Zorg voor een zachte landing van de verkorte 30%-regeling

Op Prinsjesdag zal de meeste aandacht ongetwijfeld naar de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting gaan. De aangekondigde verkorting van de 30%-regeling voor expats, van acht naar vijf jaar, zal voor kennisgeving worden aangenomen door veel politici en commentatoren. En dat terwijl wij tijdens gesprekken met klanten merken dat het zonder overgangsregeling beperken van de expatregeling veel emoties losmaakt. Om meer dan één reden.

Door Niek Schipper en Marlous van der Zande-van Wouwe – beiden werkzaam bij de People & Organisation-groep van PwC

Om de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland en talentenmagneet te vergroten, mogen werkgevers buitenlandse werknemers in Nederland een deel van hun loon (tot dertig procent) belastingvrij verstrekken. Dit als extra stimulans om hier te willen werken en verblijven en als compensatie voor de hogere kosten in verband met de tijdelijke tewerkstelling in Nederland.

Looptijd 30%-regeling van acht naar vijf jaar

Afgaande op het aantal deelnemers was (en is) de regeling een succes, maar vorig jaar bleek uit een evaluatie dat een meerderheid (tachtig procent) hooguit vijf jaar gebruikmaakt van de regeling die tot dan toe nog een looptijd van acht jaar had. Daarop maakte het kabinet zijn voornemen bekend om de looptijd naar vijf jaar terug te brengen. In het voorstel staat ook dat de alternatieve mogelijkheid om ‘feitelijke kosten’ te vergoeden (bedoeld wordt de extra kosten die worden gemaakt omdat men buiten het eigen thuisland werkt), wordt beperkt tot vijf jaar. Hierbij gaat de regering uit van een inwerkingtreding op 1 januari 2019 en komt er geen overgangsregeling.

Pijnpunt: het ontbreken van een overgangsregeling

Dat is een pijnlijke omissie, waarvoor we al eerder waarschuwden. Het ontbreken van een overgangsregeling betekent dat veel talentvolle, soms onmisbare en hier al werkende buitenlandse werknemers geheel onverwacht worden geconfronteerd met een forse reductie van hun nettoloon. Zo moet een werknemer, die sinds 2014 of langer in Nederland werkzaam is en sindsdien gebruikmaakt van de regeling, volgend jaar al rekening houden met (fors) hogere inhoudingen op zijn of haar loonstrook.

Het kabinet heeft kennelijk nog steeds de ‘klassieke’ expat voor ogen: hij of zij vestigt zich voor langere tijd in Nederland en laat op zeker moment zijn of haar gezin overkomen. Maar de werkelijkheid is anders.

Concurreren met hogere salarissen in buitenland

Om te kunnen concurreren met de meestal hoger liggende buitenlandse salarissen gebruiken werkgevers de 30%-regeling vaak om een gunstiger netto inkomensplaatje te presenteren en zo het – noodzakelijke – buitenlandse talent naar Nederland te trekken. Dat dit geschetste plaatje nu tussentijds verandert, zal bij werknemers voor begrijpelijke ontevredenheid zorgen en ook de relatie met de werkgever komt erdoor onder druk te staan.

Geen oog voor nieuwe vormen van mobiliteit

Daarnaast negeert het regeringsvoorstel veranderingen in de mobiliteit van de internationale werknemer. Het kabinet heeft kennelijk nog steeds de ‘klassieke’ expat voor ogen: hij of zij vestigt zich voor langere tijd in Nederland en laat op zeker moment zijn of haar gezin overkomen. Maar de werkelijkheid is anders, weten werkgevers. De trend is dat werknemers niet meer permanent op één locatie werken en naar Nederland verhuizen. Zij behouden hun buitenlandse woonplaats regelmatig.

Beperking onbelast vergoeden van kosten

Deze groep cross border commuters neemt in omvang snel toe, zo blijkt ook uit rapporten van de Europese Commissie. Zij maken extra kosten omdat ze buiten hun land van herkomst werken. Maar de mogelijkheden voor hun werkgever om deze feitelijk gemaakte kosten onbelast te vergoeden, worden nu dus eveneens beperkt tot maximaal vijf jaar. Ook dat effect is door de opstellers volgens ons onvoldoende doordacht en meegewogen.

Betrouwbare overheid en stabiel fiscaal klimaat zijn essentieel  

Wat ons betreft zijn dit al redenen genoeg om het voorstel op genoemde punten te heroverwegen, maar er zijn ook macro-economische argumenten die daarvoor pleiten. Zoals we uitvoerig hebben beschreven in onze toekomstschets Future of Work 2030, moet Nederland zich op de mondiale arbeidsmarkt profileren als frontrunner en hét platform voor mensen met grensverleggende ideeën en out-of-the-box-denkers. Daarvoor is nodig dat we het voor zulke schaarse talenten aantrekkelijk maken om van over de hele wereld hier voor korte of langere tijd te werken. Bij hun vestigingsbeslissing wegen een stabiel fiscaal klimaat en een betrouwbare overheid zwaar mee.

Rem op onze talentenwerving

Door tussentijds te morrelen aan de looptijd van belastingafspraken waarop veel expats hun investerings- en loopbaanplannen hebben gebaseerd, en velen van hen dan ook nog eens voor een voldongen feit te plaatsen, ondermijnen we de aantrekkelijkheid van ons vestigingsklimaat. Bovendien is het een rem op onze talentenwerving en heeft het voorstel weinig oog voor de trend van een steeds internationaler wordende Nederlandse arbeidsmarkt.

Daarom pleiten wij voor een zachte landing van de 30%-regeling nieuwe stijl en doen we een beroep op de wetgever om bij het hervormen van wet- en regelgeving rekening te houden met het toenemend internationale karakter van onze arbeidsmarkt.

Contact

Niek Schipper
Senior Manager, PwC Netherlands
Tel: +31 (0)88 792 66 70
E-mailadres

Marlous van der Zande - van Wouwe
Senior Manager, PwC Netherlands
Tel: +31 (0)88 792 28 09
E-mailadres

Volg ons