Fiscaliteit & wet- en regelgeving

Fiscale stimuleringsmaatregelen

Fiscale stimuleringsmaatregelen 

 

Verlenging fiscale maatregelen (noodpakket 2.0)

Op 20 mei 2020 heeft het kabinet het tweede steunpakket voor bedrijven bekendgemaakt. Zo worden de fiscale maatregelen uit het eerste noodpakket verlengd en uitgebreid, waarbij vaak nieuwe voorwaarden gelden.

Verlenging bijzonder uitstel van betaling van belastingschulden

De tijdelijke regeling voor uitstel van betaling van belastingschulden wordt verlengd tot 1 oktober 2020. Op eerste verzoek wordt uitstel van betaling verleend voor drie maanden. 

Verlenging van uitstel na drie maanden is mogelijk als de ondernemer aannemelijk maakt dat de betalingsproblemen het gevolg zijn van de coronacrisis en verklaart geen dividend en bonussen uit te keren, of eigen aandelen in te kopen in de periode tot en met de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld. Als het uitstel wordt gevraagd voor een belastingbedrag van 20.000 euro of meer, dan moet ook een verklaring van een derde-deskundige worden meegestuurd. Deze derde-deskundige zal meestal de betrokken accountant zijn. Het kabinet geeft aan dat de verlengde uitstelperiode voortduurt tot het uitstel wordt ingetrokken. Dit zal niet vóór 1 oktober 2020 plaatsvinden. Na afloop van het uitstel wordt de ondernemer een passende betalingsregeling geboden.

Uitstel van betaling voor rechten bij invoer

De bijzondere regeling uitstel van betaling is niet van toepassing op de invoer-btw, accijnzen, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en de kolenbelasting voor zover deze belastingen worden geheven met toepassing van de douanewetgeving ter zake van de invoer.

Bij de douanewetgeving wordt in principe per maand en per geval beoordeeld of uitstel mogelijk is. Voor de maanden maart, april en mei 2020 past de Douane het uitstelbeleid toe. Voor douaneschulden die zijn ontstaan in de maand mei kan het uitstel tot 15 juni worden aangevraagd. Verdere verlenging en afbouw van de uitstelregeling hangt onder meer af van afstemming met de Europese Commissie.

Uitstel van betaling van bpm

Er komt uitstel van het betalen van bpm voor vergunninghouders (ondernemers die regelmatig kentekens voor personenauto’s aanvragen en de bpm achteraf per maand of kwartaal betalen), vanaf het tijdvak mei 2020. Een verzoek om uitstel van betaling van bpm is pas mogelijk als een naheffingsaanslag is opgelegd voor het tijdvak mei 2020; dat zal ongeveer half juli 2020 zijn.

Verlenging verlaging belasting- en invorderingsrente

De tijdelijke verlaging van de belasting- en invorderingsrente van vier naar 0,01 procent wordt verlengd. De tijdelijke verlaging van de invorderingsrente was per 23 maart 2020 ingegaan en gold voor drie maanden. De verlaging van de invorderingsrente wordt verlengd tot 1 oktober 2020. Ook de verlaging van de belastingrente voor alle belastingmiddelen behalve de inkomstenbelasting wordt verlengd tot 1 oktober 2020. De verlaging van de belastingrente voor de inkomstenbelasting die op 1 juni 2020 ingaat, gold al tot 1 oktober 2020.

Uitstel publicatieplicht financiële gegevens ANBI’s

ANBI’s moeten binnen zes maanden na jaareinde bepaalde informatie digitaal openbaar maken, bijvoorbeeld op hun websites. Die informatie omvat onder andere een actueel activiteitenverslag, de balans en de staat van baten en lasten. De termijn van zes maanden kan onder de volgende voorwaarden met vier maanden worden verlengd:

  • De instelling publiceert binnen zes maanden na afloop van het boekjaar het bestuursbesluit tot verlenging op de website.

  • Uit het bestuursbesluit blijkt waarom de financiële gegevens niet binnen de termijn van zes maanden kunnen worden gepubliceerd.

Verlenging overige belastingmaatregelen

Ook worden de volgende maatregelen verlengd:

  • de btw-vrijstelling voor medische hulpgoederen tot 1 oktober 2020,

  • de btw-vrijstelling voor uitlenen van zorgpersoneel tot 1 oktober 2020

  • de versoepeling van het urencriterium voor IB-ondernemers,

  • tijdelijk uitstel van hypotheekbetalingen met behoud van recht op hypotheekrenteaftrek. 

