PwC-reactie op consultatie: wetgever, zorg voor eenduidig UBO-begrip!

Start adding items to your reading lists:
or
Save this item to:
This item has been saved to your reading list.

Wanneer is iemand een UBO (uiteindelijk belanghebbende)? Dat is een cruciale vraag voor de UBO-registratie. Daarnaast is het voor de eenvoud en begrijpelijkheid van wet- en regelgeving essentieel dat in verschillende Nederlandse regelingen een gelijkluidende definitie van dit begrip wordt gehanteerd. Bovendien lijkt het raadzaam om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de definitie die de EU-antiwitwasrichtlijn voorschrijft. Op enig moment zullen de UBO-registraties namelijk in de hele EU aan elkaar worden gekoppeld. Zie daarover ook het PwC Actueelbericht “UBO-register door Europa verder aangescherpt

Tot en met 28 februari 2018 liep een consultatie over de invulling van het UBO-begrip voor cliëntidentificatieprocedures. Die invulling ziet op de verplichte cliëntidentificatie door dienstverleners zoals PwC. Zowel deze cliëntidentificatieprocedures als de UBO-registratie vloeien voort uit dezelfde EU-witwasrichtlijn. Afgezien van deze gemeenschappelijke bron zijn deze twee regelingen ook in uitvoering nauw met elkaar verbonden. Voor identificatie van een UBO zal de dienstverlener vrijwel altijd ook naar de UBO-registratie kijken.

Wat betekent dit voor u?

Het is voor u van belang om te weten wanneer u kwalificeert als UBO. Als dat het geval is, dan worden immers een aantal van uw privé-gegevens geregistreerd in het openbaar toegankelijke Handelsregister van de KvK. Zie daarover ook het PwC-rapport: “Stilstaan bij privacy voordat we alles transparant maken

Op basis van nu de geconsulteerde invulling van het begrip bent u een UBO als u meer dan 25% eigendom of zeggenschap hebt in een entiteit, zoals een BV. Daarmee sluit de Nederlandse wetgever vrij nauw aan bij de UBO-definitie in de EU-antiwitwasrichtlijn. Omdat de UBO-registratie en de cliëntidentificatieprocedures zo nauw samenhangen, is de invulling van het UBO-begrip naar verwachting vrijwel hetzelfde. Maar volgens de toelichting bij deze consultatie zou de invulling van het UBO-begrip voor de UBO-registratie in het Handelsregister net iets hiervan kunnen afwijken. PwC pleit er daarom voor om de UBO-begrippen in de beide regelingen zo min mogelijk van elkaar te laten verschillen.

Reactie PwC

Deze consultatie geeft gehoor aan de breed gedragen wens om mee te kunnen denken over de exacte invulling van dit cruciale element. PwC heeft dan ook waardering voor de geboden mogelijkheid tot consultatie en maakt daar graag gebruik van.

Hoewel in onze ogen de onderbouwing voor het volledig openbare karakter van het UBO-register nog niet overtuigend is, is het UBO-begrip in het consultatiestuk voor cliëntidentificatiel op een begrijpelijke wijze ingevuld. Daarnaast bezien wij de aansluiting bij de drempel van ‘meer dan 25% belang’ positief in het licht van de beoogde toepassing in de gehele EU. Onze voornaamste vragen betreffen op dit moment de invloed van de nu lopende aanscherping van de vierde antiwitwasrichtlijn en de mate waarin het begrip UBO in het kader van het UBO-register zal afwijken.

Onze reactie op het consultatiestuk vindt u via deze link.

Het vervolgtraject van de implementatie van het UBO-register blijven wij uiteraard volgen.

Contact over het UBO-register

Neem voor vragen over dit consultatiestuk en de PwC-reactie contact op met uw PwC-adviseur, of met Renate de Lange-Snijders (+31 (0) 88 792 3958) of Jan Nieuwenhuizen (+31 (0)88 792 1935).

Bron: consultatie van 31 januari tot en met 28 februari 2018.

Contact

Renate de Lange-Snijders
Tax partner familiebedrijven en Private Wealth, PwC Netherlands
Tel: +31 (0)88 792 39 58
E-mailadres

Jan Nieuwenhuizen
Senior director
Tel: +31 (0)88 792 14 38
E-mailadres

Volg ons