Arrest Hoge Raad leidt tot hoger btw-aftrekrecht op gemengde kosten bij hogeschool

De Hoge Raad bevestigt dat een hogeschool het pro rata recht op aftrek van btw op gemengde kosten kan vaststellen aan de hand van omzet, waarbij de rijksbijdragen niet in de noemer van de pro rata breuk worden opgenomen. De uitspraak kan bijdragen aan een hogere btw-aftrek op gemengde kosten voor (hoger) onderwijsinstellingen.

 

Achtergrond

Een hogeschool krijgt btw in rekening gebracht op gemengde kosten (dit zijn kosten die worden gemaakt ten behoeve van zowel btw-belaste als btw-vrijgestelde prestaties, bijvoorbeeld accountantskosten en kantoorkosten). De btw op dergelijke kosten is als uitgangspunt aftrekbaar op basis van de verhouding tussen de btw-belaste omzet ten opzichte van de totale omzet (ook wel de pro rata). De hogeschool heeft de btw op gemengde kosten conform deze berekeningswijze in aftrek gebracht.

 

De Belastingdienst is het niet eens met deze berekeningswijze. Volgens de Belastingdienst kwalificeren de ontvangen collegegelden namelijk niet als een vergoeding voor de door de hogeschool verrichte onderwijsactiviteiten, waardoor de hogeschool voor deze onderwijsactiviteiten niet kwalificeert als btw-ondernemer.

In de tweede plaats stelt de Belastingdienst zich op het standpunt dat de aftrek van btw op gemengde kosten niet moet worden berekend aan de hand van omzetverhoudingen maar op basis van werkelijk gebruik, te weten financieringsbronnen (hoe vindt de financiering van de activiteiten van de hogeschool plaats?). Volgens de Belastingdienst geeft dit een beter beeld van het recht op aftrek voor de hogeschool. Het pro rata percentage van de hogeschool valt in beide situaties lager uit.
 

Oordeel Hoge Raad

In de procedure bij de Hoge Raad is het eerste standpunt van de Belastingdienst niet langer in geschil. De ontvangen collegegelden kwalificeren als een vergoeding voor de door de hogeschool verrichte onderwijsactiviteiten. De hogeschool kwalificeert hiervoor dus als btw-ondernemer. In geschil is enkel nog de berekeningswijze van de pro rata.

De Hoge Raad oordeelt dat de berekeningswijze van de Belastingdienst (in dit geval) niet toepasbaar is.
 

Wat betekent deze uitspraak voor onderwijsinstellingen?

Deze uitspraak leidt ertoe dat hoger onderwijsinstellingen hun recht op aftrek kunnen bepalen aan de hand van hun omzet (pro rata), waarbij de rijksbijdragen niet in de noemer van de pro rata breuk hoeven te worden opgenomen.

De uitspraak is van belang voor alle hogescholen en universiteiten, maar mogelijk ook voor andere onderwijsinstellingen die een vergoeding van hun leerlingen ontvangen voor het onderwijs.

We adviseren onderwijsinstellingen in beeld te brengen of zij al gebruik maken van de mogelijkheden om de btw op gemengde kosten in aftrek te brengen en zo ja, of dit op de juiste wijze en tegen het juiste percentage plaatsvindt. Als komt vast te staan dat de btw tot een groter deel aftrekbaar is, adviseren wij bezwaar te maken tegen de eigen btw-aangifte. Dit kan mogelijk zelfs nog tegen de laatste aangifte van het jaar 2017. In dat geval is snelle actie noodzakelijk.

 

Contact

Paul Geurten
Senior Director
Tel: +31 (0)88 792 15 13
E-mailadres

Volg ons