Evaluatie: pensioenwetten voldoen aan doelstellingen

Start adding items to your reading lists:
or
Save this item to:
This item has been saved to your reading list.

Minister Koolmees (SZW) heeft de evaluaties naar de Tweede Kamer gezonden van de Wet aanpassing financieel toetsingskader (inwerkingtreding op 1 januari 2015) en de Wet versterking bestuur pensioenfondsen (inwerkingtreding grotendeels op 1 juli 2014). De wetten blijken in een overgroot deel aan de doelstellingen te voldoen. Slechts mineure, aanvullende maatregelen zijn nog nodig.

Wat betekent dit voor de pensioenfondsen?

De verwachte aanvullende maatregelen bij het financieel toetsingskader zien met name op de technische vormgeving van de haalbaarheidstoets, de berekeningswijze van de reële dekkingsgraad en de reikwijdte van de beleidsdekkingsgraad. Minister Koolmees heeft aangegeven dat hij van plan is om in overleg met de pensioenfondsen en toezichthouders, te onderzoeken hoe deze maatregelen effectiever en doelmatiger kunnen worden ingericht. Dit najaar zal hij de Tweede Kamer informeren over de uitkomsten van dit overleg.

Bij de versterking van het bestuur van pensioenfondsen komt een aanvullende maatregel voor het verantwoordingsorgaan (VO) binnen een pensioenfonds. Minister Koolmees wil met de sector in gesprek hoe zij het VO beter in staat wil stellen hun taak te kunnen uitoefenen en hoe ze het orgaan hierbij kunnen ondersteunen. Daarom vraagt hij de sector om de regels omtrent benoeming en ontslag in de Code Pensioenfondsen te verbeteren bij de aangekondigde verbetering van de toepasbaarheid van deze code. Daardoor wordt een werkwijze waarbij de organen zoveel mogelijk zelf verantwoordelijk zijn voor de benoeming en ontslag van de eigen leden, gevestigd beleid. Het uitbreiden van de bevoegdheden van het VO vindt de minister op grond van de evaluatie niet nodig.

De bevindingen van de evaluaties

Wet aanpassing financieel toetsingskader
De evaluatie van deze wet is gebaseerd op een onderzoek onder pensioenfondsen dat in opdracht van het ministerie van SZW is uitgevoerd.
Volgens het onderzoek zijn de met de aanpassing van het financieel toetsingskader beoogde doelen in belangrijke mate gerealiseerd. Dit heeft onder meer geleid tot de volgende uitkomsten:

  • Vanaf 2015 zijn er nauwelijks kortingen geweest, ondanks dat veel fondsen gedurende 2016 en 2017 lange tijd een dekkingsgraad onder de 100% hadden.
  • De keerzijde is dat fondsen met een dekkingstekort – afgezien van het achterwege laten van indexatie – lang kunnen afzien van herstelmaatregelen.
  • Herstelplannen leunen sinds 2015 sterker op hoge verwachte rendementen. De rendementen waarmee pensioenfondsen (maximaal) mogen rekenen, zijn gebaseerd op de (conservatievere) rendementsparameters van het Besluit financieel toetsingskader.
  • De pensioenpremies laten op macroniveau – als percentage van de loonsom – vanaf 2015 een stabiel beeld zien ondanks de sterk gedaalde marktrente.

Wet versterking bestuur pensioenfondsen
De evaluatie van deze wet is gebaseerd op een onderzoek onder pensioenfondsen dat in opdracht van het ministerie van SZW is uitgevoerd. Dit heeft onder meer geleid tot de volgende uitkomsten:

  • De eerste jaren na de introductie van de Wvbp waren pensioenfondsen vooral bezig met het voldoen aan de nieuwe wetgeving. Maar nu zijn zij steeds meer de opties voor verdergaande professionalisering aan het verkennen waaronder het gebruik van andere bestuursmodellen dan het paritaire bestuursmodel.
  • De evaluatie geeft geen aanleiding voor omvangrijke wetswijzigingen ten aanzien van de governance. Eerder blijkt hieruit een behoefte om binnen de bestaande kaders een professionaliseringsslag te maken, bijvoorbeeld in de eigen statuten en werkwijze en rond het functioneren van het verantwoordingsorgaan (VO), de vertegenwoordiging van pensioengerechtigden en op het terrein van diversiteit.

Contact

Wim Koeleman
Partner, PwC Netherlands
Tel: +31 (0)88 792 63 40
E-mailadres

Jan Meijer
Senior Manager, PwC Netherlands
Tel: +31 (0)88 792 76 54
E-mailadres

Volg ons