Duurzame energie is energie uit bronnen die niet uitgeput raken – denk aan wind, water en zon. Bij de winning van duurzame energie komen geen vervuilende stoffen vrij zoals CO2 en het levert geen afval op dat lang opgeslagen moet worden, wat wel het geval is bij bijvoorbeeld het opwekken van kernenergie. Kortom, duurzame energie is schoon en onuitputtelijk.
Het produceren van duurzame energie wordt steeds noodzakelijker. Hier zijn verschillende oorzaken voor aan te wijzen. Allereerst zijn de bronnen voor de fossiele brandstoffen waar onze economie op draait eindig. De ramingen over de periode dat we nog voldoende brandstof kunnen winnen lopen uiteen, maar de eindigheid van deze bronnen is een feit. De stijgende vraag naar energie wereldwijd – door onder andere de economische groei van China en India – brengt de bodem van de fossiele energieput sneller dichterbij.
Een tweede probleem met fossiele brandstoffen is dat het opwekken van energie hieruit extra productie van koolstofdioxide oplevert. Zodoende dragen deze vormen van energieproductie bij aan klimaatverandering en verschillende andere milieu- en gezondheidsproblemen.
De winning en verkoop van fossiele brandstoffen is in handen van een klein aantal olie- en gaslanden. Afhankelijkheid van deze brandstoffen betekent vanzelfsprekend dat Nederland en de andere industrielanden in sterke mate afhankelijk zijn van deze kleine groep brandstofleveranciers. In politiek en economisch opzicht bevinden we ons daardoor in een kwetsbare positie. We zullen dus moeten werken aan “security of supply” en duurzame energie kan daaraan bijdragen.
Al met al voldoende redenen voor de Nederlandse overheid en het bedrijfsleven om te werken aan de ontwikkeling van duurzame energiebronnen. Hiervoor heeft het kabinet de doelstelling geformuleerd dat onze energievoorziening in het jaar 2020 voor 20% uit duurzame energie bestaat.