Skip to content Skip to footer
Search

Loading Results

Fiscale maatregelen coalitieakkoord 2021 en voorjaarsnota 2022

Op 15 december 2021 is het Coalitieakkoord 2021-2025 Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst gepubliceerd waarin verschillende belastingmaatregelen waren voorgesteld. Inmiddels is er een andere realiteit ontstaan. Op 20 mei 2022 heeft het kabinet de Voorjaarsnota 2022 gepubliceerd. Hierin staan verschillende aanpassingen op de voorstellen uit het Coalitieakkoord. Hier vindt u een overzicht van de huidige stand van zaken. De maatregelen aangegeven met een * zijn aangevuld op basis van de Voorjaarsnota 2022.

Algemeen

Het kabinet heeft in het Coalitieakkoord aangegeven het belastingstelsel te willen vereenvoudigen en hervormen. Concreet wil het kabinet de komende regeerperiode de eerste stappen zetten om het toeslagenstelsel af te schaffen (zie bijvoorbeeld hieronder bij het kopje Afschaffing kinderopvangtoeslag). Verder heeft het midden- en kleinbedrijf bijzondere aandacht van het kabinet, alsmede het inkomensbeleid gericht op de lage en middeninkomens. Op het gebied van het (internationale) vestigingsklimaat spreekt het kabinet het voornemen uit om vooral te zorgen voor een stabiel en voorspelbaar ondernemingsklimaat. Er worden de nodige stappen gezet in het kader van het milieu- en klimaatbeleid om de Fit for 55 doelstellingen te halen, waaronder een verhoging van de CO2-heffing en de Energiebelasting maar ook verdere subsidiëring van verduurzaming door het bedrijfsleven. Deze voornemens zijn niet wezenlijk veranderd in de Voorjaarsnota 2022.

Een aantal hoofdpunten die sinds het sluiten van het Coalitieakkoord veelvuldig in het politieke debat aan de orde zijn geweest zijn: extra uitgaven aan defensie, de verhoging van het minimumloon en koppeling van de AOW aan de stijging van het minimumloon en de gerechtelijke uitspraak van box 3, waarvan de derving wordt gevonden ‘door de lasten binnen het domein (met name in box 2 en box 3) te verhogen’. Dit heeft in de Voorjaarsnota 2022 geleid tot een aantal aanpassingen op de fiscale maatregelen zoals oorspronkelijk gepresenteerd in het Coalitieakkoord en enkele nieuwe maatregelen. De nieuwe maatregelen hebben onder andere betrekking op het verzachten van de gevolgen van de sterk gestegen energieprijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne.

Verder wordt in de Voorjaarsnota 2022 aangegeven dat, naast de hierna beschreven maatregelen, het kabinet in aanloop naar Prinsjesdag gaat kijken naar de wijze waarop de verhouding tussen lasten op vermogen en arbeid meer in balans kunnen worden gebracht.

Inkomstenbelasting/Toeslagen

Afschaffing kinderopvangtoeslag

De vergoeding van de kinderopvang voor werkende ouders met kinderen tot 12 jaar wordt in stappen verhoogd tot 95 procent. Het is mogelijk dat het vergoedingspercentage op basis van praktijkervaringen en gedragseffecten wordt verhoogd naar 100 procent. De toeslag wordt direct uitgekeerd aan kinderopvanginstellingen en ouders betalen een kleine eigen bijdrage.

Hervorming & vereenvoudiging huurtoeslag

De maximale huurgrens wordt afgeschaft en er komt een systeem van normhuren op basis van inkomen.

Afschaffen inkomensafhankelijke combinatiekorting

De Inkomensafhankelijke Combinatiekorting (IACK) wordt voor nieuwe gevallen afgeschaft na 2024. Dit wordt gedaan door vanaf 2025 een leeftijdsondergrens op basis van geboortejaar te hanteren. De IACK wordt met ingang van 2037 geheel afgeschaft.

