Met betere contentbeleving kunnen telecomproviders concurrenten voor zijn

Start adding items to your reading lists:
or
Save this item to:
This item has been saved to your reading list.

In plaats van naar lineaire televisie kijken steeds meer mensen uitgesteld tv of videocontent 'on demand'. Dat doen ze vaak ook nog op mobiele apparaten. Telecombedrijven die willen inspelen op het veranderende medialandschap, biedt dit mogelijkheden.

Meer content, meer kanalen en meer on-demandplatforms maken het voor telecombedrijven mogelijk om te gaan differentiëren op het gebied van contentbeleving. Daarnaast moeten telecombedrijven beslissen welke rol ze willen nemen in de distributie van videocontent.

Potentieel videocontent enorm

Dit schrijven PwC’s media-experts Steven Pattheeuws and Vikram Dhaliwal in hun artikel Video killed the radio star... but it won't kill TVPattheeuws: 'Het kijkerspotentieel voor videocontent is enorm, maar in de huidige geglobaliseerde wereld is het de vraag welke modellen de meeste opbrengsten zullen genereren voor bijvoorbeeld kleinere nationale telecomoperators.'

Drie manieren om het spel te spelen

Pattheeuws en Dhaliwal beschrijven drie modellen die telecombedrijven kunnen overwegen voor het aanbieden van videocontent:

  • In het HBO-model biedt een partij een grote database met kwaliteitscontent aan en genereert omzet door het verkopen van abonnementen aan alle mogelijke klanten in de markt, ongeacht bij welke provider zij zitten. Om klanten te binden is in dit model goede content die steeds wordt vernieuwd, essentieel. Een paar grote kassuccessen per jaar zijn nodig om als aanbieder boven het grote content-aanbod uit te steken.
  • Bij MCN (Multi Carrier Network) gaat het om OTT-modellen die content bundelen en aanbieden op platforms zoals YouTube. Vaak gaat het om een bundeling van professionele content met die van onbekende online-talenten. Bijvoorbeeld de combinatie van gebruikerscontent en content van YouTube-sterren. Het businessmodel wordt gedragen door advertentie-inkomsten, die gedeeld moeten worden met distributieplatforms zoals YouTube.
  • Ten slotte is er nog de mogelijkheid om specifieke content, bijvoorbeeld een OTT-sportkanaal, aan te bieden door middel van een abonnement. Ook nichecontent met een kleine kijkersgroep kan op deze manier worden aangeboden. Bedrijven en organisaties kunnen zonder tussenkomst van telecomproviders, zenders en OTT-kanalen, hun content direct aanbieden via een OTT-model dat ze zelf beheren.

Ruim klantbereik essentieel

‘Voor elk van deze modellen is een ruim klantbereik essentieel’, zegt Dhaliwal. 'Alleen zo kunnen telecomproviders de vaste kosten voor het aankopen of distribueren van content afschrijven over een voldoende grote klantenbasis.’ Pattheeuws en Dhaliwal geven aan dat het in ieder geval belangrijk is dat telecomaanbieders, groot en klein, een grote verscheidenheid aan content uit verschillende bronnen samenbrengen en consumenten helpen om hierin optimaal te navigeren.

Aanbevelingssystemen

Pattheeuws: ‘Een toenemend aantal mensen consumeert content on demand. Die content is steeds meer versnipperd over verschillende distributieplatformen. Zo kan seizoen één van een populaire serie op een ander platform te vinden zijn dan seizoen twee. Telecomproviders moeten investeren in slimme aanbevelingssystemen (recommendation engines). Die aanbevelingssystemen moeten functioneren over alle contentplatforms heen, van Uitzending Gemist tot Netflix of Amazon Prime. Hiervoor moeten telecomproviders partnerschappen sluiten met contentleveranciers die hen toestaan om hun OTT-content op te nemen in het aanbevelingssysteem.'

'Verder moeten ze sterk investeren in vaardigheden op het gebied van customer analytics. Een van de grote uitdagingen voor lineaire tv en on-demandvideo via de televisie is om een onderscheid te kunnen maken tussen kijkgedrag op niveau van een huishouden enerzijds en het kijkgedrag van individuele gezinsleden anderzijds.’

Voorsprong op de concurrentie

‘Op deze manier kunnen telecombedrijven de recommendation-systemen van bijvoorbeeld Netflix en YouTube overtreffen’, zegt Dhaliwal. ‘Er is bovendien haast geboden, want anders zullen de wereldwijde OTT-spelers, maar ook bijvoorbeeld de fabrikanten van smart-tv’s, dit gat vullen. Door tenslotte ook nog een context- en sentimentspecifieke dimensie (locatie, tijd, device, sentiment) toe te voegen aan de aanbevelingen kunnen telecomoperators een voorsprong behalen op partijen die ook al aan dergelijke functionaliteiten werken.’

Contact

Steven Pattheeuws
Partner Strategy&, PwC Netherlands
Tel: +31 (0)88 792 29 36
E-mailadres

Vikram Dhaliwal
Senior Associate Strategy&, PwC Netherlands
Tel: +31 887922874
E-mailadres

Volg ons