Schuif de zwarte piet niet door naar de SER bij hervorming pensioenstelsel

Herziening pensioenstelsel

Nu de Sociaal-Economische Raad (SER) nog steeds geen eensluidend voorstel heeft gepresenteerd voor een toekomstbestendig pensioenstelsel, groeit de kritiek. Hier en daar wordt zelfs getwijfeld aan het bestaansrecht van dit waardevolle — door andere landen vaak met jaloezie bekeken — overlegplatform, dat werknemers, werkgevers en onafhankelijke experts verenigt. De SER verdient die kritiek niet. Het belangrijkste adviesorgaan bij arbeidsmarktvraagstukken is gevraagd om advies uit te brengen over de herziening van het pensioenstelsel. De sociale partners hebben hun verantwoordelijkheid genomen en doen wat in hun vermogen ligt. Ook het kabinet valt hierin weinig te verwijten. Voor complexe arbeidsmarktvraagstukken is de SER een uniek instrument om de mogelijkheden en gevoeligheden in kaart te brengen. Logisch dat het om advies is gevraagd.

Door Bastiaan Starink, pensioenspecialist bij PwC en Tilburg University

Waarom ligt er dan nog steeds geen SER-advies?

Met de kennis van nu kunnen we vaststellen dat de vraag die bij de sociale partners is neergelegd, een maatje te groot is. De rituele overlegdans was nodig om tot deze conclusie te komen. Die heeft de pijnpunten en tegenstellingen duidelijk gemaakt. We zijn te naïef geweest over wat je de overlegpartners van de SER kunt, en vooral mag vragen. De raad kreeg daardoor een opdracht die deels buiten zijn mandaat viel: het uitbrengen van een gezamenlijk advies over een nieuw pensioenstelsel dat het maatschappelijke belang het beste zou dienen én dat voor toekomstige generaties een betrouwbare tweede pensioenpijler garandeert.

Vakbonden zijn er om te doen wat het beste is voor hun leden, net als de werkgeversorganisaties, en pensioenfondsbestuurders moeten primair staan voor het zo goed mogelijk beheren en verdelen van de pensioentegoeden van hun deelnemers en gepensioneerden. Toch waren, en zijn, alle betrokkenen loyaal aan het eindresultaat. Maar bij tussentijdse consultaties vroegen hun achterbannen om eerst het ‘nu’ te regelen en pas later over ‘straks’ na te denken. Terwijl het pensioenvraagstuk beleidsmatig meer over 'straks' gaat dan over 'nu'. 

De SER-discussies ontspoorden rond de vraag hoeveel solidariteit jongere en toekomstige generaties willen opbrengen voor ouderen, en hoe ouderen gecompenseerd worden voor de financiële pijn door de overgangsproblematiek. Bonden moesten hun vergrijzende achterbannen om garanties voor dat laatste vragen, werkgevers konden deze niet geven zonder de zekerheid van compensatie, en pensioenbestuurders zaten aan tafel om te praten over de uitvoering van een akkoord dat er in deze constellatie niet kon komen.

Hoe nu verder?

Het kabinet moet voor de SER en de sociale partners gaan staan, en de stelselherziening naar zich toe trekken. Dat is dus niet de polder buitenspel zetten, maar juist de polder in bescherming nemen. Politiek is vooruitzien, dus hoort het ontwikkelen van een goede oudedagvoorziening daar thuis, zowel voor zzp'ers als voor toekomstige generaties. De politiek behartigt het algemeen maatschappelijk belang, terwijl de polder deelbelangen behartigt. 

Dankzij het SER-overleg weten we bovendien waar de pijnpunten liggen en wat de opstelling van de sociale partners is. Voor de geschilpunten moet het kabinet beleid ontwikkelen dat op parlementaire goedkeuring kan rekenen: Zoek oplossingen die het pensioenoverleg op korte termijn kunnen lostrekken. Los de overgangsproblematiek op. Maak het invaren of omzetten van bestaande pensioenrechten mogelijk, en neem de juridische risico’s hiervan weg bij de pensioenfondsen. 

Als we een nieuw systeem willen bouwen, zullen rechten van de ene systematiek naar de andere moeten worden verhuisd en zal dat in sommige gevallen moeten worden afgedwongen. Pensioenfondsen kunnen het risico op rechtszaken niet dragen. De Staat kan dat wel en krijgt van de Europese rechters ook meer mogelijkheden om inbreuk te maken op eigendomsrechten — als daar sprake van zou zijn. Door fondsen van dit risico te vrijwaren, wordt een van de grootste obstakels opgeruimd op weg naar een nieuw stelsel.

Laten we niet teveel tijd en energie verspillen aan een schuldvraag die er niet is, maar deze energie aanwenden voor oplossingen die vanaf nu een toekomstbestendig stelsel dichterbij brengen.

Deze opinie verscheen donderdag 26 april ook in het Financieele Dagblad.

Contact

Bastiaan Starink

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 64 06

Volg ons