Sociale partners en kabinet bereiken principeakkoord over pensioenhervorming

10/06/19

Vorige week hebben het kabinet en sociale partners een principeakkoord bereikt over een pakket van maatregelen met afspraken over een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd, de vernieuwing van het tweede pijler pensioenstelsel, mogelijkheden om eerder met pensioen te gaan voor mensen met zware beroepen en verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Concrete resultaten zijn er met name al ten aanzien van de AOW en de mogelijkheid voor mensen met zware beroepen om eerder met pensioen te gaan. Hoe de hervorming van het tweede pijler pensioenstelsel gerealiseerd gaat worden dient grotendeels nog uitgewerkt te worden.

Bestuurlijk dragen sociale partners het principeakkoord. Zij gaan het de komende tijd voorleggen aan hun achterbannen. Vakbond FNV legt het principeakkoord in de week van 10 juni voor aan haar leden door middel van een referendum waarna het ledenparlement van FNV een definitief besluit neemt.

In dit bericht bespreken we kort de belangrijkste punten uit het principeakkoord.

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

Het kabinet is bereid de AOW-leeftijd voor twee jaar te bevriezen op het huidige niveau van 66 jaar en vier maanden. Daarna stijgt de AOW leeftijd door tot 67 jaar in 2024. Hierna zal de AOW-leeftijd meestijgen met de levensverwachting, maar minder snel dan nu het geval is. Voor elk jaar dat de levensverwachting stijgt zal de AOW-leeftijd met acht maanden verhoogd worden. Nu stijgt de AOW-leeftijd bij elk jaar dat de levensverwachting stijgt met twaalf maanden.

Vernieuwing tweede pijler pensioenstelsel

Wat betreft de hervorming van het tweede pijler pensioenstelsel is het bereikte akkoord niet wezenlijk anders ten opzichte van de afspraken die in november 2018 op tafel lagen. Pensioenen worden minder zeker waardoor pensioenfondsen minder reserves aan hoeven te houden omdat zij uitkeringen niet langer garanderen. Hierdoor kunnen pensioenen eerder verhoogd worden als het goed gaat, maar moeten zij ook eerder verlaagd worden als de resultaten tegenvallen. Het kabinet wil op korte termijn een voorstel maken voor aanpassing van de kortingsregels, maar fondsen mogen hun beleid al gaan baseren op de afspraken in het principe akkoord.

Er komen twee pensioencontracten met allebei een leeftijdsonafhankelijke pensioenpremie en degressieve opbouw. Hiermee wordt de doorsneesystematiek wat betreft de opbouw afgeschaft. Jongeren gaan meer pensioenrechten opbouwen per ingelegde euro dan oudere deelnemers omdat hun premie langer kan renderen. In het ene contract worden beleggingsrisico’s gedeeld tussen alle deelnemers. Het andere contract is persoonlijker, beleggingswinsten en verliezen komen hierin voor rekening van het individu. Sociale partners kunnen kiezen welk contract zij de deelnemers willen aanbieden.

Een verplicht pensioen voor zzp'ers komt er niet, wel een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Hoe de uitwerking van de nieuwe contracten en de afschaffing van de doorsneesystematiek plaats zal vinden is nog niet bekend. Hiervoor wordt een stuurgroep aangesteld met leden namens het kabinet en sociale partners. De stuurgroep gaat toezien op de uitwerking van het de nieuwe contracten en de implementatie van wetgeving. De uitwerking moet volgens minister Koolmees eind 2020 gereed zijn. Begin 2022 wil het kabinet het wettelijk kader gereed hebben. Een belangrijk onderdeel van de uitwerking is de transitie naar het nieuwe stelsel en de daarbij komende compensatie voor deelnemers die pensioenopbouw mislopen als de huidige doorsneesystematiek verdwijnt. 

Volgens voorlopige berekeningen heeft de pensioensector als geheel genoeg geld om deelnemers die erop achteruitgaan te compenseren. Individuele fondsen kunnen echter in de problemen komen. Het kabinet heeft wel al aangegeven dat het gaat om een herverdeling binnen de fondsen en dat de overheid niet bij zal springen.

Mogelijkheid zware beroepen eerder met pensioen te gaan

Het akkoord tussen kabinet en sociale partners maakt het mogelijk op cao-niveau afspraken te maken waardoor mensen tot 3 jaar voor de AOW-leeftijd kunnen stoppen met werken. De RVU-boete die werkgevers moeten betalen als werknemers vervroegd met pensioen gaan wordt hiervoor gedeeltelijk afgeschaft. Tot een bruto jaarinkomen van €19.000 zal er geen boete worden geheven. Boven die grens geldt de boete nog steeds. Toeslagen voor onregelmatig en zwaar werk kunnen voortaan belastingvrij worden gespaard om eerder stoppen met werken mogelijk te maken.

Wat betekent dit voor u?

Het gaat om een totaalpakket van maatregelen. Als over een deel van de maatregelen geen overeenstemming bereikt wordt gaat het hele pakket van afspraken niet door.

Indien er een definitief akkoord bereikt wordt lijken kortingen voor pensioenfondsen met een dekkingsgraad van boven de 100% van de baan. Dit zou voor veel fondsen betekenen dat zij dit jaar niet hoeven te korten. Er zijn echter ook fondsen die een dekkingsgraad van onder de 100% hebben. Deze fondsen zullen eind dit jaar bij een te lage dekkingsgraad alsnog kortingen door moeten voeren. Deze kortingen zullen wel lager zijn dan bij de huidige systematiek.

De afschaffing van de doorsneesystematiek en de overgang op een nieuwe vorm van pensioenopbouw betekent dat alle pensioencontracten moeten worden aangepast. Hoe deze aanpassingen, de transitie en de bijbehorende compensatie eruit zullen gaan zien hangt af van de uitwerking die plaats gaat vinden in de stuurgroep.  

De afspraken met betrekking tot de AOW en de mogelijkheden om eerder te stoppen met werken kunnen bij een akkoord snel doorgevoerd worden.

Contact

Bastiaan Starink

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 64 06

Volg ons