Hoe benut u de Baangerelateerde investeringskorting (BIK)?

29/10/20

Dit artikel is voor het laatst geüpdatet op 12 november 2020.

Het kabinet wil ondernemers stimuleren om te blijven investeren. Op 5 oktober 2020 heeft het kabinet daarvoor het voorstel voor de Baangerelateerde investeringskorting (BIK) ingediend. Per 1 januari 2021 wordt de BIK ingevoerd, al geldt deze al voor investeringen waarvan de verplichtingen vanaf 1 oktober 2020 zijn aangegaan. Met deze investeringskorting kunnen zowel IB-ondernemers als Vpb-ondernemers onder bepaalde voorwaarden een deel van hun investeringen verrekenen met hun loonheffing. Voor investeringen tot en met vijf miljoen euro geldt dat 3,9 procent van de investering in mindering kan worden gebracht op de loonheffing. Voor grotere investeringen is dit daarnaast 1,8 procent voor het deel boven de vijf miljoen euro. Door de investeringskorting te koppelen aan de afdracht van loonheffing, kunnen ook ondernemingen die nu verlies lijden al profijt van deze regeling hebben.

Deze crisismaatregel duurt tot en met 31 december 2022. Daarna zal het kabinet met een andere maatregel komen om de werkgeverslasten te verlagen. Het voorstel voor de BIK is onderdeel geworden van het Belastingplan 2021 en loopt mee in de parlementaire behandeling daarvan. Hierna zetten wij de hoofdpunten van het voorstel voor u op een rij.

 

Wat betekent dit voor u?

Met de crisismaatregel BIK kunt u voor investeringen tot en met vijf miljoen euro 3,9 procent van het inversteringsbedrag verrekenen met uw loonheffing en bij grotere investeringen daarnaast 1,8 procent van het investeringsbedrag boven de vijf miljoen euro. Om gebruik te maken van de BIK moet u aan verschillende voorwaarden voldoen. Een belangrijke voorwaarde is dat u voldoende personeel in dienst hebt waarvoor u loonheffing afdraagt, anders kunt u de BIK niet (volledig) verzilveren. De BIK is bedoeld voor nieuwe investeringen in goederen die voor het drijven van een onderneming worden gebruikt (bedrijfsmiddelen). Het moet daarbij gaan om niet eerder gebruikte bedrijfsmiddelen.

Uw voordeel

De omvang van de investeringskorting hangt af van de omvang van uw investeringen. 

  1. Voor investeringen tot en met vijf miljoen euro krijgt u per kalenderjaar een korting van 3,9 procent van het investeringsbedrag.

  2. Daarnaast krijgt u, voor zover het investeringsbedrag meer dan vijf miljoen euro bedraagt, per kalenderjaar een korting van 1,8 procent van het investeringsbedrag.

Oorspronkelijk was voorgesteld dat de korting 3 procent van het investeringsbedrag tot vijf miljoen euro zou bedragen en daarnaast 2,44% voor het investeringsbedrag boven vijf miljoen euro. Deze percentages zijn aangepast om het voordeel van de BIK voor het MKB te vergroten.

Het kabinet heeft voor de BIK een budget beschikbaar gesteld van in totaal vier miljard, te besteden in twee jaren. Daarom kunnen de genoemde percentages per 2022 worden bijgesteld. Eind 2021 wordt namelijk ingeschat in hoeverre het budget van twee miljard euro voor 2021 wordt benut. Afhankelijk van het nog beschikbare budget kunnen de percentages per 2022 worden verhoogd of verlaagd.

Toepassing van uw voordeel

De investeringskorting is vormgegeven als een afdrachtvermindering op de loonheffing: de BIK-afdrachtvermindering. Het bedrag aan BIK-afdrachtvermindering waarop u recht heeft, wordt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) na aanvraag vastgesteld in een BIK-verklaring (zie hierna). Dit bedrag mag u in mindering brengen op alle af te dragen loonheffing (loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen) van dat kalenderjaar.

Het aanvraagloket voor de BIK gaat open vanaf 1 september 2021. De RVO moet binnen 12 weken op een aanvraag beschikken, zodat u de BIK-afdrachtvermindering in de laatste periode van 2021 voor het eerst kunt toepassen. De BIK-afdrachtvermindering moet worden gerealiseerd in het kalenderjaar waarin de BIK-verklaring door de RVO is afgegeven. Als u niet de gehele BIK-afdrachtvermindering in de nog resterende loonaangiften over het jaar kunt effectueren, kunt u deze door middel van correctie van de loonaangiften over eerdere tijdvakken in het jaar alsnog (zoveel mogelijk) realiseren.

