Skip to content Skip to footer
Search

Loading Results

Covid-19 is aanleiding om te werken aan nieuw sociaal contract

25/05/20

Herbezinning op een eerlijker verdeling van schaarste en risico’s is mogelijk én nodig

De oplossing voor ongelijkheid ligt in een nieuw sociaal contract, waarin we als samenleving opnieuw bekijken hoe we welvaart verdelen en de risico’s spreiden. Dit is urgent als straks de rekening van Covid-19 op tafel ligt, aldus Jan Willem Velthuijsen, hoofdeconoom van PwC, en Wineke Haagsma, hoofd duurzaamheid van PwC.

Ongelijkheid in de wereld is niet nieuw, maar de Covid-19-crisis maakt die wel heel erg zichtbaar. Hoe moet je je handen wassen als je geen water of zeep tot je beschikking hebt? Hoe moet je thuisblijven als je helemaal geen huis hebt. Of hoe houd je afstand in een volgepakte sloppenwijk? In de West-Europese landen is de ongelijkheid (veel) minder scherp, maar wel degelijk aanwezig. 

Dat mensen als Boris Johnson en prins Charles het Covid-19-virus oplopen is een bewijs dat het virus als zodanig niet discrimineert. Hoewel zelfs dat niet helemaal vaststaat. Vooral oudere mensen met onderliggende aandoeningen zijn het meest vatbaar. Verder wijzen gegevens van het CBS uit dat laagopgeleiden vanwege hun ongezondere leefstijl  na hun pensioen gemiddeld zes levensjaren zonder beperkingen minder hebben dan hoogopgeleide mensen (twaalf tegen achttien). Het is dus ook best waarschijnlijk dat de groep laagopgeleiden onevenredig hard wordt getroffen door het coronavirus. In deze zin discrimineert het virus dus wel. Uiteraard moet daar in Nederland nog meer onderzoek naar komen, maar in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten lijkt dat nu al duidelijk. 

Crisis kan tegenstellingen verdiepen 

Ook de gevolgen van de crisis pakken niet voor iedereen gelijk uit. Degenen die het eerst hun baan kwijtraken, zijn niet de mensen met een vaste kantoorbaan die tamelijk moeiteloos hun werk thuis kunnen doen.  Vooral de horeca en het toerisme, waar veel mensen op basis van een flexcontract werken, worden getroffen. En er zijn meer verschillen, bijvoorbeeld in het onderwijs: hoogopgeleide ouders met voldoende digitale capaciteiten en tools lijken beter in staat te zijn thuisscholing op te zetten dan laagopgeleiden. In deze zin verdiept de crisis de tegenstellingen en is het te hopen dat de overheid hiervoor bij het ontwerpen van steunpakketten oog heeft. 

Te veel ongelijkheid remt economische groei af

Vroeger was de stemming onder economen nog dat inkomensverschillen in de samenleving juist goed zijn voor de economie, omdat deze een prikkel vormen voor meer en betere prestaties. Bovendien werkte de verzorgingsstaat als automatische stabilisator tegen armoede en maatschappelijke onrust. Die stemming is het laatste decennium omgeslagen. Economen zijn het er nu juist steeds meer over eens dat ongelijkheid de economische groei afremt: lagere opleidingen leiden tot lagere inkomens, die leiden tot onvrede, een vlucht naar de politieke flanken, verminderd vertrouwen in instituties en andere sociale kwesties als gezondheidsproblemen, onveiligheid en criminaliteit. De beperking van de mogelijkheden tot sociale stijging doet de prikkel om capaciteiten te ontwikkelen en in te zetten verdwijnen. Lage lonen verhinderen innovatie. 

Aandacht voor ongelijkheid groeit 

De aandacht voor het probleem van ongelijkheid groeit. Het enorme succes van de econoom Thomas Piketty toont aan dat hij een gevoelige snaar raakte met zijn studie naar groeiende ongelijkheid. Organisaties als het World Economic Forum wijzen er inmiddels al jaren op dat ongelijkheid een grote bedreiging is voor welvaart en stabiliteit. Ook CEO’s zijn zich hiervan bewust. Elk jaar doet PwC onderzoek onder de stemming van bedrijfsbestuurders over de economie. De opkomst van populisme en politieke onzekerheden staan al jaren in de top tien van hun zorgenlijstje. Bedrijven hebben een enorm belang bij stabiliteit en voorspelbaarheid. Ongelijkheid verstoort die drivers achter voorspoed en welzijn. 

