EU-recht beperkt gemeenten (niet) bij legesheffing voor aanleg/onderhoud kabelnetwerken

Start adding items to your reading lists:
or
Save this item to:
This item has been saved to your reading list.

Gemeenten worden op grond van EU-regelgeving (de machtigingsrichtlijn) wellicht toch beperkt in het heffen van leges voor het in behandeling nemen van verzoeken voor de aanleg en onderhoud van elektronische communicatienetwerken in de grond. De Hoge Raad twijfelde hieraan en legde dit voor aan het Hof van Justitie EU. Het HvJ EU is van oordeel dat een gemeente wel mag heffen, maar dat deze leges vallen onder de reikwijdte van artikel 13 van de Machtigingsrichtlijn. De Hoge Raad moet nu beslissen wat de invloed hiervan op de legesheffing is.

Ingewikkelde procedure

De procedure betrof een BV die in de gemeente Amersfoort in 2009 een glasvezelnetwerk wilde aanleggen en daartoe van de gemeente instemming verzocht. Voor het in behandeling nemen van diverse verzoeken bracht de gemeente in totaal € 149.949 leges in rekening. De BV ging met wisselend succes in bezwaar en beroep.

De rechtsvraag of een gemeente voor gevallen als de onderhavige mag heffen, blijkt een ingewikkelde vraag te zijn. Reden hiervoor is dat er diverse EU-richtlijnen op het gebied van elektronische communicatiediensten, elektronische-communicatienetwerken en –diensten, bijbehorende faciliteiten en bijbehorende diensten van toepassing zijn, die op diverse punten op elkaar ingrijpen en elkaars werkingssfeer kunnen beperken. Het betreffen de:  Machtigingsrichtlijn (Richtlijn 2002/20EG), de Kaderrichtlijn (2002/21EG) en de Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123).                    

De beslissing van het Hof van Justitie EU

Het HvJ EU stelt vast dat de Dienstenrichtlijn toepassing mist voor zover het aangelegenheden betreft die onder de Machtigingsrichtlijn en de Kaderrichtlijn vallen. Hiermee ontviel de basis van meerdere prejudiciële vragen van de Hoge Raad met betrekking tot de heffingsbevoegdheid op grond van de Dienstenrichtlijn. De Hoge Raad meende dat de Machtigingsrichtlijn niet van toepassing is, omdat toepassing van deze richtlijn alleen voorbehouden zou zijn aan de nationaal regelgevende instantie (NRI) hetgeen een gemeente niet is. Terzijde merken wij op dat in deze procedure ook wordt beslist dat de detailhandel weer juist wel onder de Dienstenrichtlijn valt.

Volgens het HvJ EU valt de legesheffing onder artikel 13 van de Machtigingsrichtlijn en is het dus mogelijk om te heffen. In deze bepaling wordt gesproken van een heffingsmogelijkheid voor een ‘betrokken instantie’. Daarmee wordt volgens het HvJ EU niet alleen een NRI bedoelt. Hetzelfde geldt volgens het HvJ EU voor de term ‘bevoegde autoriteit’ dat in beschrijving van de doel van deze richtlijn wordt gebruikt.

Wat betekent dit voor uw onderneming of gemeente?

Artikel 13 van de Machtigingsrichtlijn bepaalt dat de vast te stellen vergoeding objectief gerechtvaardigd, transparant en niet-discriminerend dient te zijn en in verhouding moet staan tot het beoogde doel. De heffingsambtenaar, die eerder in deze procedure al het standpunt had ingenomen dat de leges onder artikel 13 van de Machtigingsrichtlijn vallen, heeft daarop ook zijn standpunt gebaseerd dat de leges niet worden beperkt door dat artikel. De leges zijn volgens hem objectief gerechtvaardigd, transparant en niet-discriminerend. De rechtbank en het hof hebben dat standpunt om afwijkende redenen niet gevolgd. Naar nu blijkt dus ten onrechte. Of dat betekent dat de leges inderdaad geen beperking kennen anders dan artikel 229b van de Gemeentewet is de vraag die de Hoge Raad moet beantwoorden. In artikel 12 van de Machtigingsrichtlijn zijn de leges beperkt op de administratiekosten. Dit is voor de vergoeding op basis van artikel 13 van de Machtigingsrichtlijn niet het geval.

In deze procedure stond niet ter discussie dat de zogenaamde opbrengstlimiet op het niveau van de verordening niet was overschreden. Binnen de verordening is echter wel kruissubsidiering toegepast. Dat betekent dat de opbrengsten van leges uit de ene categorie worden gebruikt om de tarieven in een andere categorie lager vast te stellen. Indien vast zou komen te staan dat de leges voor het instemmingsbesluit ook meer hebben bedragen dan de kosten van die specifieke dienstverlening, dan roept dat de vraag op of de leges voor het instemmingsbesluit dan ook objectief gerechtvaardigd zijn en in lijn met het beoogde doel. Die vraag moet de Hoge Raad beantwoorden.

Contact

Raymond van den Berg
Senior Manager
Tel: +31 88 792 63 85
E-mailadres

Volg ons