Wetsvoorstel Verzamelwet pensioenen 2019

20/09/18

Op 7 september 2018 heeft minister Koolmees van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel Verzamelwet pensioenen 2019 aan de Tweede Kamer gestuurd. Eerder dit jaar besloot het kabinet tot een internetconsultatie over het conceptwetsvoorstel, waarbij belangstellenden tot en met 24 mei 2018 input konden leveren op de conceptwettekst.

Sinds 2011 komen Verzamelwetten met enige regelmaat voor. Het betreffen doorgaans wetsvoorstellen van relatief beperkte omvang en complexiteit, die niet politiek omstreden zijn en waarvan de onderdelen met elkaar samenhangen. 

 

De internetconsultatie heeft tot enkele wijzigingen geleid ten aanzien van het oorspronkelijke conceptwetsvoorstel. De belangrijkste maatregelen in het huidige wetsvoorstel Verzamelwet pensioenen 2019 dat momenteel bij de Tweede Kamer ligt betreffen de volgende:

1. De afkooptermijn voor eenzijdige afkoop van kleine pensioenen die in 2017 zijn ontstaan, wordt gelijkgetrokken met die van kleine pensioenen van vóór 2017: zes maanden na twee jaar na einde deelneming. In de wet wordt verder vastgelegd dat het verantwoordings- of belanghebbendenorgaan van een pensioenfonds zich niet uitspreekt over feitelijke overdrachten, maar zich richt op het beleid over het al dan niet meedoen aan de overdracht van bestaande kleine aanspraken. Inkomende waardeoverdrachten vallen buiten het advies- en goedkeuringsrecht van het verantwoordings- en belanghebbendenorgaan.

 

2. Vanaf 1 januari 2019 komen heel kleine pensioenen van €2 of minder bruto per jaar van rechtswege te vervallen. Hiervoor zal bij pensioenuitvoerders een eenmalige opschoonactie plaatsvinden. Heel kleine pensioenen die zijn ontstaan in 2017 en 2018 kunnen pas worden afgekocht na het verstrijken van een termijn van 2 jaar na einde deelneming. Het wetsvoorstel maakt een uitzondering op de termijn van 2 jaar na einde deelneming als het vroegste moment van afkoop om de eenmalige opschoonactie mogelijk te maken. Voor de afkoop van heel kleine pensioenen wordt geen revisierente in rekening gebracht.

3. DNB mag aan de Stichting Pensioenregister (SPR) ook gegevens over aantallen (actieve) deelnemers van verzekeraars en PPI’s op instellingsniveau verstrekken. SPR ontwikkelt en beheert het pensioenregister en stuurt voor de financiering daarvan elk jaar een rekening aan de aangesloten pensioenuitvoerders. De rekening is gebaseerd op het aantal actieve deelnemers bij de desbetreffende uitvoerder.

4. Degene die na 31 december 2015 minimaal met vijf jaar vervroegd met pensioen is gegaan, kan vanaf 2022 te maken krijgen met een (verdere) leeftijdsverhoging van de AOW en daardoor met een inkomensgat tot de latere ingangsdatum van de AOW. Er komt daarom een extra keuzemogelijkheid voor wat betreft de variabilisering van het reeds ingegane pensioen. De extra keuzemogelijkheid geldt óók voor vroeg-pensioneringen van vóór 1 januari 2016. De bestaande ‘spijtoptantenregeling’ (voor wat betreft de variabilisering van pensioen uiterlijk bij het ingaan van het pensioen) komt te vervallen.

5. In de onderneming werkzame personen krijgen een informatierecht voor wat betreft de arbeidsvoorwaarde pensioen die zij redelijkerwijs nodig kunnen hebben voor de personeelsvergadering en voor zover die relevant is voor het collectief van de in de onderneming werkzame personen. Het gaat hierbij niet alleen om voorstellen tot vaststelling, wijziging of beëindiging van de pensioenregeling maar ook die van elke voorgenomen vaststelling, wijziging of intrekking van een uitvoeringsovereenkomst of uitvoeringsreglement. 

De ondernemer/werkgever wordt verplicht om de personeelsvertegenwoordiging te informeren over elke voorgenomen vaststelling, wijziging of intrekking van een uitvoeringsovereenkomst of uitvoeringsreglement. Daarnaast krijgt de personeelsvertegenwoordiging een initiatiefrecht om het onderwerp ‘pensioen’ voor een vergadering te agenderen voor overleg met de ondernemer.

6. Pensioenfondsen die ten behoeve van de premieberekening gebruik maken van actuele loongegevens krijgen een wettelijke mogelijkheid om de maandelijkse betaling binnen een periode van twee maanden af te dwingen.

De beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2019.

 

Update 18/10/18:

Op 17 oktober 2018 heeft de Tweede Kamer de Verzamelwet pensioenen 2019 aangenomen. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel heeft de Tweede Kamer twee amendementen aangenomen. Het eerste amendement zorgt ervoor dat pensioenuitvoerders een half jaar langer de tijd hebben om heel kleine pensioenen van € 2 of minder bruto per jaar af te kopen voordat zij van rechtswege komen te vervallen, dus niet uiterlijk tot 1 januari 2019 maar tot 1 juli 2019. Bij dergelijke afkopen tussen 1 januari 2019 en 1 juli 2019 is evenmin revisierente verschuldigd. 

Het tweede amendement regelt dat de werkzaamheden die door pensioenuitvoerders niet mogen worden uitbesteed - zoals vastgelegd in artikel 12 van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregelingen - worden opgenomen in de wet. Daarnaast wordt in de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling opgenomen dat het opstellen van en toezien op het strategisch beleid ten aanzien van vermogensbeheer niet mag worden uitbesteed. Een pensioenfonds mag het vermogensbeheer wel uitbesteden, maar niet de verantwoordelijkheid hiervoor. 

Contact

Jan Meijer

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 76 54

Bastiaan Starink

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 64 06

Volg ons