Nieuwe goedkeuringen voor beschikbare premieregelingen

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft onlangs twee besluiten uitgebracht met betrekking tot beschikbare premieregelingen.

Het eerste (actualiserings)besluit bevat naast de nieuwe fiscaal maximale beschikbare premiestaffels die vanaf 1 januari 2017 van toepassing zijn, enkele tegemoetkomingen voor premieovereenkomsten op basis van de kostprijs van een fiscaal maximaal middelloonpensioen.

Het tweede besluit bevat een goedkeuring voor het omzetten van een vaste in een variabele pensioenuitkering voor pensioengerechtigden die tussen 1 januari 2014 en 8 juli 2015 met pensioen zijn gegaan.

Wat betekent dit voor pensioenuitvoerders?

Naast verzekeraars mogen nu ook premiepensioeninstellingen (PPI’s) een beschikbare premiestaffel gebaseerd op maximaal de kostprijs van een fiscaal aanvaardbare middelloonregeling uitvoeren. Daarbij moet de PPI uitgaan van de kostprijs van een maximaal middelloonpensioen voor een contractperiode van maximaal vijf jaar bij de verzekeraar met wie de PPI een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten. De kostprijs van de middelloonregeling, en daarmee de hoogte van de premiestaffel, moet aan het einde van iedere contractperiode worden herzien.

Het geactualiseerde besluit bevat tevens een welkome versoepeling met betrekking tot de eventtoets die door pensioenuitvoerders toegepast moet worden bij beschikbare premieregelingen op basis van een 3%-staffel of op basis van de kostprijs van een middelloonregeling. 

De toets houdt in dat de opgebouwde waarde in de beschikbare premieregeling vergeleken wordt met een fiscaal maximale middelloontoezegging. Waar in het vorige besluit de toetsmomenten expliciet waren vastgelegd, kan de toetsing op grond van het geactualiseerde besluit beperkt blijven tot het moment waarop de opgebouwde waarde geheel of gedeeltelijk wordt overgedragen naar een regeling waarop de eventtoets niet van toepassing is maar uiterlijk op de pensioeningangsdatum. Na de eerdere vereenvoudigingen in de pensioenwetgeving uit het wetsvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen draagt ook de versoepeling van de eventtoets bij aan een betere administratieve lastenbeheersing voor pensioenuitvoerders.

Wat betekent dit voor werkgevers?

Het geactualiseerde besluit bevat de nieuwe fiscaal maximale premiestaffels. Zowel de 4%-staffel als de 3%-staffel zijn beperkt verhoogd omdat rekening is gehouden met een recentere overlevingstafel. De maximale premiestaffels zijn van toepassing voor het jaar 2017. Vanaf 1 januari 2018 worden wederom nieuwe maximale premiestaffels van toepassing, enerzijds vanwege een recentere overlevingstafel en anderzijds vanwege de verhoging van de fiscale pensioenrichtleeftijd. De Belastingdienst zal de maximale premiestaffels die per 1 januari 2018 van toepassing zijn zo spoedig mogelijk publiceren, zodat werkgevers hiermee rekening kunnen houden in het traject van wijziging van de pensioenregeling per 1 januari 2018.

Werkgevers die hun pensioenregeling hebben ondergebracht bij een PPI krijgen met het geactualiseerde besluit nu ook de mogelijkheid – uiteraard mits de PPI dit aanbiedt – om premiestaffels te hanteren gebaseerd op de kostprijs van een middelloonregeling. Gezien de huidige lage rentestand leidt dit tot hogere maximale premiepercentages ten opzichte van de 3%- en 4%-staffel. Dit kan voor werkgevers een manier zijn om de versobering van het pensioen als gevolg van de verhoging van de pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2018 voor hun werknemers geheel of gedeeltelijk te compenseren.

Voor zover bij de toepassing van de eventtoets bij een beschikbare premieregeling op basis van een 3%-staffel of de kostprijs van een middelloonregeling. blijkt dat teveel pensioenpremie is ingelegd, kan het meerdere op grond van het geactualiseerde besluit voortaan ook aan de (ex-)werkgever vervallen. Op grond van het voorgaande besluit kon dit alleen aan de verzekeraar vervallen.

Wat betekent dit voor pensioengerechtigden

Het tweede besluit is van belang voor pensioengerechtigden die tussen 1 januari 2014 en 8 juli 2015 met pensioen zijn gegaan. Voor hen was het – anders dan voor pensioengerechtigden van wie het pensioen eerder of later is ingegaan – niet mogelijk om op de pensioendatum gebruik te maken van de ‘pensioenknip’. Zij konden ook geen keuze maken tussen een vast of variabel pensioen, omdat de Wet verbeterde premieregeling per 1 september 2016 in werking is getreden. Deze groep pensioengerechtigden was dus gedwongen om op de pensioeningangsdatum een vaste pensioenuitkering aan te kopen. Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kondigde eerder al aan dat deze groep in 2017 de mogelijkheid heeft om alsnog te kiezen voor een variabel pensioen. Met het besluit van staatssecretaris Wiebes worden nu ook de fiscale knelpunten die kunnen optreden bij het alsnog omzetten van het vaste in een variabel pensioen onder voorwaarden weggenomen

Contact

Indien u meer wilt weten over de gevolgen en de goedkeuringen van de besluiten neem dan contact op met uw PwC-adviseur of met Alfred Lagendijk (tel. 088 79 26 350) of Bastiaan Starink (tel. 06 53 755 828).

Bron: Ministerie van Financiën, 20 januari 2017, nrs. 2017-7168 en 2017-7169.

Contact

Alfred Lagendijk

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 63 50

Volg ons