Overzicht fiscale maatregelen Belastingplan 2023

Alle maatregelen gaan in per 2023, tenzij anders vermeld. De maatregelen aangegeven met een * zijn al vastgelegd in een eerder wetsvoorstel.

Inkomstenbelasting/Toeslagen

Inkomstenbelastingtarief eerste schijf omlaag

Het tarief van de eerste schijf in de inkomstenbelasting gaat omlaag van 37,07 procent in 2022 naar 36,93 procent in 2023. De grens van de eerste tariefschijf gaat omhoog van 69.398 euro in 2022 naar 73.031 euro in 2023.

Hypotheekrenteaftrek*

De huidige afbouw van de hypotheekrenteaftrek leidt tot een maximering van de aftrek op het basistarief van 36,93 procent in 2023. Hierna wordt de hypotheekrenteaftrek niet verder afgebouwd.

Middelingsregeling afgeschaft

De middelingsregeling in de inkomstenbelasting wordt per 2023 afgeschaft. Dit houdt in dat 2022-2024 het laatste tijdvak is waarover middeling mogelijk is. 

Bestuurdersbeloning*

De goedkeuring om internationale dubbele belasting over bestuurders- en commissarisbeloningen te voorkomen door middel van de vrijstellingsmethode in plaats van de verrekeningsmethode vervalt. Hierdoor zal in verdragssituaties waarin de verrekeningsmethode is voorgeschreven, deze methode (weer) gaan gelden. Lees hier ons eerder bericht.

Tijdelijke verruiming willekeurige afschrijving in 2023

In 2023 mag op nieuwe aangewezen bedrijfsmiddelen maximaal 50 procent van de aanschaffings- of voortbrengingskosten willekeurig worden afgeschreven. Het restant wordt vervolgens regulier afgeschreven. Deze eerder aangekondigde regeling is gepubliceerd in de Eindejaarsregeling 2022 van 27 december 2022.

Bepaalde bedrijfsmiddelen worden van de regeling uitgesloten, bijvoorbeeld schepen, gebouwen en immateriële activa. De keuze voor willekeurige afschrijving in 2023, heeft ook invloed op de op te nemen latenties in de jaarrekening (en kwartaalrapportages) van 2023. Lees meer in het Belastingnieuwsbericht ‘In 2023 kunt u willekeurig afschrijven, lees de voorwaarden’.

Afbouw zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt nog veel sneller en verder afgebouwd dan in eerdere belastingplannen al was geregeld. De zelfstandigenaftrek gaat van 6.310 euro in 2022 naar uiteindelijk 900 euro in 2027: de afbouw wordt 1.280 euro per jaar in 2023, 2024 en 2025 en 1.270 euro in 2026. De zelfstandigenaftrek voor starters, de startersaftrek, blijft ongewijzigd: 2.123 euro.

Fiscale oudedagsreserve (FOR) afgeschaft

De FOR mag niet meer fiscaal gefaciliteerd worden opgebouwd. De tot 31 december 2022 opgebouwde FOR kan volgens de huidige regels worden afgewikkeld.

Het kabinet is bereid de mogelijkheid te onderzoeken om de reeds opgebouwde FOR vrijwillig vrij te laten vallen in de winst van een boekjaar, dan wel deze aan te houden en uiteindelijk aan te wenden voor een oudedagsreservelijfrente.

Verlaging cap bijtellingsvoordeel voor auto van de zaak die privé wordt gebruikt

Met ingang van 2022 is de cap in de bijtelling (de catalogusprijs waarover de maximale korting op de bijtelling voor emissievrije personenauto’s van toepassing is) al verlaagd. Per 1 januari 2023 wordt de cap verder verlaagd van 35.000 euro naar naar 30.000 euro. 

Wet excessief lenen*

Het wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap is aangenomen. Leningen van een aanmerkelijkbelanghouder en diens partner boven de 700.000 euro worden belast in box 2 alsof het een dividenduitkering betreft. Onder voorwaarden geldt een uitzondering voor de bestaande en nieuwe leningen voor de eigen woning. Lees meer hierover in dit verdiepende artikel.

Box 2: twee schijven 24,5 procent en 31 procent per 2024

Het huidige box 2-tarief bedraagt 26,9 procent. Per 2024 krijgt box 2 twee schijven. De eerste schijf belast tot 67.000 euro aan box 2-inkomsten per persoon tegen een tarief van 24,5 procent en voor de tweede schijf geldt een tarief van 31 procent over het meerdere.

Box 2: afschaffing doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon

De doelmatigheidsmarge van het loon van een directeur grootaandeelhouder (dga) wordt in zijn geheel afgeschaft. Het gebruikelijk loon wordt daardoor minimaal gelijk aan het loon van de meestverdienende werknemer binnen de organisatie of minimaal gelijk aan het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking buiten de organisatie. Daarnaast geldt nog de wettelijke minimum ondergrens.

Gebruikelijkloonregeling innovatieve start-ups vervalt

De versoepeling van de gebruikelijkloonregeling voor innovatieve start-ups vervalt. Aanmerkelijkbelanghouders die al gebruik maken van de regeling in 2022 kunnen, als zij daarvoor in aanmerking komen, nog gebruik maken van het overgangsrecht tot en met 2024.

Verhuurd vastgoed als beleggingsvermogen aangemerkt

Het kabinet wil verhuurd vastgoed standaard als beleggingsvermogen aanmerken bij de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de inkomstenbelasting en schenk- en erfbelasting (‘BOR’). Komend voorjaar komt het kabinet met een voorstel voor aanpak van belastingconstructies en oneigenlijk gebruik van fiscale regelingen, waarbij in ieder geval wordt gekeken naar de effecten van deze maatregel voor de BOR. Zie ook ‘BOR blijft en waarschijnlijk aangepast in Belastingplan 2024’.