Huisgenoten vanaf 27 jaar onderdeel kostendelersnorm

De hoogte van (bepaalde) uitkeringen is afhankelijk van de leeftijd van de mensen met wie u samenwoont. Deze leeftijdsgrens voor de zogenaamde kostendelersnorm wordt verhoogd naar 27 jaar.

Afbouw zelfstandigenaftrek; verhoging arbeidskorting

De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2023 met stappen van 650 euro per jaar teruggebracht tot 1.200 euro in 2030. Volgens de al aangenomen wetgeving wordt de zelfstandigenaftrek in 2022 afgebouwd tot 6.310 euro. De beoogde afbouw zou uiteindelijk leiden tot een bedrag van 3.240 euro in 2036. Maar er wordt nu dus ingezet op een snellere en nog verdere verlaging. Hierbij geldt wel dat zelfstandigen worden gecompenseerd door een verhoging van de arbeidskorting.

Afschaffen Fiscale oudedagsreserve (FOR)*

De FOR wordt volgens de Voorjaarsnota afgeschaft: met ingang van 1 januari 2023 mag de FOR niet meer fiscaal gefaciliteerd worden opgebouwd, maar de bestaande reeds opgebouwde FOR kan nog wel op basis van de huidige regels worden afgewikkeld.

Afbouw algemene heffingskorting met verzamelinkomen per 2025* 

De algemene heffingskorting is op dit moment gekoppeld aan het box 1-inkomen. Door de voorgestelde maatregel in de Voorjaarsnota gaat, naast het box 1-inkomen, ook het inkomen uit box 2 en 3 meetellen voor de afbouw van de algemene heffingskorting. Hierdoor ontvangen mensen die voornamelijk inkomen hebben in box 2 en 3 een lagere korting op de te betalen belasting. Deze maatregel wordt ingevoerd per 2025.

Hogere ouderenkorting*

De ouderenkorting zou volgens het Coalitieakkoord met 376 euro omhoog gaan. Volgens de Voorjaarsnota gaat deze verhoging niet door.

Bedrijfsopvolging

Het kabinet kondigt aan de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten, waaronder de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting, te willen verbeteren. Deze moeten eenvoudiger worden. Verder moet oneigenlijk gebruik van deze regelingen worden tegengegaan, zodat alleen reële bedrijfsopvolgingen in aanmerking komen voor de faciliteiten.

Wet excessief lenen

Het wetsvoorstel excessief lenen wordt aangepast, waarbij de grens wordt verhoogd van 500.000 euro naar 700.000 euro.

Box 2: twee schijven 26 procent en 29,5 procent per 2024*

De Voorjaarsnota kondigt aan dat per 2024 twee schijven in box 2 worden ingevoerd. De eerste schijf heeft een basistarief van 26 procent voor de eerste 67.000 euro aan inkomsten per persoon en de tweede schijf een tarief van 29,5 procent over het meerdere. 

Box 2: doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon van 25 procent naar 15 procent*

Op basis van de huidige doelmatigheidsmarge mag het gebruikelijk loon voor de directeurgrootaandeelhouder (dga) 25 procent lager worden gesteld dan het loon dat normaal is voor het niveau en de duur van de arbeid van de dga. Deze marge wordt volgens de Voorjaarsnota verlaagd naar 15 procent, waardoor dga’s zichzelf mogelijk meer gebruikelijk loon moeten toekennen en meer belasting in box 1 gaan betalen.

Box 3*

Per 2025 zal er een nieuw box 3-stelsel op basis van reëel rendement worden ingevoerd. Vooruitlopend daarop zal per 2023 de leegwaarderatio worden afgeschaft, waardoor de belasting van het rendement op verhuurd vastgoed in box 3 meer zal gaan aansluiten bij de praktijk. De vrijstelling in box 3 zou volgens het Coalitieakkoord in drie stappen worden verhoogd naar ongeveer 80.000 euro. Volgens de Voorjaarsnota gaat deze verhoging niet door. In het nieuwe box 3-stelsel zullen reguliere voordelen per 2025 worden belast, zoals rente, dividend en huurinkomsten en waardeontwikkelingen. De waardeontwikkeling van vastgoed zal eerst nog forfaitair worden belast, waarbij zo snel mogelijk de overstap wordt gemaakt naar werkelijk rendement. Zeker met het oog op de uitspraak van de Hoge Raad van eind 2021, waarin de Hoge Raad de huidige box 3-heffing in strijd met grondrechten verklaarde, wil het kabinet vaart zetten achter de heffing over werkelijk rendement.