Eerste noodpakket

Op 12 maart 2020 en op 17 maart 2020 heeft de overheid het eerste noodpakket met diverse crisismaatregelen in verband met de corona-epidemie aangekondigd. Zo kunnen werkgevers een beroep doen op de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW) in verband met het coronavirus, zoals op 31 maart 2020 uitgewerkt. Op 23 april zijn er nog een zestal maatregelen verschenen, waaronder een versoepeling van het urencriterium voor zzp'ers.

Ook kunnen getroffen ondernemers uitstel van betaling krijgen voor inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonbelasting. Per 2 april 2020 kan ook uitstel van betaling worden verkregen voor kansspelbelasting, assurantiebelasting, verhuurderheffing, milieubelastingen (EB/ODE, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater), accijns (minerale oliën, alcohol en tabak), verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en vergelijkbare belastingen in Caribisch Nederland. 

Voor alle hiervoor genoemde belastingen geldt het uitstel tot 19 juni 2020. Dat betekent dat in elk geval tot deze datum verzoeken om uitstel van betaling worden behandeld. Ook voor te betalen douanerechten wordt op verzoek uitstel verleend als bedrijven tijdelijk niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. De dividendbelasting is uitgezonderd van de versoepelde uitstelregeling, omdat het uitkeren van dividenden de liquiditeitspositie van bedrijven juist verzwakt.

Uitstel van betaling belasting

Iedereen die als gevolg van de coronacrisis in liquiditeitsproblemen is gekomen, kan schriftelijk of via een onlineformulier op de website van de Belastingdienst een verzoek tot bijzonder uitstel van betaling (BUVB) doen voor een periode van drie maanden. Dit verzoek is alleen mogelijk naar aanleiding van een opgelegde (naheffings)aanslag. Binnen die drie maanden kan vervolgens om BUVB voor een langere termijn worden verzocht. Voor BUVB voor een langere periode gelden extra voorwaarden. 

Bij ontvangst van een verzoek om uitstel van betaling blijven eventuele verzuimboetes voor te late betaling achterwege of worden die achteraf automatisch door de Belastingdienst teruggedraaid. Let op: het indienen van een verzoek om uitstel van betaling ontslaat de belastingplichtige niet van het tijdig indienen van de aangifte. 

Daarnaast betalen ondernemers nu belasting op basis van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Ondernemers die een lagere winst verwachten door de coronacrisis, kunnen een verzoek indienen voor een verlaging van de voorlopige aanslag, zodat ze meteen minder belasting gaan betalen. Deze verzoeken zullen door de Belastingdienst worden ingewilligd. 

Als de belangen van de Staat zich tegen (verder) uitstel verzetten, wordt er (ongeacht de periode) geen BUVB verleend en een verleend uitstel van betaling wordt dan ingetrokken Dit is onder meer het geval als de ontvanger vreest voor misbruik, waardoor verhaalsmogelijkheden in gevaar komen.

Drie maanden geen invorderingsmaatregelen

  • Een verzoek om BUVB voor drie maanden wordt geacht een verzoek om uitstel van betaling te zijn van alle openstaande en nog op te leggen belastingaanslagen van bepaalde belastingen.
  • Het gaat om de volgende belastingen: loonheffingen, omzetbelasting, inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, kansspelbelasting, assurantiebelasting, verhuurderheffing, milieubelastingen (energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE), kolenbelasting, afvalstoffen-belasting, belasting op leidingwater), accijnzen, verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en - onder nadere voorwaarden - belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM).
  • Er geldt een uitzondering voor de omzetbelasting, de accijnzen, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en de kolenbelasting voor zover deze belastingen worden geheven met toepassing van de douanewetgeving ter zake van de invoer.

Uitstel langer dan drie maanden

Voor uitstel langer dan drie maanden gelden de volgende voorwaarden:

  • De bestaande betalingsproblemen maken langer uitstel noodzakelijk.
  • Deze betalingsproblemen zijn hoofdzakelijk door de coronacrisis ontstaan.
  • Er is voor de belastingschuld waarvoor het uitstel wordt gevraagd, voldaan aan de aangifteplicht.
  • Het gevraagde uitstel ziet op een of meer van de eerder genoemde belastingen.
  • De ondernemer verklaart dat geen bonussen worden uitgekeerd aan de raad van bestuur en de directie van de onderneming, geen dividend wordt uitgekeerd en geen eigen aandelen worden ingekocht in de periode vanaf het indienen van het uitstelverzoek tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2020.
  • Als de totale belastingschuld ten tijde van ontvangst van het verzoek om uitstel  20.000 euro of meer bedraagt is een verklaring van een derde-deskundige vereist (zie hierna).

