Bezwaar maken tegen beschikking Werkhervattingskas 2018 opportuun

Het Gerechtshof Amsterdam heeft zich uitgesproken over de invoering per 2014 van de nieuwe berekeningssystematiek voor de premie Werkhervattingskas. Per 2014 worden ook Ziektewet-  en WGA-uitkeringen aan werknemers met een tijdelijk dienstverband toegerekend aan de voormalige werkgever. In het jaar waarin de regeling in werking trad zijn door deze systematiek uitkeringen uit 2012 aan werkgevers toegerekend. Het Hof Amsterdam heeft geoordeeld dat deze materiële terugwerkende kracht in strijd is met het recht op ongestoord genot van eigendom volgens artikel 1 Eerste Protocol van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (hierna: art. 1 EP EVRM).

Wat betekent dit voor u als werkgever?

Het oordeel van het Gerechtshof is ook voor de huidige beschikkingen Werkhervattingskas van grote en middelgrote werkgevers nog relevant. Het is mogelijk dat in uw beschikking Werkhervattingskas 2018 WGA-uitkeringen aan u zijn toegerekend die betrekking hebben op tijdelijke werknemers die ziek zijn geworden vóór 2014. Ook voor u geldt dan dat u te maken heeft met een mogelijk substantiële verhoging van uw individuele premielasten die in strijd kan zijn met de art. 1 EP EVRM.

Naar onze mening is het zinvol om ter behoud van rechten bezwaar te maken tegen uw beschikking Werkhervattingskas. U kunt in uw bezwaarschrift een lijst opvragen met de uitkeringen die aan uw organisatie zijn toegerekend. Met deze informatie kunt u beoordelen of hier uitkeringen aan tijdelijke werknemers met een datum van ziekmelding van vóór 1 januari 2014 tussen zitten.

Wij verwachten dat de staatssecretaris cassatie zal aantekenen tegen de Hofuitspraak, zodat de Hoge Raad uiteindelijk zal beoordelen of sprake is van schending van art. 1 EP EVRM. Naar onze mening is dit oordeel geen uitgemaakte zaak.

Ter verduidelijking gaan wij nader in op de uitspraak.

Casus in uitspraak Gerechtshof Amsterdam

De casus waarin Gerechtshof Amsterdam uitspraak heeft gedaan, laat zien dat de terugwerkende kracht in de nieuwe wetgeving onevenredig kon uitpakken. In deze casus heeft de werkgever een persoon tijdelijk in dienst genomen. Nadat de werkgever de werknemer heeft laten weten dat diens jaarcontract niet zal worden verlengd, heeft de werknemer zich ziek gemeld (op 6 december 2011). Uitsluitend op basis van de ZW-uitkeringen aan deze ex-werknemer, krijgt de werkgever in 2014 te maken met een individueel berekende premieopslag van €40.000 (het jaarloon van de ex-werknemer bedroeg omstreeks €35.000) in zijn premiebeschikking Werkhervattingskas. Ook in 2015 wordt zijn premiecomponent ZW-lasten verhoogd en in de tien jaar daarna moet hij nog rekening houden met de individueel berekende opslag op de premiecomponent WGA-lasten. De totale financiële lasten voor de werkgever worden begroot op €200.000.

Ten tijde van het dienstverband kon de werkgever nog niet weten dat hij in de toekomst mogelijk geconfronteerd zou worden met een toerekening van uitkeringslasten voor deze werknemer en heeft hij hier niet op kunnen anticiperen.

Overigens speelt het gemiddelde premieloon van de werkgever een rol in de berekening van de individuele opslag. De werkgever in deze casus had een premieloon van zo’n 5 miljoen euro per jaar. Bij een (veel) lager premieloon, zouden de uitkeringslasten in mindere mate zijn doorgerekend aan de werkgever.

Toetsing van de regeling aan art. 1 EP EVRM

Het Gerechtshof stelt allereerst vast dat met de nieuwe wetgeving gerechtvaardigde verwachtingen van betrokken werkgever zijn aangetast, waardoor in beginsel geen sprake is van een ‘fair balance’ zoals die is vereist in art. 1 EP EVRM. Dit is slechts anders als er specifieke en dwingende redenen zijn voor de aantasting van de gerechtvaardigde verwachtingen. Op basis van de wetsgeschiedenis concludeert het Hof dat de invoering van de regeling per 2014 (nagenoeg) uitsluitend is gebaseerd op budgettaire redenen. Hierdoor is de regeling volgens het Hof inderdaad in strijd met het fair balance-criterium. Voor de betrokken werkgever betekent dit dat zijn premiepercentage Werkhervattingskas moet worden verlaagd met de individuele opslag voor de premiecomponent ZW-lasten.

Wat is de premie Werkhervattingskas?

Een van de premies werknemersverzekeringen die werkgevers verplicht zijn te betalen, is de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). Sinds 2014 bestaat de premie uit drie componenten: een premiecomponent voor WGA-uitkeringen aan vaste werknemers, één voor WGA-uitkeringen aan flexwerkers en één voor ZW-uitkeringen. Grote en middelgrote werkgevers kunnen zowel voor de WGA-componenten (gezamenlijk) als de ZW-component te maken krijgen met een individueel berekende premieopslag voor uitkeringen uit het verleden die aan hen worden toegerekend. Deze financiële prikkel heeft als doel om werkgevers te stimuleren arbeidsongeschiktheid van zowel vaste als tijdelijke werknemers te voorkomen.

Contact

Henk van Keersop

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 14 85

Volg ons