Werkkapitaalstudie 2016

Resultaten voor Nederland en België

Weer meer werkkapitaalbeslag

Ruim 20 miljard aan liquide middelen zit vast in het werkkapitaal van toonaangevende organisaties in Nederland en België

Nederlandse en Belgische bedrijven zijn over het algemeen ‘cash’ efficiënt. Zij hebben een lager werkkapitaal(beslag) in vergelijking met bedrijven in de rest van de wereld. Desondanks blijkt uit het werkkapitaal onderzoek van PwC dat er voor bedrijven in Nederland en België nog mogelijkheden zijn om hun werkkapitaal situatie te verbeteren met ongeveer 20 miljard euro.

Delen

Het werkkapitaalbeslag in Nederland en België is in het afgelopen jaar toegenomen

Nu de economie weer aantrekt laten bedrijven wat betreft het werkkapitaal, de teugels weer wat vieren. In het afgelopen jaar is de ‘Cash Conversion Cycle’ (oftewel het totaal aantal werkkapitaaldagen; i.e. het netto werkkapitaalbeslag ten opzichte van de omzet) van de bedrijven in Nederland en België significant toegenomen. Namelijk een stijging van bijna vijf dagen ten opzichte van een jaar eerder; van gemiddeld 32 dagen in 2014 naar 37 dagen werkkapitaal in 2015.

De voorraden zijn snel opgelopen

De stijging van het netto werkkapitaal wordt met name gedreven door een  toename van de  voorraden van de Nederlandse bedrijven; namelijk een stijging van de DIO met bijna tien dagen. Het lijkt er op dat bedrijven, na het verlagen van de voorraden naar aanleiding van de financiële crisis, hun voorraden inmiddels weer aan het opbouwen zijn om aan de toenemende vraag als gevolg van de groeiende economie, te kunnen voldoen.

Daarnaast zijn ook de debiteurenstanden in Nederland het afgelopen jaar licht toegenomen; i.e. een stijging van de DSO van bijna drie dagen; van gemiddeld 37 in 2014 naar 40 dagen in 2015. Dit betekent dat het langer voordat de klanten van deze bedrijven hun rekening betalen.

De crediteurenstand in Nederland is het afgelopen jaar ook toegenomen, namelijk een stijging van de DPO met zeven dagen; van gemiddeld 52 dagen in 2014 naar 59 dagen in 2015.

Daarnaast slagen bedrijven er in de rekeningen van hun leveranciers later te betalen. Een nuance bij deze ontwikkeling is dat steeds meer bedrijven gebruik maken van alternatieve ketenfinancieringsmodellen (zoals ‘reversed factoring’), waardoor de DPO kan stijgen maar de leveranciers toch eerder (dat wil zeggen door een derde partij) worden betaald. De verbetering in DPO is niet genoeg om de stijging (i.e. verslechtering) van de DIO en DSO te kunnen compenseren.

Definities en berekeningen

De volgende definities en berekeningen worden in dit onderzoek gehanteerd.

KPI: Berekeningen:
NWC (Net Working Capital) Debiteuren + Voorraden (incl. Onderhandenwerk) – Crediteuren
DSO (Days Sales Outstanding) Debiteuren / Omzet x 365 dagen
DIO (Days Inventories On-hand) Voorraden / Kostprijs van de omzet x 365 dagen
DPO (Days Payables Outstanding) Crediteuren / Kostprijs van de omzet x 365 dagen
Cash Conversion Cycle DSO + DIO - DPO

Grote verschillen in werkkapitaalbeslag per sector

Traditioneel zijn er grote verschillen in ‘Cash Conversion Cycles’ tussen de diverse sectoren. Dit komt door de verschillende business modellen die de sectoren gebruiken. Zo kennen de sectoren Communications en Retail veelal een negatief werkkapitaalbeslag (vanwege respectievelijk de vooruitbetalingen en betalingen aan de kassa in deze sectoren).

De stijging in het netto werkkapitaal in Nederland en België wordt gedreven door de volgende (sub)- sectoren: Technology, Communications, Entertainment & Media en Chemicals, Energy & Utilities.

Verschillen tussen ‘grotere’ en ‘kleinere’ bedrijven worden groter

Grote ondernemingen (>vijf miljard euro omzet op jaarbasis) hebben een substantieel kortere ‘Cash Conversion Cycle’ dan kleinere bedrijven; namelijk 32 dagen versus 62 dagen (‘midsize’) en 69 dagen (‘small’, <1 miljard euro omzet). De grote verschillen in de ‘Cash Conversion Cycle’ worden nauwelijks kleiner. Alleen de ‘midsize’ bedrijven hebben het afgelopen jaar weer een verbetering getoond. Deze verschillen worden vooral gedreven door de  lagere DSO (namelijk 35 dagen versus 71 dagen en 58 dagen) van de grote ondernemingen in vergelijking met de kleinere bedrijven. Blijkbaar slagen de grote ondernemingen er in ‘betere’ afspraken te maken met hun klanten over de betalingstermijnen en/of hebben zij  (meer) focus op debiteurenbeheer.

Effectieve strategie voor het beheer van werkkapitaal

Met een effectieve werkkapitaal management strategie kan het “potentieel aan liquide middelen” dat nu vastzit in werkkapitaal worden vrijgemaakt. Bovendien kunnen de daarbij bijbehorende verbeteringen in processen, procedures en systemen de bedrijfsvoering aanzienlijke kostenbesparingen (bijvoorbeeld door minder afschrijvingen op dubieuze debiteuren) opleveren. De koplopers van morgen zijn de bedrijven die structureel een “oorzaak-gevolg”-benadering hanteren om de prestaties van hun werkkapitaal te verbeteren. Dit kan bereikt worden door nog nauwer samen te werken met klanten en leveranciers, nog meer te sturen op efficiency vanuit de ‘keten’ en ‘continue’ informatie te delen over vraag en aanbod.

Over het rapport

Voor ons ‘Working Capital’ onderzoek hebben we gekeken naar de werkkapitaalprestaties, over de afgelopen tien jaar, van ruim 13.000 bedrijven wereldwijd. Deze bedrijven zijn geselecteerd op de grootte van de omzet. We hebben voor dit onderzoek gebruik gemaakt van de financiële verslagen van 2015.

Voor meer informatie over dit onderzoek bekijk de internationale resultaten

Contact

Danny Siemes

Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 42 64

Volg ons