Innovatie bij familiebedrijven

Innovatie bij familiebedrijven

Voor het tweede jaar op rij hebben wij onder publieke en private bedrijven onderzoek gedaan naar het innovatieklimaat in Nederland. Aan dit onderzoek hebben ruim 70 respondenten meegedaan waarvan 25% op C-level niveau werkzaam is, nog eens 25% werkzaam als onderzoeker/innovatiemedewerker en de overige respondenten hebben een adviesrol op het gebied van innovatie.

In ons onderzoek staan vier thema’s centraal: de rol van de overheid, trends en ontwikkelingen, uitdagingen en de samenwerking met derde partijen om innovaties te stimuleren. In dit deel maken wij een vergelijking tussen onze resultaten en de uitkomsten van een innovatie onderzoek dat is uitgevoerd onder familiebedrijven. Met dit vergelijkende hoofdstuk geven wij u alvast een voorproefje op een nieuw onderzoek naar de innovatiekracht van familiebedrijven en informeren wij u over de meest opvallende verschillen en overeenkomsten.

Familiebedrijven geven minder geld uit aan innovatie

Familiebedrijven geven minder geld uit aan innovatie

Familiebedrijven investeren gemiddeld een kleiner deel van hun omzet in innovatie dan niet-familiebedrijven. Onze resultaten tonen aan dat meer niet-familiebedrijven boven de 5% van hun omzet spenderen aan innovatie; 21% van de ondervraagde niet-familiebedrijven maakt zelfs meer dan 10% van de omzet vrij voor innovatie. Het merendeel van familiebedrijven geeft tussen de 1% en 5% van hun omzet uit aan innovatie. Deze lagere percentages voor familiebedrijven impliceren niet direct dat familiebedrijven minder ruimte hebben voor innovatie dan niet-familiebedrijven. Familiebedrijven voeren dikwijls ad hoc innovaties door, waardoor de strategie achter lange-termijn investeringen niet direct zichtbaar is. Daarnaast hebben zij meer focus op lange termijn doelen. Zo zegt 43% van onze respondenten dat zij tijdens de recente crisisjaren juist meer geld hebben geïnvesteerd in innovatie dan in de jaren voor 2008. Dit geeft aan dat familiebedrijven zich niet snel laten beïnvloeden door de conjunctuur.

Meer incrementele dan disruptieve innovatie

Het tempo waarmee familiebedrijven innoveren verschilt van het tempo waarmee niet-familiebedrijven dit doen. Incrementele innovatie verbetert een product of dienst geleidelijk gedurende een bepaalde tijdsperiode. Radicale innovatie heeft tot doel om significante verbeteringen in bestaande producten en diensten teweeg te brengen. Disruptieve innovatie leidt tot compleet nieuwe en revolutionaire producten, diensten of business modellen.

Zowel familie- als niet-familiebedrijven zijn gevraagd welke van de bovenstaande beschrijvingen het beste bij het type innovatie binnen hun bedrijf past. Uit de antwoorden komt een duidelijk onderscheid naar voren. Niet-familiebedrijven neigen meer naar disruptieve innovatie, waar familiebedrijven de voorkeur lijken te geven aan incrementele of radicale innovatie. Dit betekent niet dat familiebedrijven conservatiever zijn of minder open staan voor nieuwe ideeën. Zij nemen liever bestaande producten of diensten als uitgangspunt voor innovatie, in plaats van iets compleet nieuws te bedenken. Deze aanpak is minder revolutionair dan disruptieve innovatie, maar het heeft evengoed de kracht om een belangrijke invloed uit te oefenen op de economische markt in Nederland.

Meer incrementele dan disruptieve innovatie

Verschillen in ervaren knelpunten

Waar het knelpunten betreft die het innovatieproces kunnen bemoeilijken, laten onze resultaten duidelijke verschillen zien tussen familie- en niet-familiebedrijven. De innovatie strategie en het proces krijgen van respectievelijk slechts 9% en 8% van de respondenten werkzaam in niet-familiebedrijven een lage tot zeer lage score, wat impliceert dat zij tevreden zijn over deze innovatie factoren. Respondenten werkzaam in familiebedrijven geven juist de strategie en het proces aan als belangrijkste knelpunten die innovatie bemoeilijken; wellicht ook omdat duidelijke strategieën omtrent innovatie lang niet altijd zijn geformuleerd. Het belangrijkste obstakel op de weg naar innovatie is voor familiebedrijven echter het tempo waarmee innovaties worden geïmplementeerd: de tijd die het kost om een nieuw product daadwerkelijk op de markt te brengen wordt dikwijls ervaren als te lang. 

