De publieke sector is het middelpunt van ons welzijn

De publieke sector is het middelpunt van ons welzijn in de BV Nederland. Na een terugkeer in de praktijk kreeg PwC-partner Peter Eimers die bevestiging.

Vorig jaar heb ik op de resetknop gedrukt. Ik had een aantal jaren als methodology leader vanuit ons National Office mijn collega’s verteld en geholpen hoe ze moeten controleren. Ik besloot om de bakens te verzetten: zelf weer aan tafel zitten bij klanten en met teams een kwaliteitscontrole neerzetten.

Mijn keuze viel op de publieke sector. Die is breed: van woningcorporaties tot gemeenten, van ziekenhuizen en langdurige zorg tot onderwijsinstellingen. De sector waar de miljarden aan publieke middelen van Nederland door onze vingers gaan en waar wij als accountant zijn gegund om een oordeel te geven over de besteding van die gelden. Ik heb kennisgemaakt met de controle van onderwijsinstellingen.

Het was een unieke gelegenheid om met een frisse blik mijn ogen en oren open te houden. Vier onderwerpen die ik treffend vind voor de publieke sector:

De grote drive van onderwijsinstellingen

Het was tijdens de rondleidingen prachtig om te zien met hoeveel passie bestuurders en hun docenten onze nieuwe generatie werkenden opleiden. ‘Je bent er niet om geld te verdienen, maar de volgende generatie Nederlanders op te leiden’, zo vertelde een bestuurder. Gelden vanuit de overheid en andere bronnen worden vol ingezet voor een beter onderwijs. Het is niet voor niets dat het mbo nu een campagne is gestart om aandacht te vragen voor deze ‘doe’­opleidingen; superbelangrijk om Nederland draaiende te houden!

De enorme regeldruk als gevolg van calamiteiten uit het verleden

De BV Nederland besteedt veel geld aan de publieke zaak en dat is een groot goed. Dat dat geld goed moet worden besteed, is een gezonde randvoorwaarde om ook in de toekomst hiervoor in aanmerking te komen. Helaas kan de werkelijkheid anders zijn. Dat hebben de schandalen van instellingen zoals Vestia, Rochedale, Amarantis en ROC Leiden wel laten zien.

Dat de overheid grenzen stelt, is verklaarbaar. Maar de uitdaging zit meer in het scheiden van het kaf van het koren. De one­size­fits­all-regelgeving doet het aantal pagina’s met verplichte nummers in de jaarverslaggeving van alle instellingen in de sector exploderen, met nietszeggende statistieken als gevolg.

De Wet normering topinkomens is hier een voorbeeld van: een instelling die keurig binnen de vangrails blijft met de bestuurdersbeloningen, moet jaar in jaar uit aan gedetailleerde regelgeving voldoen met een accountant die tot de laatste euro vervelende vragen ­ ‘omdat het moet’ ­ blijft stellen. Of het toenemend aantal bijlagen dat de jaarverslaggeving doet uitdijen, terwijl een tabelverwijzing naar de website ook goed zou werken. Dat zou toch slimmer moeten kunnen?

Ik ben op zoek naar een dashboard waarbij de ministeries in de gaten kunnen houden welke instellingen verhoogde aandacht krijgen en daarop hun jaarverslaggeving specifiek moeten maken. De KNVB heeft ervaring met de ‘licentiëring’ van voetbalclubs. Het is niet leuk om in de verhoogde­aandachtcategorie te zitten en dus doe je er alles aan om weer gezond te worden.

De grote betrokkenheid van raden van toezicht

Zonder uitzondering heb ik aan tafel gezeten bij raden van toezicht waar wij als accountant een graag geziene gast waren. Met de raden spiegelden wij onze observaties naar aanleiding van onze controle. Deze raden zijn breed samengesteld met leden vanuit verschillende windrichtingen, maar wel telkens met de focus op het functioneren van deze instelling in haar omgeving. We deelden onze controlebevindingen en keken hoe het in de toekomst beter kan. Maar ook spontane vragen als ‘en wat vindt u hier dan van, accountant?’. Ook al had de vraag geen enkele relatie tot onze uitgevoerde controle.

Ik zag ook dat de raden zich afvragen hoe hun rol effectiever kan worden gemaakt, zonder op de stoel van het bestuur te zitten. Cultuur en gedrag, fraudebewustzijn en digitalisering waren thema’s in meerdere vergaderingen van raden van toezicht.

De grote invloed van digitalisering op de bedrijfsprocessen

‘Elke klant is een IT­, data­driven onderneming’. Ik heb het meermalen geuit in mijn huidige en vorige rol. Ik meen het ook en ben hierin het afgelopen jaar gesterkt door mijn ervaringen in de praktijk. Het gaat er wat mij betreft uiteraard niet om dat elk bedrijf of elke instelling een IT­bedrijf is, maar dat IT en data bij elke klant nogal in het middelpunt staan zonder dat we het ons beseffen. Hoe weet je zeker als onderwijsinstelling dat morgenochtend niet in de krant staat dat jouw studentgegevens op straat liggen? Hoe weet je als gemeente dat niemand bij vertrouwelijke beleidsstukken kan komen? Als de systemen in het ziekenhuis platliggen, kan er dan nog worden geopereerd?

Het antwoord ligt in het verder professionaliseren van alles wat met IT te maken heeft. Wat mij opviel is dat het daarbij helemaal niet gaat om de vraag of de accountant in zijn controle op de IT general controls kan steunen, maar dat de instelling zélf ervan overtuigd is dat die kwaliteitsschil op het gebied van IT cruciaal is voor de continuïteit van de bedrijfsvoering.

Deze ervaringen hebben mij bevestigd dat de publieke sector het middelpunt is van ons welzijn in de BV Nederland en dat het fantastisch is om hier als accountant een ­ bescheiden ­ bijdrage aan te mogen leveren.

Peter Eimers is partner bij PwC en werkzaam in de publieke sector. Daarnaast is hij hoogleraar Auditing aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Peter Eimers is partner bij PwC en werkzaam in de publieke sector. Daarnaast is hij hoogleraar Auditing aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Contact

Peter Eimers
Partner
Tel: +31 (0)88 792 50 81
E-mailadres

Volg ons