Hypotheekrenteaftrek

De huidige afbouw van de hypotheekrenteaftrek leidt tot een maximering van de aftrek op het basistarief van 37,05 procent in 2023. Deze afbouw wordt niet verder versneld.

Middelingsregeling

De middelingsregeling in de Inkomstenbelasting wordt per 2023 afgeschaft. Dit houdt in dat 2022-2024 het laatste tijdvak is waarover gemiddeld kan worden.

Loonbelasting/Sociale zekerheid

Hoger minimumloon*

Een wettelijk minimumuurloon wordt ingevoerd op basis van een 36-urige werkweek. Daarnaast wordt het wettelijk minimumloon (WML) stapsgewijs verhoogd met 7,5 procent. Volgens de Voorjaarsnota wordt deze verhoging van het WML een jaar eerder gestart en vindt plaats in drie stappen. Het WML wordt verhoogd met 2,5 procent in zowel 2023 als 2024 en met 2,32 procent in 2025. Dit leidt tot incidenteel hogere uitgaven in 2023 en 2024 aan onder ander AOW (zie hierna), bijstand en Wajong.

Reiskostenvergoeding*

Volgens het Coalitieakkoord zou de onbelaste reiskostenvergoeding vanaf 1 januari 2024 worden verhoogd. In de Voorjaarsnota wordt de verhoging een jaar vervroegd en per 2023 doorgevoerd. Lees voor achtergrond en eerdere communicatie ons eerdere Belastingnieuwsbericht.

30%-regeling beperkt tot Balkenende-norm*

Werknemers die vanuit een ander land naar Nederland komen om te werken, kunnen dankzij de 30%-regeling maximaal 30 procent van hun loon onbelast ontvangen. Als gevolg van de voorgestelde maatregel in de Voorjaarsnota geldt de regeling nog tot maximaal de WNT-norm (Wet normering topinkomens 2022: 216.000 euro). Deze nieuwe maatregel kent door een overgangsregeling een ingroeipad van drie jaar.

Lage inkomensvoordeel afgeschaft

Het lage inkomensvoordeel (LIV) wordt naar aanleiding van het pensioenakkoord afgeschaft per 2024. Het nog alternatieve instrument, een loonkostenvoordeel (LKV) voor jongeren, wordt niet ingevoerd.

Betaald ouderschapsverlof verhoogd

Het uitkeringspercentage van de WAZO (Wet arbeid en zorg) betaald ouderschapsverlof wordt verhoogd van 50 procent naar 70 procent van het dagloon, met als maximum 70 procent van het maximum dagloon.

Stimuleren gendergelijkheid

Gendergelijkheid op de arbeidsmarkt wordt aangemoedigd door de uitbreiding van het betaald ouderschapsverlof naar 70 procent van het dagloon, het bestrijden van zwangerschapsdiscriminatie en door beter te controleren op loonverschillen. Ook wordt het werken van meer uren of dagen in de week en een evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende posities gestimuleerd.

Loondoorbetaling bij ziekte

Er wordt geld uitgetrokken voor lastenverlichting van het mkb via loondoorbetaling bij ziekte.

Zelfstandigen

Verdere ontwikkeling van een webmodule kan bijdragen aan het vooraf verkrijgen van zekerheid voor zzp'ers over de aard van de arbeidsrelatie. Schijnzelfstandigheid wordt tegengegaan door betere publiekrechtelijke handhaving in het geval van het vermoeden van werknemerschap.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Er komt een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle zelfstandigen, die zo wordt vormgegeven dat oneerlijke concurrentie en te grote inkomensrisico’s voor individuen worden voorkomen.