Samenloop met KIA, EIA, MIA of VAMIL

De BIK vormt een tijdelijke aanvulling op reeds bestaande meer specifieke stimuleringsmaatregelen zoals de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA), de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving milieubedrijfsmiddelen (VAMIL). Dit betekent dat voor kleinere investeringen de KIA en de BIK kunnen samengaan en dat bedrijven voor duurzame investeringen gebruik kunnen maken van zowel de BIK als de EIA, MIA of VAMIL. Deze al bestaande investeringsfaciliteiten kennen overigens een aanmerkelijk kleiner budget dan de BIK.

Nieuwe investeringen

De BIK geldt alleen voor investeringen in bedrijfsmiddelen waarvan de investeringsverplichting is aangegaan op of na 1 oktober 2020. Daarbij moeten de investeringen tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022 volledig zijn betaald en binnen zes maanden na die volledige betaling in gebruik zijn genomen. Investeringen die in 2020 al volledig zijn betaald, komen niet in aanmerking voor de BIK.

Verplichtingen ter zake van de verbetering van een bedrijfsmiddel en voortbrengingskosten ter zake van zelf ontwikkelde of voortgebrachte bedrijfsmiddelen komen niet voor de BIK in aanmerking. Dit is omdat de omvang van dergelijke investeringen zich minder goed laat controleren door de RVO, die de regeling uitvoert samen met de Belastingdienst.

Bedrijfsmiddelen die voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) zijn uitgesloten, gelden ook niet als baangerelateerde investering voor de BIK. Dit betekent dat onder meer bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk zijn bestemd om aan derden ter beschikking te worden gesteld (denk aan verhuur), niet voor de BIK in aanmerking komen. Ook gronden (waaronder de ondergrond van gebouwen), woonhuizen en personenauto’s die niet zijn bedoeld voor het beroepsvervoer over de weg, komen bijvoorbeeld niet in aanmerking voor de BIK.

Aanvraag BIK

Per jaar kunt u maximaal vier aanvragen voor de BIK doen, maar niet meer dan één aanvraag per kwartaal van een kalenderjaar. Voor elke BIK-aanvraag geldt een ondergrens van 1.500 euro per bedrijfsmiddel en 20.000 euro per aanvraag.

De aanvraag moet u online indienen uiterlijk binnen drie kalendermaanden na afloop van het kalenderjaar waarin de laatste betaling voor de investering heeft plaatsgevonden. Binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag volgt de beslissing op aanvraag. U ontvangt dan een BIK-verklaring. Zoals gezegd kan de aanvraag voor een afdrachtvermindering op grond van de BIK pas plaatsvinden vanaf 1 september 2021, omdat er tijd nodig is om deze nieuwe regeling bij RVO te organiseren. 

Aanvraag bij een fiscale eenheid

Bij meerdere inhoudingsplichtigen binnen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting kan alleen de aangewezen BIK-inhoudingsplichtige een aanvraag indienen. Deze deelt het aan te vragen bedrag aan BIK-afdrachtvermindering in de aanvraag toe aan de inhoudingsplichtigen die deel uitmaken van de fiscale eenheid. Als die toedeling ontbreekt in de aanvraag, dan wordt het totale bedrag aan BIK-afdrachtvermindering toegekend aan de aangewezen BIK-inhoudingsplichtige.

BIK-verklaring

De BIK-verklaring bevat:

  1. De omvang van de baangerelateerde investering(en).
  2. Het kalenderjaar waarop de BIK-verklaring betrekking heeft.

  3. Het bedrag aan BIK-afdrachtvermindering, inclusief de berekening ervan.

  4. Bij een aanvraag die een fiscale eenheid betreft: de toedeling van de BIK-afdrachtvermindering over de verschillende inhoudingsplichtigen binnen de fiscale eenheid.

U moet een administratie bijhouden van de investeringen waarvoor u een BIK-verklaring hebt ontvangen.

Correctie-BIK-verklaring

In bepaalde gevallen heeft de werkgever een meldingsplicht, en kan de RVO een correctie-BIK-verklaring aan de werkgever afgeven. Dit is het geval als:

  • bij een aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens of bescheiden zijn verstrekt die hebben geleid tot een onjuist oordeel (in dit geval kan ook een boete worden opgelegd);

  • een bedrijfsmiddel niet binnen zes maanden na volledige betaling hiervan in gebruik is genomen. 

Als de verplichte administratie omtrent de baangerelateerde investeringen niet op orde is, kan de RVO ook een correctie-BIK-verklaring afgeven voor een investering waarvan onvoldoende aannemelijk is dat sprake is van een baangerelateerde investering.

Contact

Knowledge Centre

Rotterdam, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 43 51

Volg ons