Nederland benut onvoldoende het werkpotentieel van ouderen

Start adding items to your reading lists:
or
Save this item to:
This item has been saved to your reading list.

Golden Age-index 2018

Nederland benut onvoldoende het werkpotentieel van werknemers van 55 jaar en ouder. Ons bruto nationaal product (bnp) loopt hierdoor negentig miljard euro mis.

Als alle OESO-landen hun beroepsbevolking tussen de 55 en 69 jaar naar het Nieuw-Zeelandse arbeidsparticipatieniveau brengen, zou dit circa 3,5 biljoen dollar aan extra economische groei opleveren. Dat blijkt uit de jaarlijkse Golden Age-index van PwC.

Tussen 2015 en 2050 groeit het aantal 55-plussers in OESO-landen met bijna vijftig procent tot ongeveer 538 miljoen. Een vergrijzende bevolking legt nu al forse financiële druk op de zorg, sociale zekerheid en pensioenvoorzieningen. Dit neemt de komende jaren alleen maar verder toe.

 

Ouderen langer actief op de arbeidsmarkt

'Om de groeiende kosten te compenseren moeten oudere werknemers worden aangemoedigd en ondersteund om langer actief te blijven op de arbeidsmarkt', zegt Jan Willem Velthuijsen, hoofdeconoom van PwC. 'Dat zou ons bnp, de koopkracht van consumenten en belastinginkomsten stimuleren. Het zorgt er ook voor dat ouderen langer fysiek en geestelijk actief blijven, wat hun gezondheid en welzijn langer op peil houdt.'

De prestaties van Nederland op de index zijn sinds 2003 in absolute zin verbeterd. Dit komt vooral door een significante verbetering van het percentage werkenden in de leeftijdscategorieën 55-64 jaar en 65-69 jaar. Ondanks deze verbetering in absolute zin, is onze positie in de Golden Age-index niet verbeterd en blijft onder het OESO-gemiddelde. Andere landen, zoals Duitsland, hebben hun positie in een veel sneller tempo verbeterd.

Grote verschillen in Nederland

In Nederland bestaan er grote verschillen in het percentage werkende ouderen, variërend van 57,6 procent in de provincie Groningen tot 68,5 procent in de provincie Utrecht. Deze regionale verschillen komen door verschillen in economische groei, in het gemiddeld opleidingsniveau en genderverschillen. Zo werken relatief veel oudere vrouwen niet.

 

Financiële prikkels en zorgtaken zijn belangrijke aanjagers bij het besluit van ouderen om aan het werk te blijven

Vier maatregelen om langer doorwerken te stimuleren

Uit onze analyse blijkt dat financiële prikkels en zorgtaken belangrijke aanjagers zijn bij het besluit van ouderen om aan het werk te blijven. De Nederlandse overheid heeft de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen die obstakels moeten wegnemen voor ouderen om te blijven werken. Desondanks moeten we een viertal gebieden verder verbeteren om langer doorwerken te stimuleren:

  • Geef meer aandacht aan een leven lang leren: continu leren en training on the job is erg belangrijk om je te kunnen blijven aanpassen aan (technologische) veranderingen in je taken en in je werkomgeving, speciaal voor oudere werkenden.
  • Beloon de inhuur van oudere werkenden: werkgevers hebben vaak een negatieve perceptie van de productiviteit van oudere werknemers. Een financiële stimulans om ouderen aan te nemen en in dienst te houden, kan de werkgelegenheid onder ouderen vergroten.
  • Verhoog de arbeidsparticipatie van oudere vrouwen: zowel de overheid als werkgevers kunnen meer flexibele manieren van werken inzetten om tegemoet te komen aan zorgtaken.
  • Faciliteer werken tot op hogere leeftijd door het aanbieden van flexibel werk, zoals parttime werken, flexibele uren of thuiswerken.

De Golden Age-index is een gewogen gemiddelde van verschillende indicatoren. Arbeidsparticipatie, inkomsten en trainingen zijn onder meer de indicatoren die de impact weergeven van werknemers ouder dan 55 jaar op de arbeidsmarkt in de OESO-landen.

Contact

Jan Willem Velthuijsen
Chief economist PwC, PwC Netherlands
Tel: +31 (0)88 792 75 58
E-mailadres

Volg ons