Afbouw algemene heffingskorting met verzamelinkomen per 2025 

Naast het box 1-inkomen, gaat per 2025 het totale verzamelinkomen, dus ook het inkomen uit box 2 en 3, meetellen voor de afbouw van de algemene heffingskorting.  

Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) afgeschaft

De IACK wordt vanaf 2025 afgeschaft, alhoewel de Eerste Kamer heeft gevraagd deze geleidelijk af te schaffen. Ouders met (een of meer) kinderen die zijn geboren vóór 1 januari 2025 behouden sowieso nog wel recht op IACK.

Toch geen hogere ouderenkorting

Om de verhoging van de AOW-uitkering (deels) te dekken, gaat de in het coalitieakkoord voorgestelde verhoging van de ouderenkorting niet door. Deze wordt slechts geïndexeerd.

Verhoging arbeidskorting

De arbeidskorting wordt verhoogd, met name om de middeninkomens te bereiken. Het maximale bedrag aan arbeidskorting gaat van 4.260 euro naar 5.052 euro. Vanaf een inkomen van 37.626 euro (voorheen 36.649 euro) wordt deze met een percentage van 6,51 procent (voorheen 5,86 procent) afgebouwd tot nihil.

Periodieke giftenaftrek afgetopt

De periodieke giftenaftrek voor giften aan ANBI’s wordt gemaximeerd op 250.000 euro per huishouden per jaar. De grens van 250.000 euro geldt per kalenderjaar en per belastingplichtige en de eventuele fiscale partner samen en is exclusief de multiplier voor giften aan culturele ANBI’s. Voor periodieke giften die voor 4 oktober 2022, 16:00 uur zijn aangegaan geldt een overgangsperiode van vier jaar, deze zijn tot en met 31 december 2026 nog volledig aftrekbaar. De overgangsperiode van vier kalenderjaren geldt ook wanneer de verplichting is aangegaan voor een periode langer dan vijf kalenderjaren.

Aanpassing culturele multiplier voor partners

De multiplier voor giften aan culturele ANBI’s blijkt tot nu toe onjuist te zijn toegepast. De huidige wettekst biedt partners gezamenlijk de mogelijkheid om deze giften met een multiplier van 25 procent te verhogen tot 2.500 euro. De wettekst wordt nu zo veranderd dat giften van partners gezamenlijk kunnen worden verhoogd tot ten hoogste 1.250 euro, in lijn met de huidige uitvoering. Voor partners die toch recht hadden op de hogere aftrekpost in belastingjaren 2017-2022 volgt nog een tegemoetkoming.

Vergoeding kinderopvang 

De kinderopvangtoeslag wordt in de toekomst vervangen door een vergoeding van de kinderopvang voor werkende ouders, die direct wordt uitgekeerd aan kinderopvanginstellingen. Ouders betalen nog een kleine eigen bijdrage. Oorspronkelijk was per 2025 een vergoeding van 95 procent voorgesteld, dit wordt nu 96 procent.

Hoger kindgebonden budget

Ouders ontvangen een hoger kindgebonden budget. Daarnaast gaat het bedrag voor het derde kind omhoog, waarmee dit gelijk wordt aan het bedrag voor het tweede kind. Ook wordt het hogere bedrag voor alleenstaande ouders verhoogd.

Huurtoeslag

Het kabinet bereidt de wijzigingen in de huurtoeslag voor die in het coalitieakkoord staan. Het gaat om het per 2024 invoeren van normhuren, het afschaffen van subsidiëring van de servicekosten, het afschaffen van de maximum huurgrenzen en het verlagen van de jongeren leeftijdsgrens van 23 naar 21 jaar. De maximale huurgrens wordt mogelijk per 2024 afgeschaft en er komt een systeem van normhuren op basis van inkomen. Daarnaast gaat de huurtoeslag met 16,94 euro per maand omhoog.

Eenmalige verhoging zorgtoeslag

De zorgtoeslag wordt eenmalig verhoogd met 412 euro.

Toeslagpartnerbegrip bij opvang Oekraïners

Het recht op toeslagen is niet alleen afhankelijk van het inkomen en vermogen van de aanvrager van de toeslag zelf, maar ook van het inkomen en vermogen van diens partner. Voor de huurtoeslag geldt tevens dat de hoogte ervan afhankelijk is van het inkomen en vermogen van eventuele medebewoners.

Om negatieve inkomenseffecten bij gasthuishoudens die ontheemde Oekraïners opvangen te voorkomen, wordt het toeslagpartnerbegrip niet van toepassing verklaard op ontheemde Oekraïners. De maatregel zal gelden zo lang de EU-richtlijn van kracht is waardoor ontheemde Oekraïners nu beschermd worden.

Inkomstenbelasting: box 3

Rechtsherstel 2017 t/m 2022

Het kabinet introduceert een al eerder aangekondigde nieuwe systematiek voor het berekenen van het voordeel uit sparen en beleggen van box 3: de forfaitaire spaarvariant. Dit vanwege het arrest van de Hoge Raad over box 3. Die oordeelde dat de overheid rechtsherstel moet bieden aan belastingplichtigen met een lager werkelijk rendement dan het forfaitaire rendement. Het rechtsherstel geldt voor (1) belastingplichtigen die deel uitmaken van de massaal bezwaarprocedures, (2) belastingplichtigen voor wie de aanslagen 2017 t/m 2020 nog niet onherroepelijk vaststonden op 24 december 2021 en (3) voor alle belastingplichtigen voor de jaren 2021 en 2022. Lees meer hierover in ons verdiepend artikel ‘Box 3-actualiteiten Belastingplan 2023’ en op onze pagina ‘Wegwijzer box 3’.