Een BUVB dat verleend is voor langer dan drie maanden heeft een tijdelijk karakter en wordt ingetrokken zodra de omstandigheden dit mogelijk maken. Daarbij krijgt u als ondernemer de gelegenheid om met de ontvanger een passende betalingsregeling af te stemmen die niet gebonden is aan een maximumtermijn of aan andere eisen die in het reguliere uitstelbeleid worden gesteld.

Bij structurele betalingsproblemen zal de Belastingdienst volledige zekerheid vragen. Let op dat u in geval van serieuze betalingsproblemen naast uitstel van betaling een melding van betalingsonmacht moet doen om bestuurdersaansprakelijkheid te beperken. Een verzoek om BUVB voor aangiftes over periodes die eindigen na 1 februari 2020, gelden ook als tijdige melding van betalingsonmacht. Dan moet de betalingsonmacht wel hoofdzakelijk veroorzaakt zijn door de coronacrisis. De melding betalingsonmacht kan gevolgen hebben voor uw financiering als u daar afspraken over hebt gemaakt met uw financier.

Verklaring derde-deskundige 

In de verklaring van een derde-deskundige, vereist bij een verzoek om BUVB voor een periode langer dan drie maanden én een initiële belastingschuld van meer dan 20.000 euro, moet staan dat:

  • aannemelijk is dat sprake is van werkelijke betalingsproblemen op het moment van het verzoek of naar verwachting op korte termijn daarna (denk bij ‘korte termijn’ aan de periode waarin de actuele beperkingen van het kabinet ten aanzien van de betreffende ondernemer gelden, zoals de sluiting van de horeca, sportaccommodaties en kinderopvang tot en met 28 april en het verbod op evenementen tot 1 juni);
  • aannemelijk is dat deze betalingsproblemen hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan; en
  • de liquiditeitsprognose plausibel is (deze prognose moet zijn opgesteld aan de hand van op het moment van indienen bekende feiten en omstandigheden).

In de toelichting bij de verklaring moet de derde-deskundige aangeven welke documenten of gegevens door de ondernemer zijn verstrekt met zo nodig een nadere toelichting.

G-rekening

Om te zorgen dat het tijdelijke uitstelbeleid ook voor ondernemers met een G-rekening soelaas biedt, is voor hen een aanvullende maatregel genomen. Naast de bestaande mogelijkheid voor het deblokkeren van overschotten, is het ook nu mogelijk om de G-rekening vrij te geven ter hoogte van het bedrag waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verleend. Hierdoor krijgen deze ondernemers dezelfde mogelijkheden als ondernemers zonder G-rekening (namelijk de vrije beschikking over aan hen betaalde belasting). Een instructie voor het aanvragen van de (aanvullende) deblokkering wordt op de website van de Belastingdienst geplaatst.

Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap

De inwerkingtreding van de (nog in te dienen) ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’ wordt een jaar uitgesteld, tot 1 januari 2023. Directeurgrootaandeelhouders (dga’s) willen in aanloop naar de inwerkingtreding van de wet schulden aan de eigen vennootschap mogelijk aflossen, in elk geval tot de grens van 500.000 euro (exclusief eigenwoningschulden). Door de coronacrisis kan dit momenteel lastiger te realiseren zijn. Dga’s krijgen door het uitstel meer tijd - feitelijk tot eind 2023 - om zich voor te bereiden op de inwerkingtreding van de maatregel.

Heffing energiebelasting (EB) en opslag duurzame energie (ODE)

Het tijdstip van verschuldigdheid van energiebelasting (EB) en de opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE) mag vanaf 1 april 2020 tijdelijk worden uitgesteld.Het uitstel geldt voor leveringen (of verbruik) in de maanden april, mei en juni 2020. Hierbij zijn vier verschillende situaties te onderscheiden. Hieronder geven we per situatie kort de goedkeuring weer. Zie voor de bijbehorende voorwaarden het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 8 mei 2020, dat voor EB en ODE terugwerkt tot 1 april 2020.

  • Voorschot en eindfactuur per kalendermaand
    Bij een voorschotnota of eindfactuur op maandbasis zijn de EB en ODE verschuldigd als een voorschotnota wordt uitgereikt of ontvangen, dan wel een eindfactuur wordt uitgereikt. Voor deze situatie wordt goedgekeurd dat de EB en ODE (alsmede de btw daarover) over leveringen in de maanden april tot en met september 2020 niet op de betreffende facturen in rekening worden gebracht en verschuldigd worden, maar uiterlijk in december 2020 in rekening worden gebracht en verschuldigd worden. Als geen aanvullende factuur wordt uitgereikt voor deze leveringen, worden de EB en de ODE (en de btw hierover) op 1 januari 2021 verschuldigd.