Wie betaalt de rekening van de crisis? 

Uiteraard volgt er de komende maanden en waarschijnlijk jaren onderzoek naar de precieze effecten van de crisis, maar veel wijst erop dat de crisis de ongelijkheid verscherpt. Dat gegeven wordt heel actueel als straks de rekening van de crisis op tafel komt te liggen. Wie betaalt de schuld die de crisis heeft veroorzaakt? Waar komen, kortom, de lasten te liggen? Deze vraag is een goede aanleiding voor het heroverwegen van bestaande regelgeving. Waarom belasten we arbeid meer dan kapitaal? Waarom behandelen we huizenbezitters anders dan huurders? Moeten we vervuilers meer belasten?

Hoe verdelen we schaarste en risico’s? 

Een herinrichting van de herverdelingsinstrumentaria van de overheid is een begin, maar eigenlijk is er meer nodig. Wat gaan we doen met de arbeidsmarkt? Willen we het aantal flexwerkers verder laten groeien? En wat zou de rol van de overheid moeten zijn: moet zij niet een nieuwe sterkere rol opeisen in plaats van zichzelf terug te trekken in een steeds kleiner publiek domein?  Daarmee komen we op een nieuw sociaal contract. De term sociaal contract slaat terug op de verhouding tussen burgers en overheid, maar ook over de manier hoe we samen willen leven, hoe we schaarste verdelen en risico’s verevenen. Ook de sustainable development goals van de VN, die zich richten op het oplossen van grote mondiale problemen op het gebied van armoede, ongelijkheid, milieuvervuiling en klimaatverandering, zijn hier een drijvende kracht achter. Een sociaal contract klinkt abstract (niemand zet immers letterlijk zijn handtekening eronder), veelomvattend en complex. Het risico bestaat echter dat als regeringen, bedrijven, organisaties en de maatschappij in haar geheel hier niet over nadenken, een groot aantal mensen zijn fictieve handtekening terugtrekt. 

Leiderschap nodig 

De (nog best wel recente) geschiedenis leert dat het kan.  Na grote mondiale crises, zoals de Tweede Wereldoorlog, stonden leiders op die de wereld veranderden, die kortom vorm gaven aan een nieuw sociaal contract. In ons land kwam bijvoorbeeld de verzorgingsstaat tot stand: de overheid zorgde voor een vangnet en burgers waren bereid daarvoor te betalen via belasting en premies. We gingen samenwerken in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de vaste wisselkoersen van Bretton Woods brachten de wereldhandel op gang. Een herbezinning op een eerlijker verdeling van schaarste en risico’s is nu ook mogelijk.

Hoe vertaalt u de sustainable development goals naar uw eigen organisatie?

De zeventien sustainable development goals (SDG’s) die de Verenigde Naties in 2015 hebben vastgesteld, hebben de afgelopen jaren veel enthousiasme opgeroepen. Bedrijven en organisaties zijn bereid een bijdrage te leveren aan de oplossing van wereldwijde problemen als armoede, ongelijkheid en klimaatverandering, maar worstelen vaak nog met de vraag hoe ze de SDG's in hun strategie opnemen.

Omdat elke organisatie anders is, is het verstandig te focussen op de SDG’s waarop u het meeste impact kunt maken. Maar welke zijn dat? Hoe vertaalt u deze door naar uw strategie zodat u daadwerkelijk impact levert? Hoe meet u vooruitgang en hoe rapporteert u daarover naar de buitenwereld?

Lees meer ->

Contact

Jan Willem Velthuijsen

Jan Willem Velthuijsen

Chief Economist, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)62 248 32 93

Wineke Haagsma

Wineke Haagsma

Head of Corporate Sustainability, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 170 13 44

Volg ons