Rechtsherstel met forfaitaire spaarvariant

De periodieke giftenaftrek voor giften aan ANBI’s wordt gemaximeerd op 250.000 euro per huishouden per jaar. De grens van 250.000 euro geldt per kalenderjaar en per belastingplichtige en de eventuele fiscale partner samen en is exclusief de multiplier voor giften aan culturele ANBI’s. Voor periodieke giften die voor 4 oktober 2022, 16:00 uur zijn aangegaan geldt een overgangsperiode van vier jaar, deze zijn tot en met 31 december 2026 nog volledig aftrekbaar. De overgangsperiode van vier kalenderjaren geldt ook wanneer de verplichting is aangegaan voor een periode langer dan vijf kalenderjaren.

Hoewel de forfaitaire spaarvariant volgens het kabinet naar redelijkheid uitvoering geeft aan het Kerstarrest van de Hoge Raad, kunnen belastingplichtigen met lagere rendementen dan de gehanteerde forfaits zich nog steeds benadeeld voelen en dus bezwaar aantekenen.

Rechtsherstel voor niet-bezwaarmakers?

Het kabinet heeft besloten geen rechtsherstel te bieden voor niet-bezwaarmakers. Dit zijn belastingplichtigen voor wie de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2017 t/m 2020 is opgelegd en de bezwaar- of beroepstermijn is verlopen. De Hoge Raad had eerder al geoordeeld dat de overheid niet verplicht is rechtsherstel te verlenen aan niet-bezwaarmakers. 

Desalniettemin is er een formele mogelijkheid voor iedere belastingplichtige om deze kwestie opnieuw aan te kaarten. Tot uiterlijk 5 jaren na afloop van een belastingjaar kunt u een zogenoemd verzoek om ambtshalve vermindering indienen. Voor 2017 verloopt deze termijn op 31 december 2022. Voor de jaren 2018 en verder is dat iedere keer een jaar later. Omdat van deze mogelijkheid massaal gebruik lijkt te worden gemaakt, heeft de staatssecretaris een ‘massaal bezwaar plus’-procedure gemaakt, waardoor het voor belastingplichtigen niet meer nodig zou zijn om een verzoek om ambtshalve vermindering in te dienen. Als de rechter uiteindelijk zou beslissen dat ook aan niet-bezwaarmakers rechtsherstel moet worden geboden, dan zal de Belastingdienst dit rechtsherstel aan alle box 3-belastingplichtigen verlenen. Echter, niet alle situaties lijken hierdoor te worden gedekt, bijvoorbeeld een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zou niet worden gedekt. Daarom lijkt het verstandig om alsnog zelfstandig een verzoek om ambtshalve vermindering in te dienen.

Rechtsherstel 2017 t/m 2022: partnerverdeling en voorkoming dubbele belasting

Onder het rechtsherstel kan de situatie ontstaan dat door herrekening van het verzamelinkomen meer uitgaven voor specifieke zorgkosten of aftrekbare giften in aftrek komen. Bij het verlenen van het rechtsherstel wordt voor het extra deel aan aftrekposten aangesloten bij de verdeling van de zorgkosten en giften die de fiscale partners hebben aangegeven in de aangifte. Uit de systematiek van de wetgeving volgt dat per aanslag bezwaar moet worden gemaakt. Als slechts een van de fiscale partners bezwaar heeft ingediend, krijgt dus alleen die partner rechtsherstel.

Voor belastingplichtigen met buitenlandse bezittingen en schulden was de systematiek van voorkoming van dubbele belasting nog niet in lijn met het rechtsherstel. Zo geldt bijvoorbeeld een verschillend rendementspercentage. De regels voor voorkoming van dubbele belasting worden nu aangepast aan de regels van het rechtsherstel.

Reëel rendement per 2026

De doelstelling is om per 2026 een nieuw box 3-stelsel in te voeren op basis van reëel rendement, zoals rente, dividend en huurinkomsten en waardeontwikkelingen. In het tweede kwartaal van 2023 zal bepaald worden per wanneer de wetgeving voor het nieuwe box 3-stelsel daadwerkelijk kan worden ingevoerd. De planning voor het implementatietraject wordt na afronding van de uitvoeringstoets opgesteld.

Overbruggingswetgeving voor 2023, 2024 en 2025

Voor de belastingjaren 2023, 2024 en 2025 heeft het kabinet overbruggende wetgeving voor box 3 ontworpen, op basis van de forfaitaire spaarvariant die gebruikt wordt voor het rechtsherstel (zie hiervoor). Dit is een heffing op basis van forfaitaire rendementen over de werkelijke vermogensmix van drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Het grootste verschil met de periode 2017 t/m 2022 waarin het rechtsherstel uitsluitend kan leiden tot een lager inkomen in box 3, is dat belastingplichtigen in 2023-2025 mogelijk ook méér belasting moeten betalen dan in het huidige systeem.

Overbruggingswetgeving forfaitaire rendementspercentages

Na de verdeling van het vermogen over de drie vermogenscategorieen, wordt voor elke categorie een eigen forfaitair rendementspercentage toegepast. 

