Aanbestedingsrecht - wanneer is sprake van duidelijk grensoverschrijdend belang?

Start adding items to your reading lists:
or
Save this item to:
This item has been saved to your reading list.

De Hoge Raad heeft onlangs op 18 mei 2018 een tweetal arresten gewezen waarin de vraag centraal staat wanneer er sprake is van duidelijk grensoverschrijdend belang.

Overheidsopdrachten met een geraamde waarde boven de Europese drempelbedragen moeten worden aanbesteed, zodat geïnteresseerde marktpartijen kunnen reageren en kunnen deelnemen aan de aanbestedingsprocedure. Voor opdrachten onder de Europese drempelwaarden moet een onderscheid worden gemaakt tussen opdrachten met en zonder een duidelijk grensoverschrijdend belang. In de praktijk blijkt het niet eenvoudig om vast te stellen of er wel of geen sprake kan zijn van een grensoverschrijdend belang.

De aanbestedende dienst moet zelf per opdracht beoordelen of er sprake kan zijn van grensoverschrijdend belang en deze beoordeling kan door de rechter worden getoetst. Als er sprake kan zijn van een grensoverschrijdend belang, dan zijn de aanbestedingsbeginselen van toepassing en moet het transparantiebeginsel worden nageleefd. Het voornemen tot het plaatsen van een opdracht moet dan ook op Tenderned worden gepubliceerd. Als deze passende mate van openbaarheid in geval van een grensoverschrijdend belang achterwege wordt gelaten, kan dit leiden tot een schending van de fundamentele regels van het VWEU en het verbod van discriminatie op grond van nationaliteit.

Kortom, het is voor de praktijk belangrijk om vast te stellen of er wel of geen sprake is van een grensoverschrijdend belang.

Om vast te stellen of er sprake is van een grensoverschrijdend belang zijn de geraamde opdrachtwaarde, de technische aard van de opdracht, de plaats van uitvoering en de potentiële interesse van buitenlandse ondernemingen relevant. Het is voor het aannemen van een duidelijk grensoverschrijdend belang, overigens niet vereist dat buitenlandse marktdeelnemers daadwerkelijk belangstelling hebben getoond voor een opdracht.

De Hoge Raad heeft op 18 mei 2017 bepaald dat de geraamde (substantiële) waarde van een overheidsopdracht een bruikbare aanwijzing kan zijn voor een duidelijk grensoverschrijdend belang. Dat geldt temeer in een situatie, waarin geen aankondiging van de opdracht heeft plaatsgevonden en de concrete belangstelling van buitenlandse marktdeelnemers dus niet is gepeild. De plaats van uitvoering (gelegen nabij de landsgrens) en de met de opdracht te behalen omzet kunnen wijzen in de richting van een duidelijk grensoverschrijdend belang.

Zie voor de twee Hoge Raad arresten:

Hoge Raad, 18-05-2018, zaaknr. 16/06247 en 17/00170
Hoge Raad, 18-05-2018, zaaknr. 17/00486

 

 

Contact

Diana Paans-van der Arend
Senior Manager, PwC Netherlands
Tel: +31 (0)88 792 51 02
E-mailadres

Volg ons