Niet-familiebedrijven zijn voornamelijk bezorgd over het vaststellen van de beste prestatie indicatoren en het financieren van innovatie. 23% van de respondenten is van mening dat hun bedrijf laag tot zeer laag scoort op het vinden van de juiste financiering. Familiebedrijven noemen financiering minder vaak als een knelpunt. Dit kan te maken hebben met een typische karakteristiek van het familiebedrijf in het algemeen: groei wordt vaak met het eigen vermogen gefinancierd. Dit geldt in het bijzonder voor Nederlandse familiebedrijven: uit de Global Family Business Survey van 2016/2017 blijkt namelijk dat maar liefst 90% van de Nederlandse respondenten eigen vermogen aanwendt, tegen 76% van familiebedrijven uit landen in rest van de wereld. Omdat Nederlandse familiebedrijven geneigd zijn om gebruik te maken van hun eigen bronnen, zijn zij in staat om winsten binnen het bedrijf te behouden. Gelden die reeds beschikbaar zijn in het bedrijf kunnen vervolgens op een relatieve eenvoudige manier worden gealloceerd aan innovatie.

Top 3 samenwerkingspartners

Samenwerkend innoveren

Familie- en niet-familiebedrijven zijn allebei gevraagd of, en zo ja met wie, zij samenwerken in het innovatieproces. Onze resultaten laten zien dat klanten en technologie partners door beide bedrijfstypen de meest gebruikte samenwerkingspartners zijn. Gebruik maken van de kennis en ervaring van klanten is een effectieve manier om te innoveren door samenwerking. Dankzij de makkelijke toegang tot het internet wordt het verzamelen van reacties van klanten op bijvoorbeeld online fora, steeds vaker toegepast.

Familiebedrijven werken opvallend vaker samen met supply chain partners dan niet-familiebedrijven. Dit type van samenwerkend innoveren kan resulteren in een meer effectieve allocatie van middelen binnen de supply chain. Een strategische verbintenis met een supply chain partner kan tevens leiden tot het delen van kennis over issues zoals productieprocessen, buyer performance en technologische innovaties. In bepaalde gevallen voert de supply chain partner R&D werkzaamheden uit, waardoor het familiebedrijf minder geld hoeft uit te geven aan onderzoek. Het lage percentage van niet-familiebedrijven die samenwerken met supply-chain partners is wellicht te verklaren door de kortere looptijd van de contracten die bedrijven afsluiten met hun partners. Onderzoek suggereert dat familiebedrijven vaak langlopende contracten afsluiten met hun supply chain partners, wat bijdraagt aan een waardevolle relatie en vertrouwen tussen bedrijven. 

Samenwerken met start-ups

Ten aanzien van de samenwerking met start-ups wijzen onze resultaten eveneens op een duidelijk verschil tussen het innovatie gedrag van beide bedrijfstypen. 40% van de niet-familiebedrijven werkt samen met start-ups, terwijl slechts 17% van de ondervraagde familiebedrijven dit doet.

Samenwerken met een start-up heeft voor beide partners positieve effecten. Het bedrijf profiteert van out-of-the-box denken en nieuwe ideeën en de start-up kan gebruik maken van het klantenbestand, de gelden en de infrastructuur van het bedrijf.
Bedrijven kunnen echter verschillende problemen tegenkomen in het samenwerken met start-ups. Respondenten werkzaam bij niet-familiebedrijven is gevraagd hier over uit te wijden.

Het vermogen om bureaucratie in de eigen organisatie te vermijden wordt aangemerkt als de belangrijkste uitdaging in de samenwerking. Andere obstakels zijn het invoegen van de werkwijze van de start-up in de reeds bestaande processen en methodes van het bedrijf, het afstemmen van ambities en capaciteiten en de kwaliteit van de start-up. Een gebrek aan know-how, middelen en technologie wordt genoemd als een reden om niet samen te werken met start-ups. Een aantal respondenten geeft aan liever met ‘gewone’ kleine bedrijven samen te werken om deze redenen.

Familiebedrijven kunnen leren van deze ervaringen. Hieronder hebben wij de top drie van belangrijkste lessen van niet-familiebedrijven samengevat:

  • Communiceer open en duidelijk over wederzijdse verwachtingen
  • Formuleer heldere en haalbare doelen om toegevoegde waarde te creëren
  • Stel kleine teams samen die, onafhankelijk van de rest van het bedrijf, beslissingen mogen maken 
Innovatie bij familiebedrijven

Contact

Suzanne Keijl

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 35 17

Steven Schotanus

Innovatiemanager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 49 14

Volg ons