Hofuitspraak over bonusaandelen en werkkostenregeling

Gerechtshof Amsterdam heeft recent geoordeeld over de vraag of om niet toegekende aandelen uit een aandelenplan ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling kunnen worden gebracht. Het Hof oordeelt dat de verstrekking van de aandelen de gebruikelijkheidstoets niet doorstaat. Eerder had de Rechtbank geoordeeld dat de aandelen wél konden worden aangewezen voor de werkkostenregeling.

 

Wat betekent dit voor u?

Naar aanleiding van de eerdere uitspraak van de Rechtbank leek er een royale mogelijkheid tot aanwijzen van werkkosten te zijn, ook als dit tot belastingbesparing leidt. Het Gerechtshof legt echter een strengere toets aan van welke vergoedingen en verstrekkingen ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling mogen worden gebracht. Wij verwachten dat de Belastingdienst zich als gevolg van deze uitspraak strenger zal opstellen wat betreft de aanwijzing van werkkosten van meer dan €2.400 per werknemer. De Hoge Raad zal het uiteindelijke oordeel moeten vellen.

Casus

Een werkgever heeft op grond van een aandelenplan aan directieleden aandelen om niet verstrekt met de afspraak dat de verschuldigde loonheffingen voor rekening van de werkgever komen. In de periode vóór toepassing van de werkkostenregeling zijn de aandelen individueel verloond tegen een gebruteerd tarief van 108,3%.

Met ingang van 1 januari 2012 past de werkgever de werkkostenregeling toe en wordt de nettowaarde van de om niet toegekende aandelen ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling gebracht. Het gaat om enkele tienduizenden euro’s per persoon voor een beperkt aantal werknemers. In verband met de overschrijding van de vrije ruimte is over de toekenning van de aandelen eindheffing (op basis van een tarief van 80%) afgedragen.

Gebruikelijkheidscriterium werkkostenregeling

Het gebruikelijkheidscriterium houdt in dat vergoedingen en verstrekkingen kunnen worden aangewezen, voor zover de omvang van de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet in belangrijke mate (30%) groter is dan de omvang van de vergoedingen en verstrekkingen die in voor het overige overeenkomstige omstandigheden in de regel worden aangewezen. De Belastingdienst hanteert de regel dat vergoedingen en verstrekkingen tot €2.400 per werknemer per jaar in ieder geval kunnen worden aangewezen.

 

Oordeel Rechtbank en Hof

De Rechtbank overwoog dat het enkele gegeven dat het gaat om een verstrekking met een ‘aanzienlijke waarde’ onvoldoende was om te concluderen dat deze verstrekking niet onder de werkkostenregeling kon worden ondergebracht.

Het Hof daarentegen stelt dat de werkkostenregeling zo moet worden uitgelegd dat vergoedingen en verstrekkingen die naar algemene maatschappelijke opvattingen als zuiver beloningsloon worden beschouwd, niet onder de regeling kunnen worden gebracht.

 

Contact

Henk van Keersop

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 14 85

Volg ons