Loondienst medische specialisten

Indien er binnen twee jaar niet voldoende verbetering optreedt bij medisch specialistische bedrijven op het gebied van verantwoordelijkheid rondom passende zorg, bestuurbaarheid en perverse prikkels zullen alle medisch specialisten bij deze bedrijven in loondienst gaan.

Deeltijd-WW voor meer flexibiliteit

De verschillen tussen vast en flex worden verkleind. Tijdelijke contracten zijn voor veel mensen in Nederland de norm, wat tot grote onzekerheid leidt. Oproep-, uitzend- en tijdelijke arbeidscontracten worden daarom beter gereguleerd. Om bedrijven te ondersteunen zich hier flexibel en wendbaar in op te stellen, wordt gewerkt aan een budgettair neutrale deeltijd-WW.

AOW koppeling aan WML-verhoging van 7,5 procent* 

De hoogte van de AOW-uitkering wordt vanaf 2023 gekoppeld aan de stapsgewijze verhoging van het wettelijk minimumloon (WML) met in totaal 7,5 procent in 2025.

Vennootschapsbelasting

Tegengaan belastingontwijking 

Ook dit kabinet zal zich blijven inzetten om belastingontwijking tegen te gaan. De stappen die het kabinet op dit terrein neemt, zullen voor een belangrijk deel voortkomen uit internationale samenwerking. Nederland werkt daarom actief samen om in internationaal verband tot oplossingen te komen, gericht op het tegengaan van belastingontwijking.

Digitale dienstenbelasting

Er wordt ingezet op een digitale dienstenbelasting. Een digitale dienstenbelasting of “Digital Services Tax” (DST) belast de inkomsten die worden behaald uit online advertentiediensten, ontvangsten of inkomsten uit digitale intermediaire activiteiten en de verkoop van door gebruikers verzamelde gegevens.

Minimum internationaal tarief winstbelasting*

Er komt een minimumtarief voor winstbelasting om oneerlijke concurrentie tussen lidstaten te voorkomen (OESO Pillar II). OESO Pillar II betreft in dit kader kort gezegd een minimumniveau aan belastingheffing van 15 procent bij multinationals. De invoering van OESO Pillar II is uitgesteld. Door dit uitstel worden inkomsten gemist waar al op was gerekend, daarom is in de Voorjaarnota 2022 aangekondigd dat de tariefopstap in de vennootschapsbelasting wordt aangepast.

Aanpassing tariefopstap vennootschapsbelasting* 

De schijfgrens wordt vanaf 2023 verlaagd van 395.000 euro (schijfgrens sinds 2022) naar 200.000 euro. Hierdoor betalen bedrijven eerder het hoge vpb-tarief van 25,8 procent.

CFC-maatregel

De “Controlled Foreign Corporation” (CFC) maatregel uit het adviesrapport van de Commissie Ter Haar zal worden ingevoerd. De commissie had in 2020 voorgesteld om de reeds bestaande CFC-regel effectiever te maken door ook de door een CFC uitgekeerde winsten voortaan in Nederland te belasten.

Klimaat en energie

Algemeen

Het kabinet geeft aan als Nederland koploper in Europa te willen zijn bij het tegengaan van de opwarming van de aarde. Om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn, wordt het doel in de Klimaatwet aangescherpt naar tenminste 55 procent CO2 reductie in 2030. Om er zeker van te zijn dat dit doel wordt gehaald, zal het beleid echter worden gericht op een hogere reductie namelijk 60 procent in 2030.

Verhoging CO2-heffing

Om de uitstootdoelen in het kader van het klimaatbeleid te halen, wordt de CO2-heffing voor de industrie aangescherpt via een aanpassing van het aantal dispensatierechten en het tarief. De CO2-heffing functioneert als een bijheffing bovenop de prijs in de markt voor CO2-emissierechten, zoals deze wordt gevormd in het EU-ETS (Emission Trading System). Per saldo wordt hiermee een minimumprijs voor CO2-uitstoot bewerkstelligd voor bepaalde (energie-intensieve) activiteiten in Nederland.