  • Voor de banktegoeden (inclusief contant geld) wordt het percentage gebaseerd op het gemiddelde maandelijkse rentepercentage op deposito’s van huishoudens met een opzegtermijn van maximaal drie maanden over de periode januari tot en met november van het lopende kalenderjaar, waarbij de maand november dubbel wordt geteld. Dit betekent dus dat het rendementspercentage pas na afloop van het kalenderjaar definitief wordt vastgesteld.
  • Voor de categorie overige bezittingen wordt het rendementspercentage gebaseerd op het meetkundige gemiddelde van het langetermijnrendement van onroerende zaken, aandelen en obligaties zoals dat geldt voor het voorafgaande kalenderjaar en het rendement in het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Een aandeel in de VvE ‘spaarpot’ en verpachte gronden met wettelijke maximale pacht van 2 procent vallen in deze categorie.
  • Voor de categorie schulden wordt het rendementspercentage gebaseerd op de gemiddelde maandelijkse rente over het totaal uitstaande bedrag aan woninghypotheken van huishoudens voor het lopende kalenderjaar. Ook dit percentage is pas bekend na afloop van het belastingjaar.

Overbruggingswetgeving groene beleggingen

Groene beleggingen moeten worden onderverdeeld in groene banktegoeden en groene beleggingen. De groene banktegoeden vallen in de vermogenscategorie banktegoeden, waarop het lage forfaitaire rendementspercentage van toepassing is. De groene beleggingen vallen in de categorie overige bezittingen, waarop een hoger forfaitaire rendementspercentage van toepassing is. Als een belastingplichtige in beide vermogenscategorieën belegt, wordt de vrijstelling voor groene beleggingen eerst in mindering gebracht op de groene beleggingen en het eventueel resterende deel van de vrijstelling wordt in mindering gebracht op de groene banktegoeden. Deze volgorde van het toepassen van de vrijstelling is in het voordeel van de belastingplichtige.

Geen verliesverrekening in overbruggingstelsel box 3

Er is geen mogelijkheid tot verliesverrekening in het overbruggingsstelsel box 3. Dit geldt zowel binnen box 3 als tussen de verschillende boxen. Verliesverrekening past alleen bij een stelsel van heffing op basis van werkelijk rendement.

Stapsgewijze verhoging tarief en verhoging heffingvrije vermogen

Het belastingtarief van box 3 wordt in stappen van 1 procent verhoogd van 31 procent in 2022 naar 34 procent in 2025. Het heffingvrije vermogen wordt verhoogd van 50.650 euro naar 57.000 euro per belastingplichtige. Voor partners wordt daarmee het heffingvrije vermogen verhoogd van 101.300 euro naar 114.000 euro. Het heffingvrije vermogen wordt in de systematiek automatisch evenredig verdeeld over de drie vermogenscategorieën banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Belastingplichtigen kunnen dus niet kiezen op welke vermogenscategorie zij het heffingvrije vermogen toepassen.

Leegwaarderatio niet afgeschaft, maar aangepast

De leegwaarderatio is een waarderingsmethode voor verhuurde woningen. Deze leegwaarderatio wordt aangepast in plaats van afgeschaft, zoals in het coalitieakkoord was aangekondigd. De percentages in de tabel worden geactualiseerd en het voornemen is dat in de toekomst regelmatig - bijvoorbeeld eens per vijf jaar - te doen. Bij een jaarlijkse huurprijs van meer dan 5 procent ten opzichte van de WOZ-waarde, wordt het percentage van de leegwaarderatio verhoogd naar 100 procent. Tijdelijke huurcontracten worden uitgesloten. Als bij afloop van een huurcontract voor bepaalde tijd aansluitend een nieuw contract wordt aangegaan, of wanneer de verhuurder de huurder niet tijdig informeert over het einde van zo'n huurovereenkomst, is een huurcontract niet langer tijdelijk en is de leegwaarderatio van toepassing. Verder geldt bij verhuur aan gelieerde partijen het hoogste percentage (100 procent) waardoor voor deze situaties de leegwaarderatio de facto geen effect meer heeft.

Loonbelasting

Reiskostenvergoeding

De onbelaste reiskostenvergoeding wordt verhoogd van 19 cent naar 21 cent per kilometer. Per 2024 wordt deze verder verhoogd naar 22 cent per kilometer.

Thuiswerkkostenvergoeding*

De onbelaste thuiswerkkostenvergoeding wordt verhoogd naar 2,15 euro. Lees ook ons artikel.

Verruiming werkkostenregeling 

De vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) wordt eenmalig verruimd naar 3 procent over de eerste 400.000 euro. Vanaf 2024 vervalt deze verhoging en geldt een percentage van 1,92. Voor het restant van de loonsom blijft de WKR 1,18 procent.

30%-regeling: werkelijke kostenvergoeding óf 30% regeling

Werkgevers kunnen expats, onder voorwaarden, extraterritoriale kosten belastingvrij vergoeden. Dit kan op declaratiebasis of via de 30%-regeling. Deze regelingen mogen niet meer naast elkaar worden toegepast in één kalenderjaar, tenzij het de eerste vier maanden van een tewerkstelling betreft.

30%-regeling: beperking loon tot ‘Balkenende-norm’ 

Per 1 januari 2024 kan de 30%-regeling tot maximaal de WNT-norm (2022: 216.000 euro) worden toegepast. Voor expats die in 2022 al gebruikmaken van de 30%-regeling, geldt dat de aftopping pas per 1 januari 2026 in werking treedt. Lees ook ons verdiepend artikel.

Aandelenopties* 

Liquiditeitsproblemen bij uitoefening van aandelenopties die niet verhandelbaar zijn, worden opgelost door uitstel van het heffingsmoment. Lees hier ons eerdere bericht.