De afnemer/ondernemer kan op basis van de aanvullende factuur eventueel aanspraak maken op aftrek van de daarop in rekening gebrachte btw. Verzoeken om teruggaaf kunnen in deze situatie worden gedaan binnen dertien weken na 31 december  2020. 

  • Geen voorschot, wel factuur
    Als geen voorschotnota, maar alleen een factuur wordt uitgereikt, zijn de EB en ODE verschuldigd als de factuur wordt uitgereikt. Voor deze situatie wordt goedgekeurd dat de EB en ODE (alsmede de btw daarover) over leveringen in de maanden april tot en met september 2020 niet op de betreffende facturen in rekening worden gebracht en verschuldigd worden, maar uiterlijk in december 2020 in rekening worden gebracht en verschuldigd worden. Wanneer geen aanvullende factuur wordt uitgereikt voor deze leveringen, worden de EB en de ODE (alsmede de btw hierover) op 1 januari 2021 verschuldigd.

De afnemer/ondernemer kan op basis van de aanvullende factuur eventueel aanspraak maken op aftrek van de daarop in rekening gebrachte btw. Verzoeken om teruggaaf kunnen in deze situatie worden gedaan binnen dertien weken na 31 december 2020. 

  • Geen voorschot, geen factuur, wel levering
    Als alleen levering plaatsvindt, zijn de EB en ODE normaal verschuldigd als de levering plaatsvindt. Voor deze situatie wordt goedgekeurd dat de EB en ODE (en de btw daarover) over leveringen in de maanden april tot en met september 2020 op 1 januari 2021. verschuldigd worden.
  • Geen voorschot, geen factuur, geen levering, wel verbruik
    Als er alleen sprake is van verbruik, zijn de EB en ODE in specifieke situaties normaliter verschuldigd op het tijdstip van verbruik. Voor deze situatie wordt goedgekeurd dat de EB en ODE over leveringen in de maanden april tot en met september 2020 op 31 december 2020 verschuldigd worden.

Mochten bedrijven en particulieren als gevolg van de coronacrisis in betalingsproblemen komen, dan zijn de energieleveranciers volgens de overheid bereid met begrip voor de situatie in gesprek met hen te gaan om individuele afspraken te maken.

Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Kredietverstrekkers willen klanten de mogelijkheid bieden een betaalpauze voor rente en aflossing van maximaal zes maanden aan te gaan voor de hypotheeklening voor de eigen woning, als zij tijdens de coronacrisis tijdelijk niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Voor hypotheken waarvoor een fiscale aflossingsverplichting geldt, moet dit volgens de huidige fiscale regels bij een pauze in 2020 uiterlijk in 2021 worden ingehaald. In het beleidsbesluit Eigenwoningrente; betaalpauze voor rente en aflossing eigenwoningschuld van 8 mei 2020 staan goedkeuringen, waardoor een tijdelijk uitstel van het betalen onder voorwaarden niet tot ongewenste fiscale gevolgen leidt. Ook is het mogelijk om een betalingspauze in te lassen voor een lening die is aangegaan bij de eigen bv of een familielid. Daar gelden aanvullende voorwaarden voor.

Verlaging gebruikelijk loon bij omzetdaling

Op 24 april 2020 heeft de overheid bekendgemaakt dat het tijdelijk (alleen in 2020) onder voorwaarden is toegestaan dat aanmerkelijkbelanghouders (zoals directeurgrootaandeelhouders) die te maken krijgen met een omzetdaling, mogen uitgaan van een lager gebruikelijk loon, evenredig met de omzetdaling. Daarbij wordt het deel van het jaar in 2020 vergeleken met dezelfde periode in 2019. Dit is uitgewerkt in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 8 mei 2020, dat terugwerkt tot 12 maart 2020. 

Het gebruikelijk loon mag worden bepaald volgens deze formule:

Gebruikelijk loon 2020 = A x B/C

A = het gebruikelijk loon over 2019

B = de omzet over de eerste vier kalendermaanden van 2020

C = de omzet over de eerste vier kalendermaanden van 2019

Zie voor de voorwaarden het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 8 mei 2020.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Diederik van Dommelen of met Philip Vossenberg.

Internationale (fiscale) steunmaatregelen

Wereldwijd treffen overheden steunmaatregelen in verband met de coronacrisis. Deze kunnen van toepassing zijn op uw industrie of sector. Zie voor een overzicht hiervan de internationale (fiscale) steunmaatregelen.

