Verordening Europees pensioenproduct treedt in werking

06/08/19

Op 14 augustus 2019 treedt de verordening die het aanbieden van het Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct (PEPP) mogelijk maakt in werking. De pensioenregelingen die voortkomen uit het PEPP zijn bedoeld als individuele, vrijwillige pensioenregelingen voor inwoners van de Europese Unie.

De Europese toezichthouder zal nu de verordening is aangenomen, beginnen met het uitwerken van lagere regelgeving over het PEPP. Daar heeft de toezichthouder uiterlijk tot 15 augustus 2020 de tijd voor. Twaalf maanden na publicatie van deze technische uitwerking is het voor pensioenaanbieders mogelijk om een PEPP op de markt te brengen.

Achtergrond

De Europese Unie heeft het mogelijk maken van grensoverschrijdende arbeid als een van haar hoofddoelen. Het gemakkelijker maken van het meenemen van pensioenopbouw over de grens, draagt hieraan bij.  Ook vindt de Europese Commissie het zorgwekkend dat er in een deel van de lidstaten weinig betaalbare mogelijkheden zijn voor pensioenopbouw. De komst van het PEPP moet ervoor zorgen dat pensioenopbouw ook in deze lidstaten op een kostenefficiënte en veilige manier kan plaatsvinden.

Het kabinet heeft aangegeven in Nederland weinig toegevoegde waarde te verwachten van het PEPP omdat Nederland al voldoende mogelijkheden kent voor pensioenopbouw in de derde pijler. Werkgevers die veel met expats werken kunnen wel belang hechten aan het faciliteren van een PEPP. Ook kunnen Nederlandse financiële instellingen mogelijkheden in het buitenland verkennen. 

Standaardisatie van pensioen in de Europese Unie

Het Europees pensioenproduct is voor een groot deel gestandaardiseerd. Dat staat in contrast met de grote verschillen die er nu zijn per land tussen pensioenproducten binnen de Europese Unie. De PEPP-verordening bepaalt onder andere welke aanbieders bevoegd zijn om een PEPP aan te bieden en op welke manier overstappen tussen verschillende PEPP-regelingen mogelijk moet zijn voor deelnemers. Ook stelt de verordening kaders voor de communicatie met deelnemers en het beleggingsbeleid van de aanbieder.

Door deze vergaande standaardisatie kunnen pensioenaanbieders hun regelingen ook aanbieden aan inwoners van andere lidstaten. Dit zorgt voor meer mogelijkheden tot concurrentie op de Europese pensioenmarkt.

Fiscale compartimentering

Een aspect waarop standaardisatie niet mogelijk is, is de fiscale behandeling van de pensioenopbouw binnen een PEPP-regeling. Omdat de heffing van belastingen valt onder de autonomie van de afzonderlijke lidstaten, kan de Europese Unie hier geen bindende regelgeving over opleggen aan lidstaten.

Het was de wens van de Europese Unie om het grensoverschrijdend meenemen van een PEPP-regeling alsnog mogelijk te maken binnen de fiscale kaders die verschillen per land. Daarom is er gekozen voor fiscale compartimentering. Dit houdt in dat een regeling bij emigratie van de deelnemer gesplitst wordt in per lidstaat verschillende compartimenten. Deze compartimenten worden aangepast aan de fiscale kaders van de lidstaat waarin dat deel van de pensioenopbouw heeft plaatsgevonden. Als er geen fiscale compartimentering zou plaatsvinden, zou het PEPP-product niet meer aantrekkelijk zijn voor deelnemers. De deelnemer kan dan namelijk geen gebruik meer maken van de fiscale faciliteiten die volgens nationale wetgeving gelden voor pensioenopbouw.

Wat betekent dit voor u?

Voor verzekeraars, PPI’s, beleggingsinstellingen en banken betekent dit dat zij in de toekomst een PEPP mogen aanbieden. Hiervoor moet wel een vergunning worden toegekend door de Europese toezichthouder EIOPA.

Nederlandse pensioenfondsen zijn uitgesloten van de mogelijkheid tot het aanbieden van een PEPP. Dit komt omdat de verordening eist dat een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening volgens het nationale recht persoonlijke pensioenproducten aan mag bieden. De Nederlandse wet staat dit niet toe aan pensioenfondsen.

Daarnaast vereist de PEPP-verordening dat biometrische risico’s (overlijden, arbeidsongeschiktheid, langleven) worden verlegd naar een verzekeraar. Nederlandse pensioenfondsen dragen deze risico’s normaliter zelf. Inwoners van de lidstaten van de Europese Unie kunnen ervoor kiezen om individueel pensioen op te bouwen in een nieuw soort pensioenproduct. Op deze pensioenregelingen wordt gedegen toezicht gehouden en er zijn kaders gesteld aan de veiligheid en het maximale kostenniveau van het pensioenproduct. Ook wordt er bij een PEPP gegarandeerd dat de pensioenopbouw plaats kan blijven vinden bij emigratie binnen de Europese Unie.

Contact

Jan Meijer

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 76 54

Volg ons