Energiebelasting

Het tarief voor de tweede en derde schijf voor elektra in de Opslag Duurzame Energie- en Klimaattransitie (ODE) gaat omlaag en er verdwijnen enkele vrijstellingen in de energiebelasting voor mineralogische en metallurgische procedés.

Verhogen budget EIA en MIA/Vamil

De EIA en MIA / Vamil zijn fiscale investeringsfaciliteiten voor kwalificerende investeringen in energie-efficiënte en milieuvriendelijke technologieën. Het budget voor de EIA wordt met ingang van 2023 in acht stappen van 50 miljoen per jaar verhoogd met in totaal 400 miljoen in 2030. Het budget voor de MIA/Vamil wordt met ingang van 2025 in zes stappen van 30 miljoen per jaar verhoogd met in totaal 180 miljoen in 2030.

Rekeningrijden

Uiterlijk in 2030 moeten alle nieuwe auto’s emissieloos zijn. In dat jaar komt voor alle auto’s een systeem van Betalen naar gebruik. De basis voor dat systeem is de motorrijtuigenbelasting, waarvan het tarief afhankelijk wordt van het jaarlijks verreden aantal kilometers. De heffing daarvan is niet tijd- en plaatsgebonden en vervangt de toltrajecten.

Vliegbelasting

De vliegticketbelasting gaat per 2023 omhoog en de opbrengst gaat deels naar de verduurzaming van de luchtvaart en vermindering van leefomgevingseffecten.

Klimaat- en Transitiefonds

Voor de komende 10 jaar wordt er een klimaat- en transitiefonds ingesteld van 35 miljard euro, aanvullend op de huidige Subsidieregeling Duurzame Energie SDE++. Dit fonds moet onder andere helpen om de benodigde energie-infrastructuur (elektriciteit, warmte, waterstof en CO2) aan te leggen.

Schenk- en erfbelasting

Bedrijfsopvolging

Het kabinet kondigt aan de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten, waaronder de bedrijfsopvolgingsregeling voor de schenk- en erfbelasting, te willen verbeteren. Deze regeling moet eenvoudiger worden. Verder moet oneigenlijk gebruik van deze regeling worden tegengegaan, zodat alleen reële bedrijfsopvolgingen voor de regeling in aanmerking komen.

Jubelton afgeschaft*

De verruimde schenkingsvrijstelling van 106.671 euro (2022) voor de eigen woning wordt per 2024 geschrapt. Het is volgens de minister technisch niet mogelijk om de vrijstelling eerder af te schaffen. De afschaffing wordt verwerkt in het wetsvoorstel Belastingplan 2023. In aanloop tot de afschaffing gaat deze vrijstelling per 1 januari 2023 van 106.671 euro omlaag naar 27.231 euro.

Overdrachtsbelasting

OVB niet-woningen*

De overdrachtsbelasting voor niet-woningen én op verkrijgingen van woningen door rechtspersonen en particulieren die niet zelf langdurig in de woningen gaan wonen zou volgens het Coalitieakkoord per 2023 worden verhoogd van 8 naar 9 procent, maar volgens de Voorjaarsnota wordt dit tarief verhoogd naar 10,1 procent.

Omzetbelasting en Accijnzen

Btw-nultarief op zonnepanelen*

Omwille van de eenvoud voor particulieren en Belastingdienst, gaat de btw op zonnepanelen op grond van de Voorjaarsnota van 21 procent naar 0 procent.

Verlagen btw en accijnzen wegens hoge energierekeningen*

Vanwege hoge energierekeningen wordt de btw op energie per 1 juli 2022 van 21 procent naar 9 procent verlaagd, terwijl de accijnzen op benzine en diesel al per 1 april 2022 met 21 procent zijn verlaagd. Beide wijzigingen gelden tot en met 31 december 2022. Vanaf 1 januari 2023 worden de accijnzen naar het oude niveau gebracht, waarbij de brandstofvoorraden niet worden aangeslagen tegen dit nieuwe tarief.