Planning btw en douane

Planning btw en douane

Btw

Annuleringen, prijsverminderingen en btw 

Het aanpassen van de vergoeding (wegens annulering of prijsvermindering via bijvoorbeeld creditnota’s) kan leiden tot aanpassingen in de bedragen aan af te dragen en te vorderen btw. Dit geldt ook voor eventuele afkoopsommen of schadevergoedingen. Het is van belang dat u de btw-gevolgen nauwkeurig bepaalt om btw-risico’s te voorkomen.

Verbeteren van uw liquiditeitspositie btw

Ook voor de btw is er de mogelijkheid tot tijdelijke uitstel van betaling belasting. Voor het verbeteren van uw liquiditeitspositie voor specifiek de btw kunt u denken aan het aanpassen van het btw-aangiftetijdvak in maand of kwartaal afhankelijk of er een te vorderen of te betalen positie is, het optimaliseren van de timing van het versturen van facturen en het indienen van teruggaafverzoeken voor al voldane btw begrepen in oninbare debiteuren.

Goedkeuringen btw en zorg

De overheid heeft op 14 april 2020 twee belangrijke tijdelijke goedkeuringen op het gebied van corona en de btw gegeven. Met deze goedkeuringen worden extra administratieve of financiële lasten door de heffing van btw verlicht bij het ter beschikking stellen van personeel en medische hulpgoederen. De goedkeuringen kunnen met terugwerkende kracht worden toegepast vanaf 16 maart 2020 en gelden tot 1 oktober 2020. Daarnaast  is op 25 mei het btw-nultarief voor mondkapjes van kracht geworden (Pakket 2.0). 

Verder is er nog het verlaagd btw-tarief sportscholen voor sportschooldiensten die nu in aangepaste vorm online worden aangeboden. Deze goedkeuring kan met terugwerkende kracht worden toegepast vanaf 16 maart 2020 en geldt totdat de verplichtesluiting wordt opgeheven.

Btw en ter beschikking stellen van zorgpersoneel

Onder voorwaarden blijft het ter beschikking stellen van zorgpersoneel buiten de heffing van btw. Het gaat dan om de terbeschikkingstelling van personeel aan ziekenhuizen, poliklinieken, instellingen van verpleging, psychiatrische inrichtingen, instellingen op het gebied van bejaardenzorg, wijkverpleging, kraam- en gezinsverzorging en dagverblijven voor gehandicapten. 

De maatregel geldt zowel voor de terbeschikkingstelling door ziekenhuizen en dergelijke inrichtingen en instellingen onderling, als voor de terbeschikkingstelling door ondernemers anders dan de hiervoor bedoelde inrichtingen en instellingen.

De belangrijkste voorwaarden zijn dat de ondernemer die zijn personeel ter beschikking stelt  op de factuur vermeldt dat gebruik wordt gemaakt van deze corona-goedkeuring en de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van de goedkeuring in de administratie vastlegt. 

Als voor de terbeschikkingstelling een vergoeding in rekening wordt gebracht, moet de vergoeding beperkt blijven tot de brutoloonkosten van het betrokken personeelslid, eventueel vermeerderd met een administratieve kostenvergoeding van maximaal vijf procent. In geen geval mag er winst worden beoogd of gemaakt met de terbeschikkingstelling van het zorgpersoneel.

De terbeschikkingstelling van zorgpersoneel die op basis van deze goedkeuring buiten de heffing van omzetbelasting blijft, blijft buiten beschouwing voor het vaststellen van het recht op aftrek van btw van de uitlener.

Bij toepassing van de corona-goedkeuring door ondernemers, andere dan de hiervoor bedoelde van btw-vrijgestelde inrichtingen en instellingen, blijft de eventuele aftrek van btw voor deze ondernemers in stand. Van btw vrijgestelde ondernemers krijgen hierdoor geen (aanvullend) recht op aftrek van btw, noch vermindert de toepassing van de goedkeuring hun eventuele recht op aftrek van btw.

Btw gratis verstrekken van medische hulpgoederen en -apparatuur

De staatssecretaris keurt goed dat de gratis verstrekking van medische hulpgoederen en medische apparatuur aan ziekenhuizen en dergelijke inrichtingen en instellingen of aan huisartsen geen gevolgen heeft voor de heffing of de aftrek van btw bij de ondernemer die deze goederen verstrekt. Btw-aftrekbeperking of btw-heffing blijft achterwege.

