Innovatie bij familiebedrijven goed, maar kan beter

Dat familiebedrijven een belangrijke bijdrage leveren aan de Nederlandse economie, mag voor iedereen inmiddels wel duidelijk zijn. De vraag is of familiebedrijven dat zelf ook voldoende beseffen en bijvoorbeeld op het gebied van innovatie mogelijk een nog grotere rol kunnen spelen.

Renate de Lange – PwC-expert op het gebied van familiebedrijven

Diverse onderzoeken hebben laten zien dat familiebedrijven belangrijk zijn voor de Nederlandse samenleving. Ze voelen zich medeverantwoordelijk voor een betere wereld en zetten zich daar vervolgens ook voor in. Ze creëren werkgelegenheid, zetten zich in voor een duurzame bedrijfsvoering, proberen vroegtijdig schoolverlaten te voorkomen en pakken armoede en sociale uitsluiting aan.

Verschillen met niet-familiebedrijven

Familiebedrijven investeren ook bewust in onderzoek en ontwikkeling en oefenen daarmee een belangrijke positieve invloed uit op het Nederlandse innovatieklimaat. Maar ik denk dat het nog beter kan. Die bewering baseer ik op een nieuw onderzoek van PwC, waarin we publieke en private bedrijven hebben gevraagd hoe zij tegen innoveren aankijken. Daaruit kwamen enkele opvallende verschillen tussen familiebedrijven en niet-familiebedrijven naar boven.

Meer focus op lange termijn

Zo hebben familiebedrijven meer focus op langetermijndoelen. Veel familiebedrijven hebben tijdens de recente crisisjaren juist meer geld geïnvesteerd in innovatie dan in de jaren voor 2008. Dit geeft aan dat familiebedrijven zich niet snel laten beïnvloeden door de conjunctuur.

Meer tijd voor innovatie

Familiebedrijven nemen ook meer tijd voor innovatie. Zij kiezen vaak voor zogenoemde incrementele of voor radicale innovatie. Incrementele innovatie verbetert een product of dienst geleidelijk gedurende een bepaalde tijdsperiode. Radicale innovatie heeft tot doel om significante verbeteringen in bestaande producten en diensten teweeg te brengen. Niet-familiebedrijven neigen meer naar disruptieve innovatie, die tot nieuwe en revolutionaire producten, diensten of businessmodellen leidt.

Dit betekent niet dat familiebedrijven conservatiever zijn of minder open staan voor nieuwe ideeën. Ze nemen bestaande producten of diensten liever als uitgangspunt voor innovatie in plaats van iets compleet nieuws te bedenken.

Vooral eigen vermogen

Voor die innovatie gebruiken familiebedrijven vooral hun eigen vermogen. Slechts de helft doet ook een beroep op subsidies of andere stimuleringsmaatregelen vanuit de overheid. Bij de helft die dat niet doet, blijkt veel onduidelijkheid over deze regelingen te bestaan. We kregen reacties als ‘onbekend en ontoegankelijk’, ‘waarschijnlijk lastig toepasbaar’, ‘te veel rompslomp’, ‘kost te veel tijd’. Dat is jammer, want regelingen als de Innovatiebox en de 30%-regeling voor kennisemigranten zijn er ook voor familiebedrijven.

Strategie en proces

Daarnaast kunnen familiebedrijven nog veel winnen als het gaat om hun innovatiestrategie en processen. Daar blijken vooral de knelpunten te zitten. Innovatie gebeurt bijvoorbeeld ad hoc of is niet gescheiden van de dagelijkse operationele werkzaamheden. Dit heeft invloed op de snelheid: het duurt lang voordat er een nieuw of verbeterd product is.

Samenwerking met start-ups

Familiebedrijven kunnen wat dat betreft een voorbeeld nemen aan niet-familiebedrijven. De laatste groep werkt veel meer samen met start-ups en leert daar snel van.  Als het gaat om samenwerking op het gebied van innovatie richten familiebedrijven zich nog vooral op hun klanten, leveranciers en technologiepartners. Door ook meer te gaan samenwerken met start-ups kunnen familiebedrijven hun innovatieproces versnellen.

Innoveren in kleine stapjes

Start-ups werken meestal volgens het agile of lean-principe. Dit principe gaat uit van innoveren in kleine stapjes, waarbij in elke stap aannames worden gevalideerd en feedback van de eindgebruiker wordt meegenomen. Het voordeel is dat deze agile manier van werken gigantische, geldverslindende mislukkingen voorkomt: in één van die stapjes ben je er allang achter gekomen of iets werkt of niet.

Als het om innovatie gaat, doen familiebedrijven het dus behoorlijk goed. Maar volgens mij is het – mede ingegeven door de huidige digitale ontwikkelingen -  zaak dat zij meer open staan externe ondersteuning en samenwerking. Op die manier blijven ze de kurk waarop de Nederlandse economie drijft.

Contact

Renate de Lange-Snijders
Tax Partner
Tel: +31 (0)88 792 39 58
E-mailadres

Volg ons