De impact van Brexit op het gebied van directe belastingen

Er is al veel gezegd en geschreven over de invloed van Brexit op bijvoorbeeld supply chains, de goederenstroom, juridische aspecten en het vrij verkeer van mensen. Echter, Brexit zal ook een belangrijke invloed hebben op de directe belastingen-positie van multinationals Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten? En welke maatregelen kunnen er worden genomen om de negatieve gevolgen van Brexit op jouw directe belastingen-positie te beperken? Het is goed om te weten dat de invloed van Brexit op de belastingpositie ook zorgvuldig wordt overwogen door de Nederlandse minister van Financiën. Hij heeft recentelijk aangekondigd dat in het geval van een no deal Brexit, een kortdurend overgangsrecht zal worden geïntroduceerd om de effecten te beperken. Vooralsnog wachten we op het concept besluit en adviseren we bedrijven om de potentiële impact in kaart te brengen en zich voor te bereiden.

Fiscale eenheid: papillon- en zuster fiscale eenheden

Als gevolg van Europese jurisprudentie heeft de Nederlandse overheid het fiscale eenheidsregime geopend voor Nederlandse belastingplichtigen waarbij dan wel (1) een belastingplichtige van een EU of EER land als tussenhoudster acteert (i.e. een papillon fiscale eenheid) of (2) waarbij de aandelen in Nederlandse belastingplichtigen worden gehouden door dezelfde belastingplichtige van een EU of EER land (i.e. een zuster fiscale eenheid). Na Brexit zijn in het VK gevestigde belastingplichtige entiteiten niet meer belastingplichtig in een EU of EER land en als gevolg daarvan wordt niet langer voldaan aan de voorwaarden voor een papillon en/of zuster fiscale eenheid. Het gevolg is dat de papillon of zuster fiscale eenheid zal ophouden te bestaan per de datum van een no deal Brexit (i.e. 29 maart 2019). Dit zou kunnen leiden tot de toepassing van anti-misbruikwetgeving, transfer pricing verplichtingen etc en zal resulteren in aparte aangifteverplichtingen voor de Nederlandse belastingplichtige bedrijven. Het aangekondigde overgangsrecht zou mogelijk kunnen bepalen dat de fiscale eenheden worden geacht in stand te blijven voor de rest van het lopende fiscale boekjaar, maar dit is momenteel nog niet zeker.

Dividendbelasting

Door het ontbreken van van een dividendbelasting en de invoering van andere fiscaalvriendelijke regimes heeft het VK zich over de afgelopen jaren ontwikkeld tot belangrijke locatie voor internationale houdstermaatschappijen. Voor inkomende dividenden (i.e. dividenden die worden ontvangen door de houdstermaatschappij in het VK vanuit andere EU landen) wordt in veel gevallen de lokale implementatie van de EU Moeder/Dochter Richtlijn gebruikt om de dividendbelasting verschuldigd in het uitkerende land te verlagen naar 0%. Echter, in veel van deze lokale implementaties wordt verwezen naar een uiteindelijk gerechtigde ontvanger die belastingplichtig is in een EU of EER land. Na Brexit zullen bedrijven met zo’n uiteindelijk gerechtigde ontvanger niet langer toegang hebben tot dit gunstige EU systeem en zullen dus terugvallen op de belastingverdragen die zijn gesloten door de verschillende landen met het VK. Dit betekent bijvoorbeeld dat bronbelasting verschuldigd zal zijn op betalingen vanuit de volgende EU landen aan het VK: Oostenrijk, Kroatië, Tsjechië, Duitsland, Griekenland, Italië, Litouwen, Luxemburg, Portugal en Roemenië. Dit kan mogelijk voorkomen worden door Nederland te gebruiken als centrale houdsterlocatie voor continentaal Europa, aangezien Nederland en het VK een belastingverdrag hebben gesloten met in veel gevallen 0% bronbelasting.

Grensoverschrijdende fusies

Onder Nederlands fiscaal recht is het mogelijk om een grensoverschrijdende fusie te laten plaatsvinden tussen een Nederlands belastingplichtige entiteit en een entiteit belastingplichtig in een EU of EER land, waarbij uitstel van belastingheffing kan worden gekregen als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Na Brexit zijn entiteiten belastingplichtig in het VK niet langer meer belastingplichtig in een EU of EER land. Daardoor vallen grensoverschrijdende fusies met een belastingplichtige in het VK niet langer onder de bepaling die uitstel van belastingheffing faciliteert. Omdat bij een grensoverschrijdende fusie twee juridische systemen betrokken zijn, is de positie in het VK in dit geval ook belangrijk. Er is in het VK al aangekondigd dat (1) het niet langer mogelijk zal zijn om een grensoverschrijdende fusie, SE oprichting of SE migratie te starten na 29 maart 2019 zelfs in geval van aanname van de uittredingsovereenkomst, (2) het niet langer mogelijk zal zijn een grensoverschrijdende fusie, SE oprichting of SE migratie welke nog niet is afgerond en geregistreerd voor 29 maart 2019 af te ronden en (3) de afronding van uitgaande grensoverschrijdende fusies na 29 maart 2019 waarbij het VK pre-fusie certificaat is behaald voorafgaand aan 29 maart 2019 mogelijk zal zijn afhankelijk van de lokale grensoverschrijdende fusie regels in het ontvangende EU land.

LOB-clausule toepassing

Verschillende belastingverdragen bevatten een zogenaamde Limitation of Benefits-clausule (“LOB-clausule”). In sommige gevallen vereist zo’n LOB-clausule dat een multinational genoteerd is aan een erkende aandelenbeurs om te voldoen aan de LOB-clausule. Een erkende aandelenbeurs wordt vaak gedefinieerd als een aandelenbeurs binnen de EU. Na Brexit is de Londense aandelenbeurs niet langer een aandelenbeurs binnen de EU en valt dus niet langer onder de reikwijdte van een erkende aandelenbeurs. Een potentiële overgangsperiode zoals momenteel opgenomen in de (niet aangenomen) uittredingsovereenkomst heeft mogelijk geen effect hierop, aangezien niet-EU landen niet verplicht zijn het VK te behandelen als zijnde een onderdeel van de EU gedurende de overgangsperiode.

Toepassing van jurisprudentie van het Hof van Justitie EU

Over de afgelopen jaren heeft het Hof van Justitie EU (“HvJ EU”) in verschillende zaken jurisprudentie gewezen over de toepassing van directe belastingen in grensoverschrijdende situaties. Hieronder valt bijvoorbeeld de jurisprudentie over het importeren van definitieve verliezen geleden in een ander land, de toegang van vaste inrichtingen tot belastingverdragen met derde landen en de juridische erkenning van buitenlandse entiteiten. Na Brexit zal het HvJ EU zijn competentie in relatie tot het VK verliezen, waardoor claims op de directe werking van jurisprudentie van het HvJ EU niet langer gehonoreerd zullen worden.

Contact

Jan-Willem Thoen

Senior Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 36 80