De twee belangrijkste voorwaarden zijn: 

  • Het betreft alleen goederen die worden genoemd in de lijst van de Werelddouaneorganisatie; indelingen van medische voorzieningen in verband met uitbraak Covid-19.
  • De ondernemer moet op de factuur vermelden dat gebruik wordt gemaakt van deze corona-goedkeuring en moet de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van de goedkeuring in de administratie vastleggen.

Voor meer informatie over de btw kunt u contact opnemen met Jochem Kijftenbelt.

Douane

De logistieke keten kan hinder ondervinden door de corona-epidemie. Zowel bij de verzending als bij de aankomst is vertraging mogelijk. Spreiding van de logistiek kan een deel van deze problemen wegnemen. Voorzover bestaande douaneplanning door verspreiding van de logistiek over diverse havens moet worden aangepast, is overleg met de douaneautoriteiten of adviseurs over de douanetechnische gevolgen van groot belang. 

Voor de afwikkeling van douaneregelingen of douanevergunningen gelden vaak termijnen. Door een beperkte beschikbaarheid in de logistiek of door personele problemen op douanekantoren of bedrijven is het mogelijk dat deze termijnen niet worden gehaald. U kunt dan afstemming zoeken met de douaneautoriteiten om de termijnen te verlengen.

Ook voor te betalen douanerechten wordt op verzoek uitstel verleend als bedrijven tijdelijk niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Claudia Buysing-Damsté.

Meer over btw en douane

 

Jochem Kijftenbelt

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 45 01

E-mailadres

Claudia Buysing Damsté

Partner, Rotterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 38 11

E-mailadres

Winstbelasting

Winstbelasting

Naast het aanvragen van uitstel van betaling bestaat ook de mogelijkheid een teruggave te claimen als u verwacht dit jaar een verlies te maken. Voor de verrekening van uw verlies hoeft u namelijk niet te wachten tot uw aangifte is verwerkt: bij het indienen van een voorlopige aangifte kunt u direct verzoeken om een voorlopige verliesverrekening van tachtig procent van het aangegeven verlies. Daarvoor moet de aanslag over het jaar waarmee het verlies wordt verrekend wel al definitief vaststaan.

Vennootschapsbelasting - fiscale coronareserve
Mocht 2020 voor uw bedrijf dus een verliesjaar worden terwijl 2019 een winstjaar was, dan hebt u de mogelijkheid om dit verlies te verrekenen met uw winsten van 2019, voor zover de verliezen deze winsten niet overstijgen. Dit zou dan een belastingteruggave opleveren. Voor zover het verlies de winsten van het voorgaande boekjaar wel zou overstijgen, kan het verlies nog met de winsten van de zes opvolgende boekjaren worden verrekend.

Deze ‘achterwaartse verliesverrekening’ vindt plaats bij het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting over 2020. Omdat de aangiftes over 2020 pas in 2021 of later zullen worden ingediend en het kabinet het onwenselijk vindt dat bedrijven zo lang moeten wachten om hun verlies te verrekenen, staat het kabinet voor het jaar 2019 vorming van een ‘fiscale coronareserve’ toe. Dit is uitgewerkt in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 8 mei 2020. De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • Voor het boekjaar 2020 wordt een ‘coronagerelateerd verlies’ verwacht.
  • Het verwachte ‘coronagerelateerde verlies’ over 2020 mag niet hoger zijn dan het totale verlies over 2020.
  • Het verlies van uw bedrijf, dat u in 2020 als gevolg van de coronacrisis verwacht te lijden, mag u als dotatie aan de coronareserve ten laste van uw winst over 2019 brengen. De coronareserve 2019 mag niet hoger zijn dan de fiscale winst over 2019. Het fiscale resultaat over 2019 kan door deze reserve dus niet negatief worden.
  • De coronareserve wordt uiterlijk in het boekjaar 2020 weer volledig in de winst opgenomen.
  • De dotatie aan de coronareserve wordt in de aangifte 2019 opgenomen in de rubriek ‘overige fiscale reserves’. De vrijval van de coronareserve in het boekjaar 2020 wordt in de aangifte 2020 als onttrekking opgenomen in dezelfde rubriek.

Inkomstenbelasting
Voor de inkomstenbelasting werkt dit grotendeels hetzelfde, alleen worden verliezen in enig jaar eerst verrekend met winsten uit de drie voorafgaande jaren en vervolgens met winsten van de negen opeenvolgende jaren.