Afschaffing doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon

De doelmatigheidsmarge van het loon van een directeur grootaandeelhouder (dga) wordt in zijn geheel afgeschaft. Het gebruikelijk loon wordt daardoor minimaal gelijk aan het loon van de meestverdienende werknemer binnen de organisatie of minimaal gelijk aan het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking buiten de organisatie. Daarnaast geldt nog de wettelijke minimum ondergrens.

Werkgeverslasten omhoog door verhoging premieloon werknemersverzekeringen

Het maximumpremieloon van de werknemersverzekeringen stijgt van 59.706 euro (2022) naar 66.956 euro in 2023. Hierdoor moeten werkgevers rekening houden met een (mogelijke) additionele last tot meer dan 1.600 euro per werknemer. Lees ook ons artikel.

Verlaging Aof-premietarief

Als lastenverlichting zou het premietarief voor het arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) voor kleine bedrijven ongeveer met een half procentpunt verlaagd worden ten opzichte van de gewoonlijke wijziging. De staatssecretaris heeft echter ook andere maatregelen genomen om het MKB tegemoet te komen, wat een impact heeft gehad op de voorgenomen verlaging van de Aof-premie. Uiteindelijk is het tarief van de Aof-premie voor kleine werkgevers op 5,82 procent gesteld.

Boeten kwalificeren niet als negatief loon

Bij het bepalen van het loon van een werknemer zijn boeten, dwangsommen en geldsommen voortaan expliciet uitgesloten. Dit is nu in de wet opgenomen zodat hier geen onduidelijkheid over kan bestaan.

Tijdelijke verruiming lage inkomensvoordeel (LIV)

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt op twee onderdelen gewijzigd. Allereerst wordt de LIV-tegemoetkoming incidenteel verhoogd over 2022. Deze incidentele verhoging wordt uitbetaald in 2023. Daarnaast is er een grondslag gecreëerd om bij ministeriële regeling de absolute bovengrens van het uurloon voor het kalenderjaar 2024 te verlagen.

Indexatie WBSO

De afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) wordt geïndexeerd. De korting op de loonkosten bedraagt momenteel 32 procent over innovatiekosten tot 350.000 euro (voor starters: 40 procent) en 16 procent vanaf 350.000 euro.

Vennootschapsbelasting

Tijdelijke verruiming willekeurige afschrijving in 2023

In 2023 mag op nieuwe aangewezen bedrijfsmiddelen maximaal 50 procent van de aanschaffings- of voortbrengingskosten willekeurig worden afgeschreven. Het restant wordt vervolgens regulier afgeschreven. Deze eerder aangekondigde regeling is gepubliceerd in de Eindejaarsregeling 2022 van 27 december 2022.

Bepaalde bedrijfsmiddelen worden van de regeling uitgesloten, bijvoorbeeld schepen, gebouwen en immateriële activa. De keuze voor willekeurige afschrijving in 2023, heeft ook invloed op de op te nemen latenties in de jaarrekening (en kwartaalrapportages) van 2023. Lees meer in het Belastingnieuwsbericht ‘In 2023 kunt u willekeurig afschrijven, lees de voorwaarden’.

Tarief en schijfgrens

De grens voor de eerste schijf wordt verlaagd van 395.000 euro (schijfgrens sinds 2022) naar 200.000 euro. Hierdoor betalen bedrijven eerder het hoge vpb-tarief van 25,8 procent. Het opstaptarief over die eerste schijf gaat omhoog van 15 procent naar 19 procent. Lees hier meer over in ons verdiepende artikel over de veranderingen voor DGA’s.

Betalingskorting voorlopige aanslag vervalt*

De betalingskorting bij betaling ineens van de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting komt per 1 januari 2023 te vervallen.

Vastgoedmaatregel fiscale beleggingsinstelling (fbi)

Het kabinet kondigt aan per 1 januari 2024 een maatregel te introduceren op basis waarvan fbi’s niet meer direct in vastgoed mogen beleggen (vastgoedmaatregel). De vastgoedmaatregel moet ervoor zorgen dat de winst behaald met vastgoed in alle gevallen kan worden belast met vennootschapsbelasting, bijvoorbeeld ook in alle gevallen waarin buitenlandse beleggers in Nederlands vastgoed beleggen. Het is de bedoeling dat de vastgoedmaatregel wordt opgenomen in het pakket Belastingplan 2024. De komende tijd zal het kabinet de wenselijkheid en eventuele flankerende maatregelen onderzoeken.

Mijnbouwwet

Het cijnstarief, een belasting die olie- en gasexploitanten betalen, gaat omhoog. Voor 2023 en 2024 zal een tijdelijk cijnstarief gelden van 65 procent van de omzet voor zover gerealiseerd met de verkoop van aardgas tegen een gemiddelde prijs hoger dan 0,50 euro per m3.

Schakelbepaling fiscale oudedagsreserve (FOR)

De verwijzing in de Wet Vpb 1969 naar de FOR in de Wet IB 2001 vervalt. Dit in verband met de uitfasering van de FOR in de Wet IB 2001.

Klimaat en energie

Maatregel btw-tariefsverlaging op energie loopt af

In 2022 werd een tijdelijke verlaging van het btw-tarief op energie van 21 procent naar 9 procent ingevoerd voor de periode 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022. Deze maatregel wordt niet verlengd.

Cijns Mijnbouwwet

Voor 2023 en 2024 geldt een cijnstarief (opslag) van 65 procent over de omzet voor zover gerealiseerd met de verkoop van aardgas tegen een gemiddelde prijs boven de 0,50 euro per kubieke meter aardgas. De heffingsvrije voet en reguliere tarieven blijven hetzelfde, waardoor de positie van vergunninghouders niet zal verslechteren en de inbreuk op het eigendomsrecht (EVRM) beperkt zal zijn.

