De kraamkamer voor nieuwe generaties 3D-printers

20/08/18

Samenwerking TU/e en TNO moet aarzeling bij bedrijven weghalen

3D-printen lijkt de toekomst te hebben, maar veel bedrijven aarzelen nog om er daadwerkelijk mee aan de slag te gaan. De Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) en TNO hebben daarom de handen ineengeslagen en doen in het AMSYSTEMS Center onderzoek naar de industrialisatie van 3D-printen. PwC's Wolter Kersbergen in gesprek met Katja Pahnke (TU/e) en Pieter Debrauwer (TNO).

 

- Waarom hebben TU/e en TNO hun krachten gebundeld in het AMSYSTEMS Center?

Katja Pahnke: ‘Als het gaat om additive manufacturing (AM) versterken we elkaar. Het High Tech Systems Center van de universiteit brengt fundamentele kennis over mechatronica, materialen, system design en procestechnologie in. TNO is heel sterk in AM-platformen en de toepassing ervan. Samen zijn we in staat fundamentele ontwikkelingen sneller naar de markt te brengen, en ook vragen uit de markt beter te vertalen naar fundamenteel onderzoek.'

Pieter Debrauwer: ‘Bovendien is het innovatielandschap aan het veranderen. Voorheen werden veel projecten binnen TNO zelfstandig uitgevoerd. Sinds een paar jaar zoeken we veel meer de verbinding met partners.'

- Wat zijn de ambities en doelstellingen voor het centrum?

Katja Pahnke: ‘We ontwikkelen geen kant-en-klare industriële printers. We zijn een partner voor de ontwikkeling van 3D-printplatformen tot aan een proof of concept. Ons doel is printers te ontwikkelen die én snel zijn én producten printen die betrouwbaar zijn, geïntegreerde functionaliteit bevatten en uit meerdere materialen bestaan. Dat doel bereiken we langs twee routes. De eerste is gericht op het verhogen van de productiesnelheid. De andere route is gericht op kwaliteit: reproduceerbaarheid, nauwkeurigheid, mogelijkheden om meerdere materialen te printen en bijvoorbeeld sensoren te integreren in het geprinte product. De kunst is vervolgens om voortgang langs beide routes te combineren in nieuwe generaties printers.'

Ons doel is printers te ontwikkelen die én snel zijn én producten printen die betrouwbaar zijn, geïntegreerde functionaliteit bevatten en uit meerdere materialen bestaan.

Katja Pahnke TU/e

- Wanneer is de volgende generatie printers er?

Katja Pahnke: ‘In 2020!’

Pieter Debrauwer: ‘Maar het centrum is niet klaar in 2020. Dit is een zich herhalend proces. Op het moment dat wij een werkend prototype overdragen aan de industrie, komt direct de vraag naar de volgende generatie printers met nieuwe eisen aan snelheid en functionaliteit.’

- In hoeverre is een printer van 2020 al toepasbaar voor de industrie? Wij merken in onze gesprekken dat bedrijven nog zoeken naar het goede moment om in te stappen.

Pieter Debrauwer: ‘Dat klopt, ik zie ook dat veel bedrijven nog afwachten en kijken naar andere bedrijven om snel te kunnen volgen. Ze zien allemaal dat er nog een of twee stappen gedaan moeten worden in de ontwikkeling voordat ze in willen stappen.’

Katja Pahnke: ‘Het moment om in te stappen kan voor elke industrie anders zijn. We hebben al een eerste spin-out voor een schoenzoolprinter in de maak. Industrial Additive Manufacturing (IAM) wil een licentie en gaat daarmee een bedrijf opzetten. Voor die applicatie is dat goede moment dus nu al. Hetzelfde zou je kunnen zeggen voor de tandheelkunde, gehoorapparaten en reserveonderdelen in automotive.’

Pieter Debrauwer: ‘De vraag is inderdaad wat de toepassing is. De magnetronpannenkoeken van AH zijn weliswaar tweedimensionaal, maar worden allemaal met een 3D-printer gemaakt. Daar is dus al een case voor massaproductie. We hebben nu twee voedselprinters bij klanten staan die ze voor hun onderzoek en voor de productie van samples voor consumentenonderzoek gebruiken. Ook farmaceuten experimenteren met 3D-printers. De eerste commerciële toepassing in farma zal liggen in de productie van kostbare medicijnen in lage oplages met gepersonaliseerde dosering. Het 3D-printen van paracetamol daarentegen zal nooit rendabel worden. Waar de grens voor iedere toepassing ligt, moet de toekomst uitwijzen.’

- Merken jullie al dat de binding met de industrie sinds de oprichting van het centrum is verbeterd, dat jullie makkelijker toegang krijgen tot bedrijven of beter begrijpen wat de markt vraagt?

Katja Pahnke: ‘Als TU/e hadden we al een heel goede verankering in het lokale ecosysteem. We hadden alleen nauwelijks toegang tot AM-vraagstukken. Verspreid binnen de universiteit hadden we geen AM-experts, maar wel zeker zestig mensen die heel veel verstand hebben van een onderwerp dat interessant kan zijn voor toepassing in AM, zonder dat ze zich daar misschien bewust zijn. Die kennis kunnen we nu ontsluiten voor de industrie.’

Pieter Debrauwer: ‘Als TNO merken we niet alleen dat er dankzij onze samenwerking nieuwe bedrijven aan ons verbonden raken, maar ook dat de aard van de samenwerking is veranderd. Doordat we onder de vlag van het AMSYSTEMS Center een veel breder portfolio aan kennis en diensten kunnen aanbieden, zijn we veel beter gepositioneerd om strategische, langetermijnrelaties op te bouwen.’

Contact

Wolter Kersbergen
Manager, PwC Netherlands
Tel: +31 (0)88 792 28 59
E-mailadres

Volg ons