Vpb-tarief

De vennootschapsbelasting kent twee tarieven: het lage tarief (16,5 procent) voor de eerste 200.000 euro belastbare winst (het zogenoemde opstaptarief), en het hoge tarief (25 procent) voor het meerdere. Hierdoor daalt de effectieve belastingdruk als een bedrijf een lagere belastbare winst realiseert, en stijgt deze als er een hogere winst wordt gerealiseerd. In slechtere tijden betaalt uw organisatie dus werkelijk én relatief minder belasting.

Als u dit jaar minder belastbare winst verwacht maar deze winst net boven de grens van het opstaptarief voor de vennootschapsbelasting dreigt uit te komen, kan het een (klein) liquiditeitsvoordeel opleveren om een investering die gepland stond voor (begin) 2021, nog in 2020 te doen. Als een organisatie minder dan 200.000 euro belastbare winst realiseert, geldt immers het opstaptarief van 16,5 procent.

IB-tarief

Personen die in privé ondernemen (IB-ondernemingen) betalen over hun winsten de progressieve belasting van de inkomstenbelasting (37,35 tot 49,5 procent, zie ook onze fiscale datacard). Door de progressieve tarieven geldt hetzelfde als voor bedrijven/vennootschappen die zijn onderworpen aan vennootschapsbelasting, een lagere belastbare winst leidt tot een lagere effectieve belastingdruk. Minder winst in slechte tijden leidt tot werkelijk én relatief minder belasting.

Versoepeling urencriterium zelfstandig ondernemers

Om te voorkomen dat ondernemers vanwege de coronacrisis het recht op ondernemersfaciliteiten op basis van het urencriterium van 1225 uren per kalenderjaar verliezen, neemt het kabinet een versoepelende maatregel. Ondernemers worden in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 geacht ten minste 24 uur per week aan hun onderneming(en) te hebben besteed, ook als ze die gelet op de coronacrisis niet daadwerkelijk hebben besteed.

Via een aanvullende regeling geldt ook voor seizoensarbeiders een versoepeling van het urencriterium in 2020. Ondernemers die seizoensgebonden werkzaamheden verrichten en die normaliter in de periode van 1 maart tot en met 31 mei een piek hebben in het aantal uren dat ze besteden aan hun onderneming, worden geacht in deze periode hetzelfde aantal uren te hebben besteed als in dezelfde periode in 2019. 

Ook het verlaagde urencriterium van achthonderd uur per kalenderjaar in de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt versoepeld, waardoor de betreffende ondernemers voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 geacht worden ten minste zestien uur per week aan hun onderneming(en) te hebben besteed.

Verlaging belastingrente en invorderingsrente

Als het bedrag van uw definitieve belastingaanslag hoger is dan dat van uw voorlopige belastingaanslag, bent u over het verschil daartussen belastingrente verschuldigd. De huidige belastingrente voor de vennootschapsbelasting bedraagt acht procent en voor andere belastingen, waaronder de inkomstenbelasting, loonbelasting en omzetbelasting vier procent. De belastingrente wordt vanaf 1 juni 2020 tijdelijk verlaagd naar 0,01 procent en zal gelden voor alle belastingen waarvoor belastingrente geldt. Voor de inkomstenbelasting zal deze verlaging van de belastingrente pas vanaf 1 juli 2020 ingaan.

Als u een aanslag te laat betaalt, bent u nu nog vier procent invorderingsrente verschuldigd vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Het percentage van de invorderingsrente wordt vanaf 23 maart 2020 tijdelijk verlaagd naar 0,01 procent. Deze tijdelijke verlaging geldt gedurende drie maanden en alleen voor te betalen belasting. Voor een situatie waarbij invorderingsrente wordt vergoed, blijft voor de invorderingsrente het percentage van vier procent onverminderd van kracht.

Goedkeuring betalingskorting

Als een aanslag inbaar is in meerdere termijnen (bijvoorbeeld een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting), krijgt de belastingplichtige een betalingskorting als voor verval van de eerste betalingstermijn de gehele aanslag wordt voldaan. De hoogte van de betalingskorting wordt berekend op basis van het percentage van de invorderingsrente. Omdat de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 vrijwel nul wordt, keurt de overheid goed dat alsnog het oorspronkelijke bedrag van de betalingskorting kan worden genoten.

De Belastingdienst zal de komende tijd een verzuimboete voor het niet (tijdig) betalen achterwege laten of terugdraaien.

Verlenging termijn voor terugwerkende geruisloze omzetting en geruisloze terugkeer 

Geruisloze omzetting van een IB-onderneming in een nv of bv en geruisloze terugkeer zijn onder voorwaarden met terugwerkende kracht mogelijk naar het begin van het jaar. Een van de voorwaarden voor de terugwerking is dat bepaalde juridische handelingen worden verricht binnen vijftien maanden na het tijdstip waarnaar terugwerking wordt gewenst. De termijn voor terugwerking tot 1 januari 2019 is op 31 maart 2020 verstreken.

