Nabestaandenpensioen wordt beter geregeld

De regeringspartijen CDA en CU zijn vastbesloten om het nabestaandenpensioen beter geregeld te krijgen. De plannen daartoe hebben zij in een initiatiefnota neergelegd die zij op vrijdag 13 juli jongstleden naar de Tweede Kamer hebben gezonden. Veel werkgevers, pensioenuitvoerders en werknemers zijn niet (voldoende) op de hoogte van wat de (mogelijke) problemen zijn en welke stappen moeten worden gezet om deze problemen te voorkomen.

Wat betekent dit voor u als werkgever of pensioenuitvoerder?

Nabestaandenpensioen is geen uniform ingeregeld onderdeel van een pensioenregeling. Daardoor kunnen vrij gemakkelijk situaties ontstaan waarbij het nabestaandenpensioen niet of onvoldoende is geregeld. Het verdient daarom aanbeveling dat werkgevers en pensioenuitvoerders nagaan of de door hen gevoerde pensioenregelingen zwakke plekken bevatten wat betreft het nabestaandenpensioen. Temeer omdat de grootste groep nabestaanden geen nabestaandenuitkeringen (ANW) meer krijgt vanuit de overheid en dus in belangrijke mate afhankelijk is van de nabestaandenvoorziening in de pensioenregeling.


Huidige vormgeving nabestaandenpensioen veelal bron van problemen

Met name pensioenregelingen waarin het nabestaandenpensioen op risicobasis is geregeld maken nabestaanden kwetsbaar. Reden hiervan is dat deze verzekeringswijze alleen het overlijdensrisico dekt zolang de deelname aan de pensioenregeling in stand blijft. Wisseling van dienstbetrekking leidt ertoe dat het nabestaandenpensioen op risicobasis bij de oude werkgever vervalt en de nabestaanden alleen aanspraak kunnen maken op een eventueel (risico)nabestaandenpensioen bij een nieuwe werkgever. De nabestaanden krijgen in dat geval dus een (fors) lager nabestaandenpensioen. Vooral bij wisseling van dienstbetrekking op latere leeftijd kunnen de gevolgen groot zijn.

Bij een nabestaandenverzekering op opbouwbasis is de situatie voor nabestaanden in beginsel beter geregeld. Er wordt immers kapitaal bijeengebracht van waaruit nabestaanden hun pensioen zullen ontvangen, ook als de kostwinner inmiddels ergens anders werkt. De initiatiefnemers van het CDA en CU stellen nu onder meer voor om bestaande belemmeringen weg te nemen om een nabestaandenpensioen op risicobasis aan te bieden, waarbij het nabestaandenpensioen een percentage is van het huidige inkomen en niet langer afhankelijk van het aantal (bereikbare) deelnemersjaren bij de laatste werkgever. De risiconabestaandendekking kan dan op een vergelijkbaar niveau doorlopen bij wisseling van dienstbetrekking.

 

Wijzigingen in de persoonlijke leefsituatie kunnen impact hebben op nabestaandenpensioen

Naast een wisseling van dienstbetrekking zijn er nog diverse andere wijzigingen in de persoonlijke situatie die gevolgen kunnen hebben voor het nabestaandenpensioen. Hierbij valt te denken aan het tijdelijk werken als zelfstandige, echtscheiding, ziekte, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. Het verdient aanbeveling om werknemers of deelnemers periodiek – bijvoorbeeld jaarlijks in een UPO of bij een jaarlijks personeelsoverleg – te wijzen op deze verandermomenten.

Pensioenspecialisten Bastiaan Starink en Michael Visser hebben in de Netspar-brief ‘Nabestaandenpensioen niet verzekerd’ een analyse gemaakt van bestaande risico’s rond het nabestaandenpensioen en hebben daarbij gewezen op diverse oplossingen. Ook de OESO heeft recent een rapport gepubliceerd waarin zij pleit voor een verbetering van het nabestaandenpensioen, met name omdat in Nederland de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen hoog is (zelfs de op een na hoogste binnen de Europese Unie). Tenslotte merken we op dat een herziening van het pensioenstelsel toch wel in de lijn der verwachting ligt. Dit vormt voor werkgevers en pensioenuitvoerders een natuurlijk momentum om ook het nabestaandenpensioen eens kritisch tegen het licht te houden.

Contact

Bastiaan Starink
Partner, PwC Netherlands
Tel: +31 (0)88 792 64 06
E-mailadres

Volg ons