Tijdelijke solidariteitsbijdrage 

Er komt een tijdelijke solidariteitsbijdrage voor bedrijven met activiteiten in de ruwe olie, aardgas, kolen en de raffinage van aardolie conform de EU Verordening. De overwinst wordt belast tegen een percentage van 33%.

Tijdelijk verplicht plafond op marktinkomsten van producenten van elektriciteit 

De EU Verordening verplicht lidstaten om vanaf 1 december 2022 gedurende zeven maanden de marktopbrengsten van producenten die elektriciteit opwekken uit de in de Verordening genoemde bronnen te plafonneren. Het betreft voor Nederland onder andere elektriciteit opgewekt uit wind, zon, waterkracht, biomassa, biogas, afval en kernenergie. De heffing treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 december 2022.

Aanscherpen CO2-heffing industrie (aanpassing parameter)

In lijn met de Wet CO2-heffing industrie en de nieuwe EU ETS-benchmarks, zal de nationale reductiefactor per 1 januari 2023 worden herijkt. Daarnaast is de reductiefactor, en daarmee effectief het aantal dispensatierechten, aangescherpt. De voorgestelde reductiefactor voor het jaar 2023 wordt 1,213. De jaarlijkse afname van de reductiefactor stijgt naar 0,078 per jaar.

Het tarief van de CO2-heffing voor 2023 stond al vast (bedraagt per ton kooldioxide-equivalent 41,75 euro). Het kabinet wil in 2024 bepalen of het tarief van de CO2-heffing hoger moet worden vanaf 1 januari 2025.

CO2 minimumprijs industrie 

Er komt er een CO2-minimumprijs voor de door dispensatierechten gedekte emissies van industriële bedrijven. De CO2-minimumprijs is slechts van toepassing indien de EU ETS prijs lager is dan de CO2 minimumprijs van dat jaar.

Een jaar uitstel klimaatprikkel energiebelasting

De verhoging van het tarief op aardgas en de verlaging van het tarief voor elektriciteit als klimaatprikkel worden doorgevoerd vanaf 2024 in plaats van 2023. Zodat  bedrijven meer tijd krijgen om hun processen aan te passen.

Energiebelasting: eerste schijf 2024

Per 2024 wordt een nieuwe eerste schijf in de energiebelasting voor elektriciteit en aardgas geïntroduceerd (Wet belastingen op milieugrondslag). 

Elektriciteit 2024

De nieuwe eerste schijf beslaat, 0–2.900 kWh (de huidige breedte is 0–10.000 kWh). De nieuwe tweede schijf loopt van 2.900 tot 10.000 kWh. De overige schijflengtes blijven gelijk. 

Aardgas 2024

De nieuwe eerste schijf beslaat, 0–1.200 m3 voor aardgas (de huidige breedte is 0–170.000 m3). De nieuwe tweede schijf zal derhalve van 1.200 tot 170.000 m3 aardgas lopen. De overige schijflengtes blijven gelijk. 

Blokverwarming 2024

De bestaande drempelwaarde voor een beroep op de teruggaafregeling voor blokverwarming van 5.372.000 megajoule (de warmte-equivalent van 170.000 m3) wordt met het oog op de problemen van kleinere gebruikers geschrapt. Van belang wordt of, als aan de gebruiker een hoeveelheid aardgas geleverd zou zijn die correspondeert met de verbruikte warmte, het belastingbedrag dat volgt uit toepassing van het blokverwarmingstarief hoger is, dan het belastingbedrag dat volgt uit toepassing van het reguliere tarief. Als dat het geval is, dan kan de gebruiker een teruggaafverzoek indienen.

Verlaagd tarief energiebelasting voor laadpalen 2023 en 2024

Om het huidige gunstige belastingregime voor laadpalen in 2023 en 2024 te verlengen, is voorgesteld (onder voorbehoud goedkeuring van de Europese Commissie) om de samenvoeging van de energiebelasting en ODE per 1 januari 2023 niet te laten gelden voor openbare laadpalen. Er komen aparte EB-tarieven voor elk van de vier schijven voor verbruik van elektriciteit via openbare laadpalen.

Vrijstelling bpm bestelauto, tarief motorrijtuigenbelasting bestelauto’s  

Momenteel geldt een ondernemersvrijstelling bpm voor bestelauto’s. Het kabinet stelt voor om deze vrijstelling per 1 januari 2025 te beëindigen. Het belastingtarief wordt dan bepaald door de CO2-uitstoot in plaats van de netto cataloguswaarde.

Verlaging cap bijtellingsvoordeel voor auto van de zaak die privé wordt gebruikt

Met ingang van 2022 is de cap in de bijtelling (de catalogusprijs waarover de maximale korting op de bijtelling voor emissievrije personenauto’s van toepassing is) al verlaagd. Per 1 januari 2023 wordt de cap verder verlaagd van 35.000 euro naar 30.000 euro.

Belastingverlaging ongelode benzine, diesel en LPG

Vanaf 1 april 2022 heeft het kabinet de belasting voor ongelode benzine, diesel en LPG verlaagd om de stijging van de energieprijzen te dempen. De belastingverlaging wordt verlengd tot en met 30 juni 2023. In de tweede helft van 2023 gaat het tarief weer langzaam omhoog.

Verhogen budget EIA en MIA/Vamil

De EIA en MIA/Vamil zijn fiscale investeringsfaciliteiten in de inkomsten- en vennootschapsbelasting voor kwalificerende investeringen in energie-efficiënte en milieuvriendelijke technologieën. De EIA gaat vanaf 2023 structureel met 100 miljoen euro per jaar omhoog en de verhoging van de MIA is 50 miljoen euro per jaar.