De overheid keurt vanwege de coronacrisis goed dat de inspecteur deze termijn van vijftien maanden met drie maanden verlengt als deze termijn verstrijkt in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020. Dit onderdeel van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 8 mei 2020 werkt terug tot en met 12 maart 2020.

Verlenging termijn voor terugwerkende bedrijfsfusie, juridische fusie en splitsing 

Als voor de faciliteiten van de bedrijfsfusie, de juridische fusie en de splitsing gebruik wordt gemaakt van terugwerkende kracht naar het begin van het boekjaar, geldt de voorwaarde dat bepaalde juridische handelingen binnen twaalf maanden - en voor bedrijfsfusie binnen vijftien maanden - tot het moment dat de faciliteit terugwerkt, moeten zijn verricht. Het kan zijn dat deze termijn door de coronacrisis niet wordt gehaald wanneer deze termijn verstrijkt in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020.

Daarom keurt de overheid goed dat de inspecteur de termijn van twaalf maanden voor de juridische fusie en splitsing en vijftien maanden voor de bedrijfsfusie met drie maanden verlengt wanneer deze termijn verstrijkt in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020. Dit onderdeel van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 8 mei 2020 werkt terug tot en met 12 maart 2020.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Diederik van Dommelen of met Philip Vossenberg.

Meer over belastingen

Diederik van Dommelen

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 39 55

E-mailadres

Philip Vossenberg

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

+31 (0)88 792 41 72

E-mailadres

wet- en regelgeving

Wet- en regelgeving

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) hebben op advies van de Europese financiële toezichthouders de deadlines voor het aanleveren van verschillende rapportages verlengd. Let wel, voor verschillende soorten rapportages gelden verschillende regels.

Voor sommige rapportageverplichtingen wordt de uiterste datum van indienen automatisch verlengd en hoeft u geen verdere actie te ondernemen. Voor andere rapportages geldt dat uitstel alleen wordt verleend - of late indiening alleen wordt gedoogd - als u de toezichthouder vooraf proactief heeft geïnformeerd dat u in verband met de situatie rondom Covid-19 verwacht niet aan de betreffende rapportageverplichting te kunnen voldoen.

Financieringsovereenkomsten

Inzicht in uw financieringsovereenkomsten: maak een zorgvuldige analyse van uw rechten en verplichtingen onder financieringsovereenkomsten en de mogelijke gevolgen van niet-nakoming. Kijk goed naar de convenanten (undertakings), verklaringen (representations) en opeisingsgronden (events of default). Onderhoud contact met uw financiers en treedt tijdig in overleg.

Nakomen van verplichtingen: kunt u alle verplichtingen onder uw financieringsovereenkomsten nog nagekomen? Naast betalingsverplichtingen kunt u denken aan het verstrekken van financiële en andere informatie, het behalen van financiële ratio's, een verbod om bepaalde goederen te verkopen of een herstructurering door te voeren. Verplichtingen kunnen ook gelden voor groepsmaatschappijen.

Opeisingsgronden: is sprake van een opeisingsgrond? Het niet-nakomen van verplichtingen onder financierings- en andere overeenkomsten kan leiden tot opeising van de lening en de mogelijkheid van de financier om zekerheden uit te winnen. Ook het afleggen van onjuiste verklaringen, insolventie of het toegeven schulden niet meer te kunnen betalen, kunnen bijvoorbeeld opeisingsgronden zijn. Check of een pandemie als opeisingsgrond is opgenomen of als material adverse change kan worden aangemerkt. 

Ontheffing, goedkeuring of aanpassing: als u niet meer kunt nakomen, sprake is van een opeisingsgrond of de verwachting bestaat dat u niet meer kunt nakomen of er sprake zal zijn van een opeisingsgrond, vraag uw financier dan tijdig om ontheffing (een waiver), om goedkeuring waar nodig, of om aanpassing van de financieringsovereenkomst. Financiers kunnen hier voorwaarden tegenover stellen, zoals een vergoeding of het verstrekken van aanvullende zekerheid.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Allard Knook.

Contact

Jochem Kijftenbelt

Jochem Kijftenbelt

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 45 01

Claudia Buysing Damsté

Claudia Buysing Damsté

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 38 11

Diederik van Dommelen

Diederik van Dommelen

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 39 55

Philip Vossenberg

Philip Vossenberg

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 41 72

Volg ons