gedoogd - als u de toezichthouder vooraf proactief heeft geïnformeerd dat u in verband met de situatie rondom Covid-19 verwacht niet aan de betreffende rapportageverplichting te kunnen voldoen.

Financieringsovereenkomsten

Inzicht in uw financieringsovereenkomsten: maak een zorgvuldige analyse van uw rechten en verplichtingen onder financieringsovereenkomsten en de mogelijke gevolgen van niet-nakoming. Kijk goed naar de convenanten (undertakings), verklaringen (representations) en opeisingsgronden (events of default). Onderhoud contact met uw financiers en treedt tijdig in overleg.

Nakomen van verplichtingen: kunt u alle verplichtingen onder uw financieringsovereenkomsten nog nagekomen? Naast betalingsverplichtingen kunt u denken aan het verstrekken van financiële en andere informatie, het behalen van financiële ratio's, een verbod om bepaalde goederen te verkopen of een herstructurering door te voeren. Verplichtingen kunnen ook gelden voor groepsmaatschappijen.

Opeisingsgronden: is sprake van een opeisingsgrond? Het niet-nakomen van verplichtingen onder financierings- en andere overeenkomsten kan leiden tot opeising van de lening en de mogelijkheid van de financier om zekerheden uit te winnen. Ook het afleggen van onjuiste verklaringen, insolventie of het toegeven schulden niet meer te kunnen betalen, kunnen bijvoorbeeld opeisingsgronden zijn. Check of een pandemie als opeisingsgrond is opgenomen of als material adverse change kan worden aangemerkt. 

Ontheffing, goedkeuring of aanpassing: als u niet meer kunt nakomen, sprake is van een opeisingsgrond of de verwachting bestaat dat u niet meer kunt nakomen of er sprake zal zijn van een opeisingsgrond, vraag uw financier dan tijdig om ontheffing (een waiver), om goedkeuring waar nodig, of om aanpassing van de financieringsovereenkomst. Financiers kunnen hier voorwaarden tegenover stellen, zoals een vergoeding of het verstrekken van aanvullende zekerheid.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Allard Knook.

Allard Knook

Partner, PwC Netherlands

+31 (0)63 437 77 85

E-mailadres

Contact

Jochem Kijftenbelt

Jochem Kijftenbelt

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 45 01

Claudia Buysing Damsté

Claudia Buysing Damsté

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 38 11

Diederik van Dommelen

Diederik van Dommelen

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 39 55

Philip Vossenberg

Philip Vossenberg

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 41 72

Volg ons