Ode-tarieven en integratie ode in energiebelasting

De ode-tarieven (Opslag Duurzame Energie) zijn tot en met 2022 wettelijk vastgelegd. Vanaf 2023 worden de ode-tarieven geïntegreerd in de tarieven van de Energiebelasting. Op de energienota zullen dus niet langer de ode-bedragen terug zijn te vinden. 

Huishoudens: verhoging belastingvermindering energiebelasting 

De belastingvermindering is een vast bedrag per elektriciteitsaansluiting en niet afhankelijk van het energieverbruik. De belastingvermindering wordt 493,27 euro.

Huishoudens: eerste schijf aardgas en elektriciteit energiebelasting

Door het prijsplafond vinden de eerder aangekondigde tijdelijke tariefverlaging in de eerste verbruiksschijf aardgas (-6,31 ct/m3 excl. btw) en elektriciteit (-7,06 ct/kWh excl. btw) geen doorgang. 

Tijdelijk prijsplafond voor energie

Het tijdelijk prijsplafond wordt ingevoerd voor alle huishoudens en een deel van het mkb. Dit prijsplafond zal gelden van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023.

Het maximumtarief wordt 1,45 euro per m3 gas en 40 cent per kilowattuur elektriciteit bij een maximaal jaarverbruik (volume) van 1.200 m3 aardgas en 2.900 kilowattuur (kWh). Deze maximum tarieven betreffen de variabele leveringstarieven per m3 en kWh (inclusief energiebelasting en btw).

Voor huishoudens die zijn aangesloten op een warmtenet zal vanaf 2023 een prijsplafond gaan gelden dat in lijn is met het prijsplafond voor gas.

Huishoudens met een blokaansluiting voor warmte, gas of elektriciteit. 

Het kabinet wil ook deze huishoudens in 2023 een passende tegemoetkoming bieden in de energiekosten via een subsidieregeling. Het kabinet streeft ernaar medio februari de regeling te kunnen publiceren in de Staatscourant.

Specifieke tijdelijke subsidieregeling (TEK) voor het energie-intensieve mkb

De additionele Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) is gebaseerd op het energieverbruik en de omzet van een (energie-intensieve mkb) ondernemer en valt onder het Tijdelijk crisiskader van de Europese Commissie (en behoeft haar goedkeuring).

Om in aanmerking te komen voor de TEK-regeling moet het gaan om een MKB-ondernemer met een minimale energie-intensiteit van 7 procent Er is geen minimale energieverbruiksdrempel. De maximaal te vergoeden prijs is 2,00 euro per m3 gas en 0,60 euro per kWh elektriciteit. Het kabinet bekijkt nog of er voorwaarden gesteld kunnen worden aan de TEK op basis van bijvoorbeeld omzetgroei of winstgevendheid. 

De subsidieperiode loopt van 1 november 2022 tot en met 31 december 2023. De tegemoetkoming kan met terugwerkende kracht worden aangevraagd.

Belastinguitstel TEK

Energie intensieve mkb bedrijven met liquiditeitsproblemen in de periode tot het verkrijgen van de TEK kunnen een aanvraag voor belastinguitstel indienen bij de Belastingdienst voor maatwerk. Het beleid rondom uitstel van betaling van belasting van ondernemers is versoepeld per 1 oktober 2022.

Tegemoetkoming kleinverbruikers november en december 2022

Kleinverbruikers ontvangen in november en december 2022 via de energieleveranciers een tegemoetkoming van 190 euro per aansluiting als korting op de energierekening. Voor deze tegemoetkoming ontvangen de energieleveranciers een eenmalige subsidie voor de uitgekeerde korting.

Verhogen vliegbelasting

Het tarief van de vliegbelasting wordt  verhoogd. De vliegbelasting gaat van 7,95 euro omhoog naar  26,43 euro per vertrekkende passagier (transfer uitgezonderd).

Bijmengverplichting voor groen gas 2025

In het coalitieakkoord is ook afgesproken dat een bijmengverplichting voor groen gas wordt geïntroduceerd. Het traject is in gang gezet om de bijmengverplichting in 2025 in te laten gaan.

Schenk- en erfbelasting

Verhuurd vastgoed als beleggingsvermogen aangemerkt

Het kabinet wil verhuurd vastgoed standaard als beleggingsvermogen aanmerken bij de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de inkomstenbelasting en de schenk- en erfbelasting (‘BOR’). Komend voorjaar komt het kabinet met een voorstel voor aanpak van belastingconstructies en oneigenlijk gebruik van fiscale regelingen, waarbij in ieder geval wordt gekeken naar de effecten van deze maatregel voor de BOR.

Kabinetsreactie op CPB-evaluatie BOR

De bedrijfsopvolgingsregeling voor de schenk- en erfbelasting (BOR) en de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting (DSR) blijven bestaan, maar worden ‘waar nodig’ wel aangepast. Het kabinet onderzoekt momenteel welke aanpassingen nodig zijn. Eventuele aanpassingen zouden dan naar verwachting op zijn vroegst per 19 september 2023 (Prinsjesdag) of 1 januari 2024 ingaan. Zie ook ‘BOR blijft en waarschijnlijk aangepast in Belastingplan 2024’.

Jubelton in aanloop tot afschaffing verlaagd

De verruimde schenkingsvrijstelling van 106.671 euro (2022) voor de eigen woning wordt per 2024 geschrapt. In aanloop daartoe gaat deze vrijstelling per 1 januari 2023 omlaag tot 28.947 euro.