Kleine ondernemersregeling (KOR)*

Op grond van de Richtlijn kleineondernemersregeling wordt per 1 januari 2025 de KOR aangepast. De belangrijkste wijziging is dat een ondernemer de KOR ook kan toepassen in andere lidstaten, bijvoorbeeld een Nederlandse ondernemer in België en een Belgische ondernemer in Nederland.

Nultarief op groente en fruit

Het kabinet beziet de mogelijkheid voor het op termijn verlagen van de btw op groente en fruit naar 0 procent. Dit in het kader van het stimuleren van een gezonde levensstijl. Deze maatregel wordt in samenhang met het invoeren van een suikerbelasting (zie hierna) onderzocht.

Suikerbelasting en belasting op suikerhoudende dranken

Er wordt onderzocht hoe op termijn een suikerbelasting kan worden ingevoerd. In het kader van het ontmoedigen van ongezonde voeding wil het kabinet de belasting op suikerhoudende dranken verhogen. De verhoging van de belasting op frisdrank gaat in per 2023. Het uitzonderen van mineraalwater is pas per 2024 mogelijk. Om te voorkomen dat over bier minder accijns moet worden betaald dan over frisdrank, wordt het minimumtarief van bier ook verhoogd.

Uitbreiding kring belastingplichtigen frisdrankbelasting*

De kring van belastingplichtigen voor de frisdrankbelasting (‘verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken’) is beperkt tot degene die de alcoholvrije dranken voorhanden heeft. Omdat via aankopen door particulieren en toelevering vanuit het buitenland belastingontwijking steeds meer toenam, wordt deze kring uitgebreid naar ‘enig andere persoon die bij het voorhanden hebben ervan betrokken is’, hetgeen aansluit op de huidige systematiek van de Wet op de accijns.

Verhoging accijns op tabak

Eveneens in het kader van gezondheidsbeleid en het ontmoedigen van roken, kondigt het kabinet aan de accijns op tabak te verhogen, zodat een pakje ongeveer 10 euro gaat kosten in 2024. Dit vindt plaats in twee opvolgende stappen.

Overige maatregelen

Afschaffing verhuurderheffing

De verhuurderheffing verdwijnt per 2023 in haar geheel. De investeringscapaciteit die hierdoor ontstaat, moeten corporaties gaan inzetten voor de bouw van flexwoningen, betaalbare huurwoningen, renovatie, verduurzaming en voor de leefbaarheid van wijken.

In 2023 neemt het budget met 470 miljoen euro af, in 2024 met 900 miljoen euro, in 2025 met 1.42 miljard euro en structureel met 1,710 miljard euro.

Fiscale rechtshulp

Er komt een laagdrempelige, onafhankelijke fiscale rechtshulp en directe fiscale bijstand voor burgers, naar voorbeeld van de Amerikaanse ‘Taxpayers Advocate Service’.

Introductie Maatschappelijke B.V.

In het Regeerakkoord 2017 - 2021 werd de belofte gedaan om “passende regels en meer ruimte voor ondernemingen met sociale of maatschappelijke doelen” te creëren. Het huidige coalitieakkoord concretiseert dit voornemen met de aankondiging van “de introductie van de Maatschappelijke B.V.” Daarmee zal de eerder geconsulteerde BVm tijdens deze kabinetsperiode - en mogelijk al volgend jaar - naar verwachting als wetsvoorstel worden ingediend. Daarnaast wordt voor maatschappelijk ondernemen een duidelijk kader van rapportage-eisen aangekondigd en een aangepast voorstel voor duurzaamheidsinitiatieven waarmee een uitzondering op de Mededingingswet mogelijk wordt. Ook zouden voor een BVm, aangezien een dergelijke vennootschap primair algemeen nuttige impact beoogt voor de maatschappij, fiscale faciliteiten kunnen worden ontwikkeld. Naar verwachting kan dit een vervolgstap zijn na inwerkingtreding van de BVm. De Voorjaarsnota bevat op dit terrein geen wijzigingen, zodat men er vanuit mag gaan dat er nog onverkort gewerkt wordt aan de introductie van de BVm.

Volg ons

Contact

Knowledge Centre

Rotterdam, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 43 51

Hide