Leegwaarderatio niet afgeschaft, maar aangepast

De leegwaarderatio is een waarderingsmethode voor schenken en vererven van verhuurde woningen. Deze leegwaarderatio wordt niet afgeschaft, zoals in het coalitieakkoord was aangekondigd, maar aangepast. De percentages in de tabel worden geactualiseerd en het voornemen is dat in de toekomst regelmatig - bijvoorbeeld eens per vijf jaar - te doen. Bij een jaarlijkse huurprijs van meer dan 5 procent ten opzichte van de WOZ-waarde, wordt het percentage van de leegwaarderatio verhoogd naar 100 procent. Tijdelijke huurcontracten worden uitgesloten. Als bij afloop van een huurcontract voor bepaalde tijd aansluitend een nieuw contract wordt aangegaan, of wanneer de verhuurder de huurder niet tijdig informeert over het einde van zo'n huurovereenkomst, is een huurcontract niet langer tijdelijk en is de leegwaarderatio van toepassing. Verder geldt bij verhuur aan gelieerde partijen het hoogste percentage (100 procent) waardoor voor deze situaties de leegwaarderatio de facto geen effect meer heeft.

Omzetbelasting en accijnzen

Btw-nultarief op zonnepanelen

Er komt een btw-nultarief voor de levering en installatie van zonnepanelen en zonnepanelen als dakbedekking. Het btw-nultarief geldt alleen als de zonnepanelen bestemd zijn voor installatie op of in de onmiddellijke nabijheid van woningen. Lees meer in ons verdiepend artikel.

Maatregel btw-tariefsverlaging op energie loopt af

In 2022 werd een tijdelijke verlaging van het btw-tarief op energie van 21 procent naar 9 procent ingevoerd voor de periode 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022. Deze maatregel wordt niet verlengd.

Algemeen btw-tarief voor lachgas

Lachgas valt onder het algemene tarief van 21 procent. Lachgas dat voor medische doeleinden wordt gebruikt, valt onder het verlaagde tarief van 9 procent.

Bieraccijns stijgt

Het minimumtarief van de bieraccijns stijgt van 8,83 euro per hectoliter naar 20,20 euro. Per 1 januari 2024 stijgt dit minimumtarief naar 22,67 euro. Vanaf 2024 wordt de basis van de tariefvaststelling gewijzigd (van Plato-gehalte naar alcohol volume-gehalte).

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken

De voorgestelde tariefsverhoging  per 1 januari 2023 van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken gaat niet door. In 2024 wordt deze verbruiksbelasting nu in één keer verhoogd. Omdat het laagste tarief van de bieraccijns (licht bier) gelijk loopt met het tarief van de verbruiksbelasting, is er ook voor deze groep geen verhoging in 2023. 

Per 1 januari 2024 wordt het tarief  voor beide groepen 26,13 euro per hectoliter, waarbij mineraalwater wordt uitgezonderd.

Tabaksaccijns stijgt

Tabaksaccijns stijgt op 1 april 2023 en op 1 april 2024. De totale verhoging van de accijns op rooktabak bedraagt daarmee per 1 april 2023 55,73 euro en per 1 april 2024 55,74 euro per 1.000 gram rooktabak. 

Als gevolg van deze aanvullende verhoging bedraagt het tarief per 1 april 2023 216,64 euro en per 1 april 2024 266,98 euro per 1.000 gram rooktabak.

Kansspelbelasting

Het algemene tarief van de kansspelbelasting wordt structureel verhoogd met 0,5 procent-punt tot 29,5 procent.

Overdrachtsbelasting en overig

Tarief overdrachtsbelasting niet-woningen gaat omhoog

De overdrachtsbelasting voor niet-woningen én op verkrijgingen van woningen door rechtspersonen en particulieren die niet zelf langdurig in de woningen gaan wonen wordt verhoogd van 8 naar 10,4 procent. 

Afschaffing verhuurderheffing

De verhuurderheffing verdwijnt per 2023 in haar geheel.

Aanwenden oudedagsverplichting voor lijfrente 

De oudedagsverplichting (ODV) kan fiscaal geruisloos worden aangewend voor een lijfrente. Dit wordt nu ook toegestaan voor belastingplichtigen die minimaal vijf jaar ouder zijn dan de AOW-gerechtigde leeftijd. Voor deze maatregel wordt terugwerkende kracht verleend tot en met 1 april 2017.

Verhoging belastingvrije som Caribisch Nederland

Als koopkrachtmaatregel wordt de belastingvrije som in de inkomstenbelasting verhoogd met USD 500. Deze verhoging hangt samen met de verhoging van het minimumloon op de BES-eilanden en levert netto circa 150 USD belastingvoordeel op.

Verlenging tijdelijke verlaging accijns op benzine Caribisch Nederland

De per 1 april 2022 ingevoerde tijdelijke verlaging van de accijns op benzine van 16 USD cent per liter wordt verlengd tot 1 juli 2023. Daarna wordt de verlaging gehalveerd naar 8 USD cent per liter. Per 1 januari 2024 wordt het accijnstarief hersteld naar het normale niveau. 

Verbetering van massaalbezwaarprocedures

Momenteel loopt er een onderzoek of massaalbezwaarprocedures kunnen worden verbeterd. Dit jaar zal het kabinet de Tweede Kamer informeren over de voortgang van dit onderzoek en daarmee ook over de verbeteringen van de massaalbezwaarprocedures.

Tarief kansspelbelasting

Het algemene tarief kansspelbelasting stijgt structureel van 29 procent naar 29,5 procent.

Volg ons

Contact

Knowledge Centre

Rotterdam, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 43 51

Hide